kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
deel 4 (over de sectoren waar mensenhandelaren actief zijn)
 
 
 
Mensenhandelaren en loverboys lijken een voorkeur te hebben voor raamprostitutie als je de opsporingsonderzoeken naar mensenhandel bekijkt. Qua omvang lijkt de mensenhandel in clubs en privé-huizen ongeveer even groot als in de raamprostitutie. Aangezien het aantal vrouwen dat in clubs en privé-huizen werkt 2 à 3 keer zo groot is als in de raamprostitutie, zou je dus kunnen denken (als alles representatief is) dat mensenhandel in clubs, privé-huizen en escortbedrijven in verhouding dus ongeveer een factor 2 à 3 keer kleiner is. Zie de De vierde rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel op pagina 21 tabel 3.11, daar zie je hoe opsporingsonderzoeken naar mensenhandel zich verdelen over de verschillende sectoren, alleen helaas niet hoe het per sector over het legale en illegale circuit verdeeld is. Voor de periode 2000-2003 is de verdeling ongeveer zo:
 
44% (ook) in de raamprostitutie
48% (ook) in clubs/bordelen
17% (ook) in de Escort
21% (ook) in de straatprostutitie
3% (ook) overig (Turkse koffiehuizen en schoonheidsalons)
 
Per jaartal
 
2000
2001
2002
2003
raamprostitutie
15 (60% ±19%)
22 (46% ±14%)
26 (47% ±13%)
11 (26% ±13%)
clubs/bordelen
11 (44% ±19%)
28 (58% ±14%)
30 (55% ±13%)
13 (31% ±14%)
Escort
1 (4% ±8%)
10 (21% ±11%)
10 (18% ±10%)
8 (19% ±12%)
Straatprostitutie
5 (20% ±16%)
7 (15% ±10%)
12 (22% ±11%)
11 (26% ±13%)
Overige
-
 
2 (4% ±5%)
3 (7% ±8%)
aantal opsporings-onderzoeken
25
48
55
42
 
Er moet worden opgemerkt dat zij tot de clubs/bordelen niet massagesalons rekenen. In het jaar 2002 is (slechts) één massagesalon genoemd (onder de noemer "overig"), in andere jaren worden massagesalons niet genoemd. Er zijn daarentegen veel massagesalons in Nederland. Zou je dan tot de conclusie kunnen komen dat er kennelijk weinig mensenhandel plaatsvindt in massagesalons?
 
Ook lijkt het zo dat er qua vrouwenhandel een langzame verschuiving is van de raamprostitutie en clubs richting andere vormen van prostitutie. Er moet wel bij gezegd dat de steekproefjes per jaar best klein zijn, en daarom zijn de verschillen niet significant, behalve als je het jaar 2003 vergelijkt met de voorgaande jaren.
 
Helaas zijn de cijfers van de opsporingsonderzoeken van tot en met 2003, latere cijfers zijn er niet. Pas sinds kort is de Stichting Tegen Vrouwenhandel gaan registreren in welke sectoren de slachtoffers hebben gewerkt, cijfers voor 2006 zijn beschikbaar. In die cijfers is de raamprostitutie juist veel minder sterk vertegenwoordigd dan clubs en privéhuizen (zie www.mensenhandel.nl). Hier is juist de mensenhandel in clubs en privéhuizen 2,6 keer zo groot als achter de ramen (zoals waarschijnlijk bij prostitutie in het algemeen!). De volgende cijfers heb ik overgenomen van één van hun tussenrapportages, in de laatste kolom hebben de percentages alleen betrekking op de prostitutie (dus dan tellen de percentages in dat kolom op ~100%).
 
Meest voorkomende gewerkte sectoren
2006
%
% (alleen de groep waarvan bekend is dat het slachtoffer in de prostitutie heeft gewerkt)
Bordeel/club
124
21,5
39,9
Raamprostitutie
66
11,5
21,2
Privehuis
47
8,1
15,1
Straatprostitutie
44
7,6
14,1
Escort
30
5,2
9,6
 
De overige 46,3% werkte in andere sectoren dan de prostitutie (5,5%) of er werd waarschijnlijk niet achterhaald in welke sector het slachtoffer werkte, de STV is er niet duidelijk over. De nationaal rapporteur mensenhandel noemt in haar vijfde rapportage (op pagina 70) dat de STV ook registreert dat gedwongen prostituees in de privé-ontvangst werken. In het jaar 2005 zou dat er van 424 geregistreerde cliënten 8 (2%) zijn geweest, 167 (39%) zouden er niet in hebben gewerkt van 249 (59%) is het onbekend.
 
Vergelijk de verdeling van slachtoffers van vrouwenhandel over de verschillende sectoren met de verdeling van prostituees in het algemeen over de verschillende sectoren (over 18 Nederlandse steden, dus eigenlijk niet over heel Nederland):
(zie mobiliteit in de Nederlandse prostitutie uit 1998/1999 door Lucie van Mens)
20% raamprostitutie
45% clubs/bordelen
15% escort
5% straat
5% thuis/privé-ontvangst
10% overig (waaronder massagesalons, sexbioscopen.. etc....)
 
Er zijn waarschijnlijk wel wat verschuivingen geweest sinds de legalisering in 2000. Waarschijnlijk werken er sindsdien minder prostituees in de raamprostitutie en clubs/bordelen en werken er nu meer in de escort, in de privé-ontvangst en in massagesalons. Maar als je de statistieken met elkaar vergelijkt dan valt de over-vertegenwoordiging op van de vrouwenhandel in de raamprostitutie (en trouwens ook de straatprostitutie).
 
Ik denk dat de statistieken van de opsporingsonderzoeken wel betrekking hebben op een kleine groep binnen de totale groep slachtoffers van mensenhandel. Het valt me op dat wanneer slachtoffers van mensenhandel geïnterviewd worden zij vaak aangeven dat ze niet wisten dat ze als prostituee zouden werken. In werkelijkheid is het waarschijnlijk zo dat prostituees die in een situatie van uitbuiting zitten (en dus slachtoffer van mensenhandel zijn) meestal wel degelijk weten dat zij als prostituee zouden werken.
 
Op pagina 18 voetnoot 18 van de vierde rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel zie je hoe de succesvol afgesloten opsporingsonderzoeken (over 2002 en 2003) zijn verdeeld over de legale en illegale seksbedrijven, alleen dan niet per sector:
Bij de succesvol afgesloten opsporingsonderzoeken mensenhandel [in 2003] waren in totaal 54 seksbedrijven betrokken, waarvan 19 zonder vergunning. In 2002 waren dat er 140, waarvan 38 zonder vergunning.
In de derde rapportage van de nationaal rapporteur zie je hoe de opsporings-onderzoeken zijn verdeeld in 2002 over de verschillende seksbedrijven maar dan ook per sector, zie pagina 160 voetnoot 66:
(...) Voor het jaar 2002 is nagegaan hoe vaak dit gebeurde. In dat jaar waren bij 46 van de succesvol afgesloten opsporingsonderzoeken naar mensenhandel in totaal 140 prostitutiebedrijven betrokken.
[uit een voetnoot:'In de overige negen opsporingsonderzoeken naar mensenhandel waren geen prostitutiebedrijven betrokken, maar ging het bijvoorbeeld om straatprostitutie.']
Van deze 140 bedrijven hadden er 38 (27%) geen vergunning (deels omdat sommige gemeenten het vergunningenstelsel nog niet op orde hebben).
[uit voetnoot 66:'De indeling van deze bedrijven naar prostitutiebranche is als volgt: 69 clubs, waarvan 16 (23%) zonder vergunning, 52 raambordelen, waarvan 12 (23%) zonder vergunning, 12 escortbedrijven, waarvan 6 (50%) zonder vergunning en 4 overige bedrijven zonder vergunning (in alle gevallen Turkse koffiehuizen). Van 9 prostitutiebedrijven (4 clubs, 3 raambordelen en 2 escortbedrijven) is onbekend of ze in het bezit waren van een vergunning.']
De mate van onvergund zijn verschilt dus niet zo gek veel per sector (behalve de escort). Opmerkelijk overigens dat in 2002 ook nog veel raambedrijven onvergund waren (ik had altijd gedacht dat dit allemaal wel op orde was.) Nu is het onduidelijk hoe het zit op dit moment. Er zijn berichten dat het overgrote deel van de bordelen nu wel vergund is. Vlak na de legalisering van prostitutie (in 2000) waren de gemeentes nog volop bezig met vergunnen en in 2003 waren ze misschien nog lang niet klaar, vandaar dus dat veel prostitutie-bedrijven in de opsporings-onderzoeken misschien nog niet vergund zijn.
 
In 2006 hebben twee verschillende onderzoeken plaatsgevonden naar illegale prostitutie. Eén vond plaats in Rotterdam en in de andere werd heel Nederland onderzocht (maar niet Rotterdam). Het zijn deze rapporten:
-Verboden Bordelen (S. Biesma, R. van der Stoep, N. Haayer en B. Bieleman, 2006)
-Prostitutie in Rotterdam (Goderie en Boutellier, 2006)
De conclusies in deze twee rapporten zijn geheel tegendraads. In de studie in Rotterdam wordt de conclusie getrokken dat het grootste deel van de prostitutie onvergund is. In de studie over de 'verboden bordelen' wordt juist geconcludeerd dat het illegale circuit juist grotendeels niet bestaat (zie pagina 103). Nu heb ik wel kritiek op beide rapporten. In het rapporten over de 'verboden bordelen' wordt de conclusie grotendeels getrokken aan de hand van wat bekend is over bordelen die adverteren (zie pagina 98). Die blijken voor het overgrote deel vergund te zijn, dus is er geen groot illegaal circuit (maar misschien dat veel illegale bordelen wel helemaal niet adverteren?!). In het rapport over de 'prostitutie in Rotterdam' wordt eigenlijk helemaal niet duidelijk gemaakt waarom de schrijvers denken dat het illegale circuit er groter is dan het legale, ze stellen het gewoon. En dat terwijl ze redelijk duidelijk kunnen maken hoeveel prostituees in het legale circuit werken doen ze dat niet voor het illegale circuit.
 
Volgens de VER (Vereniging Exploitanten Relax-bedrijven) werkt de helft van de prostituees in het illegale circuit:
De VER-directeur schat dat er in Nederland in 2005 ongeveer zes miljoen bezoekjes aan prostituees zijn geweest. Dat aantal is de laatste jaren redelijk stabiel. De helft van de klanten bezoekt een legaal bordeel; de andere helft komt in het „duistere” circuit aan zijn trekken en dat aandeel groeit volgens hem gestaag.
Maar ik heb het idee dat de VER een schatting heeft gemaakt van het aantal prostituees in de legale seksbedrijven en die heeft vergeleken met het aantal prostituees dat in heel Nederland "zouden" moeten werken.
 
Ik zou nu willen uitmaken of gedwongen prostitutie zich meer afspeelt in het legale of juist het illegale circuit. Ik wil dat doen door de gegevens over hoe gedwongen prostitutie zich verdeelt over het legale en illegale circuit te leggen naast hoe prostitutie zich in het algemeen verdeelt over het legale en illegale circuit. Maar als niet bekend is hoe groot het illegale circuit is dan is het dus eigenlijk heel lastig uit te maken. En het kan in principe ook zo zijn dat bijvoorbeeld legale prostitutie-bedrijven sterk naar voren komen in de opsporingsonderzoeken domweg omdat die het meeste gecontroleerd worden. Ik zal het proberen uit te zoeken.
 
In de periode 2001-2003 is 20% van de opsporingsonderzoeken gestart door een controle, en 80% niet (zie in de vierde rapportage op pagina 14, tabel 3.2). Het moet wel gezegd worden dat 14% van de onderzoeken wordt gestart door andere politieonderzoeken waarvan een deel weer gestart kan zijn door een controle, dus die 20% zou je kunnen optrekken tot 20%/[1-14/100]=~23%. Maar, je kunt dus niet zeggen dat het feit dat zo veel vergunde seksbedrijven in de onderzoeken naar voren komen veroorzaakt wordt omdat die zo vaak gecontroleerd worden.
Dan komt de vraag in welke bedrijven de politie controleert. Zijn dat ook de illegale bedrijven? Of is dat alleen in de legale bedrijven? Volgens het rapport Evaluatie Rotterdams Prostitutiebeleid (2004) is dat in ieder geval in Rotterdam wel zo (pagina 15):
In het evaluatierapport wordt geconstateerd dat de politie zich in het kader van bestuurlijke handhaving vooral bezig houdt met controles in de gereguleerde sector.
Waarschijnlijk is het dus wel zo dat het legale circuit in de opsporingsonderzoeken wat ondervertegenwoordigd is, maar niet in belangrijke mate. Maar het is moeilijk te zeggen ook omdat deze data verouderd is, misschien dat in de toekomst blijkt dat een aantal bordelen waar veel mensenhandel plaatsvindt inmiddels ook vergund zijn.
 
Die informatie over mensenhandel verspreid over de sectoren kun je leggen naast hoe prostituees zijn verdeeld over alle sectoren, zie "mobiliteit in de Nederlandse prostitutie" (1999, Lucie van Mens)op pagina 9. Het probleem is dus dat er geen verdeling bekend is over de verdeling over legale en illegale seksbedrijven, maar ik zal zelf toch een poging wagen. Een hint geeft "Handhaving prostitutiebranche door prostitutiebranche door Politiekorpsen, Belastingsdienst, Arbeidsinspectie en UWV/GAK"(2002) op pagina 24. Het geeft het aantal seksbedrijven in 2002 dat staat ingeschreven bij de belastingdienst over verschillende sectoren. Het lijkt dat vooral escortbedrijven ontbreken, er staan 126 escortbedrijven ingeschreven, maar ik heb er op internet meer dan 200 geteld (eind 2005). Er staan 679 clubs, privé-huizen en massagesalons ingeschreven. Hier heb ik geen idee hoeveel het er in totaal moeten zijn, dus ik weet ook niet hoeveel er illegaal zijn. Zie het TAMPEP 6 rapport uit 2002 op pagina 136. Dat aantal wordt geschat op tussen de 600 en 700, van dezelfde orde van grote als het aantal vergunde bordelen, dus je weet niks over het aantal onvergunde bordelen. Het aantal escortbedrijven wordt geschat op 260. Dat betekent dat dus de helft van de escortbedrijven ontbreekt. Wellicht dat dus de helft van de escortbedrijven illegaal is? Van dat kleine steekproefje van 12 escortbedrijven dat betrokken was bij mensenhandel was ook ongeveer de helft illegaal, maar dat is niet significant.
 
Voor de gemeente Rotterdam bestaat er een ruwe schatting hoeveel clubs illegaal zijn, zie:
Er is in dit rapport een steek proekproef (zie pagina 30) van 53 bordelen in Rotterdam die duidelijk clubs en massagesalons (of SM) zijn, waarvan er 6 niet zijn vergund. Dat is ongeveer 1 op de 6. Het is de enige steekproef van die soort die ik heb opgemerkt. Zelf heb ik namelijk geen lijst van alle vergunde bordelen en het is irritant dat die niet bestaat want dan had ik zelf ook zo'n steekproef kunnen houden (volgens het rapport over de "Verboden Bordelen" is het overgrote deel van de bordelen in 2006 vergund). In Rotterdam als geheel zijn er op dit moment (in 2006) 64 vergunde bordelen. Zie:
Ik heb zelf een lijst met 85 bordelen in Rotterdam, maar ik twijfel of een aantal daarvan nog wel bestaan. Het is heel moeilijk te achterhalen. Maar het zou betekenen dat een kwart van de bordelen in Rotterdam niet vergund is. Als de situatie in Rotterdam vergelijkbaar is in heel Nederland dan zou dat betekenen dat 11-25% (gokje) van de bordelen niet vergund is.
Over Amsterdam is bekend dat er 30 vergunde bordelen zijn (in 2006), zie het rapport Verboden Bordelen (S. Biesma, R. van der Stoep, N. Haayer en B. Bieleman, 2006) op pagina's 34-35. (Er zijn ook 25 erotische massagesalons in Amsterdam volgens het rapport, waarvan 8 staan geregistreerd als vergund bordeel.) Daarentegen heb ik een lijst met 59 bordelen in Amsterdam!!!! Dat zou betekenen dat bijna de helft van de bordelen in Amsterdam niet vergund is!!!! Maar opnieuw, er moet bij gezegd dat ik niet weet of die bordelen nog wel bestaan en dat volgens het onderzoek over de Verboden Bordelen de bordelen grotendeels gewoon vergund zijn.
Maar als mijn eigen speurwerk klopt over het percentage van de bordelen dat niet vergund is en je vergelijkt die informatie met het gegeven dat ongeveer 23% van de mensenhandel (in opsporingsonderzoeken) in clubs (, privé-huizen en massagesalons) in het onvergunde gedeelte plaatsvindt, dan concludeer ik dat er geen aantoonbaar bewijs is dat mensenhandel in het illegale circuit meer zou voorkomen dan in het legale. Het maakt waarschijnlijk niet zoveel uit. Niet dat het voor klanten uitmaakt want het is voor klanten heel moeilijk te bepalen of het bordeel dat hij bezoekt eigenlijk wel vergund is. De gemeentes scheppen ook geen duidelijkheid. In kranten staan weleens KVK- of BTW-nummers bij seksbedrijven, maar dat wil niet zeggen dat ze ook een exploitatievergunning hebben voor seksbedrijven (maar dit zou volgens het rapport over de Verboden Bordelen niet veel uit moeten maken omdat de bordelen die er zijn vaak keurig netjes vergund zijn).
Verder wil ik nog benadrukken dat ik een onderzoekje heb gedaan in kranten, in boeken en op forums (zie Casussen) om te kijken in welke type seksbedrijven slachtoffers van mensenhandel worden geëxploiteerd. Die verdeling over de verschillende sectoren komt heel aardig overeen met zoals die naar voren komen in de opsporingsonderzoeken mensenhandel die ik hierboven noemde. Ik neem dus aan dat die verdeling dus redelijk representatief is en ik geloof niet in een groot geheimzinnig illegaal circuit waar de politie en journalisten niet bij kunnen.
 
***
 
Je kunt het ook over een andere boeg gooier. Over de raamprostitutie is in vergelijking met andere sectoren van de prostitutie veel bekend, ook wat betreft mensenhandel. In deel 9 heb ik veel sterke aanwijzingen verzameld dat in ieder geval in die sector veel gedwongen prostitutie plaatsvindt. Combineer dat met de verdeling van vrouwenhandel over de verschillende sectoren zoals die naar voren komt in de opsporingsonderzoeken en de statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel en je moet ook wel tot de conclusie komen dat het in de andere prostitutie-sectoren naast de raamprositutie ook wel heel erg gesteld moet zijn. Kennelijk is het een algemeen probleem. Een kanttekening is dat de slachtoffers van vrouwenhandel zoals die naar voren komen in de opsporingsonderzoeken en bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel waarschijnlijk maar een klein deel vertegenwoordigen van "de slachtoffers van vrouwenhandel".
 
***
 
Volgens Bovenkerk zijn souteneurs en mensenhandelaren nauwelijks actief buiten de raamprostitutie. Hij zegt dat in zijn rapport:
De zegsman van de clubs heeft overigens met zijn verwijzing naar de raamprostitutie volkomen gelijk. Weliswaar zijn in alle sectoren van de prostitutie wel meisjes aan te treffen die voor souteneurs werken, ook al vinden onderzoekers in de escortbranche of in andere sectoren ze nauwelijks (vergelijk de teleurstellende opbrengst van zulke pogingen over de escortbranche in Amsterdam van Eijsink-Smeets en Etman, 2000 en Goderie, Spierings en ter Woerds, 2002, over de prostitutie van minderjarigen na opheffing van het bordeelverbod), maar zowel de zogenaamde souteneurs zelf die we spraken als de meisjes verwijzen in de eerste plaats naar de ramen. Voor onderzoek heeft deze sector het voordeel dat ze gemakkelijk toegankelijk is.
Bovenkerk verwijst naar twee rapporten waaruit dat zou moeten blijken. Eéntje is deze van Goderie, Spierings en ter Woerds:
In dit rapport staat overigens dat:
Ook onvrijwilligheid hebben we in verschillende verschijningsvormen en in meerdere variaties (ernstige en minder ernstige vormen) gezien. We hebben hierbij de indruk dat de meest ernstige vormen van onvrijwilligheid in de escort en in de straatprostitutie voorkomen.
Dat andere rapport van Eijsink-Smeets en Etman (ES&E) heb ik gelezen. Het is dit rapport:
Escort in Amsterdam: een onderzoek naar aard en omvang van escortservices in de gemeente Amsterdam
Auteur(s): Klerks, P.; Naber, P.; Werf, J. van der,
Uitgeverij: Gemeente Amsterdam, Dienst Binnenstad, ESE, Den Haag, 2000
 
Als Bovenkerk gelijk zou hebben dan is de boodschap voor klanten duidelijk: vermijd de raamprostitutie. Overigens twijfel ik ernstig aan wat Bovenkerk zegt omdat de onderzoekers in de rapporten waar hij naar verwijst afgaan op verklaringen van prostituees zelf. Slachtoffers van mensenhandel zullen zelden zomaar aan onderzoekers toegeven dat ze slachtoffer zijn van mensenhandel (al kun je natuurlijk afvragen waarom ze dat bij hulpverleners als het Scharlaken Koord en TAMPEP wel doen, jawel.... de redenering loopt spaak..... onderzoek nog in ontwikkeling). In het onderzoek van Goderie, Spierings en ter Woerds ("Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod", 2002) kun je ook lezen dat de Oost-Europese raamprostituees (in Groningen) die ze interviewden stellig ontkenden gedwongen te zijn (pagina 22).
Wanneer we de prostituees vragen of ze wel eens te maken hebben met vervelende, agressieve klanten vertellen ze dat er op straat bepaalde mannen rondlopen, die de vrouwen in dergelijke gevallen helpen. Het zijn aardige mannen, die ook belasting betalen, zo vertellen zij ter geruststelling. De geïnterviewde vrouwen geven allemaal aan dat het werk hun eigen keuze is. Ze werken voor het geld waarmee ze thuis in Rusland, Bulgarije of elders dingen kunnen doen.
Maar eerder zagen de onderzoekers dat (pagina 22):
(...) al lopend door de straat, dat er een man rondliep die de kamers langsging en daar met een notitieboekje in de hand geld inde. Een aantal geïnterviewden vermoedt dat er sprake is van pooiers, maar dan meer in de vorm van loopjongens waarachter een organisatie zit van enkele grote criminelen. Er wordt gesproken over Joegoslavische en Bulgaarse criminele netwerken.
Het probleem is dat je in de clubs en in de escort de pooiers niet zo duidelijk kan observeren (maar dat wil niet zeggen dat ze daar niet zitten). Bovendien duiken clubs en de escort vaak juist wel op in de opsporingsonderzoeken naar mensenhandel en de statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel (zie die rapporten die ik eerder noemde).
 
En in het rapport "Escort in Amsterdam" worden maar 10 vrouwelijke prostituees geïnterviewd (naast ook wat mannelijke en transseksuele prostituees), dat is niet echt een grote steekproef. En een deel van deze vrouwelijke prostituees zijn zelfs door exploitanten zelf naar voren geschoven. Het lijkt mij niet logisch dat die exploitanten een slachtoffer van mensenhandel aanwijzen om geïnterviewd te worden.
 
***
 
Opmerkelijk: er is in een rapport naar prostituees en exploitanten gevraagd hoe groot zij gedwongen prostitutie inschatten. Zie:
Sociale positie van prostituees (een jaar na de wetswijziging, 2002, op pagina 27, 28 en 29)
 
Er werden geen grote verschillen gevonden qua antwoorden tussen verschillende prostitutie-sectoren. Dat is opmerkelijk. Je zou verwachten dat raamprostitutie dan goed naar voor zou moeten komen. Dat is dus niet zo. Wat ook opmerkelijk is dat de onderzoekers massagesalons als een aparte sector benoemen. Ook daar werden dus geen verschillen gevonden met de andere sectoren. En dat terwijl massagesalons in de politieonderzoeken naar mensenhandel nauwelijks opduiken. Er moet wel gezegd worden dat de steekproefjes per prostitutiesector niet zo groot zijn. Er werden 230 (vrouwelijke) prostituees geïnterviewd. Daarvan waren er ongeveer (er worden alleen percentages genoemd, zie tabel 5 op pagina 11) 30 raamprostituee, ongeveer 71 club-prostituee, ongeveer 76-privéhuis-prostituee, ongeveer 23 escort-prostituee, ongeveer 23-massagesalon prostituee en ongeveer 5 werkten er thuis. Wat ook moet worden gezegd is dat gevraagd naar hoe de prostituees de exploitanten de situatie inschatten in de bedrijven die ze kennen. Voor prostituees die in massagesalons zouden dat ook raambordelen kunnen zijn.
 
Volgens dit rapport zegt 9% dat dwang onder hun collega's vaak voorkomt (25% zegt soms, 30% zegt nooit en 36% weet niet), 16% zegt dat veel collega's hun verdiensten af moeten staan (32% zegt soms, 22% zegt nooit en 31% weet niet) en 18% zegt dat veel hun collega's een vriend hebben die zich bemoeit met hun werk (38% zegt soms, 18% zegt nooit en 26% weet niet). Ook in dit rapport ontkennen dus veel prostituees dat hun collega's gedwongen wordt, en dit percentage verschilt dus per prostitutiesector niet significant. Dus ook veel raamprostituees ontkennen dat een aantal van hun collega's gedwongen worden. Ik heb zelf ook een prostituee (via internet) gesproken die als raamprostituee werkte en zei nooit iets gemerkt te hebben van gedwongen prostitutie. Ook op een prostituee op een forum liet dat merken. Dat is opmerkelijk. Het is namelijk zo dat loverboys en mensenhandelaren zeer duidelijk aanwezig zijn in de raamgebieden en vaak ook de zelfstandig werkende prostitutees bedreigen en lastigvallen. Vaak oefenen zij ook openlijk geweld uit op de prostituees die voor hen werken. Ik vind het namelijk des te opmerkelijk dat veel raamprostituees dit toch ontkennen terwijl zij dit zouden moeten zien en merken. Zouden ze ergens bang voor zijn? Of proberen zij hun beroep niet in een al te kwaad daglicht te stellen tegenover de buitenwereld?
Zie over het geweld binnen de raamprostitutie:
Er gaat iets veranderen in de prostitutie (2000, Ine Vanwesenbeeck, Liesbeth Venicz) 
Pooiergeweld lijkt een belangrijke, zo niet overheersende rol te spelen in veel raamprostitutiestraten. "Zeker drie maal in de week krijgt er hier in de straat wel een meisje een tik van een vriendje of wordt door hem met de dood bedreigd", meldt een raamprostituee. Respondenten die in het raam werken, kunnen soms niet eens meer aangeven hoe vaak zoiets in het afgelopen half jaar in hun omgeving is gebeurd. Het geweld van pooiers tegen de prostituees die voor hen werken is structureel en heftig: "Er is een meisje neergestoken de laatste tijd. Een ander is door haar ex gepenetreerd met een pistool." Prostituees die met hun pooiers hebben gebroken worden vaak nog langdurig lastig gevallen door hun ex-vriendjes. "Mijn ex sloot me op in mijn werkkamer. Hij heeft me geslagen, me gebeten. Hij heeft een vaas kapot geslagen en me bedreigd met de glasscherven. En hij heeft al mijn geld af gepakt", vertelt een raamprostituee die zich nog maar kort geleden aan haar pooier heeft ontworsteld.
 
De jonge pooiers die zeer zichtbaar in de straat rondhangen zijn zeer bepalend voor de sfeer in veel raamstraten en vallen ook prostituees lastig die niet voor hen werken: "Als je geen vriend hebt, of geen vriend waarvoor zij respect hebben, dan heb je voortdurend last van jongens die willen dat je voor ze komt werken. Ze gaan je dan echt treiteren. Ik heb nu zogenaamd verkering met een jongen die hier vaak in de straat is, daarom laten ze me met rust." Daarbij maakt 5,7% van de respondenten melding van steek- en schietpartijen tussen pooiers onderling.
zie vervolg:
 
 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl