kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
deel 3.1 (over Oost-Europese prostituees - deel 1)
 
vervolg van:
 
 
Slachtoffers van vrouwenhandel zoals die staan geregistreerd bij de STV komen opvallend vaak uit landen uit Oost-Europa. Jarenlang was ongeveer de helft van de geregistreerde (mogelijke) slachtoffers Oost-Europees. Uit rapporten en verhalen kun je afleiden dat heel veel Oost-Europese prostituees onder controle moeten staan van criminele pooiers. Volgens een aantal betrouwbare bronnen is dat zelfs het overgrote deel. Het gekke is wel dat Oost Europese slachtoffers van mensenhandel zoals ze staan geregistreerd bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel veel vaker Bulgaars of Roemeens zijn dan Pools en Tsjechisch. Oost-Europese prostituees komen juist vaak veel vaker uit Polen en Tsjechië dan uit Bulgarije en Roemenië (zie Onderzoek1.6), wat zou kunnen suggeren dat mensenhandel veel minder voorkomt onder Poolse en Tjechische prostituees, en dat veel Oost Europese prostituees dus geen slachtoffer zijn van mensenhandel. Vroeger kwam het wel veel voor onder Poolse prostituees (~1994), maar of het nu nog zo is? (dat zou kunnen volgens een recent rapport uit 2006!) Tsjechische prostituees waren toen weer heel zelfstandig.
Aan de andere kant kun je natuurlijk ook weer afvragen of de slachtoffers van vrouwenhandel zoals die staan geregistreerd bij de STV ook wel een representatief beeld geven van de slachtoffer van vrouwenhandel.
 
Ik zal nu een opsomming geven van bewijzen waarom ik denk dat het overgrote deel van de Oost Europese prostituees (en zijdelings ook Afrikaanse prostituees) slachtoffer is van mensenhandel. Ik ben niet selectief. Alle betrouwbare bronnen lijken dit te melden (goed, op een paar uitzonderingen na). Daar moet bij gezegd worden dat die vaak betrekking hebben op de raamprostitutie. Verhalen over buitenlandse slachtoffers van vrouwenhandel hebben daarentegen naast de raamprostitutie vaak ook betrekking op andere vormen van prostitutie (zoals clubs en privéhuizen), dus ik denk dat wat geldt met betrekking tot mensenhandel voor buitenlandse raamprostituees, min of meer ook geldt voor prostituees in andere vormen van prostitutie.
 
De Rode Draad over Oost-Europese prostituees:
Verschillende bronnen geven aan dat 90 procent van de Oost-Europese vrouwen die legaal in de prostitutie werken op de een of andere manier wordt afgeperst of uitgebuit. Het is de vraag of dit dan ook onder mensenhandel valt of alleen onder het delict afpersing. Dit treft ook vrouwen die alle verblijfsdocumenten op orde hebben.
Zie Rapport van TAMPEP (2000-2002) (TAMPEP is een Europese hulpverlenersorganisatie voor prostituees. Zij richten zich vooral op SOA-bestrijding. Zij verrichten veel veldwerk onder raamprostituees in Nederland)
The majority of the women are between 20 and 30 years old (with the exception of the women who work longer in prostitution). They are well educated; many of them have a professional secondary education and many of them used to work in their country in their profession before they set off to West.
They usually come from big towns.
Many of them are single mothers whose children are being brought up by their grandmothers during the mother’s absence. Almost all money they earn in prostitution is sent home in order to support the family. The women come from all levels of society. (...)
Ninety percent of the women from Central and Eastern Europe are - some way or the other - in the power of pimps, madams or traffickers. Many women accept it without much protest, but some of them want to change the situation. This means that the TAMPEP worker is regularly asked for advice on how to be liberated from the power of pimps. (...)
There are different shades of trafficking and levels of dependency of the women on the trafficker. Again, we cannot put all the women coming from Central and Eastern Europe in one category of poor victims who did not know what was happening to them. While most of women coming to the West know that that they will be working as prostitutes, they do not anticipate the human rights abuses that confront them upon arrival. The women are forced to work in appalling conditions and see little of the money they earn for their boss. Held often under constant control, the women have little or no control over when and how they work.
tampep newsletter 7 (April 2005)
Changes in the sex worker population
The population of sex workers hasn’t changed significantly last times. Still, the largest group of sex workers is composed by the migrants of whom some 70% are the women from Central and Eastern Europe. As the result of the enlargement of the EU, Bulgarian and Romanian women (who until then dominated in the group of CEE women) had to leave the country (or go into hiding). Their place is taken by growing numbers of women from Poland, Hungary and Baltic States. For many of these women work in prostitution is a life option: they regularly commute between the Netherlands and their country and they are very eager to learn more about the work in prostitution so that they can earn more money in a safe way. According to the women, work in prostitution is not so profitable as before as the number of clients diminished significantly as the result of introduction of euro. They state that they have to work now more hard and have longer working days. However, there are no signals that there is more work without a condom.
 
There are also some clandestine prostitution settings, where work the women who had to leave the official circuit. These women are in complete power of the owners of these illegal brothels and the pimps. There is still a big involvement of trafficking networks in prostitution who arrange EU passports, the passage to the Netherlands and introduction to prostitution scene. There are numerous women (usually Russian and Ukrainian) with arranged EU passport of the new EU country. Most appalling is the fact that even the women from the new EU countries who can easily establish themselves as self-employed workers still come with the help of an intermediary/pimp for whom they work and to whom they have to pay every day (big) amounts of money.
 
The mobility of the women has increased significantly. Due to the fact that the women (from new EU countries) can work freely and can choose the place they work, they are continuously on move while looking for new and better places to work. Some prostitution streets/towns that are known to be quiet and safe are used as a sort of “training camp” where women new to trade get affinity in prostitution so that they can move further to better places. Women are often moved by a pimp – if a woman does not earn enough money in one place, he places her in another prostitution place.
tampep newsletter 7 (nr.2, August 2006)
Position of sex workers in the official prostitution scene:
The women who work in the official prostitution scene are either Dutch nationals or aliens in possession of residence permit with permission to work or persons from the New EU countries who registered themselves in the Chamber of Commerce as self employed sex workers. Unfortunately, this last group of women, in spite of the fact that they can freely establish themselves as sex workers, still come with the help of the intermediaries with whom they have to share or give them all their earnings. There are also many women (Russian, Ukrainian, Albanian) whose work in the prostitution is being facilitated by international trafficking networks who supply the women with EU passports and control completely their situation and their earnings. (...)
Changes in the Sex Worker Population
The largest group of sex workers (about 70%) is still composed of women from CEE countries. Since the EU enlargement, more and more women from New EU countries are arriving in prostitution in the Netherlands. Last year the biggest group of newcomers have been from Hungary (often Roma) – they work in the window prostitution in most of the cities. The municipal policy with regard to their stay varies: in Amsterdam, they receive a permission for 3 months and after this they have to leave the town (or the country); in other towns they can stay as long as they want. They usually are in a position of dependency on third parties who organise their passage to the Netherlands and who strictly control the women. Another newcomers are the Bulgarian and Romanian women who used to work in the Netherlands before the EU enlargement and who had to leave the country in 2005. Having applied for and received from the Dutch Embassy the so-called MVV (promise to receive a (temporary) residence permit) they settle themselves in window prostitution. (...)
Op de website van de Rode Draad (www.rodedraad.nl) stond als reactie op het artikel van Menno Van Dongen in de Volkskrant (4 Mei 2007, 'Driekwart raamprostituees uitgebuit'):
Drie kwart van de prostituees op de Wallen zou onder de een of andere vorm van dwang werken. Wij zijn altijd huiverig voor het geven van percentages, maar we weten wel dat er veel mis is in de prostitutie. Wij weten dat in ieder geval veel Oost Europese prostituees onder toezicht van een pooier of een andere crimineel werken. Ook hebben wij twijfels over de zelfstandigheid van Afrikaanse prostituees. Wat wij eraan doen? Wij hebben informatie in vele talen voor vrouwen die hun situatie willen veranderen. We delen dat gemiddeld een keer in de maand uit. Wij zouden dat vaker willen doen, maar wij hebben beperkte middelen. Wij geven regelmatig signalen af van misstanden in de prostitutie en zijn ook een vraagbaar voor prostituees. (...)
Zie Onderzoeksrapport:Loverboys in Amsterdam van Bovenkerk (2004), over Oost-Europese prostituees op de Wallen:
Bij Oost Europese vrouwen zijn mannen op de achtergrond aanwezig die eerder als mensenhandelaar of controleur in dienst van de mensenhandelorganisatie functioneren. Toen een van ons samen met hulpverleenster Toos Heemskerk bij Oost-Europese meisjes aanklopten en binnenstapten (zie hoofdstuk 3), viel op dat de meisjes steeds binnen de twee minuten werden opgebeld. De bellers zaten waarschijnlijk aan de overkant in het café en hielden het raam in de gaten.

Ooggetuigeverslag van een prostituee in het Spijkerkwartier, uit het boek "Verlicht kwartier, 40 jaar Arnhemse Spijkerbuurt" uit 2003 door Kees Crone:

Ze schat dat er al met al nog honderd prostituees in de Spijkerbuurt actief zijn. Van hen is de helft zelfstandig zoals zij. De anderen zijn dat niet en hebben een betaalde beschermer (...)
Ze geeft toe dat het contact met buitenlandse vrouwen moeilijk is. De taal is een barrière. Oostblokmeisjes hebben ook allemaal een pooier en krijgen nauwelijks de kans met anderen te praten. Als ze het al proberen, krijgen ze snel met hem te maken. Een grote bek is het minste dat ze krijgen kunnen. Heel vervelend, vindt ze.

Anna Ziverte vertelt in haar boek 'Valse Belofte' (haar ervaringen waren uit 1995):

In de Pascale werkten veel Oost-Europese vrouwen en zijn namen ons direct in hun kring op. (...) In de loop van die week leerden we veel over het leven dat deze vrouwen leidden, welke pooier - iedereen had er één - goed was en welke fout, en hoe je het meeste geld kon verdienen en achterhouden. (...) Door de verhalen van andere vrouwen kregen wij het gevoel dat we het hadden getroffen met Ruud. Bovendien was hij vader en hij zorgde zo te zien goed voor zijn kind, zo heel slecht kon hij dus niet zijn. In elk geval werden wij niet geslagen en ook niet door hem misbruikt.

Nieuwsbrief SRTV, December 2003 (waargebeurd verhaal zoals vertelt door Jos Hermans van de Politie Noord- en Midden Limburg)

Andere meisjes kwamen uit Polen en Rusland. Natuurlijk ook uit Nederland en Duitsland maar dat waren ‘echte hoeren‘. Ze had met hen liever geen contact. Ze waren hard en probeerden altijd klanten van haar af te pikken.
Met hen had ze eigenlijk niet veel contact. Waarom ook…? Ze waren er allemaal om geld te verdienen en zo snel mogelijk weer naar huis te gaan. Daar kwam bij dat de meeste van hen een vriendje hadden. Kerels die niet echt vriendelijk waren. Ze wist wel dat dit gewoon pooiers waren. Niet meer en niet minder. Ze zag ook vaak genoeg dat er ruzie was omdat er te weinig geld binnen kwam en er klappen vielen. Ze was blij dat ze niet zo’n vriend had…

Meer over Oost-Europese (en Afrikaanse) prostituees in het rapport Tippelen na de zone(2005):

Oost-Europese prostitutienetwerken zijn heel mobiel en het kan zijn dat deze vrouwen eerder op een aantal tippelzones in andere Europese landen, zoals België, Frankrijk, Italië, Zweden en Duitsland, hebben gewerkt. De vrouwen die we nu sporadisch tegenkomen zijn niet bekend bij de hulpverlening en zijn uiterst moeilijk of zelfs geheel niet benaderbaar. Vaak zijn ze in gezelschap van een man, mogelijk hun pooier, en spreken ze zelf geen of weinig Engels. (...)
Oost-Europese en Afrikaanse vrouwen komen soms als groep, maar ook als ze individueel naar Nederland komen, blijken ze hier vaak gedwongen onderdeel te zijn van een netwerk dat van bovenaf is opgezet. Vooral Oost-Europese vrouwen zitten niet zozeer vast aan een locatie, als wel aan een zeer mobiel netwerk. De organisatoren besluiten welke locatie (of welke vorm van prostitutie) het gunstigst is op dat moment. Onder druk of dreiging van politieacties verplaatsen dergelijke netwerken zich soepel naar elders in Nederland of het buitenland en prostituees worden snel en vaak vervangen door andere vrouwen.

Dat laatste rapport waaruit ik citeerde is een beetje wazig trouwens, over Bulgaarse en Roemeense prostituees op de Theemsweg staat:

Afgaand op gegevens van organisaties die zich bezighouden met slachtoffers van vrouwenhandel, waaronder Humanitas (o.a. BlinN, 2004), en op informatie van de GG&GD (2003) uit de periode van de Theemsweg, waren Oost-Europese prostituees voornamelijk afkomstig uit Bulgarije en Roemenië. De meesten waren 18-20 jaar en kwamen zelfstandig en standvastig over. Volgens de arts die toen op de Theemsweg werkte en door middel van een tolk met deze vrouwen sprak, deden deze prostituees elke paar maanden een rondje langs de Europese steden.
Vreemd is dat, juist deze nationaliteiten (Bulgaars en Roemeens) komen veel voor op de statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel, terwijl er eigenlijk zo weinig van zijn in Nederland.
 
Maar in het begin van het rapport zijn ze 100% overtuigd dat alle Oost-Europese prostituees een pooier hebben wat ze redeneren:
De kans dat deze vrouw daadwerkelijk liep te tippelen, is erg klein. (...)
Bovendien was ze alleen, terwijl Oost-Europese vrouwen die in Amsterdam (proberen te) tippelen bijna altijd een man om zich heen hebben hangen die de boel in de gaten houdt. 

Ook Liesbeth Venicz beschrijft Oost-Europese prostituees in haar rapport "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998) (ze had contact met 25 Oost Europese prostituees: 8 Hongaarse, 6 Russische, 3 Poolse, 3 Tsjechische, 1 Slowaakse en 4 Joegoslavische)

De meesten zijn relatief jong, begin 20. Het aantal Oost-Europese vrouwen is in het afgelopen jaar het sterkst toegenomen. De meeste Oost-Europese vrouwen komen in eerste instantie via vrouwenhandelaren. De communicatie met hen is doorgaans moeilijk, omdat ze vaak nauwelijks vreemde talen spreken en niet altijd vrijuit durven praten. Hun contacten met de buitenwereld lijken meestal via de handelaren of bepaalde exploitanten te lopen. Deze afhankelijkheid van handelaren of exploitanten wordt nog versterkt door het feit dat ze hier maar kort zijn. Er is vaak een hele tournee voor ze gepland.
De Oost-Europese vrouwen die voor een tweede keer komen lijken meer hun eigen weg te gaan. Al valt op dat zij tijdens een hernieuwd verblijf in Nederland, net als veel jonge Nederlandse prostituees, nogal eens relaties aangaan met jongens uit het milieu die als pooiers werkzaam zijn.

Over prostituees op de voormalige tippelzone op de Theemsweg in Amsterdam wordt in het rapport "Evaluatie Tippelzone Theemsweg Amsterdam 2003" door Sander Flight, Yvonne van Heerwaarden en Eric Lugtmeijer:

Uit ander onderzoek komt naar voren dat de actuele aard en omvang van de vrouwenhandel op de tippelzone ernstig is te noemen, waarbij de betrokkenheid "van zowel daders als slachtoffers uit het Balkangebied groot is" [Niesten, I. en M. Rietveld, "Georganiseerde criminaliteit uit de Balkan: mensenhandel bij de Tippelzone aan de Theemsweg", Vrije Universiteit, Amsterdam, 2003]. Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat sommige vrouwen zich niet of nauwelijks realiseren dat ze slachtoffer zijn van vrouwenhandel. (...)
De meeste Oost-Europese vrouwen zijn via een 'boyfriend' (pooier) werkzaam op de zone en dienen een flink percentage van hun inkomsten af te dragen. Meer dan de helft van de vrouwen wist van tevoren dat ze in de prostitutie zouden gaan werken. De anderen zijn onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald. Een vrouw vertelde bijvoorbeeld dat ze er vanuit ging dat ze in de Nederlandse bloembollenkassen zou gaan werken. Een enkeling geeft aan via een vriendin te zijn getipt over het werk op de zone en zelfstandig naar Amsterdam te zijn gekomen.
Op basis van onze gesprekken ontstaat het vermoeden dat een groot aantal van de vrouwen niet veel te zeggen heeft over hun werk: ze beslissen niet zelf waar ze staan, hoe lang ze werken en hoeveel ze moeten afdragen. De snelle doorstroom op de zone doet ook ve rmoeden dat deze vrouwen na enige tijd elders te werk worden gesteld. Overigens viel op dat bijna alle vrouwen ook economische motieven hadden om naar Nederland te komen. Het merendeel van de vrouwen die wij spraken is moeder van een of meer jonge kinderen. Zij kiezen er voor op deze manier geld te verdienen voor hun kinderen en/of hun familie. Het geloof in een betere toekomst en een sterke overlevingsdrang maakt deze vrouwen heel krachtig. Het feit dat een pooier–vaak een bekende uit de woonplaats–een percentage van de verdiensten wil ontvangen, beschouwen ze als heel normaal en nemen ze op de koop toe. Ze verkeren ook in de veronderstelling dat, wanneer ze voldoende geld hebben verdiend, ze gemakkelijk met het werk kunnen stoppen.
Er moet bij dat laatste wel worden gezegd dat het hier gaat om Balkan-prostituees (Bulgarije, Roemenië).
 
Meer over de Theemsweg:
Artikel uit de Telegraaf over de Theemsweg (2004 , "Er zitten heel veel jonkies tussen...", door Marjolein Schipper)
Heleen Driessen, ja alweer een Heleen, is vanaf het prille begin medewerkster geweest van het HVO/Querido-project ´De Huiskamer´. Hier konden de vrouwen op adem komen en kregen zij zonodig hulp en medische verzorging. Driessen schreef het onlangs verschenen rapport ´Van Oost naar West, thuis best´ en concludeerde daarin dat ruim tien procent van de hoeren werd gedwongen tot prostitutie.
´Vanwege hun illegale status en de dreiging met gewelddadige wraakacties naar hun kinderen en familieleden in Oost-Europa, is de positie van de prostituee zeer zwak.´ Van de resterende tachtig procent ´vrijwilligen´ gaf twintig procent echter aan vóór de komst naar Nederland niet geweten te hebben dat ze in de prostitutie terecht zouden komen!

Verder worden er Oost-Europese prostituees beschreven op de tippelzone in Rotterdam in het rapport:Zie het rapport "Illegaliteit en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" door Goderie, Spierings en ter Woerds (2002):

Afhankelijk van de intensiteit van de politiecontrole verschijnen er bij tijd en wijle busjes met Poolse of andere Oost-Europese vrouwen die bij de zone worden afgezet om te werken. Die vrouwen worden goed in de gaten gehouden door bepaalde personen. Ze komen weinig of niet in de huiskamer. Uit de verhalen van een aantal respondenten is op te maken dat er bij deze Oost-Europese vrouwen sprake is van signalen van mensenhandel. Zo vertelde een van de mannelijke prostituees dat de Oost-Europese vrouwen in de gaten gehouden worden door mannen bij de ingang van de tippelzone. Laatst had hij even gesproken met een Roemeense vrouw die overstuur de huiskamer in kwam en die weg wilde bij haar pooier, omdat ze door hem geslagen werd.
Dieuwke Talma had 8 jaar lang haptonomie groepen voor prostitutees (Vrouwenmantel, 2003), ze liet geen drugsverslaafde prostituees toe. Over Oost Europese prostituees schrijft ze:
pagina 290:
Er is mij wel eens verweten dat ik alleen kennis heb gemaakt met de elite uit de wereld van de prostitutie. Hoewel dat niet helemaal waar is, begrijp ik die uitspraak wel. Ik heb inmiddels dertig jaar ervaring in de hulpverlening, maar heb nooit in de verslavingszorg gewerkt. Het ontbreekt me aan kennis en inzicht om verslaafde prostituees goed te kunnen begeleiden. Soms meldden ze zich wel, maar het liep vaak al heel snel mis doordat ze zich niet aan afspraken konden hielden.
Daarnaast maakte ik kennis met vrouwen uit Oost-Europa, gekocht, verkocht en tewerkgesteld in de prostitutie. Soms kwamen ze met twee of drie tegelijk, meegebracht door een van de vrouwen uit de groep. Dat heb ik het allerergste en allerzwaarste gevonden in mijn werk met prostituees; ik voelde en voel me daar vreselijk machteloos over. Er wordt genoeg over vrouwenhandel geschreven en veel mensen, organisaties en politici zijn ermee begaan, maar er verandert zo weinig.
De economische verleiding om op deze wijze over de rug van anderen rijk te worden is kennelijk te groot. De seksuele verleiding van mooie, goedkope en vaak jonge meisjes die een deel van de bordelen en tippelzones bevolken is kennelijk te groot. De politieke verleiding om onze eigen gezondheidszorg en veiligheid, ons eigen onderwijs voorop te stellen is kennelijk te groot. Vrouwenhandel is wereldomvattend, wordt dan gezegd, en is daarom zo moeilijk aan te pakken. Maar ergens moeten we toch beginnen ons medeverantwoordelijk te voelen voor zo veel meisjes en vrouwen die als slaven worden gebruikt en uitgebuit?
Het lijkt erop dat deze vorm van prostitutie door het bordeelverbod verder ondergronds is gegaan. De vrouwen die ik sprak, waren vaak bang en schichtig. Ze waren immers niet vrij om te gaan en staan waar ze wilden? Als lijfeigene van hun pooier mochten ze hoogstens nu en dan eens winkelen met een vriendin. De werktijden en -omstandigheden zijn vaak onmenselijk. Soms zaten ze met een kapot gezicht en schorre stem tegenover me en vertelden ze over hun land, hun familie, en over prostitutie als enige mogelijkheid om geld en bestaansrecht te verwerven.
Er is ook een uitgebreid rapport over de mensenhandel genaamd "Mensenhandel vanuit Centraal- en Oost-Europa" (1997, afdeling Advies en Informatie, IRT-NON Internationaal Politie-instituut Twente, Universiteit Twente):
pagina 36:
Tabel 3 : Aantal aanmeldingen als cliënt bij STV naar land van herkomst
 
 
1990
1991
1992
1993
1994
1995
1996*
 
 
 
 
 
 
 
 
Polen
0
2
19
10
15
8
6
Tsjechië_en_Slowakije
0
7
3
7
32
37
4
Hongarije
0
0
0
2
3
2
1
Baltische Staten
0
0
0
1
2
3
21
Oekraïne
0
0
1
14
24
24
14
GOS*
0
0
1
3
24
14
4
 
 
 
 
 
 
 
 
subtotaal
0
9
24
37
100
88
50
 
 
 
 
 
 
 
 
Voormalig Joegoslavië
0
1
4
4
4
8
5
Roemenië en Bulgarije
1
0
3
5
7
13
6
 
 
 
 
 
 
 
 
Azië
?
?
12
10
13
5
?
Afrika
?
?
5
5
8
7
?
Latijns-Amerika
?
?
17
18
25
20
?
Elders
?
?
5
0
5
9
?
 
 
 
 
 
 
 
 
totaal
1
10
70
79
162
150
61
 
 
*1996 = tot en met Augustus
Bron: Register Stichting Tegen Vrouwenhandel.
 
Duidelijk blijkt dat het aantal vrouwen uit Centraal-Europa dat zich als slachtoffer aanmeldde, na 1991 snel is toegenomen; het aantal vrouwen uit Oost-Europa dat zich meldde, nam vanaf 1993 beduidend toe. De laatste jaren komt ongeveer 60% van de aanmeldsters uit deze gebieden.
Nadere beschouwing leert dat er duidelijke tijdvakken zijn (in de tabel gearceerd weergegeven [maar in dit geval heb ik de cijfers rood aangegeven omdat het arceren op punt.nl op een of andere manier niet werkt]) waarin veel vrouwen uit eenzelfde herkomstgebied zich aanmeldden. Deze periodes houden te lang aan om verklaard te kunnen worden door incidenten als politieacties. De verschuivingen sluiten aan bij de volgorde waarin de landen werden geconfronteerd met economische achteruitgang, inflatie en werkloosheid. Eerst was Polen herkomstgebied, daarna Oekraïne, vervolgens Tsjechië, Slowakije en het GOS en tenslotte de Baltische staten. Opvallend is dat de aanwas vanuit Oekraïne in tegenstelling tot die uit andere landen een duurzaam karakter heeft. Gezien de uitzonderlijke ontwikkeling van Oekraïne (vrijwel geen privatisering, hoge inflatie en minimale werkloosheid) kan dat erop wijzen dat het niet de werkloosheid maar vooral de inflatie en de daaraan verbonden daling van het levenspeil is die het in de hand werkt dat vrouwen uit deze regio slachtoffer van mensenhandel worden.
pagina 61:
de slachtoffers beschikten over vervalste reis- en verblijfsdocumenten. Zoals uit tabel 18 op pagina 63 blijkt, is het gebruikelijk dat mensenhandelaren de paspoorten van hun slachtoffers afnemen. Met name de groothandel en de ingenestelde organisaties blijken over kanalen te beschikken om de vrouwen vervolgens vervalste documenten te verstrekken. In een onderzoek kon worden vastgesteld dat Russische vrouwen systematisch voorzien werden van Poolse paspoorten met een Poolse identiteit om hen zo aan de visumplicht te onttrekken. Vit het onderzoek blijkt dat, zelfs als vrouwen over een geldig paspoort beschikken en vrijwillig met de handelaar in zee gaan, hen vaak het eigen paspoort wordt afgenomen en een vals of vervalst exemplaar wordt verstrekt. De achterliggende bedoeling is de bewegingsvrijheid van de vrouwen in te perken en hen te compromitteren.
pagina 64:
De cijfers in deze vier tabellen [tabel 13-16] weerspiegelen natuurlijk in zekere mate de activiteit van de lokale politie. Zo is duidelijk te zien dat de afgelopen jaren met name de regiokorpsen Limburg-Noord en Amsterdam- Amstelland veel opsporingsonderzoeken naar mensenhandelaren hebben verricht. Anderzijds mag aan het nagenoeg ontbreken van slachtoffers in de escortprostitutie niet de conclusie worden verbonden dat daar waarschijnlijk geen mensenhandel voorkomt: de politie heeft namelijk niet de bevoegdheid om escort bureaus te controleren.
Met inachtneming van deze beperkingen kunnen enkele voorzichtige conclusies worden getrokken. Mensenhandel komt vooral voor in de club- en raamprostitutie. De daders verkiezen niet een speciaal segment op grond van hun herkomst. Daarentegen blijken slachtoffers uit Centraal-Europa vooral in de clubprostitutie terecht te komen en slachtoffers uit Oost-Europa vooral in de raamprostitutie. In de straatprostitutie wordt alleen een klein aantal daders en slachtoffers uit Centraal-Europa aangetroffen; Oost-Europese daders en slachtoffers ontbreken daar volledig. Alleen onder de vrouwen die zich bij STV aanmeldden, waren er enkele uit Oost-Europa die op straat aan het werk waren gezet.
pagina 77:
Het is inherent aan criminaliteit dat haar omvang moeilijk kan worden vastgesteld. Een deel waarvan de grootte onbekend is, het zogenaamde dark number, onttrekt zich altijd aan het zicht van de registrerende instantie.
Met de beschikbare gegevens is geen betrouwbare schatting van de werkelijke omvang van de mensenhandel vanuit Centraal- en Oost-Europa in Nederland te maken, zoveel is duidelijk. Nalaten zou echter ook iets te gemakzuchtig zijn. Op deductieve wijze kan een schatting worden gemaakt. Dit gaat als volgt. In Nederland werken zo'n 25.000 mensen in de prostitutie. Zo'n 60% van deze prostituees werkt in de raam- en de clubprostitutie, de sectoren waar mensenhandel zich in overwegende mate voordoet, ofwel 15.000 vrouwen. Van hen komt ongeveer 40% van buiten de Europese Unie, ofwel 6000 vrouwen. Daarvan komt weer een derde momenteel uit Centraal- of Oost-Europa, ofwel ongeveer 2000 vrouwen. Het leeuwendeel van deze vrouwen werkt in de slechte arbeidsomstandigheden die in de vorige paragraaf werden geschetst. Zij hebben een relatief zwakke positie tegenover de bordeelhouder, krijgen vaak minder dan de gebruikelijke 50% van hun verdiensten en hebben meestal geen legale verblijfsstatus. Maar daarmee zijn zij nog geen slachtoffer van mensenhandel. Bij het schatten van het daadwerkelijke aantal slachtoffers onder deze 2000 vrouwen kan bij gebrek aan betere maatstaven slechts afgegaan worden op de indruk van politiemensen die de zedencontroles uitvoeren en onze eigen indrukken. Als dan het criterium van het Nederlandse vervolgingsbeleid als maatstaf wordt genomen, d.w.z. of de vrouw in een onmondige positie verkeerde toen zij in de prostitutie werd gevoerd, dan is naar onze indruk een kwart van hen slachtoffer van mensenhandel, oftewel 500 vrouwen. Als het voorts juist is dat verhandelde vrouwen gemiddeld zo'n drie maanden aan het werk worden gehouden, zou het jaarlijks in Nederland om zo'n 2000 slachtoffers uit Centraal- en Oost-Europa gaan.
Uit het "Verslag project Vertrouwensvrouw voor prostituees 2005 t/m 2007". Oké, deze quote vind ik belangrijk. Een Roemeense wordt naar eigen zeggen door "handelaren" naar Nederland gebracht, die elke dag het geld komen ophalen, maar toch krijgt ze fifty/fifty? Dwang en vrijwilligheid liggen dicht bijelkaar.
pagina 4:
Sunny is een Nederlandse, van oorsprong Roemeense vrouw van 30 jaar.
Zij vertelt: ”ik was 13 toen ik wegliep van huis en ik ging niet meer naar school. Ik had allerlei (geheimzinnige) baantjes en was al jong met mannen bezig. Twaalf jaar geleden kwam ik via een netwerk van handelaren in Den Haag werken. Ik voelde mij geen slachtoffer, wij hebben de grote baas nooit gezien, wij kenden alleen zijn naam. Zijn hulpjes kwamen elke dag het geld ophalen Wij werkten in een straat in Den Haag waar destijds alleen Latijns Amerikaanse vrouwen werkten. Dus wij, als enige jonge Roemeense vrouwen in die straat, verdienden geld als water. Wij hadden een fiftyfifty deal met de grote baas, maar hielden dan toch nog heel veel geld over voor ons zelf. Op een dag kwam de politie in de straat en die heeft ons allemaal meegenomen naar het politiebureau. Daar waren nog 20 andere Roemeense vrouwen. Ik wilde geen aangifte doen. Op het bureau hoorde ik dat de grote baas was opgepakt en ik moest huilen. Wij werden op het vliegtuig gezet en terug naar Roemenie gevlogen. Toen ik daar twee weken was en mij rot verveelde en geen geld kon verdienen, ben ik met een vriendin opnieuw uit Roemenie weggegaan en via via in Amsterdam aangekomen want wij durfden niet meer naar Den Haag. Ik heb een man leren kennen en ben met hem getrouwd. Ik heb een kind gekregen en ben inmiddels weer gescheiden. Mijn ex liet contracten van leningen op mijn naam laten tekenen toen ik nog niet goed Nederlands kon lezen, waardoor ik nu met een enorme schuld zit. Ik werk om mijn schulden af te lossen maar dat gaat langzaam want het werk verdient niet meer zo goed als vroeger, ik verdien nu veel minder en betaal veel belasting. Ik wil dit werk nog een tijdje blijven doen want ik wil mijn kind het beste geven en van een negen tot vijf baan kan ik niet leven”

Uit het archief van www.nrc.nl (zonder aanhalingstekens!):
Pezen voor je leven; Vrouwenhandel neemt toe, vooral vanuit Oost-Europa
Alfred van Cleef
Zaterdag 17-06-1995
(...)
 
Het komt vaak voor dat een buitenlandse prostituée van haar verdiensten de helft of meer moet afdragen aan een 'vriend' of beschermer. Otten: ["]Veel clubeigenaren hebben het liefst meisjes met een pooier. Want die werken tenminste. Hebben ze geen zin, dan krijgen ze een dreun, zo zit dat.["] Zelf wil hij geen pooiers over de vloer. ["]Je weet gewoon wat voor kerels dat zijn, het straalt ze van de bek af. Zeg nou zelf, hoe veel fatsoenlijke pooiers zijn er nu? Als mijn meisjes toch onder de plak van een pooier zitten, gaan ze eruit. Onherroepelijk. Toch is het makkelijk om de kerels altijd de schuld te geven. Kijk, je hebt drie categorieën meisjes: gisse, domme en zeer domme. Ik heb pas nog meegemaakt dat een van de meisjes hier eindelijk van zo'n kerel af was. Gaat ze een week later toch weer naar hem terug en grijpt hij dat mokkeltje bij de strot. Dat meisje moest van mij weg.["]
 
(...)
 
Prostitutie is allang niet meer geconcentreerd in de grote steden. ["]Alleen al in Noord-Limburg bevinden zich 58 geregistreerde bordelen, tegenover 63 in Amsterdam["], aldus projectleider J.H. Hermans van het team Onderzoek Mensenhandel van de regiopolitie Limburg-Noord. ["]En dan heb ik het nog niet eens over escortservices, raamprostituées, huisvrouwen, tippelaars en homo's["]. Hermans' team doet gerichte invallen in Limburgse bordelen waarvan een vermoeden bestaat dat er vrouwenhandel in het geding is. Wat hij bij die invallen aantreft noemt hij buitengewoon alarmerend. ["]Ik durf te beweren dat zeventig procent van de prostituées in Noord-Limburg slachtoffer is van vrouwenhandel. Meisjes die gedrogeerd in de kofferbak zijn gestopt, minderjarigen, Russinnen met valse Poolse paspoorten.["]
In veel clubs zijn de prostituées volgens Hermans totaal geïsoleerd. ["]Ze wonen daar intern: soms met twintig vrouwen in een pand met maar zes kamers, waar ze ook nog hun klanten moeten afwerken. Ze spreken alleen maar een Litouws dialect of Slowaaks, mogen nooit naar buiten, worden steeds overgeplaatst en moeten permanent werken, ongesteld of niet. Condooms worden vaak niet gebruikt, steeds meer van die vrouwen lopen geslachtsziektes op. Bij ziekte worden ze gewoon gedumpt: weg, opdonderen. Ze worden als vee behandeld, als gebruiksvoorwerpen. Het merendeel zit met gigantische schulden: de afbetaling van hun zogenaamde visum en het transport. Ik heb voor dit alles maar één woord: slavernij.["]
 
(...)
 
Een twintigtal vrouwen deed aangifte van vrouwenhandel in de zaak tegen de Nederlander H.B., die inmiddels in een Tsjechische cel zit. 'De zaak H.B.' is het paradepaardje van Hermans en zijn team. H.B., voormalig eigenaar van sexclub Paradiso in het Limburgse Haelen, wordt ervan verdacht vele tientallen vrouwen uit Tsjechië en Slowakije te hebben geronseld, met als bestemming bordelen in Nederland, Duitsland en Italië. Tussen neus en lippen laat Hermans zich ontvallen dat H.B. vice-voorzitter was van de Vereniging van Exploitanten van Relaxhuizen. Voorzitter Klein Beekman: ["]Geen vice-voorzitter, wel bestuurslid. Dat klopt. Nu is hij geroyeerd. H.B. was ook ex-politieman["], kaatst Klein Beekman de bal terug. Hetgeen bevestigd wordt door de regiopolitie Limburg-Noord. ["]Maar dat was wel lang geleden["], zegt de woordvoerder.
 
(...)
Uit het archief van www.nrc.nl
IND: prostituees niet zelfstandig
Door een onzer redacteuren 
Donderdag 15-10-1998
(...)
 
Acht van de tien Oost-Europese prostituees die op de Amsterdamse Wallen werken, zijn het slachtoffer van vrouwenhandel. Dat stelden twee politieambtenaren gisteren voor de Amsterdamse rechtbank tijdens de behandeling van het beroep van zes Oost-Europese prostituees tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De vrouwen willen zich in Nederland vestigen als zelfstandig ondernemer, maar de IND gelooft niet dat ze daadwerkelijk zelfstandig zijn. Daarom weigerde de IND tot twee keer toe een verblijfsvergunning. Volgens rechercheur H. Florie van het Sfinx-team dat de afgelopen maanden onderzoek deed naar vrouwenhandel op de Amsterdamse Wallen, komen de meeste Oost-Europese prostituees met valse papieren naar Nederland. "De meisjes zijn meestal laag opgeleid en naief en zijn een gemakkelijke prooi voor vrouwenhandelaren. Ze hebben vaak schulden, omdat ze de handelaren moeten terugbetalen voor een vals paspoort en de reis naar Nederland', aldus Florie.
 
Volgens de politieman is het moeilijk om bewijs te verzamelen tegen de vrouwenhandelaren omdat veel slachtoffers geen verklaring durven af te leggen. "Niet alleen de vrouwen zelf worden bedreigd, maar ook hun familieleden in het buitenland', zei Florie. Ook zijn chef, commissaris T. Eeken, betwijfelt of de vrouwen daadwerkelijk zelfstandig werken. Volgens hem hebben ze haast nooit geld, terwijl ze toch vijfhonderd tot duizend gulden per dag verdienen. Bovendien zijn er volgens Eeken altijd `beschermers' in de buurt. Daarom gaat hij ervan uit dat de prostituees hun verdiensten moeten afdragen.
 
(...)

zie vervolg:

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl