kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
deel 1.1 (over onderzoeksmethodes, over de vraag:is een prostituee aan haar gedrag te herkennen?)
 
Voorlopige resultaten over ‘hoe vermijd ik als klant een slachtoffer van vrouwenhandel'?
 
(ik zal het regelmatig updaten.)
 
Ik zal toegeven dat mijn "onderzoek" nog in volle ontwikkeling is en dat de resultaten nog met veel twijfels zijn omhuld. Ik hoop dat er ergens een andere kritische ****enloper is in Nederland die met me mee wil denken. Het gekke is dat ik na 3 jaar van onderzoek nog minder van prostitutie weet dan daarvoor. Maar, het zou heel misschien kunnen dat:
...... Nederlandse vrouwen die gedwongen in de prostitutie werken vooral achter de ramen werken en dat het in hun geval gaat om vooral jonge vrouwen van onder de 30. Buitenlandse slachtoffers van vrouwenhandel daarentegen lijken eigenlijk in alle sectoren verhoudingsgewijs ongeveer even vaak voor te komen en het lijkt ook zo te zijn dat ook veel oudere buitenlandse prostituees hiervan het slachtoffer zijn. Niet iedereen is het hiermee eens, want volgens sommige 'insiders' zijn feitelijk de meeste prostituees - Nederlands en buitenlands, legaal en illegaal, jong en oud - slachtoffer van vrouwenhandel. Helaas is het ook zo dat gedwongen prostituees volgens een aantal hulpverleners vaak niet als zodanig te herkennen zijn. De kritische wandelaar blijft gewaarschuwd.
 
(Update: wat ik hierboven zei dat twijfel ik nu weer aan. De waarheid ligt heel genuanceerd. Nederlandse prostituees in clubs kunnen wel degelijk een foute man hebben en aan de drugs zijn. Eigenlijk blijven alleen de wat oudere Dominicaanse en Colombiaanse prostituees over waarvan ik wel het sterke idee heb dat die zelfstandig werken.)
 
Doel:
Doel is om vanuit het standpunt van een kritische consument uit te maken welke prostituees zijn en gedwongen en welke niet zijn gedwongen. De dingen waar ik op let zijn:
-Het recht op seksuele zelfbeschikking van een prostituee. Zolang zij niet zelf kan beslissen wat zij (of hij) met haar (of zijn) lichaam kan doen dan is diegene gedwongen. Dus als er zich iemand op de achtergrond bevind die bepaalt wanneer en waar de prostituee werkt dan zie ik de prostituee als gedwongen. Ik vind dat het niet uitmaakt of een buitenlandse prostituee wist dat ze als prostituee zou werken of dat een vrouw al als prostituee werkte voordat ze in een situatie van dwang kwam. Ook prostituees hebben recht op seksuele zelfbeschikking. Ik kijk breder dan alleen fysieke dwang, ook emotionele dwang of financieele dwang door derden zie ik als dwang.
-Wilsbekwaamheid. Iemand die werkt om een drugs-verslaving te onderhouden of iemand die psychisch niet in orde is beschouw ik als gedwongen. Tot nu toe heb ik eerlijk gezegd weinig aandacht besteed aan dit probleem (ik ben er hard mee bezig).
 
Methode:
Er waren verschillende methoden die ik gebruikten om de dingen in kaart te brengen en waar ik op lette:
 
-Ik heb o.a. gepoogd om gegevens over slachtoffers van vrouwenhandel te leggen naast de kenmerken van prostituees over het algemeen. Helaas waren de gegevens over vrouwenhandel er wel, alleen over prostituees in het algemeen niet. Ik moest dus de klanten-recensies op de website hookers.nl afspeuren op kenmerken van prostituees (zie Onderzoek1.1). Ik let vooral op leeftijden en nationaliteiten. Helaas heb ik dat niet zo zorgvuldig gedaan. Ik heb bijvoorbeeld niet per prostituee genoteerd wat de periode was waarin ze werd waargenomen. Maar het grootste deel van de beschreven prostituees werd waargenomen in 2005 en wat minder in 2002-2004. Maar op zich levert het niet veel problemen op. Je kunt nu kijken wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de prostituees beschreven op hookers.nl en de slachtoffers van vrouwenhandel zoals beschreven door de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Als het zo is dat bepaalde groepen slachtoffers van vrouwenhandel zijn ondergerepresenteerd dan zou het zo kunnen zijn dat die er in verhouding ook minder zijn. Het probleem is alleen dat je moet veronderstellen dat de slachtoffers zoals die staan geregistreerd representatief zijn voor de slachtoffers van vrouwenhandel. Dat is waarschijnlijk niet zo omdat je niet zo eenvoudig de vrijwillige van de gedwongen prostituees kunt scheiden, er is waarschijnlijk een geleidelijke overgang. Ik heb een sterk vermoeden dat de kenmerken van de slachtoffers zoals die staan geregistreerd bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel geen representatief beeld geven van personen in het algemeen die je zou kunnen beschouwen als slachtoffer van vrouwenhandel. Wat me opvalt is dat in media-artikelen en in veel onderzoeken die slachtoffers van vrouwenhandel beschrijven verreweg de meeste slachtoffers aangeven niet weten dat zij als prostituee zouden werken, en bovendien gebukt gaan onder veel geweld. De werkelijkheid in het veld is dat waarschijnlijk het overgrote deel van de prostituees die vallen onder de definitie slachtoffer van vrouwenhandel wel degelijk wisten wat voor werk zij zouden gaan doen, en dat er misschien ook geen geweld tegen hen wordt gebruikt.
Wat je je ook kunt afvragen is of de prostituees op hookers.nl wel de waarheid spreken over hun leeftijden en nationaliteiten. Het is bijvoorbeeld bekend dat in de jaren 90 veel Russische prostituees met Poolse paspoorten werkten om zo de visumplicht te omzeilen. Komen de prostituees wel uit de landen waar ze zeggen dat ze vandaan komen?
 
-Verder zou je naar studies op zoek kunnen gaan die een behoorlijk aantal prostituees in het algemeen beschrijven, en dan te kijken welke prostituees gedwongen zijn en wat hun kenmerken zijn. Helaas is dit niet goed mogelijk omdat de onderzoekers dan misschien vaak juist de prostituees interviewen die de tijd hebben om geïnterviewd te worden. Dat zijn juist niet de prostituees die gedwongen worden want die hebben de tijd er niet voor. Zulke onderzoeken zullen dus niet echt een betrouwbaar beeld vormen. Voorbeelden van dit soort onderzoeken zijn:
 
-Er gaat iets veranderen in de prostitutie (2000, Liesbeth Venicz, Ine Vanwesenbeeck)
-Sociale positie van prostituees in de gereguleerde bedrijven, een jaar na de wetswijzing (2002, Ine Vanwesenbeeck, Mechtild Höing, Paul Vennix)
-De sociale positie van prostituees 2006 (2006, Helga Dekker, Ruud Tap, Ger Homburg)
-Hoe (ex)prostituees zich zelf redden — Een onderzoek naar de (afwezigheid van) hulpvragen (Ine Vanwesenbeeck, Sietske Altink en Martine Groen, 1989)
 
In het laatst genoemde onderzoek (Ine Vanwesenbeeck, Sietske Altink en Martine Groen, 1989) wordt gesteld dat:
op pagina 11:
Voor een grote groep vrouwen moet de geringe wil, wens of mogelijkheid om 'hun verhaal te doen' beslissend worden geacht voor het feit dat wij ze niet te spreken hebben gekregen.
Een meer of minder expliciet 'verbod' (door pooier, baas of collega's) mag zeker niet uitgesloten worden. Illustratief hiervoor is het feit dat we geen vrouwen hebben gesproken die ten tijde van onze werving onder dwang of onder zeer strenge restricties werkten en/of zware beperkingen opgelegd hadden gekregen aan communicatie. Alle vrouwen die we over dergelijke ervaringen gesproken hebben, hadden die situatie inmiddels achter zich gelaten.
In het eerstgenoemde onderzoek (2000, Liesbeth Venicz, Ine Vanwesenbeeck) wordt gesteld dat:
pagina 21:
Al tijdens het veldwerk werd duidelijk dat prostituees die onder dwang van derden aan het werk waren niet mee wilden doen aan een interview. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aantal prostituees dat aangeeft niet geheel vrijwillig te werken, laag is. Driekwart van de respondenten vindt het helemaal hun eigen keuze om in het afgelopen jaar in de prostitutie te werken. Voor ongeveer een kwart van de respondenten is het niet helemaal de eigen keuze, maar voor 11,4% is dat wel voor het grootste deel het geval. Als factor die deze eigen keuze belemmert noemen zij vooral financiële problemen. Alleen prostituees die recent gestopt zijn geven aan dat ze het werken (voor grootste deel) niet uit eigen keuze, maar onder dwang van derden deden.
Maar, nu is er iets heel vreemds aan de hand. De hulporganisatie TAMPEP die hulp biedt aan migranten-prostituees in een aantal Europese landen hebben ook prostituees geïnterviewd. “TAMPEP – analysis – the first year: 1993/1994" op pagina's 12-13:
In The Netherlands a positive response to our desire to interview the migrant sex workers was registered in 95% of the cases.
(...)
Even in those instances where the migrant sex workers were under the direct control of pimps, no major difficulties were noted either for the collection of interviews or for direct contact with the migrant sex workers. If the pimps asked for an explanation regarding the presence of a TAMPEP team worker or the reasons leading to such a prolonged contact with their women, an explanation was provided regarding the role of the TAMPEP worker, their task and the concept of cultural mediation. The fact that those who conducted the interviews were also permanent project workers represented a great advantage in accessing closed circuits and other precarious situations marked by organised crime and exploitation of vulnerable sex workers. In the presence of health workers active within the context of an official European prevention program, it is rather more difficult to close doors and implicitly admit that one is obstacling access to information on, among other things, correct condom use. In addition, as we have already described in previous sections, the influence and authority of brothel owners in The Netherlands is still a force to be reckoned with in the dynamics of relations with pimps and traffickers. Prohibitions, threats and intimidations carried out against TAMPEP workers would isolate pimps from the protection and authority of the Dutch brothel owners. This balancing counter-force to the possible negative attitude of pimps and traffickers was either absent or of very limited import in the other two member states in which TAMPEP was operative. In Italy and Germany it was necessary to establish more direct and personal contacts with third parties who controlled the work places of the migrant prostitutes because their influence on them is much more strong than in the Netherlands. These attempts required time and energy and ingenuity. In many cases, the TAMPEP worker had first to perform some practical interventions among the target group in order to be able to start the interview. In the Netherlands, pimps and traffickers are often guests who reside within the brothels and in this sense their position is completely different: they must be that much more careful in their efforts to conceal themselves and reduce unwanted attention.
Dit is een absolute mirakel!! Kennelijk zijn hulpverleners veel beter in staat contact te leggen met prostituees, ook al zijn ze gedwongen. Opmerkelijk ook dat TAMPEP er onorthodoxe middelen voor gebruikt, ze onderhouden gewoon warme banden met mensenhandelaren en pooiers om contact te krijgen met de vrouwen.
 
De Christelijke hulpverleners van het Scharlaken Koord op de Wallen lijken ook geen problemen te hebben met het contact maken met gedwongen prostituees. In de manifesto Uit het donker opgelicht(2002) wordt gezegd dat de meeste prostituees waar de organisatie contact mee had al haar inkomsten aan haar pooier afdroeg.
 
Ik geloof niet dat de onderzoeken die ik noemde (ik bedoel niet die van TAMPEP) een representatief beeld geven. Opmerkelijk aan bijvoorbeeld de eerste twee genoemde rapporten is dat veel prostituees aangeven belasting te betalen. In dat tweede rapport is dat zelfs tweederde van de prostituees. In het eerste rapport is dat een derde. In werkelijkheid betalen maar weinig prostituees belasting. Kennelijk hebben de onderzoekers voornamelijk de wat geëmancipeerde prostituees geïnterviewd die belasting betalen. Zie dit rapport:
"Handhaving prostitutiebranche door politiekorpsen, belastingdienst, arbeidsinspectie en UWV/GAK" (2002, ES&E, Pauline Naber, Léon van Lier)
Zie pagina 24: er staan 921 prostituees ingeschreven bij de belastingdienst. Nog geen fractie van het totaal aantal prostituees.
In het tweede rapport is het trouwens ook zo dat de netto respons relatief laag is; er zijn een aantal bordelen benaderd in die studie en slechts ongeveer een derde deed mee (29%), waarvan bij elk bordeel ook maar een paar (2) prostituees meededen. Naar schatting werken er ongeveer 5,5 prostituees per bordeel op een dag (zie de eerste profeit-studie uit 1999 door o.a. Visser). Totaal een respons van ongeveer 11%.
 
Het derde rapport (over de sociale positie van prostituees in 2006) heeft een hogere respons. 3,54 prostituees deden er mee per bordeel (354 prostituees op 99 bordelen). Maar van de bedrijven die benaderd is heeft ook maar hier 34% meegewerkt (pagina 9). Laten we zeggen een totale respons van ongeveer 22%. Maar toch een hoge respons per prostituee die uiteindelijk benaderd is. In deze groep heeft 37 procent (pagina 29) aangifte gedaan bij de belasting. Het moet gezegd dat bij deze steekproef de nationaliteiten en de leeftijden van de prostituees heel aardig overeen komen met die van mijn eigen onderzoek op hookers.nl rond 2005 (zie Onderzoek1.1).
 
-Wat je kunt doen is eerst een aselecte groep van prostituees en ex-prostituees over verschillende sectoren te bestuderen, en daarna bij specifieke subgroepen van prostituees (zoals de Nederlandse) te kijken waar en in welke sector ze vroeger gedwongen hebben gewerkt (in het geval dat ze gedwongen hebben gewerkt en ervan uitgaande dat je de gedwongen prostituees zelf niet interviewt). Op deze manier zou je dus wel een veel representiever beeld kunnen krijgen van de slachtoffer van vrouwenhandel. Je krijgt nu veel meer vrouwen in beeld die anders weg zouden vallen als je statistieken van de STV zou bestuderen, of als je media-artikelen zou bestuderen. Je kunt ook zelf bepalen uit de verhalen van de vrouwen welke je gedwongen vindt en welke niet. Die gegevens kun je dan vergelijken met de gegevens van alle prostituees in Nederland bijelkaar. Uit die verdeling zou je dingen kunnen afleiden. Bijvoorbeeld als blijkt dat alle prostituees uit die groep in de escort hebben gewerkt toen ze werden gedwongen, dan kun je concluderen dat kennelijk buiten de escort dwang niet voorkomt bij die groep. Helaas heb je nu wel hele grote steekproeven nodig om statistisch significant resultaten te krijgen, omdat lang niet alle prostituees die je interviewt vroeger gedwongen waren. Denk aan 1000 prostituees die je dan zou moeten interviewen. En ook weet je niet hoe veel dwang er werkelijk voorkomt, je weet dan alleen de verhoudingen.
 
Ik ben slechts één onderzoek tegengekomen dat iets dergelijks doet wat ik beschreef. Het is het rapport "Hoe (ex)prostituees zich zelf redden — Een onderzoek naar de (afwezigheid van) hulpvragen" (Ine Vanwesenbeeck, Sietske Altink en Martine Groen, 1989) alleen meldt het dit soort informatie zijdelings zonder veel details (PS: bij de vooral Nederlandse prostituees die zij interviewden kwam geweld veel meer voor in de raamprostitutie).
 
-Als je de schaal van gedwongen prostitutie wilt weten dan zou je je ook uitsluitend kunnen richten op vrouwen die vroeger als prostituee gewerkt hebben maar dat nu niet meer doen. Je kunt ze dan vragen of ze ooit gedwongen hebben gewerkt, en dan kun je vragen hoe lang dat gebeurde en hoe lang ze daarnaast ook zelfstandig als prostituee hebben gewerkt. Met behulp van die gegevens uit die vragen zou je globaal gezien voor een bepaalde periode in het verleden kunnen schatten hoeveel er op elk moment ongeveer gedwongen hebben gewerkt. Ik bedoel een rekensom als deze:
[aantal ooit gedwongen ex-prostituees] / [aantal ex-prostituees] X [gemiddeld aantal jaren dat gedwongen prostituees gedwongen hebben gewerkt] / [gemiddeld aantal jaren dat gedwongen prostituees totaal hebben gewerkt]
 
Maar zo'n onderzoek ben ik helaas niet tegengekomen.
 
-En verder kun je afgaan op beschrijvingen van prostituees over hun collega's. Wat weten zij over hun collega's? Hoeveel zijn er gedwongen? Waar werken ze? Helaas blijkt dat prostituees het vaak ook niet weten. Ze spreken elkaar sterk tegen. Een groot aantal ontkent zelfs het bestaan van gedwongen prostitutie. De Noorse onderzoekers Cecilie Hoigard en Liv Finstad bestudeerden in de jaren tachtig straatprostituees in Oslo (zie "Backstreets: Prostitution, Money and Love", 1992). Ook zij vroegen aan veel prostituees hoe het zat met hun collega's wat betreft pooiers. Zij kregen uiteenlopende antwoorden, sommigen zeiden dat bijna alle prostituees een pooier hadden. De onderzoekers zelf kwamen erachter dat in werkelijkheid maar weinig prostituees een man hadden die je als pooier kunt typeren (dus geen geweld, manipulatie of meerdere vrouwen die voor hen werken).
 
-Hetzelfde zou je natuurlijk kunnen vragen aan andere personen die te maken hebben met prostituees. Zoals klanten, agenten en hulpverleners. Of de slager om de hoek. Vooral informatie van hulpverleners zie ik als betrouwbaar, die ontmoeten vaak veel prostituees. Ik hecht dan ook veel belang aan deze bron. Veel prostituees die onderzoekers zouden weigeren laten wel hulpverleners toe. Hulpverleners zien dus heel veel dingen. Bovendien kunnen ooggetuigen in het algemeen dingen zien die door onderzoekers die een steekproef willen houden over het hoofd worden gezien. Helaas is het zo dat de verschillende bronnen elkaar sterk tegen kunnen spreken. Maar dat zou kunnen doordat prostituees sterk van elkaar kunnen verschillen, per gebied, per bordeel of per tijdsperiode bijvoorbeeld. Het is belangrijk om te kijken wat de bron is en op welke prostituees de waarnemingen betrekking hebben.
In het geval van prostituees moet je rekening houden met het feit dat bijvoorbeeld ze kunnen liegen over hun situatie. Bijvoorbeeld in het rapport van Geetanjali Gangoli over prostituees in India (2001, "Prostitution as Livelihood, 'Work' or 'Crime'?") wordt gezegd:
During the course of my fieldwork, I found however, that while many women start off by telling stories of coercion and violence, once a relationship is established, the stories often change. As a paper on sex-workers in a South African mine points out, people’s stories of being tricked into sex-work were remarkably similar, almost a part of a script. However:

“… the objective veracity of people’s accounts is not the most important or interesting feature of the life histories. What is more important is how people reconstruct and account for their life choices, given that these accounts reflect the social identities that play a key role in shaping people’s sexual behavior. In this context, the main interest of these stories of origin lies in the role that they play as a strategy for coping with a spoiled identity …” [uit: Catherine Campbell, Selling Sex in the Time of AIDS: Identity, Sexuality and Commercial Sex-work on a South African mine. Social Science and Medicine. Volume 50 (2). 2000.]

De Christelijke hulpverleners in het manifest Uit het donker opgelicht(2002) zeggen daarentegen juist:
Wij als hulpverleners weten dat de vrouwen als eerste reactie altijd zeggen dat alles prima gaat en dat haar beroep geen probleem is, totdat we dieper contact krijgen. Dan komen de schrijnende oorzaken vaak naar boven.
Prostituees kunnen ook een positiever beeld geven van de werkelijkheid. Een voormalig slachtoffer in een interview:
Vrouwenhandel/retourtje Kiev-Amsterdam (Trouw, 2002, Ruth Hopkins)
Ze klopte aan bij politiebureau Warmoesstraat en deed, op aanraden van de politie, aangifte tegen de mensen die haar hadden uitgebuit. ,,Ik heb ze het woonadres, het kenteken en het werkadres van Olga gegeven, alles. Omdat ik bang was voor represailles van de Joegoslaaf zei ik dat ik wist dat ik in de prostitutie zou komen te werken.''
-En in het algemeen zou je natuurlijk gegevens van verschillende bronnen met elkaar kunnen combineren. Als bijvoorbeeld een bepaalde sector binnen de prostitutie goed door ooggetuigen wordt beschreven en je weet dat zich daar bijvoorbeeld veel slachtoffers van vrouwenhandel bevinden, maar je weet veel minder over andere sectoren, maar er is wel een distributie bekend van slachtoffers van vrouwenhandel over de verschillende sectoren, dan zou je daaruit conclusies kunnen trekken.
 
***
 
Informatie over vrouwenhandel en prostitutie in het algemeen is tegenstrijdig. Als je een stelling wilt bewijzen over prostituees dan kun je overal bewijzen bijelkaar sprokkelen en dat kun je achter elkaar plakken, en dan komt dit heel overtuigend over. Ik zal waar nodig uitspraken en stellingen ontkrachten (ik blijf kritisch op mezelf).
 
***
 
Ik zal beginnen met de korpsmonitors (2003 en 2004). Deze politierapporten stellen dat het legale circuit min of meer "schoon" is en dat er weinig misstanden plaatsvinden. Ik verklaar dit doordat de politie veel te oppervlakkig controleert. Eigenlijk alleen op illegaliteit en minderjarigheid. De regio Amsterdam-Amstelland drukt dat in het rapport van 2003 goed uit:
Deze tippelzone en de raamprostitutie is min of meer ‘onder controle’, zij het dat de bemerking moet worden geplaatst dat deze constatering zich beperkt tot misstanden als: illegaliteit, minderjarigheid en valse documenten. Voor het verkrijgen van zicht op de ‘klassieke uitbuiting’ is deze vorm van contact te oppervlakkig. Over de aanwezigheid van het verschijnsel mensenhandel derhalve is mede daarom dan ook geen met voldoende feiten onderbouwde uitspraak te doen.
Op zichzelf vloeien vanuit de clubs geen kenmerkende misstanden voort. Het punt is echter dat ook hier de controlefrequentie en de toch tamelijk oppervlakkige controle niet die voorwaarden schept die voor een slachtoffer van mensenhandel zodanig zijn dat zij met haar verhaal naar de politie stapt. Ook voor de politie is dit contact zodanig vluchtig dat zij hieruit niet met vrucht signalen van mensenhandel kan detecteren. De korpsprojectleider is tevreden over het toegenomen aantal controles maar acht het kwaliteitsniveau niet op het gewenste niveau voor een adequate detectie van slachtoffers mensenhandel.
De vierde rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel noemt getallen (zie pagina 18, voetnoot 18) die juist suggeren dat de meeste misstanden zich in het legale circuit voordoen!!!!:
Bij de succesvol afgesloten opsporingsonderzoeken mensenhandel [in 2003] waren in totaal 54 seksbedrijven betrokken, waarvan 19 zonder vergunning. In 2002 waren dat er 140, waarvan 38 zonder vergunning.
(Op zich zou dit ook kunnen komen doordat misstanden in het legale circuit simpelweg veel sneller boven water komen, daar zal ik later op terug komen)
 
Die korpsmonitors zijn er indirect waarschijnlijk de oorzaak dat je zo vaak in de media hoort dat vrouwenhandel niet of nauwelijks meer voorkomt in de vergunde seksbedrijven en vooral ondergronds plaatsvindt. In het overheids-rapport Plan van aanpak ordening & bescherming prostitutiesector wordt zelfs triomfantelijk geconcludeerd dat:
De resultaten van de Korpsmonitor 2003 bevestigen het vermoeden dat strafbare vormen van exploitatie zich vooral voordoen in dit niet-vergunde gedeelte van de branche. In de door de toezichthouders gecontroleerde prostitutiebedrijven met vergunning werden in 2003 nauwelijks misstanden aangetroffen. Hier blijkt de met de legalisering bedoelde sanering van de prostitutiebranche - in de gemeenten die het bestuurlijk toezicht en de bestuurlijke sanctionering goed op orde hebben - inmiddels plaats te vinden.
Ik wil nog de aandacht vestigen op dit politiebericht:
Aanhoudingen na controle 55 raambordelen en 12 besloten clubs op de wallen in Amsterdam
maandag, 28 februari 2005
Afgelopen zaterdagmiddag en -avond hebben agenten in de Amsterdamse binnenstad een uitgebreide zedencontrole gehouden. 55 Raambordelen en 12 besloten clubs werden gecontroleerd op illegale prostitutie, gedwongen prostitutie of prostitutie door minderjarigen, zo laat het korps Amsterdam-Amstelland weten.
 
Aanhoudingen
 
Tijdens de controle werden 154 dames gecontroleerd. Twee van hen werden gearresteerd omdat zij een vals legitimatiebewijs hadden. Bij één van de prostituees vermoedden de dienders dat er sprake was van mensenhandel. Drie vrouwen waren niet in het bezit van een werkvergunning. Bij de controle werden circa 35 mensen ingezet.
 
Veel diensten ingezet
 
Naast agenten van de wijkteams Beursstraat, De Pijp, Nieuwezijds Voorburgwal, de Sociale Jeugd en Zedenpolitie en de Vreemdelingendienst werd de actie ondersteund door de Marechaussee.
Interessant is dus dat politiecontrole's zelden vrouwenhandel aan het licht brengen. Weerspiegelt dit de werkelijkheid?
 
***
 
Ik ben van mening dat je niet kunt zien aan het gedrag van een prostituee of ze gedwongen is. Ik steun daarin vooral op ooggetuigen maar ook op het gezonde verstand. Van mannen die prostituees hebben bezocht weet ik dat prostituees die goede kwaliteit leverden inclusief "Girlfriend-experiences" achteraf toch slachtoffer bleken te zijn van vrouwenhandel. Ik weet bijvoorbeeld van klanten die saunaclubs bezoeken in Duitsland dat veel Oost Europese prostituees die daar werken dat onder druk doen van pooiers, maar die vrouwen leveren desondanks toch betere kwaliteit dan bijvoorbeeld Nederlandse prostituees in Nederland.
 
Het lijkt wel of iedereen denkt dat klanten helderziend zijn. Neem bijvoorbeeld Maria de Cock van de stichting tegen vrouwenhandel (Interview uit het AD, 12 September 2005):
Wat we willen gaan doen is klanten meer bewust maken en actief gaan vragen om misstanden aan justitie door te geven. Want een hoerenloper kan ook best zien of een vrouw zich onder dwang prostitueert.
Zelfs Karina Schaapman lijkt het te geloven (zie "Het onzichtbare zichtbaar gemaakt, prostitutie in Amsterdam anno 2005"). Uit een selectie van citaten op hookers.nl wordt geconcludeerd dat:
....klanten zich wel degelijk bewust zijn van het feit of men gedwongen dan wel vrijwillig prostitueert.
Ik ben van mening dat het niet zo simpel ligt. Een prostituee die uit eigen beweging de prostitutie is gegaan kan een hekel hebben aan het werk en dat ook uitstralen (hmmm, of dat zo goed is, maar in ieder geval stemt ze er in toe). Maar misschien heeft het feit dat ze er sip uit kan zien ook wel niks met haar werk in de prostitutie te maken, misschien is een familielid overleden of is er iets anders gebeurd dat heel erg voor haar is.
Een slachtoffer van mensenhandel kan onder druk van virtuele schulden en dreiging van geweld net doen alsof ze het werk geweldig vindt om de klant tevreden te stellen.
Ook het kijken naar rondhangende pooiers zal niks opleveren. Veel slachtoffers van mensenhandel worden niet 24 uur per dag in de gaten gehouden. Vaak is het dreigen van geweld naar de vrouw en haar familieleden voldoende om haar te doen gehoorzamen. Ook veel vrouwen die voor hun vriend of man werken zullen vaak niet in de gaten worden gehouden, en zullen ook geen dwang uitstralen, deze vrouwen vinden zichzelf namelijk geen slachtoffer. Op hookers.nl tel ik van de bijna 4000 prostituees die er in Nederland beschreven worden, hooguit 30 waarvan de klant merkt dat die weleens gedwongen zou kunnen zijn door een pooier. Dat is niet meer dan 1 procent. In die gevallen hangt er vaak duidelijk een vent om die vrouw heen of ze heeft een opzichtige tattoo op haar lichaam met een Arabische of Turkse naam. Dat gebeurt bijna altijd in de raamprostitutie, op grote afstand gevolgd door privéontvangst. Controlerende pooiers zijn in die sectoren voor klanten veel beter zichtbaar. In een club zul je geen rondhangende pooier vinden (uitgezonderd de saunaclubs in Duitsland waar dat vaak juist wel gebeurt).
Ook zul je nauwelijks blauwe plekken zien bij prostituees (op hookers.nl tel ik er 3 waarvan de klant zegt dat ze blauwe plekken heeft, en dat op de meer dan 4000 beschreven prostituees in Nederland). Dit is me trouwens een raadsel. Vooral door het feit dat mensenhandelaren vaak flink wat geweld gebruiken tegen prostituees zou je verwachten dat (als mensenhandel inderdaad zo'n groot probleem is) er behoorlijk wat prostituees achter de ramen zitten met zichtbare blauwe plekken. Ik heb ze zelf nog nooit gezien.
In de volkskrant-artikelen van Menno van Dongen worden mogelijke verklaringen hiervoor gegeven. In "een geraffineerd spel" (12 Mei 2007) staat over een vrouwenhandel-bende:
Slaan komt vaak voor in deze kringen, maar vrouwen bewerken met een honkbalknuppel is een ander verhaal. Slachtoffers die hierover spraken met de politie, zeggen bijna allemaal dat ze meteen nadat ze werden geslagen, in koud water werden gezet. Dan krijg je veel minder blauwe plekken.
In een andere artikel door Menno van Dongen in de Volkskrant ("Toch weer verliefd op een pooier", 17 Mei 2007) staat:
Hij drukte sigaretten uit op mijn lichaam en sloeg me in elkaar. Blauwe plekken moest ik wegwerken met make-up, dan zag je er niet veel van met dat gedimde licht achter de ramen. Als ik er te slecht uitzag, moest ik rust houden. Maar dan bouwde ik wel een schuld op, die ik moest inlossen door langer te werken.
In het boek "Ga je mee schat?" (1998, Henk Ruigrok, Bert Voskuil) beschrijft de Poolse Maria (op pagina 92):
De volgende dag moest ik weer. Ik wilde niet. Toen werd ik weer geslagen. Op een manier dat we geen blauwe ogen opliepen. Die invalide Marokkaan liet door een van zijn helpers mijn handen achter mijn lichaam vasthouden en toen sloeg hij me met een glazen colafles op mijn buik. Het deed verschrikkelijk pijn. Dan geef je wel toe.
Op de weblog van Rob Zijlstra (rechtbankverslaggever te Groningen) wordt beschreven in het artikel "loverboys" (Rob Zijlstra, 1 Februari 2005):
De officier van justitie – hij eiste 24 en 30 maanden celstraf – baseert zich op vooral afgeluisterde telefoongesprekken, waaruit hij rijkelijk citeerde om de rechtbank te overtuigen van zijn gelijk. In de woning van een van de verdachten is bovendien een artikel gevonden over loverboys. Epiloog, staat boven het stuk, geschreven door een van de verdachten. Er staat onder meer in dat als je een vrouw slaat, ja haar nooit moeten raken in het gezicht. Met kapotte lippen of een blauw oog kan ze immers niet de hoer spelen. Met de vlakke hand hard op het achterhoofd slaan, dat werkt.
 
Ook dit ontkent de verdachte. Het artikel komt niet uit zijn brein, maar hij had het, uit verveling, overgeschreven, Uit de Libelle of de Margriet, of zo. Maar de officier had dit laten uitzoeken en liet weten dat deze damesbladen, en ook niet de de Viva, de Tina en de Flair een dergelijk stuk hebben gepubliceerd.
Bovendien hoeft het niet zo te zijn dat een rondhangende man die de prostituee in de gaten houdt iets kwaads in de zin heeft. Het kan uit oprechte bezorgdheid zijn dat haar vriend haar in de gaten houdt. De Noorse onderzoekers Cecilie Hoigard en Liv Finstad bestudeerden in de jaren tachtig straatprostituees in Oslo (zie "Backstreets: Prostitution, Money and Love", 1992). Het viel hen op dat juist die mannen die in de buurt rondhingen eigenlijk wel aardig waren voor hun vriendin. Mannen die met geweld hun vrouwen dwingen als prostituee te werken bleven vaak gewoon thuis zitten!!
 
In mijn opvattingen voel me gesterkt door het veldwerk van Liesbeth Venicz. Ze heeft in 1997/1998 veldwerk gedaan onder raamprostituees in Groningen. Haar ervaringen staan in het rapport: "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998). Ze zegt in het voorwoord:
De buitenlandse vrouwen zijn niet zo afhankelijk als de beeldvorming wel wil, integendeel. Ook de Nederlandse vrouwen zijn nog lang niet allemaal die zelfstandige werkende vrouwen die we graag zouden zien. Hoe gevoelig ook prostituees zijn voor die beeldvorming, blijkt uit de rookgordijnen die de vrouwen om zich heen weten te leggen, zeker als ze niet geheel vrijwillig werken. Dit maakte de verhalen die ik hoorde, soms zeer verwarrend. (...)
Steeds opnieuw werd ik ermee geconfronteerd dat ik toch te snel over een situatie geoordeeld had. Achter elk beeld dat ik vormde van een vrouw bleek nog een ander, genuanceerder verhaal schuil te gaan. Een zeer zelfstandig overkomende vrouw, had zich een week later zomaar een blauw oog laten slaan door haar vriend. Een vrouw die ik steeds dacht te zien bezwijken, bleek over verbazende veerkracht te beschikken.
Later in het rapport zegt ze over Nederlandse prostituees die voor pooiervriendjes werken:
Het betreft hier met nadruk niet alle Nederlandse meisjes. Er zijn ook meisjes die wel zelfstandig werken, soms na enige tijd voor een pooiervriendje te hebben gewerkt, of die er voor kiezen om hun vriendje te onderhouden en zelf het bedrag bepalen wat ze aan hem af staan. Door het rookgordijn dat vrouwen om zich heen creëren, is het niet eenvoudig om precies te bepalen wie wel en wie niet tot deze groep behoort.
en:
Het is ook niet altijd aan de meisjes te zien dat ze onder druk staan. Ook vrouwen met een zelfbewuste houding blijken soms toch slachtoffer van vrouwenhandel.
Als deze hulpverleenster - die toch veel beter in contact kan komen met die vrouwen - niet kan weten welke prostituees vrijwillig werken, hoe kunnen klanten dit dan wel?
 
vervolg op:
 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl