kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
deel 1.2 (iets over aantal en schatting, over de werksituatie)
 
 
De omvang van mensenhandel is moeilijk in cijfers uit te drukken. Essy van Dijk heeft een hele slimme rekenkundige truc om het aantal slachtoffers van mensenhandel op jaarbasis te berekenen (over het jaar 2000):
 
uit paragraaf 5.2 (pagina 59)
(...) Hoe groot de aangiftebereidheid onder slachtoffers is, kan bij benadering worden vastgesteld door het aantal slachtoffers van mensenhandel in een periode te relateren aan het aantal aangiften in dezelfde periode. Nu blijkt dat in de periode 1997–1999 671 slachtoffers zijn aangemeld bij de Stichting tegen Vrouwenhandel (STV) en dat zowel in het onderhavige onderzoek als in een eerdere inventarisatie van de NRI (zie paragraaf 3.3) in dezelfde periode 161 aangiften van mensenhandel zijn geregistreerd. Dit zou betekenen dat ongeveer een kwart van de slachtoffers van mensenhandel (24%) aangifte doet. Nu vormen de registraties van beide instellingen een onderschatting, omdat niet alle slachtoffers bij de Stichting tegen Vrouwenhandel worden aangemeld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000) en niet alle aangiftes bij de NRI, maar in elk geval vormt dit een indicatie van de aangiftebereidheid.(...)
verder op pagina 124
(...) Omdat maar een deel van de dader(s) wordt aangehouden, is het werkelijke aantal slachtoffers in Nederland natuurlijk hoger. Hoe hoog kan bij — zeer voorzichtige — benadering worden geschat door een aantal gegevens te combineren. Zo wordt geschat dat 75% van de door de politie aangehouden illegale prostituees terug naar hun geboorteland wordt gestuurd, alvorens een onderzoek naar mensenhandel kan worden ingesteld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000). In paragraaf 5.2 is becijferd dat de aangiftebereidheid 24% zou kunnen zijn, dat wil zeggen dat van alle ontdekte slachtoffers 24% bereid wordt gevonden om aangifte te doen. Dit zou betekenen dat achter de 203 aangiftes in het jaar 2000 3.383 slachtoffers kunnen schuilgaan. [in voetnoot: {(203 x 100) : 24} x 100 : 25 (25% versus 75% heenzendingen)] Dit cijfer is discutabel, maar geeft wel enigszins een indicatie — waarschijnlijk een onderschatting — van de omvang van het probleem. (...)
Ze maakt een denkfout. Ze heeft ten eerste geen rekening gehouden met niet-illegale slachtoffers van mensenhandel. Die worden immers niet meteen het land uit gezet. Verder lijkt ze te veronderstellen dat driekwart van alle illegale prostituees het land worden uitgezet door de politie (voordat ze aangifte zouden kunnen doen). In werkelijkheid worden waarschijnlijk veel illegale prostituees niet eens ontdekt. Ze heeft ook geen rekening gehouden met de vrouwen die al slachtoffer waren aan het begin van het peiljaar. En ook houdt ze geen rekening met het feit dat veel prostituees rouleren tussen Nederland en het buitenland.
 
Maar ik denk op zich dat ze warm is. Ik zal zelf een poging wagen om een schatting te maken. Neem het getal X. Ik noem X het aantal slachtoffers dat zich vanaf het begin van het jaar tot het eind van het jaar losmaakten van de mensenhandelaar. Dat getal zegt niks over het aantal slachtoffers die er op elk moment of op jaarbasis zijn. Er is nog een darknumber van slachtoffers die zich nog niet hebben losgemaakt en ik neem aan dat het aantal slachtoffers op elk moment recht evenredig is met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen in de prostitutie werkt. Ik stel dat als er op elk moment een aantal van Z slachtoffers zijn, en het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld onder dwang werkt is Y, dan maken er zich elk jaar ongeveer Z/Y = X slachtoffers los van de mensenhandelaar. Oftewel, het aantal slachtoffers op elk moment is gelijk aan X keer Y, oftewel, dat is het aantal slachtoffers dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen werkt.
 
Als ik dus X en Y weet kan ik dus uitrekenen hoeveel slachtoffers er op elk moment zijn. Maar dan moet ik nog een extra aanname doen. Niet alle slachtoffers zijn altijd in Nederland. Slachtoffers komen vaak Nederland binnen terwijl ze al gedwongen werkten, en omgekeerd verlaten ze Nederland ook terwijl ze al gedwongen werkten. Als ik veronderstel dat deze twee stromen elkaar exact opheffen en elk slachtoffer keurig aangifte doet in het land waar ze ontsnapt is van de mensenhandelaar, dan heeft dit geen invloed op X, Y en Z. Ik zal verder kijken of X en Y bekend zijn.
 
De schattingen over hoe lang slachtoffers van vrouwenhandel (gemiddeld) worden uitgebuit lopen sterk uiteen van 3 maanden tot iets meer dan een jaar gemiddeld. Het onderzoeksrapport "Mensenhandel vanuit centraal- en Oost-Europa" (IPIT & IRT Noord en Oost Nederland, 1997) schat dat Oost Europese slachtoffers van mensenhandel relatief kort aan het werk worden gezet, zo'n 3 maanden gemiddeld, en zelden langer dan een jaar. In het onderzoek van de EU ("Research based on case studies of victims of trafficking in human beings in 3 EU Member States, i.e. Belgium, Italy and The Netherlands" [2001], waaronder Ruth Hopkins en Jan Nijboer aan hebben meegewerkt) worden 80 buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in Nederland bestudeerd (zie pagina 290):
The average time between departure in country of origin and entrance at reception centre is a little more than 1 year and 3 months. However this average is strongly influenced by one victim who entered the reception centre some 18 years after she left her home country. Without this victim, the average time between departure and entrance is about one year.
Zelf heb ik aan de hand van verhalen van slachtoffers van vrouwenhandel (in de media, uit boeken en op forums) een schatting kunnen maken over de periode dat ze onder controle staan van hun pooier(s). Uit een steekproef van 114 gevallen waarvan zo'n periode bekend is (zie Casussen) kan ik afleiden dat dit gemiddeld tussen de 1,3 en de 2,2 jaar moet zijn (1,72±0,44, de foutmarge is natuurlijk groot). Ik ga uit van het getal dat ik zelf heb berekend, want de schatting van 3 maanden heeft betrekking op alleen de Oost Europese prostituees, en de schatting van 1 jaar en drie maanden alleen op buitenlandse slachtoffers. Nu maak ik wel eerst een correctie, want in mijn steekproef zijn de Nederlandse slachtoffers oververtegenwoordigd (57 Nederlandse tegenover 54 buitenlandse vrouwen) en Nederlandse vrouwen worden gemiddeld veel langer geëxploiteerd (2,25±0,65 jaar tegenover 1,17±0,60). Dit zorgt voor een probleem, want het is niet bekend hoeveel van de slachtoffers Nederlands zijn. In de cijfers van de STV schommelde dit percentage in 2005 en 2006 rond de 25% van de geregistreerde slachtoffers maar in eerdere jaren was dit veel minder. In de eerste rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in tabel 4.2 op pagina 76 staat dat hulpverleners in 2000 in contact kwamen met 608 slachtoffers van mensenhandel waarvan 138 Nederlands. Laat ik hier maar vanuit gaan. Na de correctie toe te hebben gepast meen ik dat een slachtoffer van vrouwenhandel in Nederland gemiddeld 1,42±0,49 jaar wordt uitgebuit. Y is nu dus bekend. Nu ga ik er overigens wel vanuit dat dit getal altijd constant is.
 
Nu heb ik een getal nodig om het aantal slachtoffers te bereken dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar. Ik gebruik daarvoor een gedeelte van de berekening van Essy van Dijk, maar dan zonder de correctie van de illegale prostituees. Er zouden in het jaar 2000 203 aangiftes zijn geweest van slachtoffers van mensenhandel. Nu is het punt dat dit eigenlijk het enige getal waarvan ik weet dat dit het totaal aantal aangiftes is. In de vijfde rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel staat dat er 91 aangiftes en getuigenverklaringen waren van slachtoffers van mensenhandel in het jaar 2000 die waren ingestuurd naar het OM (zie tabel 5.2 op pagina 143). Dat is een heel ander getal dan de 203 die Essy van Dijk voor dat jaar noemde, maar dat kan natuurlijk omdat niet alle aangiftes zijn meegerekend. Gedurende de periode 2001-2004 is dit aantal 199 per jaar, geen groot verschil met de 203 genoemd door Essy van Dijk. Helaas zijn ook het aantal getuigenverklaringen hierin meegerekend dus die getallen zijn niet echt vergelijkbaar. Alleen de Stichting Tegen Vrouwenhandel (www.mensenhandel.nl) geeft extra hints hoe groot het aantal aangiftes is, maar alleen van de slachtoffers die werden geregistreerd bij die stichting. Voor de jaren 2003-2006 zouden dat er 157,5 per jaar zijn geweest gemiddeld, vaak was niet eens bekend of het slachtoffer aangifte deed. Laten we ons maar richten op de 203 aangiftes in 2000 en dat dit ook klopt voor latere jaren.
 
Ik zie het zo, er zijn dus 203 slachtoffers van mensenhandel geweest die zich los maakten van de mensenhandelaar en daarna aangifte deden. Essy van Dijk schat dat een kwart (24%) van het totaal aantal slachtoffers aangifte doet en het grappige is dat ik in mijn media-analyse (zie Casussen) ook ongeveer vind dat een kwart van de slachtoffers aangifte doet (51 van de 234 gevallen). Maar misschien is die schatting te hoog, want dat kan natuurlijk een effect zijn van de steekproef, de slachtoffers die naar buiten treden doen misschien sneller aangifte, maar het kan ook te laag zijn want van niet alle slachtoffers is bekend of ze aangifte hebben gedaan. Het valt trouwens op dat buitenlandse slachtoffers veel sneller geneigd lijken te zijn om aangifte te doen (in 36 van de 116 gevallen = 31%) dan Nederlandse slachtoffers (in 15 van de 118 gevallen = 13%). In de tweede rapportage (2003) van de nationaal rapporteur mensenhandel wordt (op pagina 84) door diverse politie functionarissen die zich bezig houden met mensenhandel (onder andere uit PPM/DNP) en Stichting Hulpverlening en Opvang Prostituees (SHOP) de aangiftebereidheid onder de slachtoffers geschat op tussen de 5 en 10 procent.
 
Maar als ik dus uitga van die 24% (±3,23) dan kom ik op 203 * 100 / 24 =~ 846 (±114) slachtoffers in totaal dat zich in het jaar 2000 losmaakten van de mensenhandelaar. Nu is X dus ook bekend. Nu ging ik er hier trouwens ook weer van uit dat het percentage dat aangifte doet altijd constant is.
 
Ik schat dus dat er op elk moment in Nederland (in 2000) X * Y = 846 * 1,42 = 1201 (±445) slachtoffers van mensenhandel waren op elk moment.
 
Als je het aantal slachtoffers op jaarbasis wil berekenen dan komen daar nog een X aantal weer bij. Dus dan wordt dit getal 2047 (±498). Maar wanneer de roulatie van de slachtoffers tussen Nederland het buitenland wordt meegerekend dan wordt dit getal hoger. De nationaal rapporteur mensenhandel noemt in haar vierde rapportage (op pagina 23) in tabel 3.13 dat in 44% van de opsporingsonderzoeken in de periode 2000-2003 de slachtoffers ook buiten Nederland tewerkgesteld zijn gesteld, voor de grensoverschrijdende mensenhandel is dit 51% en voor de binnenlandse 23%. Er staat niet hoeveel procent van de tijd de slachtoffers in het buitenland waren. Dit is een probleem want het kan een groot verschil maken. Maar als je bijvoorbeeld gokt dat elk jaar 44% van de slachtoffers naar het buitenland wordt getransporteerd en omgekeerd komt er een even grote groep voor terug, dan kun je bij het resultaat nog een X * Y * 44/100 optellen. Dan kun je de schatting van 2047 eenvoudig oprekken naar 2600 (±540).
 
Natuurlijk zijn deze schattingen maar een "educated guess". Als je veronderstelt dat een slachtoffer gemiddeld 3 maanden wordt uitgebuit dan verandert de schatting naar 200 op elk moment en 1300 op jaarbasis. Ga je uit van 2 jaar gemiddeld dan kom je op een schatting van 1600 op elk moment en 3100 op jaarbasis. Ga je er dan ook nog vanuit dat 10% van de slachtoffers uiteindelijk aangifte doet dan kom je op 4000 op elk moment en 8000 op jaarbasis. En als je uitgaat van 5% dan wordt het 8000 op elk moment en 16000 op jaarbasis.
 
Maar zelfs als je het aantal slachtoffers van vrouwenhandel zou kunnen uitrekenen dan moet je beseffen dat het aannemelijk is dat er een geleidelijke overgang is tussen een situatie van mensenhandel en vrijwillige prostitutie. Dus als je zou kunnen zeggen dat bijvoorbeeld "10 procent" van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel, wil dat nog niet zeggen dat 90 procent vrijwillig in de prostitutie zit. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat veel prostituees een groot percentage van hun inkomsten af moeten staan aan hun pooiers, en zelf weinig overhouden, maar toch "kiezen" om in zo'n situatie te leven omdat ze in hun thuisland in een nog veel slechtere situatie zouden hebben gezeten. Bijvoorbeeld in het rapport "Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de Nederlandse prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" door Goderie, Spierings en ter Woerds uit 2002 staat op pagina 59:
Er lijkt sprake te zijn van een soort schaal die loopt van ernstige vormen van mensenhandel (grove misleiding en ernstige vormen van geweld) tot lichte vormen die bijna onder mensensmokkel vallen, ware het niet dat het werk in de prostitutie betreft. Prostituees van buiten de EU voelen zich zelf in dat laatste geval niet per definitie slachtoffer van mensenhandel. Het werk in de prostitutie in Nederland kan ook een beredeneerde keuze zijn. Het kan zelfs een emancipatoire keuze zijn (economische zelfstandigheid, geslachtsverandering transseksuelen, ). Er zijn grote individuele verschillen in de situatie waarin prostituees verkeren en in de mate van misleiding, geweld en dwang waarmee zij geconfronteerd worden.
Zelf heb ik meer pogingen gewaagd om uit te rekenen hoeveel of hoeveel procent van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel. Het is me nooit gelukt. Wat me wel opvalt is dat nationaliteiten die zo goed opvallen op lijsten van de Stichting Tegen Vrouwenhandel (zie www.mensenhandel.nl), vaak relatief zeldzaam zijn onder prostituees in het algemeen. Dat weet ik door een onderzoek door EUROPAP ('Prostitutie in Nederland', uit 1999) en een telling van mezelf op hookers.nl. Ik schat dat van alle prostituees bijvoorbeeld iets van 1,5 procent Bulgaars is (1,54 met een foutwaarde van 0,37). Maar op de lijsten van de STV is dat iets van 1 op de 8. Als je er bijvoorbeeld vanuit zou gaan dat alle Bulgaarse prostituees slachtoffer zijn van mensenhandel, en je veronderstelt dat alle statistieken goed representatief zijn, dan is hooguit iets van 12% (foutwaarde 3%) van de prostituees slachtoffer van mensenhandel. Maar het is nog maar de vraag of alle statistiekjes die ik bijelkaar heb weten te sprokkelen ook écht representatief zijn. Het is moeilijk om erachter te komen. Aannemelijk is dat alleen de ergste gevallen worden aangemeld bij de STV, de minder erge gevallen kunnen wel eens hele andere nationaliteiten hebben dan de ergste. En het zou kunnen zijn dat Bulgaarse prostituees hun nationaliteit niet prijsgeven (noemen zichzelf misschien Italiaans of Grieks, bijvoorbeeld ongeveer 1% van de prostituees noemt zich Italiaans, mogelijk is een deel hiervan Bulgaars). Turkse koffiehuizen en animeerbars worden trouwens ook niet beschreven op hookers.nl en daar zouden veel Bulgaarse vrouwen werken (zie het rapport "Prostitutie in Rotterdam" door Boutellier, Goderie, Dekker en ter Woerds uit 2007 op pagina 71 en 72).
 
Ook bij Afrikaanse prostituees is het zo dat er relatief weinig van zijn in Nederland. Terwijl in de statistieken van de STV zo'n 25-33% van de slachtoffers Afrikaanse is. Bovendien zijn zoals ik het kan overzien de meeste Afrikaanse prostituees Ghanees, terwijl die groep juist relatief weinig wordt geregistreerd bij de stichting tegen vrouwenhandel. Grappig is dat dit al een tijdje zo is dat 25-33% van de geregistreerde slachtoffers Afrikaans is, en dat terwijl het aantal Afrikaanse prostituees sinds eind jaren negentig fors is teruggelopen. In 1998/1999 waren het er nog 13 procent van het totaal aantal prostituees. Dat is nu nog maar een paar procenten als ik de recensies op hookers.nl bekijk en ook nog eens afga op een aantal ooggetuigeverslagen van klanten. Ook Tom Marfo van CARF zegt dat het aantal flink is teruggelopen. Grappig is dat het percentage Afrikaanse slachtoffers in de statistieken van de STV dus min of meer gelijk is gebleven. Ik vraag me af hoe dat komt. Is vrouwenhandel in het geheel teruggelopen? Wat ook zou kunnen is dat Afrikaanse prostituees die in 2001/2002 nog slachtoffer waren pas gemeld werden in 2003/2004/2005 en dat het daardoor lijkt dat er in die jaren veel Afrikaanse slachtoffers waren.
 
Zie hier het artikel over Tom Marfo waar hij dit zegt over de Afrikaanse prostituees:
Volgens de pastor werkten in 2001 en 2002 ongeveer 3000 Afrikaanse meisjes in de Amsterdamse prostitutie. [PS: dat geloof ik niet - K2] ''Als je bij het ochtendgloren op het Centraal Station bij de metro kwam, zag je honderden Afrikaanse meisjes die allemaal vanaf de Wallen kwamen en op weg waren naar hun verblijfplaats in de Bijlmer.'' Mede door de keiharde strijd van de Ghanese pastor, die vanuit zijn organisatie Christian Aid and Resource Foundation (CARF) allerlei projecten heeft opgezet om deze vrouwen op te vangen, is dit aantal geslonken tot ongeveer 250. Maar ook strengere politiecontroles en de ingezakte economie hebben een rol gespeeld, want er viel ineens niet meer zoveel te verdienen als in de jaren negentig.
Volgens een paar klanten van prostituees die ik heb gesproken concentreren Afrikaanse prostituees op de Wallen zich vooral op het Oudekerksplein en zijn het er inderdaad niet zoveel (meer).
 
Het enige duidelijke percentage over het aantal slachtoffers van vrouwenhandel die ik heb gezien is van het Scharlaken Koord. Zij hebben in 2002 een telling gehouden en kwamen uit op:
Uit het donker opgelicht (manifest van een aantal Christelijke hulporganisaties)
(...) van de 892 contacten van Scharlaken Koord met prostituees in 2002 gaven er slechts 19 (dus 97% betaalt geen belasting) aan belasting te betalen of de bereidheid aan om te betalen als ze voldoende verdiend hadden. Meer dan 450 vrouwen hadden zelf geen zeggenschap over hun verdiende geld. Alles droegen zij af aan hun pooier dan wel loverboy.
Als dat waar is dat de helft (450/892) van de prostituees (op de Wallen, het Scharlaken Koord is overwegend daar actief) alles afdraagt aan haar pooier dan kan ik alleen maar concluderen dat minstens de helft van deze vrouwen slachtoffer is van mensenhandel (volgens mijn eigen definitie). Maar dat is alleen voor de periode 2002 en alleen (voor het overgrote deel) op de Wallen. Maar als dit nu nog steeds zo zou zijn dan kun je ervan uitgaan dat dit ook zo is bij veel prostituees die in andere raamgebieden en andere sectoren werken; er wordt immers ook vastgesteld dat naast de raamprostitutie ook veel slachtoffers van mensenhandel in clubs werken of in de escort. Alleen vraag ik me af hoe het Scharlaken Koord aan haar getallen komt, ze noemen geen methodiek. Wat ik weet is dat prostituees niet zo snel dat soort details aan vreemden zullen onthullen. Ook neem ik aan dat het Scharlaken Koord met veel prostituees slechts een paar minuten contact heeft. Zo'n groot percentage dat aan het Scharlaken Koord onthult dat ze alles aan haar pooier afdraagt vind ik daarom heel opmerkelijk.
 
Als je weet dat ongeveer 20% van alle prostituees achter de ramen werkt (zie mobiliteit in de Nederlandse prostitutie), en je veronderstelt dat het getal 20% (uit 1998/1999) ook geldt voor 2002, en je veronderstelt dat voor alle raamprostituees geldt dat minstens de helft alles afdraagt aan haar pooier, dan kom je al op een percentage van 10% en dat is al bijna de 12% die ik eerder schatte. Zou het dan zo zijn dan het overgrote deel van de "slachtoffers van mensenhandel" achter de ramen werkt? (later zullen we zien dat dit niet zo is, waarschijnlijk werken de meeste slachtoffers van mensenhandel niet achter de ramen, sterker nog, er lijkt geen verschil tussen de verschillende sector wat betreft mensenhandel)
  
Op zich hoeft er geen paradox te zijn. Wat zou kunnen is dat sinds prositutie is gelegaliseerd (in 2000) dat veel prostituees die in de raamprostitutie werkten zijn gaan werken in het illegale circuit (dat wordt vaak beweerd). Die 20% die in de raamprostitutie zou werken (de schatting is uit 1998/1998) zou in 2002 veel lager kunnen zijn. Misschien wel iets van 10 of 15 procent. Ook valt het mij op dat (als ik recensies op hookers.nl bekijk) dat prostituees op de Wallen vaak wat jonger zijn gemiddeld dan in andere raamgebieden, wat zou kunnen betekenen dat slachtoffers van vrouwenhandel op de Wallen oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van andere raamgebieden. Aan de andere kant kunnen veel slachtoffers die ook in de raamprostitutie hebben gewerkt ook in andere sectoren hebben gewerkt, wat de schatting weer wat hoger kan doen uitkomen.
 
vervolg:
 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl