kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
 
Ik verdiep me ook in de geschiedenis van de prostitutie in Nederland. Het lijkt erop dat in de eeuwen voor de twintigste eeuw prostituees over het algemeen slaven waren. De kentering lijkt zich in te zetten in de jaren 1960.
 
Uit het boek "Het Amsterdams Hoerdom - Prostitutie in de zeventiende en achttiende eeuw" (Lotte van der Pol, 1996).
 
Een korte uitleg: speelhuizen zijn bordelen waar muziek wordt gespeeld. De prostitutie vind niet in de speelhuizen zelf plaats. De meeste bordelen waren geen speelhuizen. Wel was er een overlap tussen de twee vormen; veel prostituees werkten in beide vormen.
 
Lotte van der Pol verwijst ook veel naar het 17de eeuwse boekje T'Amsterdamsch hoerdom. Behelzende de listen en streken, daar zich de hoeren en hoere-waardinnen van dienen; benevens der zelver maniere van leeven, dwaaze bygeloovigheden, en in 't algemeen alles 'tgeen by dese juffers in ghebruick is (1681) geschreven door een anoniem persoon. Lotte van der Pol ziet het boekje als zeer betrouwbaar.
 
Pagina 34 (quote):
In de periode van de laat-middeleeuwse regulering bestond er een woord voor souteneur: in vele keuren komt ‘poytier’ in die betekenis voor. In de vroegmoderne periode ontbreekt een apart woord voor souteneur. Er is in die periode een duidelijke onwil om mannen te zien als actief betrokken bij de organisatie van de prostitutie: vrouwen, niet mannen werden als de instigatoren van dit kwaad beschouwd. Maar het type van de souteneur lijkt ook in werkelijkheid weinig voor te komen. Een enkele keer verschijnt er een ‘hoerenbeschermer’ voor de rechtbank, die door kruishoeren betaald wordt om hen in nood bij te springen. En in de achttiende eeuw hebben sommige prostituées een man die zij hun ‘liefste’ noemen, met wie ze samen wonen en die van hun verdiensten leeft. In het algemeen is er in de prostitutie van deze periode voor hen echter geen grote en duidelijke rol weggelegd.
Pagina 87 (quote):
Succesvolle waardinnen hadden weinig moeite om een man te vinden, wat blijkt uit het gegeven dat de hoerenwaarden vaak jonger, soms vele jaren jonger waren dan de waardinnen met wie ze leefden. De verdiensten uit de prostitutie in een hoerhuis waren het werk van de waardin; dit soort koppelarij was immers vrouwenwerk, evenals het toezicht houden op vrouwelijk personeel en de kleinhandel. (…) De rol van de waard diende zich te beperken tot schenker van drank en uitsmijter van lastige klanten. Dat de waard in feite leefde van de verdiensten van zijn vrouw, en dat dit ook nog in zekere zin besmet geld betrof, was voor de man vernederend. Mannen die ervan beschuldigd worden hoerenwaard te zijn, verklaren voor de rechtbank vaak dat ze er niets van weten en er niets mee te maken hebben, want dat het huishouden en dus ook het hoerhuishouden alleen hun vrouw aangaat.
Pagina 120 (quote):
Het kwam regelmatig voor dat een vrouw een hoerhuis verliet voor een man die haar wilde mainteneren. Meestal moest hij haar dan ‘lossen’, ofwel haar schulden betalen.
Pagina 199 (quote):
De confessieboeken in deze periode [1578-1650] geven een beeld van een prostitutie die kleinschalig is en nog weinig geprofessionaliseerd, en van prostituées die vrij onafhankelijk opereren.
Pagina 214 (quote):
Ook wezen genoten speciale bescherming van de stad. De burgemeesters hadden immers de ‘oppervoogdij over weduwen en weezen’ en legden bij ambtsaanvaarding een eed af dat ze ‘der stede poorteren, weduwen ende weezen’ zouden beschutten en beschermen. Wanneer een kind was verlaten door de ouders, wordt de formule gebruikt dat de ‘Heren Burgermeesters het kind hebben aanvaard’ en dat het ‘op ordre van de Heren Burgermeesters’ naar het Aalmoezeniershuis is gebracht. De overheid nam de plaats van de ouders in en het ‘debaucheren’ van een meisje uit een weeshuis werd dan ook extra waar opgenomen. De overheid was betrokken bij de twee stedelijke weeshuizen, het Burgerweeshuis en het Aalmoezeniersweeshuis, waarin de kinderen uit de armste en minst in Amsterdam gewortelde families zaten (…)
De bescherming van meisjes die nog in een weeshuis woonden, lijkt redelijk effectief te zijn geweest. De vele arme en familieloze aalmoezeniersmeisjes hadden een gemakkelijke prooi voor de prostitutie kunnen zijn, maar aan de confessieboeken te zien hebben de hoerenwaardinnen hen met rust gelaten, zoals ze zich ook liever niet brandden aan meisjes die familie in de stad hadden.
Pagina 223 (quote):
Een van de voornaamste instrumenten die de overheid in haar strijd ter beschikking staan, is het treffen van de bedrijfstak in zijn kapitaal. Toen in de zeventiende eeuw de hoerhuizen voortduren werden ‘gestoort’ en opgejaagd, bleven de prostitutiebedrijven klein. Door de grote kans op invallen en gedwongen verhuizingen was het niet verantwoord investeringen te doen; bovendien ontsnapt een grote zaak minder aan de aandacht van de justitie dan een kleine. Toen de speelhuizen in zwang kwamen, omstreeks 1675, liet de overheid deze zaken en hun waarden veelal ongemoeid. Alleen de prostituées werden er gearresteerd. Dit leidde tot grote zaken die heel zichtbaar opereerden; het is dan ook een bloeiperiode van de prostitutie geweest.
Pagina 223-224 (quote):
Het was veel effectiever de hoerenwaardinnen en –waarden te treffen dan de prostituées. De grootschalige arrestaties van prostituées in speelhuizen in het laatste kwart van de zeventiende eeuw hielpen nauwelijks om prostitutie te verminderen, zeker niet waar deze meisjes licht gestraft werden en snel weer in de business terugkeerden. De organisatoren beschikken over meer middelen om zich aan de vervolging te onttrekken dan prostituées, en de eersten hebben hun uiterste best gedaan de risico’s af te wentelen op de laatsten.
Pagina 272 (quote):
Tot 1670 kwam het vaker voor dat een huis waar prostituées woonden, veeleer een ‘oneerlijk slaaphuis’ was dan een bordeel. Prostituées waren toen minder persoonlijk gebonden aan een waardin en prostitutie was in het algemeen minder beroepsmatig van karakter. De prostituée had daardoor meer vrijheid en kon gemakkelijker uit het leven stappen.
Pagina 282 (quote):
In de betere speelhuizen werden ze slechts toegelaten als ze mooi gekleed waren, maar voor die kleren hadden ze zich niet zelden bij een hoerenwaardin in de schulden gestoken. Deze liet hen dan ook niet uit het oog, en veel prostituées gingen slechts onder geleide van hun waardin of haar meid naar de speelhuizen.
Pagina 300-301 (quote):
Het thema schulden loopt als een rode draad door de geschiedenis van de prostitutie. Misschien meer nog dat diepe armoede en honger komt dit door de eeuwen heen naar voren als reden om zich te prostitueren én als belemmering daarmee op te houden. Dit geldt ook voor vroegmodern Amsterdam. De hoerenwaardin had de connecties die nodig waren om aan klanten te komen en kon de bescherming leveren om deze ook daadwerkelijk te laten betalen. Maar haar belangrijkste kapitaal was materieel. De waardin onderscheidde zich van de hoer doordat zij geld of krediet had. Daarmee kon ze een huis huren en zaken als voedsel en kleren verschaffen, maar vooral bracht het haar in de positie een hoer geld voor te schieten of haar schulden over te nemen. Een vrouw die zwanger was, kon in een hoerhuis bevallen; een vrouw die ziek was, kon er verpleegd worden; wie werkloos was, kon er de tijd naar een nieuwe dienst overbruggen. De rekening moest echter vroeger of later via prostitutie voldaan worden.
Pagina 301 (quote):
Schulden werden ook opgebouwd aan het begin van een hoerenbestaan, voor de aanschaf van kleren en opschik. Mooie kleren waren nodig als beroepskleding, maar vormden voor meisjes uit de arme bevolkingsgroepen tegelijk een belangrijke verleiding om prostituée te worden. Kleren waren echter zeer duur en de schulden die zo gemaakt werden, konden slechts met grote moeite worden afbetaald.
Veel hoeren stonden al hun verdiensten af om hun schulden te betalen of opdat de waardin hen van kleren zou voorzien. (…) Juist jonge en beginnende prostituées vertellen dat ze zelf weinig of niets in handen kregen. Hun onervarenheid zal hen hierbij parten hebben gespeeld; tegelijkertijd was aan deze nieuwelingen het meest te verdienen.
Pagina 302 (quote):
In de jaren 1692-1694 werden bijvoorbeeld de volgende schuldbedragen opgegeven [in de confessieboeken]: 9, 10, 11, 12, 20, 30, 40, 40 à 57, 50 en 87 gulden. In de helft van de gevallen was dit meer dan het jaarloon van een dienstmeid. (…)
De schulden maakten dat de prostituées in de macht waren van de hoerenwaardin, die hen dan ook met schuld en al aan een andere waardin of waard kon overdoen (‘lossen’). Aaltje van Arnhem, gehaald uit de hoerenkelder van Anna Vlam in de Wijde Kapelsteeg, vertelde dat ‘haar kameraat voorlede sondag is gelost en alsdoen gegaan is na het hoerhuis op de Zeedijk bij Magteld’. De rechtbank vroeg toen ‘wat het te seggen is gelost te zyn’, waar Aaltje op antwoordde ‘dat Magteld voor haar schulden aan de waard en waardin betaald heeft.’ Vaker nog werden bij deze transacties ‘kopen’ en ‘verkopen’ gebruikt: de vrouw die voor 60 gulden gelost was, was een maand tevoren voor 80 gulden door Magteld ‘gekogt’. Dit waren normale transacties om aan de behoefte aan nieuwe gezichten te voldoen. De hoerenbesteedsters die zelf geen vrouwen hielden maar alleen bemiddelden, ontvingen hiervoor een commissie die eenvoudigweg weer bij de schuld van de meisjes werd opgeteld.
Pagina 305 (quote):
Het dwangmiddel tot prostitutie was echter vrijwel altijd de schuld van de hoer aan de waardin, en het lenen van geld was natuurlijk niet strafbaar. Volgens Het Amsterdamsch Hoerdom lukte het de vrouwen die door schulden in de macht van de waardin waren nooit om daar op eigen gelegenheid uit te komen: ze moesten zien te vluchten, of anders een man vinden die hen wilde vrijkopen, in de woorden van dit boek ‘dat ze een Zot by’t been krygen, die de schuld voldoet, en hen vorders van alle noodwendigen verzorgt, om een stinkend pis-gat voor sich alleen te hebben.’

Pagina 305 (geen quote) !!!!:
De schulden werden door de overheid erkent.

Pagina 306 (quote):
Toen de Duitser [Johann] Beckmann in 1762 in allerlei speelhuizen de meisjes naar de reden van hun oneerlijk leven vroeg, kreeg hij als standaardantwoord dat het meisje naar familieleden in Amsterdam was getrokken maar dat die waren gestorven en zij vervolgens door schulden in handen van een hoerenwaardin was geraakt [Kernkamp G.W., ‘Johan Beckmann’s dagboek van zijne reis door Nederland in 1762’, Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap 33 (1912), pp. 311-473]. Dat lijkt dus een vast punt ter verontschuldiging te zijn geworden, maar inderdaad lijken de schulden juist in de achttiende eeuw als een vanzelfsprekendheid beschouwd te zijn.
Pagina 307 (quote):
In de prostitutie heeft kleding een zeer belangrijke rol gespeeld. Juist door kleren en andere opschik zijn prostituées in de schulden geraakt. Mooie kleren behoorden tot de uitrusting, het arbeidskapitaal van de prostituée. In de boedelinventarissen van het achttiende-eeuwse Delft werden in de armste groepen bij prostituées veel en mooie kleren aangetroffen. De kleding was ook een belangrijk lokmiddel om vrouwen tot prostitutie te verleiden. Een meisje uit het volk bezat een heel beperkte garderobe, met als basis tot ver in de achttiende eeuw een simpele bruine of zwarte rok. De mooie kleren, vrolijke kleuren en opschik van de vrouwen van de hogere klassen die zie in het rijke Amsterdam volop zag, kon zij zich nimmer veroorloven; zelfs een goedkope imitatie van de mode lag buiten haar bereik. Kledingstukken van elke soort waren kostbaar maar waren ook van een kwaliteit die heel lang meeging.
Pagina 308 (quote):
Het systeem van schulden door kleren bleef  tot het einde der negentiende eeuw in zwang; vermoedelijk is hier een eind aan gekomen met het goedkoper worden van stoffen en de opkomst van de confectie-industrie, waardoor een variatie aan leuke kleren ook voor gewone vrouwen binnen bereik kwam.
Pagina 312 (quote):
Zo’n dure uitrusting lijkt pas in zwang te zijn gekomen met de ontwikkeling van de speelhuizen. Tot 1680 wordt slechts twee keer melding gemaakt van het verschaffen van kleren, vanaf 1680 wordt dat heel vaak genoemd.
Pagina 314 (quote):
De tabbaards, samaren en fontanges hebben de meeste aandacht van tijdgenoten en justitie getrokken, maar zullen alleen al door de kosten niet tot de normale dracht van de gemiddelde prostituee hebben behoord. Ook Het Amsterdamsch Hoerdom beschrijft naast hen die pretenderen juffers te zijn, veel ‘burgerlijk’ geklede, en zelfs al boerinnen uitgedoste hoeren, zodat er verschillende soorten volk werd aangelokt.
Pagina 326 (quote):
Binnen een hoerhuis lijken gewoonlijk slecht één of enkele klanten per dag of zelfs per week te zijn ontvangen. De organisatie en de omgang met een klant kostten op zich al veel tijd: vaak moest een vrouw gehaald worden, werd er samen gedanst, gedronken en gegeten, en soms bleef de man de hele nacht slapen of ging zelfs dagenlang met hetzelfde meisje op stap.
Pagina 329 (quote):
Pedofiele wensen van klanten blijven in het duister; er werden ook zeer zelden prostituées aangetroffen die jonger waren dan vijftien jaar. Kinderprostitutie op enige schaal is er niet geweest, al zijn er ook verhalen, geruchten en beschuldigingen die doen vermoeden dat iets dergelijks wel voorkwam.
Pagina 336 (quote):
De reisbeschrijvingen uit de tweede helft van die [17e] eeuw melden dat bezoekers bij binnenkomst van een speelhuis een fles wijn van een gulden voorgezet krijgen, of men die nu opdrinkt of niet. Een prostituée had de taak de man tot drinken aan te zetten en zelf op zijn kosten zoveel mogelijk te drinken; een goede hoer, die veel geld in het laatje brengt, kan volgens Het Amsterdamsch Hoerdom vooral ‘afgryselyk zuipen.’
Pagina 339-340 (quote):
De 6 à 8 gulden die een modale prostituée per week verdiend moet hebben, waren ongeveer gelijk aan het weekinkomen van een geschoolde arbeider in Amsterdam en twee of drie keer zoveel als wat een vrouw met gelijke arbeid kon verdienen. Na aftrek van kostgeld en afdracht aan de waardin zou ze wekelijks enkele guldens hebben kunnen oversparen; jaarlijks 100 à 150 gulden, drie- tot vijfmaal het jaarloon van een dienstmeid. Veel prostituees hadden schulden, en dan nog is het de vraag of er in dit milieu gespaard werd. Het Amsterdamsch Hoerdom schrijft dat de hoeren het verdiende geld heel gemakkelijk weer uitgeven, een observatie die ook in de negentiende- en twintigste-eeuws prostitutieonderzoek te vinden is.
Pagina 351 (quote):
Om de gasten te geven waarvoor ze kwamen – waar ze over  gelezen hadden -, werden investeringen gedaan in de huur van ruimten en muzikanten, in de aanschaf van meubilair, kleren en opsmuk. Deze investeringen hebben het prostitutiebedrijf geprofessionaliseerd en de prostituées in de schulden gestort.

Uit ‘Het Mysterie van de Verdwenen Bordelen – prostitutie in Nederland in de negentiende eeuw’ (Martin Bossenbroek en Jan H. Kompagnie, 1998):

Even een korte uitleg; Ottho Gerhard Heldring was een plattelandsdominee en richtte de Heldring-stichtingen op na een bezoek in 1847 van de enige vrouwengevangenis in Nederland in Gouda (p. 103). Hij was geschokt hoe jonge vrouwen er werden gerekruteerd voor de prostitutie; de jonge vrouwen zaten samen met hoerenmadammen (p. 103). Hij opende in 1848 Asyl Steenbeek te Zetten om gevallen vrouwen op te vangen (niet alleen prostituees) (p. 110). De dagelijkse leiding stond in handen van Petronella Voûte (p. 111). Heldring stierf in 1876 en werd begin 1877 opgevolgd door Hendrik Pierson (p. 129). Op 14 April 1877 ging trouwens Asyl Steenbeek in vlammen op waarin ook Petronella Voûte om het leven kwam (p. 123). Het werd wederopgebouwd.

Pagina 117-118 (quote):
Gelukkig voor Heldring kende hij in andere opzichten minder twijfel – en meer publieke bijval. Zo wist hij in 1859 de juiste snaar te treffen door het lot van prostituees in de bordelen nadrukkelijk te vergelijken met dat van slavinnen. (…) Zijn brochure met als titel de retorische vraag Is er nog slavernij in Nederland? heeft sindsdien een zekere faam verworven, niet alleen vanwege de signaalfunctie, maar zeker ook vanwege het politieke effect dat dit keer wel werd bereikt. Wederom draaide het om schuld en boete, maar nu in een totaal andere betekenis.
‘De schuld’, dat was het bedrag waarvoor een prostituee doorgaans in het krijt stond bij een bordeelhoudster, de ‘boete’ was het slavenbestaan waartoe zij daardoor veroordeeld was. Zo’n vijf jaar voordat Jacob van Lennep zijn Klaasje Zevenster in zo’n val zou laten lopen, schetste Heldring op basis van ‘de lotgevallen en berichten der asylisten’ in Steenbeek alvast het dramatische scenario: jonge dochter wordt door koppelaarster op slechte pad gebracht, uit ouderlijk huis verstoten, waarna een ‘juffrouw’ – geen juffrouw Voûte, maar een Mama Canaille – zich over haar ontfermt, haar in ‘de fraaiste toiletten’ steekt, ‘de goede vrouw schiet alles voor’, maar alras blijkt juist die ‘pracht van kleederen’ de eerste schakel van de slavenketting, niet alleen wordt ze nu opgediend aan ‘de rijken verfijnden wellusteling’, maar ook loopt haar schuld steeds hoger op, want alles kost geld, kost en inwoning, kleding en bewassing, reparaties en medisch onderzoek, alles twee-, driemaal de gewone prijs, zodat aflossing van de schuld, ontsnapping aan de slavenketting onmogelijk is, of een van die rijke verfijnde wellustelingen moet haar vrijkopen, dat wil meestal zeggen als privé–slavin misbruiken, of een andere madam moet haar willen overnemen, waarna er over haar onderhandeld wordt als over een stuk vee, en zij haar slavenbestaan voortzet in een ander bordeel, en na een tijdje in weer een ander, net zolang totdat ze vroegoud en versleten is en geen waarde meer heeft en wordt afgedankt, en eindelijk haar vrijheid herkrijgt, de vrijheid om te creperen als bedelares of landloopster. ‘Dat er zulk een handel in menschen bestaat (…) [(…) in book ‘Het mysterie….’] in het beschaafde Nederland,’ concludeerde Heldring afgemeten, ‘dat is onverantwoordelijk.’
Pagina 152 (quote) [Hendrik Pierson reageert op een wet die bordeelhouders verplicht bekend te maken aan vrouwen wat voor werk ze gaan doen in aanwezigheid van de burgemeester of één van z'n ambtenaren]:
Uit zijn Steenbeekse ervaring wist hij [Hendrik Pierson] welke ‘tooverkracht’ de bordeelhouder ‘of nog meer de bordeelhoudster’ over een ‘pensionnaire’ uitoefende, om haar te laten zeggen wat de burgemeester wilde horen. Nee, de enigen die voortaan ‘een steun in de wet’ zouden kunnen vinden, dat waren de bordeelhouders zelf. Hun beroep was nu, helaas, wettelijk erkend.
Pagina 214-215 (quote):
Op voorstel van de medicus A. Voûte werd besloten dat er een nader onderzoek naar aard en omvang van de prostitutie zou worden ingesteld, en wel – een landelijke primeur – door leden van de gemeenteraad [van Amsterdam] zelf. Naast Voûte en collega-arts en wethouder C.F.J. Blooker werden in de commissie ook Fabius en J.G. Schölvinck, twee van de elf initiatiefnemers, en P. Nolting benoemd.
Was de instelling van de raadscommisie al opmerkelijk, door de ambitieuze werkwijze werd haar onderzoeksrapport helemaal bijzonder. Cijfers verstrekt door politie en bevolkingsregister, werden aangevuld met informatie van middernachtzendelingen. Ook gingen enkele leden van de commissie zelf op pad, de bordelen langs, gewapend met vragenlijsten in het Frans, de moedertaal van de meeste daar werkzame prostituees.
(…)
Het kostte de commissie op deze manier ruim een jaar, maar haar conclusie gepresenteerd op 20 Januari 1897, liet toen aan duidelijkheid niet te wensen over. ‘De openlijke huizen van ontucht moeten verdwijnen,’ luidde haar eensgezinde oordeel. De achterliggende argumentatie was samengebald in één van emotie trillende zin: ‘dat bestendiging der bordeelen beteekent bestendiging van den mensch-onteerende handel in vrouwen; bestendiging van de ergerlijkste verleiding tot de gemeenste vormen van ontucht; bestendiging eindelijk van de aan slavernij grenzende afhankelijkheid, waarin medemenschen door het uitvaagsel der maatschappij worden gebracht en gehouden.’
Het waren vooral de antwoorden van prostituees die indruk bleken te hebben gemaakt op de commissieleden. De werkomstandigheden in de bordelen, met hun dictatoriale gouvernantes, hun leugenachtige placeurs en hun vastgestelde hoge prijzen voor van alles, waren je reinste uitbuiting; (…)

Uit “Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen” (Petra de Vries,1997)

Pagina 252-253:
In het najaar van 1901 ging de politieman J. Balkenstein, een man die sympathiek stond ten opzichte van het werk van de Middernachtzending, op bezoek in de Amsterdamse bordelen. Deze opmerkelijke stap hield verband met de opdracht die hij van het Nationaal Comité gekregen had om een onderzoek in te stellen naar 'de aard en omvang' van het probleem van de handel in vrouwen en kinderen. Onder de dekmantel 'klant' hield hij gesprekken met prostituees, als politieman ging hij tot in het buitenland de gangen na van bepaalde verdachte 'besteedsters', 'placeurs' en 'handelaren', en hij zette zich persoonlijk in om meisjes los te krijgen uit bordelen waar zij tegen hun wil terecht gekomen waren. Het resultaat van zijn inspanningen legde hij neer in een gedetailleerd rapport dat beschouwd kan worden als een uniek historisch document over de vrouwenhandel rond 1900. Het onderzoek had een sterk empirisch karakter waarin duidelijk de hand van de politieman, gewend aan objectieve beschrijving van 'gevallen', te herkennen is, en waarin zonder veel ideologische opsmuk een antwoord kwam op de vraag die abolitionisten dwars zat: hoe het nu toch mogelijk was dat misleide meisjes niet onmiddellijk rechtsomkeert maakten wanneer ze merkten in een bordeel terecht te zijn gekomen. Het rapport Balkenstein liet bijvoorbeeld zien hoe jonge, minderjarige Franse meisjes via misleiding en valse papieren in het luxe bordeel Maison Weinthal in Amsterdam terecht kwamen, hoe de vrouwen geïntimideerd werden, hoe velen van hen in de zogenaamde gesloten bordelen daadwerkelijk zelden of nooit alleen buiten kwamen en dat sommigen geen kleding hadden om zich mee op straat te vertonen, hoe onverschillig de politie reageerde op geweld tegen de vrouwen. Ook wat tegenwoordig 'trauma' heet klonk door, sommige vrouwen wisten niet eens dat zoiets als een bordeel bestond voordat ze er terechtkwamen; in een geval was er een meisje dat voortdurend 'schreide' en met hulp van de andere vrouwen letterlijk wist te ontsnappen. Een beproefde methode scheen ook te zijn om de vrouw angst voor de politie in te boezemen, juist omdat haar 'papieren' niet in orde waren. In dit verband werd later door verschillende abolitionisten dezelfde vrouwelijke zwakte gesignaleerd: "Iedere vrouw, maar vooral een onbeschaafde heeft een natuurlijken schrik voor 'papieren en stukken'"
Het rapport van Balkenstein werd vanwege 'kieschheid' tegenover de Nederlandse regering, die zo'n 'loyale medewerking had verleend', niet gepubliceerd, maar het kreeg desondanks door de Franse en Duitse vertalingen grote internationale bekendheid. Voor de abolitionisten was het rapport belangrijk voor de politieke propaganda, omdat nu definitief aangetoond was dat er in heel Europa een 'georganiseerde handel' bestond.
Uit ‘Het rosse leven en sterven van de Zandstraat’ (M.J. Brusse, oorspronkelijk 1912, tweede vermeerderde druk 1917, met illustraties). Zie een online versie op: www.dbnl.org

Korte uitleg: dit is een heel interessant boek over de oude Zandstraat in Rotterdam waar veel prostitutie plaatsvond. Veel informatie komt van een oud-majoor van de politie en een rechercheur die een rondleiding geeft. Met de "Polder" bedoelen ze volgens mij het gebied rond de Zandstraat.

Pagina 9 (volgens M.J. Brusse):
En 'k heb menige oude madam, die wie weet hoeveel onschuldige meisjes afgericht heeft, met tranen in de oogen over Juliaantje hooren lispelen.
Pagina 22:
Een oud-majoor van de politie vertelde mij over 't verleden van den Polder:
,,In 77 maakte ik mijn eerste ronde in de Zandstraat, en sedert heb ik er jaren geloopen, maar nooit een klap of stoot gehad. Want 't was er immers altijd gemoedelijk. En wanneer 't eens noodig was, deed je met een grooten mond veel meer dan met je sabel of pen en inkt voor 'n verbaal.
"T och is 't er nu doodsch, vergeleken bij toen. Haast iederen avond kon je d'r wel over de hoofden loopen. Moet u ook niet zuinig over denken, als daar aan de Boompjes zeilschepen vijf, zes dik lagen, en al die matrozen waren jaren weg geweest. Dan kwamen ze met een zak vol geld de Zandstraat in en zochten d'r troost en weligheid in 't Paard in de Wieg, in Londen’s Piket, de Fontein, of bij Daatje in de korte rokjes. Je had er nog zoo'n danshuis in de Trouwsteeg ook. En Hasko in de Peperstraat, en in de Raamstraat de Ooievaar, o ondeugend symbool! - Maar dat was daar toen alles nog degelijk werk. Tjonge ja, hoor... En nou, - elk huis, waar een fIesch bier op tafel staat, noemt zich meteen maar danshuis, tegenwoordig.
“Ook in de knipjes had je behoorlijk hoornmuziek; heele orkesten. Een orgel hoorde je niet. Toen Dirk Paternot 't eerst een draaiorgel nam in z’n zaak, was dat een wonder van geweld. En pas later volgden Vater Rhein en Charli in 't Engelsche cafe~chantant 'm na; - toen Bertus Henning, op 't Roode Zand, waar later Posthuma, de burgemeester van den Polder, in kwam."
Pagina 26 (volgens de majoor):
Maar die ellendige schande van souteneurs was nog totaal onbekend, en dus ook de chantage, de roof!
Pagina 29 (volgens de majoor):
"Maar wat 't ergste is? - Ja, hoe ging dat vroeger jaren? Dan waren 't vooral meiden, die te lui waren om te werken, en uit eigen wil maar liever in de Zandstraat gingen zitten. Nu is 't veelal dat jonge goed van dagmeisjes en fabrieksmeisjes, die je in mijn tijd nog niet zoo had. Zij zijn 's avonds vrij, gaan dan maar dansen in de Zandstraat, of 't voor een burgerdochter geen schande meer is. Hoeveel ouders gaan de gangen van hun kinderen nog streng genoeg na? Hoeveel kinderen storen zich nog aan dat strenge toezicht, aan 't uur van thuiskomen 's avonds? - Net zoo lang tot ‘t te laat is, en ze in handen vallen van die gewetenlooze slampampers, wie 't er immers alleen om te doen is juist zulke meisjes af te richten, dat ze weldra voor hen in schande den kost gaan verdienen..."
Pagina 30-32:
Voor ik mijn onderzoekingstochten onder de Poldermenschen en in en door den doolhof van hun Polderwoningen begon, ben ik eerst om raad gaan vragen aan enkele autoriteiten, die door hun ambt met de toestanden in dat donkere wereldje vertrouwd zijn geraakt. Onze hoofd commissaris van politie stond mij aanstonds welwillend te woord. De Zandstraatbuurt heeft zijn volle belangstelling; en niet alleen omdat zij zich daar dag en nacht voort in opdringt door haar misdaden en vergrijpen. De heer Roest van Limburg beziet dezen lastpost ook nog wat dieper. Hij tracht op allerlei wijzen door te dringen in den aard van de bevolking, zoekt naar de psychologie. En uit de sociale wanverhoudingen, de woningmisstanden, die daar samengaan met ontucht en criminaliteit, tracht hij zich een oordeel te vormen, dat hem in staat stelt zijn taak nog wat idealer op te vat ten dan als alleen om de openbare orde te bewaren. Hij staat er niet uitsluitend tegenover als het hoofd der politie, die met alle gestrengheid waakt tegen de overtredingen van strafwet en verordeningen; de heer Roest is overtuigd, dat het ernstig waarnemen van oorzaken en gevolgen ook aan hem en zijn korps een invloed van vertrouwelijker, van humaner aard zal geven, waardoor wellicht op den duur heel wat leed van misdaad en prostitutie kan word en voorkomen en de immoreele besmetting ingeperkt.
Maar daarvoor is meevoelen en begrijpen, vooral ook vertrouwen wekken, een eerste voorwaarde. En uit die overweging was de hoofdcommissaris mijn plan wel gezind. Laat de menschen maar eens naar waarheid lezen van wat er omgaat in die onderste lagen. Daar door zullen scheeve voorstellingen recht gezet kunnen worden, en het kan voor alles tot waarschuwing strekken.
Om tot die juiste inzichten te geraken, heeft de heer Roest van Limburg toen eerst zelf met mij gesproken; mij geïntroduceerd bij den chef van de zedenpolitie, om op de hoogte te komen van haar kiesche roeping ; heeft hij mij ‘t geleide meegegeven van een bezadigd en plaatselijk wel vertrouwd rechercheur, die mij in den Polder den weg kon wijzen, en van eigen dagelijksche ervaringen vertellen, opdat ik nu dan ook ònder het oppervlak door zou kunnen dringen in dit moeras. Van den directeur der bouwpolitie ondervond ik dezelfde welwillende medewerking. Het "Stadstimmerhuis" was tot inlichtingen omtrent de plannen van de groote onteigening bereid. Een der meest ervaren doctoren op het gebied van venerische ziekten deelde mij enkele conclusies mee uit zijn jarenlange praktijk...
Want zij allen waren het er over eens, dat het wel degelijk zijn nut kan hebben om het publiek ook eens ernstig voor te houden wat er zoo al onder de menschen in den Polder leeft; om de averechtsche begrippen wat juister te stellen; het oordeel in sommige opzichten misschien milder te stemmen, en in ieder geval om onverholen de velerlei gevaren aan te duiden, die daar dreigen op moreel, hygiënisch en sanitair, en op maatschappelijk gebied. Want het zijn immers verschijnselen in onze groote samenleving, van zeer ver strekkende oorzaken en gevolgen, die waarlijk, door ze maar altijd te verheimelijken, niet minder diep doorzieken. Een aanzienlijk percentage van de stadsbevolking veel talrijker dan gij zoudt durven vermoeden is er direct bij betrokken, en warempel niet altijd door eigen schuld of eigen verdorven wil alleen. En het overige deel der burgerij, van wat stand dan ook of van welken leeftijd, is toch min of meer blootgesteld aan de kwade kansen van allerlei aard, die in deze besmuikte toestanden hun oorzaak vinden.
T oen ben ik dienzelfden avond dan meteen maar met mijn leidsman op stap gegaan naar den Polder. En 't was wonderlijk, zooals ik daar, onder den invloed van den rechercheur naast mij, alles aanstonds anders ging zien dan toen ik er vroeger maar zoowat rond had gezworven met gretige schildersoogen en licht gevoelig voor de stemmingen van 't geval.
Pagina 44-46 (volgens de rechercheur):
En de gehaaide polderklanten vigileeren op ‘t onverstand van veel ouders, die soms al gauw de knip op de deur doen, en hun loszinnige dochter dan maar eens 'n nacht niet binnen laten, tot haar straf! - Je hebt van die souteneurs-typen, die daar een stelsel van maken. Zij doen zich aanvankelijk voor als de eerbaarste galanten, die een "nette verkeering" aan willen gaan; spreken van trouwplannen, als echte "verleiders", waarvan je wel leest in afleveringenromans... Maar onder 't dansen maken ze 't later en later... Tot vader eindelijk wit van drift uit ’t bovenraam buldert: "Jaan, hier en ginder, je blijft er maar buiten vannacht!"
Dàn heeft de slampamper z'n zin... Onderdak voor den nacht genoeg in al die logementjes en rendez-vous van den Polder, voor zulke verstooten schapen met haar beschermers. Of als 't meisje dat nog niet wil, heb je bier en daar wel een goedige moeke, die zich teederlijk over zoo'n minderjarige deern ontfermt in haar knipje, 't zij daar boven op 'n leegstaande kamer... En moeke, zij 't dan Belze Jeanette of Scheele Dien, belooft ’t bij haar ziel en zaligheid, dat ze de verloren dochter nóóit zal verraden, als Jaan dan ook maar aan niemand "verkotst", wat ze bij geval in moeke's zaakje mocht zien en... zêlf ondervinden, bij geval.
Maar in den regel stelt de ridderlijke galant toch wel voor om den boel nu maar bij elkander te doen, en vast op zoo' n gemeubeld Polderwoninkje te gaan zitten, in afwachting van al 't gemier om zoo gauw mogelijk samen te trouwen... Dat is wel de meest normale gang. De jongen verdient weliswaar oogenblikkelijk geen cent - hij is stereotyp “loswerkman” - maar och, daar valt nog zoo wel 's wat af, wanneer ie met de kameraden is...
Totdat dan eerst de gevolgen van ’ t samenwonen komen, die 't meisje nog hechter binden aan haar “knul”, en hij langzaam aan de dressuur begint, om haar schaamtegevoel wat te harden, met behulp gewoonlijk van z'n eigen bedorven makkers, of met dreigementen en geweld. Want dat is maar de bedoeling. 't Is om niets anders begonnen, dan dat zij, hoe eer hoe liever, voor hem den kost, en liefst wat heel ruim en lekker, gaat verdienen. Daarvoor drijft hij z'n liefje de Blaak op; volgt haar zelf aan den overkant... En als ze geen durf genoeg heeft, in 't begin; niet schaamteloos de taak vervult, waar hij haar op afgericht heeft, dan zwaait er wat 's nachts... Maar in den regel is de methode wel beproefd, en binnen een week of wat kan hij haar ‘s avonds alleen laten vigileeren op straat; brengt zij wel geregeld de taxe mee naar huis, dien hij haar gesteld heeft...
Dan is de Polderbevolking weer met een gehaaide lichte vrouw meer aangevuld. En och, onder diezelfde leiding, onder dat vertrouwelijke verkeer met zakkenrollers, ladenlichters, kwartjesvinders, dieven en inbrekers - waarin ' t gilde van de souteneurs meegaat, zooal voor tijdverdrijf buiten den Polder, als ze schaailoos loopen, omdat hun meiden immers bezet zijn op de woning, - och, in die misdadige sfeer is de overgang van prostitutie op ‘t berooven van de klanten veelal óók maar een stapje.
Wordt haar “knul” dan soms al eens gesnapt voor een onfortuinlijken slag en meest voor jaren opgeborgen, wel dan treurt en simpt ze gewoonlijk een poosje om zijn ellende en haar gemis aan wreed liefdegeweld, - maar onder de gabbers zijn er genoeg bereid haar te troosten en 't bedrijf gaande te houden op denzelfden voet. Want 't is een gewoon verschijnsel, dat de makkers onder elkaar – zij ‘t dan in de brieven naar de gevangenis verzwegen - de liefjes zoo lang overnemen, voor wie momenteel hun straf weer eens uit moeten zitten. Een heel enkelen keer blijft de meid in zooverre trouw, dat zij geen vasten plaatsvervanger verkiest, maar zelfstandig, of samen met een vriendin, gestoffeerd gaat wonen, om ’t eigen zaakje te drijven tot hij weer loskomt. 't Zij eenigerlei waardin haar tijdelijk "een kamer verhuurt", zooals dat sedert ’t bordeelverbod heet, tot ‘r "vent" dan weer vrij raakt... Maar in den regel is die slaafsche behoefte aan een mannelijken "steun" in ’t lichte leven wel zóó onbedwingbaar, dat ze vandaag of morgen dan tòch maar liever een "noodhulp" neemt. En zoo groeit 't verfoeilijke souteneursdom - vooral na de uitvoering van ’t voorstel – Van Staveren - steeds onrustbarender aan: en waarlijk niet alleen in den Polder ! Want de opheffing van de bordeelen drijft de vrouwen er meerendeels toe om bij zulk slag kerels "bescherming" te zoeken.
Pagina 61-63 (volgens de rechercheur):
(…) maar die smerige kerels wikkelen er zoo' n meisje heelemaal in, en 't is soms warempel of ze door die souteneurs betooverd zijn.

“Daar heb je er onder, van die slampampers, meest in den leeftijd zoo tusschen de achttien en de vier en twintig jaar - je zoudt ze je eigen dochter te biechten sturen. Fijn aangekleed, net van gezicht soms, zoo heel ordentlijk in 't praten, als ze maar willen. Want er zitten er dan ook uit allerlei stand in den Polder; van bekende families, heele heeren, die daar nu maar luieren
en verliederlijken op kosten van zoo'n arme meid. En je begrijpt niet wat dat jonge goed er soms aan vindt; wat die souteneurs soms over zich hebben, waar ze zoo dol op worden, die meisjes. Maar de politie houdt er 't oog op, en zoodra we van zulke argelooze deerntjes met die joppers zien staan praten, worden ze gewaarschuwd en op de hoogte gebracht.
“Want zulke kerels, dat is al wel mee 't grootste gevaar. Er zijn er onder, waarvan we weten, dat ze zoo al vijf, zes meisjes na elkaar van buiten den Polder in ’t lichte leven hebben gebracht. 't Is een fabriek van prostituees; en dan die massa's onechte kinderen. Maar die worden in den laatsten tijd, dank zij de Kinderwetten, gelukkig zoo gauw mogelijk door de overheid aan ’t verderf onttrokken... Och, en aan de meiden zelf, als ze eenmaal samenhokken met zoo'n souteneur, dan is er gewoonlijk met veel meer aan te doen. Dan zijn ze zoo heelemaal ingesponnen; soms door de liefde, soms uit vrees, meestal door allebei tegelijk. Want ’t gebeurt vaak genoeg, dat ze bij de zedenpolitie haar nood komen klagen... Een meisje: zwarte Sien, 'n jong ding nog, heeft zelf verteld, dat die Macaroni iederen avond vijf gulden van haar eischt, of ze krijgt onerbarmelijk slaag. Maar da's nog niet genoeg. Als ze soms nog wel 's met heeren is geweest, met getrouwden vooral, dan verlangt hij van Sientje, dat ze hun sommen geld af zal persen, bijvoorbeeld van zoo' n vijftig gulden, - of dat hij anders aan hun huizen zal gaan. En dat wil Sientje niet, daar is zij nog te fatsoenlijk voor. Maar wat moet ze nu doen? Want die Macaroni heeft 'r heelemaal in z'n macht. Van 'm wegloopen wil ze en durft ze niet, zoo doodelijk bang en toch ook zoo dol verliefd als ze van dien vent schijnt te zijn.
“En 'n prachtig middel van die slampampers om de meisjes gek te maken: dat zijn dan de danshuizen. – “Wat steekt er nu in ’n dansje?" – denken die daghitjes, die fabriekswerksters, strijkstertjes, waschmeisjes, en al zulk jong goedje, dat 's avonds nog al eens vrij heeft. Dansen is een pretje; wordt immers bij iedere gelegenheid, bij alle feestjes en in alle kringen gedaan? - Maar 't verderfelijke van 't dansen hier is, dat 't de meisjes van soms pas veertien, vijftien jaar den Polder inlokt, onder de Polderbevolking, in een gewarrel en gezwier met publieke vrouwen, met aangeschoten zeelui, die er niet anders verwachten dan lichte meiden; en met die sluwe vogelaars: de souteneurs ! Want voor die allen is 't dansen immers geen doel; ‘t is enkel maar middel tot 't ergste moreele kwaad..."

Uit “Kind onder de hoeren – Herinneringen uit de rosse buurt van Amsterdam van 1913-1937” (Nel Hoenderdos, 1976)

Korte uitleg: Nel Hoenderdos groeide op in de rosse buurt van Amsterdam.

Pagina 151:
Die mooie dames, die hoeren hadden maar weinig geld. Ze ontvingen veel maar er bleef maar bitter weinig voor hen zelf over. Ze zaten op het halfje, dit wil zeggen dat de hoerenmadam, die de kast gehuurd of gekocht had, meteen al de helft van de inkomsten inpikte. Dan hadden ze haast allemaal een zogenaamde beschermer die geregeld een groot deel van het restant op kwam eisen om er goede sier mee te maken. Zodoende hadden deze gekooide vrouwen, deze blanke slavinnen zelf haast niets.
“Doden spreken niet – Veertig onopgeloste moorden” (A.C. Baantjer, 1981) [Baantjer werkte als rechercheur op de Warmoestraat vanaf 1955, 38 jaar lang]
Pagina 37:
Prostitutie is een simpel bedrijf met weinig exploitatiekosten en relatief hoge verdiensten. Het zou dus te verwachten zijn, dat vele prostituees tot de klasse der welgestelden behoren. Niets is echter minder waar. De meesten van hen bezitten geen duit en leven van de ene dag in de andere. Ze geven hun geld weer net zo snel uit als zij het verdienen. En vaak nog sneller.
Bovendien zijn er vele kapers op de kust. Gewiekste hoerenwaardinnen/bordeelhoudsters en handige souteneurs zijn de profiteurs bij uitstek. Zij manoeuvreren het 'lichte' meisje meestal in een positie, waarbij van zelfstandige exploitatie geen sprake meer is. Zij wordt geëxploiteerd. Van de vele verdiensten blijft voor de feitelijke bedrijfster van de ontucht in de regel maar bitter weinig over.

Lees meer...
 
Op deze pagina staat het derde deel van de lijst met casussen die ik heb bestudeerd. De resultaten van mijn analyses staan in:
Hier is deel 2 met de lijst met casussen:
 
#283: "Jong", EO, 11-7-2007. Daniëlle kwam door mooie verhalen van een jongen achter de ramen terecht. Ze had schulden en dacht dat dit werk haar uit de problemen zou helpen. Maar de jongen had andere plannen en Daniëlle raakte verstrikt in een spiraal van geweld en angst. Op dit moment probeert ze met vallen en opstaan haar leven op de rit te krijgen. Jennifer werd in de prostitutie 'gepraat' door een aantal vrienden. In het begin vond ze het smerig werk, maar langzaam begon haar werk als prostituee te wennen. Toen haar familie erachter kwam dat ze niet studeerde maar achter de ramen stond stopte Jennifer en kreeg ze hulp. In deze aflevering horen we de schrijnende verhalen van Daniëlle en Jennifer over hun leven in de prostitutie. bron
#284: 'Loverboy martelde met vleesspies', 11 Juli 2007, AD. Een 27-jarige vrouw uit Gouda wordt door haar vriend gemarteld en vijf jaar gedwongen als prostituee te werken. Er waren ook twee andere slachtoffers waarvan één met een schuld zit van 38.000 euro (mede door geld voor een auto te lenen) en de andere is ingestord na de vele verkrachtingen en mishandelingen. bron Andere bronnen: 'Twaalf jaar celstraf voor loverboy', 25 Juli 2007, Telegraaf. bron En 'Wrede loverboy krijgt 12 jaar cel', 26 Juli 2007, AD. bron
#285: 'Loverboy kreeg vrij spel op Zwolse school', 15 Juli 2007, De Stentor. Een moeder uit Zwolle houdt de school van haar dochter verantwoordelijk voor het feit, dat het meisje in het loverboycircuit terecht is gekomen. Ze stelt het schoolbestuur financieel aansprakelijk voor wat haar dochter is overkomen. bron
#286: Uit het boek 'Van de liefde kun je niet leven — interviews met hoeren en hoerenjongens' (Marcel Bullinga e.a., 1982). De oorspronkelijk Duitse prostituee Lena wordt geïnterviewd. Ze wordt gedwongen in club te werken. In de jaren 80. Ze had een goede baan in Duitsland maar werd door vriend gedwongen als prostituee te werken. Ze werkt al 13 jaar in de seksindustrie, in bordelen, clubs en achter de ramen. Op dit moment werkt ze als bedrijfleider in een Nederlandse seksboetiek maar werd na het interview weer gedwongen als prostituee te werken, ditmaal in een club om schulden terug te betalen.
#287: Uit het boek 'Van de liefde kun je niet leven — interviews met hoeren en hoerenjongens' (Marcel Bullinga e.a., 1982). Coby runt samen met haar man Koos seksbedrijven waar prostituees werken. Zelf was ze vroeger op haar 17de gedwongen als prostituee te werken. 'Ik ben er toe gedwongen toen ik nog maar net zeventien was en ik vond het vreselijk.' Coby's eigen ervaringen met 'het leven' zijn kort maar hevig. Ze ontsnapte samen met een vriendin uit het tehuis, geholpen door een personeelslid. 'In zo'n tehuis word je gewoon hoer gemaakt. Alle meiden hebben het erover hoeveel geld je kunt verdienen in korte tijd. De personeelsleden profiteren van je, die helpen je met wegkomen in ruil voor seksuele diensten.' Na de ontsnapping worden ze door een auto opgepikt. 'Bij die tehuizen rijden altijd kerels rond, die loeren op ontsnapte meisjes. Zoiets overkwam ons ook, we werden door vier mannen meegenomen.' Het was een lift met bijbedoelingen, het viertal verkrachtte de meisjes op de achterbank en dwong hen de hoer te spelen in een stad in het noorden. In beroepskleding, hotpants en minimaal bloesje, wisten ze ook daar weg te komen. Coby ging terug naar haar geboorteplaats en ontmoette Koos.
#288: 'Vrouwenhandel; vier arrestaties', 17 Juli 2007, Noorhollands Dagblad. De politie heeft maandag vier uit Oost-Europa afkomstige personen in de leeftijd van 19 tot 24 jaar oud aangehouden als verdachten van vrouwenhandel. Op de Rondebreek wist een 18-jarige vrouw uit Roemenië zaterdag de aandacht te trekken van buren en hen duidelijk te maken dat zij zat opgesloten. De buren hebben haar daarop bevrijd en belden ook gelijk de politie. De vrouw vertelde dat zij naar Nederland was gekomen om in de horeca te werken. Zij kwam er evenwel al snel achter dat men haar in de prostitutie wilde laten werken. Om aan dat lot te ontkomen, probeerde ze uit haar kamer te ontsnappen. De politie heeft vervolgens een onderzoek ingesteld en kon het viertal, twee mannen en twee vrouwen, later in de woning in Landsmeer aanhouden. De verdachten zitten nog vast. bron
#289 en 290: 'Vijf mensen aangehouden voor mensenhandel', 20 Juli 2007, AD. Vijf personen uit Zwolle en Kampen van 18 tot 25 jaar zijn aangehouden op verdenking van mensenhandel. Drie vrouwen zijn door de groep volgens de loverboy-methode in de prostitutie gebracht. De zaak kwam aan het licht nadat voor het 18-jarige slachtoffer in Amsterdam werd geprobeerd werkruimte te krijgen. De kamerexploitant tipte de politie omdat hij haar wel erg jong vond en het vermoeden had dat zij in de prostitutie gedwongen werd. De hoofdverdachten, twee 19-jarige mannen uit Zwolle, zitten nog vast. De slachtoffers van 16, 18 en 20 jaar komen uit Zwolle en omgeving. Een van hen was als raamprostituee aan het werk, een tweede als escortdame. De slachtoffers hebben maanden gewerkt voor de loverboys, aldus een woordvoerder. bron Andere bron: 'Loverboys opgepakt na aangifte jonge slachtoffers', Meppeler courant, 20 Juli 2007, bron
#291: Een reactie op de blog van SP-er Jan de Wit van een voormalig slachtoffer van mensenhandel. Geachte heer de Wit, ik heb uw ideeën gelezen en ik ben met u eens. Dat is mijn eigen situatie. Ik kwam in Nederland uit Rusland 3 jaar geleden. Uit Rusland was ik verkocht in Duitsland en dan in Nederland door Russische en Albanese pooiers. Acht maanden moest ik als prostituee werken onder die mensen. Toen heb ik hulp van de politie gevraagd, en van mijn kant heb ik aangifte gedaan. Deze 2,5 jaar wachtte ik op resultaten. En nu heb ik antwoord van Justitie gekregen dat ik naar Rusland moet terugkomen. Maar dat kan ik niet. Het is erg gevaarlijk voor mij. Dit systeem werkt nu ongeveer 7 jaar. Deze mensen hebben goede relaties met de politie in Rusland, met reisbureaus en overheden, omdat de vrouwenbusiness brengt veel geld. Politie in Rusland is erg gekorrumpeerd. Maar bijvoorbeeld heb ik geen bewijzen. Rechts hier niet denken over mijn toekomst in mijn land... dus zij gebruiken mij en dan weggooien... Nu wat moet ik doen? Ik weet, ik ben niet alleen in deze situatie, veel meiden hebben dezelfde problemen. Wanneer de misdadigheid wordt verwijderen, de slachtoffers moeten ook zorgen krijgen. Dus over alle kanten moet denken. Ik vraag bij u een begrip en support. bron
#292: De 17-jarige Kim Feenstra tekent een wurgcontract en wordt gedwongen door de eigenaar van massagesalon Merody in Groningen om in pornofilms te spelen. Bron: Geenstijl.nl, 26-7-2007, bron
#293: Op www.lover-boys.nl: ik ben Shirley van 17 jaar. Ik was ook ten prooi gevallen aan een Loverboy. Twee jaar lang heb ik in de prostitutie gewerkt. Toen realiseerde ik het me nog niet zo. Ik leefde in een roes. Ik was verdooft van angst en pijn. Ik vind het goed dat er veel aandacht besteed word aan het inlichten van jonge, labiele meisjes. Want je gaat echt door een hel. Shirley op 23-04-2007. bron
#294: Op www.lover-boys.nl: Ik ben 2 maanden geleden bevallen van de loverboy die ik ongeveer een jaar geleden heb ontmoet en de reden dat ik myn lieve dochtertje heb gehouden is omdat ik hem wil laten zien dat ik het zonder hem ook kan redden! en jullie meiden kunnen het ook blijf doorzetten!vertel het zoveel mogelyk mensen! myn exvriend(loverboy) heeft 8 maanden vast gezeten en dat is niet genoeg! er zyn nog genoeg loverboys die daarbuiten lopen en waar niks tegen wordt gedaan! dit kan niet! (...) Kim op 13-04-2007. bron
#295:Op www.lover-boys.nl: mijn zusj is pas in zown situatie geweest ik vind het heel zielig voor haar ik wil haar steunen voor alles dit is niet het eenige dat zij mee maak er speelt nog veel meer ik zouw graag meer mensen willen die meer over loverboys praten wat ze er mee moeeten doen die meisjes zijn zo onzekker ze durven niet eens namen te noemen omdat ze denken dat er wat gebeurt mensen denk altijd na want hoe het nu gaat kan niet meer er worden te veel meisje pijn gedaan en dat kan tog niet het is een vrij land het is hier nu nog vrede maar denk na mischien is het over een jaar ofzo wel oorlog maja ik wil jullie helpen veel groetjes van my xx meisj op 11-04-2007. bron
#296:Op www.lover-boys.nl: hey ik ben een meisje van 15 jaar. ik vind het moeilijk om hierover te praten want ik ben net uit de wereld van loverboy.ik hoop dat al die boys de doodstraf krijgen als ze opgepakt worden het is zo vreselijk wat ze doen!! het begon allemaal met een vriendin van me die stelde hem aan me voor en we gingen samen op msn enzo toen was ik op een middag thuis en ineens stond hij voor me deur zonder dat ik had verteld waar ik woonde het was allemaal wel gezellig en hij wilde allemaal dingen voor me kopen op een gegeven moment zaten we op de bank en wilde hij me drugs geven ik heb geweigerd toen bood hij het nog een keer aan en ik weigerde weer toen sloeg hij me heel hard en ik werd bang toen heb ik het ingenomen en het werd steeds vaker dat ik ging gebruiken op een gegeven moment werd ik verslaafd en begonnen mensen te zien dat er wat was me zusje/mn beste vriendin heb ik het toen aan verteld ik was bang dat ze me zou laten vallen maar dat heeft ze niet gedaan maar ik ben bang dat ze me nog steeds raar vind ik heb haar beloofd te stoppen met de drugs ik heb het beloofd maar het is zooooo moeilijk.. ik heb elke keer de neiging om weer een pil in te nemen ik doe het niet maar af en toe neem ik er stiekem nog 1 in als ik me heel kut voel van die jongen heb ik al 2 weken niks meer gehoord gelukkig ik hoop dat het over een tijdje helemaal ophoud want ik doe mensen er alleen maar pijn mee en wil mensen niet kwijtraken en vooral me zusje niet als ik haar kwijtraak heeft mijn leven totaal geen zin meer!! meiden die dit meemaken en lezen sterkte en kom op wees sterk en praat er met iemand die je heel erg vertrouwd over net zoals mij ik ben er iets sterker door geworden gelukkig. xxx snoes. snoes op 29-03-2007. bron
#297:Op www.lover-boys.nlhallo ik ben cindy ik ben 30 ik heb het zelf ook mee gemaakt. ik heb het 10 jaar bijna 11 jaar verborgen gehouden en dan moet je het tegen je vriend vertelle. je bent bang dat je word afgewezen en dat hij mij niet meer aantrekkelijk vind. want ik loop ook nog met zo veel woede rond want je wild liefs zelf stappe ondernemen. maar dat schiet ook niet op ik heb soms dagen dat ik veel huil alleen om die woedde door die gore loverboys die mij dat hebben aangedaan... groetjes cindy. meiden jullie ook veel sterkte xxx
cindy op 02-02-2007
 bron
#298:Op www.lover-boys.nlhallo allemaal, ik ben monique en ben 17 jaar en ben laatst ook in de handen gevallen van een loverboy ik heb zelf altijd hard geroepen als er zoiets op tv kwam dat je daar toch niet intrapt maar dat is makkelijk gezegd wan als je het zelf mee maakt is het heel anders ik word door iedereen altijd als een hele leuke lieve spontane meid beschouwd maar daar is op dit moment niet veel meer van over ik werd verliefd op een jongen hij is voetballer in het begin was hij kei lief maar later kwam hij aanzetten met al zijn schulden ik ben nu straatarm en heb ouders die me niet meer vertrouwen maar het stomste van alles is dat ik niet weet waarom ik het gedaan heb. ik heb hem niet meer gesproken sinds mijn ouders erachter zijn gekomen ik heb wel nog steeds de neiging om hem te smsen of bellen over hoe ik me voel en waarom ie het heeft gedaan ik was en ben gewoon verliefd op die jongen! ik zou graag met iemand willen praten die het ook mee heeft gemaakt. ik ben door mijn ouders uit de prostitutie gered en daar zal ik ze eeuwig dankbaar voor zijn. ik zou graag spreken met meisjes uit noord brabant. liefs, monique. monique op 27-12-2006 bron
#299:Op www.lover-boys.nlheey ik ben 27 jaar oud. ik ben toen ik rond de 19 was misbruikt door een loverboy hij heeft veel geld van me afgepakt en me leven kapot gemaakt. Je kan ze aan 1 ding herkenen als je verliefd word en de jongen wil met je naar bed dan is hij niet verliefd op je so iets komt van zelf. Dus let daar in ieder geval op hoop datjullie me vertouwen!! ANTI LOVERBOY nathasja op 30-11-2006 bron
#300:Op www.lover-boys.nlik reageer op Sara op 21-09-2005.... hoi ,ja ik ken ze jammer genoeg allemaal die iranese jongens uit rotterdam.... ali,babak,ahmad,amir ..3 zijn broers van elkaar en ali is een vriend ... ze zijn allemaal zo opschepperig ik kreeg er 8 jaar geleden meetemaken en sindsdien heb ik er nog naweeen van vreselijk.. en nog het allerergste is dat ik niet alleen slachtoffer ben geweest maar dat er in totaal tot wanneer ik daar was zo n 10 meiden hun leven verwoest is door zo n klein kut groepje sorry voor taalgebruik maar ja ... wat mij het meeste is opgevallen aan die tyd met die meisjes was dat het allemaal meisjes waren waarvan de ouders uit elkaar waren en of dat een van de ouder op vroege leeftyd is overleden ..en tja dat is een makkelijke prooi voor die beesten ! ik hoop dat er heel wat meiden wakker gaan worden en of dat ze meer hulp krijgen want het verwoest je leven als je dit allemaal mee moet gaan maken .... het is jammer dat je geen website bestaat dat er foto s en of namen van loverboys zijn /bestaat dan zouden er al heel wat meiden geholpen zijn van tevoren maar een ding is zeker ga nooit met die iranese lullen uit rotterdam eentje heeetf een autoschadebedrijf in waardepolder is klein en de andere zijn patsertjes die s avonds altyd hun slachtoffers zoeken in holland casino en barretjes en kroegen dus meiden wees gewaarschuwd plaese,groetjes p priserena op 04-11-2006 bron
#301: Op www.lover-boys.nlhallo ik wil zeggen dat ik ook in de handen van een loverboy, S. Amsterdam West ik denk nog steeds aan die Gun :| en ben geslagen ik vindt dit zelf heel naar maar ook voor andere meiden die dit mee maken of mee gemaakt hebben, en Meiden die dit lezen die dit zelfde hebben of twijfelen aan hun vriend . hou je hoofd er altijd bij Jullie zijn Slim. denk na! Dat is wat me vader tegen mij zei,en daardoor ben ik weg gegaan heb voor me zelf een kans gecreerd om me spullen te pakken en weg te gaan ( zat al achter het raam niet zo lang) ik heb die meiden daar het ook verteld en hun hebben ook tegen mij gezegdt VLUCHT! EEn hele dikke knuffel aan alle meiden die dit moeten doorstaan OPEN JE OGEN EN VLUCHT STIEKEM NAAR JE OUDERS OF VRIENDINNEN ZORG DAT JE WEG GAAT ! k heb dat ook gedaan, kus Lady Lady op 20-10-2006 zelfs nu het afgelopen is bij mij voel ik me nog steeds verschrikkelijk vies, en ik denk zelf dat het het beste is om er zoveel mogelijk erover te praten en het niet opte kroppen want dat gaat alleen maar meer pijn doen.ik heb nu nog steeds dromen en soms heb ik ook nog wel het gevoel alsof ik door zijn vriendjes bekeken wordt gewoon ergens op straaat,:Sik heb Sanne Toegevoegd maar je hebt me niet geaccepteerd!. komt wel. Respect en heel veel steun naar de andere meiden ! (K)(K) Lady op 26-10-2006 bron
#302: Op www.lover-boys.nl: ik werd verliefd op een leuke jongen..hij was ouder dan mij en spraak niet mijn taal..we werden verliefd en het liep uit de hand..ik was stappel op hem en hij niet op mij..maar ik wist niet beter en luisterde naar hem..hij had zo veel schulden en ik wilde helpen..daar stond ik dan als travestie achter het raam..ja meisjes er zijn ook jongens die gedwongen werden door loverboys..ben nu nog in therapie hier voor en weet me geen raad er mee. rich`ke op 18-06-2007 bron
#303: Op www.lover-boys.nl: Hallo allemaal , Ik ben Lotte en 27 jaar oud . Zit nu ongeveer 2 jaar n de prostitutie. Ook ik ben indirect in handen gevallen van een loverboy .Mede dankzij het escort-bureau waar ik werk . Ben ik een aangifte of een zaak begonnen . Dit houd in dat ik al dik 20 uur aan verhoor er op heb zitten . En ben er nog niet . Uit een zelfde ervaring tien jaar geleden . Weet ik dat het aangepakt wordt , alleen toen was er nog geen benaming voor en vooral geen erkenning . Nu absoluut wel en staan er zware straffen op . In een aangifte procces wordt jij als slachtoffer in bescherming gebracht .En alles wat jij meldt wordt discreet en zeer vertouwelijk mee om gegaan . Dus als je de stap zet om een procces te beginnen . Het prostitutie-team is juist gericht om dit soort zaken op te lossen voor zijn slachtoffers . groetjes Lotte. lotte op 13-02-2007 bron
#304: Op www.lover-boys.nl: hoi, ik ben ook slachtoffer van een loverboy en lovergirl, alleen zij is eigenlijk ook vanaf het begin slachtoffer. ze waren goeie vrienden van mij en me vriendinnen. mijn vriendinnen kwamen al veel langer bij hun thuis. ze hebben me verslaafd gemaakt via speed en ghb. ik kon niet zonder hun en de drugs dus ik bleef daar naar toe gaan. ik hoefde nooit iets te betalen voor die drugs, maar op een gegeven moment moest ik toch wat terug doen. op een valse manier hebben ze mij in de prostitutie laten werken. vooral via escort.( geen escortbureau) hij regelde het allemaal zelf. op een dag werd ik opgenomen in het ziekenhuis, er zat te veel drugs in me lichaam. toen kwam alles naar buiten en heb ik alles verteld. ik heb aangifte gedaan, wegens mishandeling, verkrachting en seksueel misbruik, uitbuiting en overdosisen geven waar ik nix van wist. ze zitten nu vast, me vriendinnen hebben me als een baksteen laten vallen. maar ik kom er wel, ik ben beter af zonder hun. lot op 20-03-2007 bron
#305: Op www.lover-boys.nl: hoi ik ben sandra ik ben 10 jaar een hoer geweest en dat was ook voor een marokaan hij was de liefe de van me leven todat hij me verslaafd heeft gemaakt en toen ik eenmaal zo verslaafd was heeft hij me ingeruild voor een nieuw exemplaar!!!meisjes begin er niet aan niemand geeft je aandacht,liefde,geld,en kdoos.voor niets uiteindelijk moet je er wat voor terug doen en dan is het al te laat je komt er heel erg moeilijk uit maar het lukt je wel maar een lange moeilijke weg dus let op jezelf en hou je lichaam in ere groetjes sandrasandra op 29-01-2007  bron
#306: Op www.lover-boys.nl: Hallo. Ik ben dewi en ben nu 24 jaar. toen ik 10 was zat ik ook in de loverboy situatie daardoor heb ik nu een dochter van 11. ik heb 4 jaar voor hem gewerkt maar toen vond ik dat het afgelopen moest zijn. hij dreigde ermee dat hij mijn familie zou vermoorden of mij of een van mijn vriendinnen. daarom duurde het ook zo lang. ik heb nu dan wel een liefe dochter maar ik was nog zo jong. dus meiden pas goed op voor ze want je wilt echt niet dit leven leiden! Dewi op 08-01-2007 bron
#307: Op de website www.bewareofloverboys.nl: Op 27 Jul 2006, schreef Wendy: Heey allemaal, ik ben wendy een meisje van bijna 17 jaar... ik ben ook in aanmerking gekomen met loverboys, en daardoor zit ik nu 13 maanden vast in een jji... ik heb het onzettend moeilijk en mijn moeder heeft het er ook moeilijk mee, ze zit er erg mee dat ik in een jji zit. ik zou graag hulp willen voor haar en voor mijzelf, ik kan in de jji mijn verhaal gewoon niet kwijt, ik hoop snel wat te horen, ik ben nu namelijk met verlof tot zaterdag... veel liefs, wendy alvast bedankt. Reactie: Hoi Wendy, we sturen je een mailtje.Voor de gene die niet weten wat een jji is, dat is een gesloten inrichting. http://www.bewareofloverboys.nl/reacties.php
#308: "Politie pakt bende Albanese mensensmokkelaars op", 1-Augustus-2007, Volkskrant. Een Albanese mensenhandelbende wordt opgerold. Een 36-jarige vrouw uit Kosovo wordt bevrijd. bron
#309: Op jongbloedonline.nl wordt een zaak beschreven (AWB 04/10539, 04/10122, AO7277). Een Guinese vrouw wordt beschreven die gedwongen is geweest zich te prostitueren. bron
#310: "Rapport Mensenhandel 2006 — slachtoffers in beeld", Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, Juli 2007. Op pagina 77 staat: "In het Nederlands onderzoek was er ook sprake van het kopen van meisjes en het afbetalen van smokkelschuld
via prostitutie. Ee´n van de trafikanten had een Thaise dame via Zweden naar Nederland gebracht. Hij had alles voor haar geregeld, waaronder een verblijfsvergunning voor Nederland, en hiervoor 5000 euro kosten gemaakt. Het slachtoffer moest hem die terugbetalen en daarvoor zocht hij werk voor haar in de prostitutie. Een andere trafikant verklaarde dat hij een aanbod had gekregen om twee meisjes te kopen voor 8000 euro per persoon, wat nadien ook moest terugverdiend worden door de meisjes."
bron
#311 en 312: nu.nl, "Politie pakt verdachten van mensenhandel op", 9 augustus 2007, LEIDEN - De politie heeft drie mannen opgepakt die worden verdacht van mensenhandel. De mannen zouden met mooie verhalen twee jonge vrouwen uit Brazilië naar Leiden hebben gehaald, om ze daar in de illegale prostitutie te laten werken. De diensten van de vrouwen, 19 en 20 jaar, werden op internet aangeboden. Dat maakte de politie donderdag bekend. De vrouwen hebben aangifte gedaan en zijn op een veilige plaats ondergebracht. De verdachten, een 27-jarige Leidenaar en twee mannen uit Noordwijkerhout (27 en 29 jaar) zijn aangehouden. Ze zitten voorlopig drie maanden vast. BRON:ANP bron
#313 en 314: "Loverboy tatoeëert naam op rug", 13 Augustus 2007, AD. De 18-jarige Amersfoortse Marokkaanse 'Shaira' wordt gedwongen als prostituee te werken. Na een paar maanden vlucht ze. Ze werd gedwongen in een Haags bordeel. Ze bedoelen waarschijnlijk raambordelen in de Geleenstraat die mede om die reden voor drie maanden gesloten worden. Ook een 17-jarig meisje wordt gedwongen door dezelfde pooier, het is een Zwolse. Ook zij wordt gedwongen in een Haags bordeel te werken. Ook een 19-jarige vrouw uit Den Haag wordt genoemd. bron Andere bronnen zijn: "Bordelen dicht om 17-jarige prostituee", 16 Augustus 2007, AD. bron, "'Loverboy?, dat geloof ik niet'", 16 Augustus 2007, AD. bron, "Amersfoorts meisje in Haags bordeel", 16 Augustus 2007, bron
#317: "Prostitutie, zo d'r uit, zo d'r in", 21 Augustus 2007, Het Juridisch Dagblad. Een pooier dwingt twee vrouwen in de prostitutie te werken. Eén vrouw werd medio 2004 geworven toen ze als prostituee werkte in Utrecht. Na een maand werd gedwongen te werken achter de ramen ('een prostitutiestraat') in Den Haag. Rond Januari 2005 besloot de verdachte dat zijn weer in Utrecht zou werken. Rond September 2005 maakte ze zich van hem los. Ze deed aangifte. bron
#318: "Drie aanhoudingen in zedenzaak", AD, 9 September 2007. Een 50-jarige Hagenaar wordt ervan verdacht seks te hebben gehad met vier Utrechtse scholieres van onder de 16.Een 50-jarige Hagenaar wordt ervan verdacht seks te hebben gehad met vier Utrechtse scholieres van onder de 16. bron "Man (50) betaalt scholiere voor seks", AD, 13 September 2007. bron
#319: "Nijverdaller dwingt jonge vrouwen tot prostitutie", De Twentsche Courant,  26 September 2007. Een 43-jarige man uit Nijverdal heeft jarenlang jonge vrouwen tot prostitutie gedwongen. De man legde contact met zijn slachtoffers in een aantal horecagelegenheden in de omgeving van zijn woonplaats. Hij nodigde ze bij hem thuis uit en bouwde op die manier een vertrouwensband op. Na verloop van tijd liet hij hen daarna als prostituee in zijn woning werken. Het gaat om zeker acht vrouwen, afkomstig uit diverse plaatsen in Overijssel. De slachtoffers zijn nu tussen de 15 en 21 jaar. bron
#320: "Alkmaarder (36) verdacht van vrouwenhandel", Noordhollands Dagblad, 25 September 2007. Een man wordt verdacht 2 Oost Europese vrouwen te dwingen als prostituee te werken op de Achterdam in Alkmaar, en Utrecht. bron
#321: Video RTL-nieuws (RTL 4): “Aanpak mensenhandel faalt” Maandag, 1 Oktober 2007: (…) Dit is Evelien. Van haar 18de tot haar 21-ste heeft ze gewerkt in de prostitutie. Evelien: “Hij heeft mij een keer meegenomen naar de Wallen in Amsterdam, om daar gewoon een rondje te rijden zeg maar, enne ehh, ja, hij zei toen, dacht ik, tenminste voor de grap, nou, zal ik een kamer voor je huren, zeg maar. En ehhh, nou, dat heb, toen moest ik er een beetje om lachen en achteraf toch gedacht toch wel raar dat ie dat zeg maar vraagt.” Kort daarna zat ze 6 nachten per week achter de ramen. Haar pooier liet Evelien 10 tot 20 mannen per nacht afwerken. Evelien: “Ja, dan zijn er een aantal mannen die weten wanneer er een meisje nieuw op de Wallen is, zeg maar. Ehhm, dus die hebben er flink misbruik van gemaakt, eh eehmm, ja, het onderste uit de kan proberen te halen natuurlijk.” Duizenden vrouwen worden uitgebuit in de prostitutie. Evelien wist er 2,5 jaar geleden uit te stappen en ze deed aangifte tegen haar loverboy. Maar tot op de dag van vandaag heeft de politie nog niets aan haar zaak gedaan.
Evelien: “Ik word eigenlijk constant aan het lijnte gehouden van ja er zijn te weinig mensen. Er zijn andere zaken die een hogere prioriteit hebben.” Robert Moszkowicz: “De opmerking werd gemaakt dat nu Evelien niet meer in die wereld zit, d’r wat minder prioriteit is, ik begrijp dat niet, want eh, deze man kan natuurlijk nog andere dames weer voor zijn karretje spannen.” (…) Tegen Evelien heeft de politie gezegd dat haar zaak nog deze maand wordt opgepakt. Evelien: “Voor mijn eigen gevoel is het ook wel heel belangrijk dat zij gewoon, echt, zeg maar iets doen, dat je echt serieus genomen wordt, en niet, aan ja, niet aan de kant geschoven eigenlijk.” Hoe dan ook, als het aan Evelien ligt ontspringt haar loverboy de dans niet. Samen met haar jurist is ze bezig een forse schadeclaim tegen hem in te dienen. (…)

 
Ja, en hier stopte ik. Ik ben te lui om er nog wat extra aan toe te voegen. Ik ben intussen wel doorgegaan, maar dan gewoon in een WORD-document, ik ben inmiddels al over de 700. Maar zoals we nu wel weten bestaat gedwongen prostitutie helemaal niet, en zo'n geval als Evelien hierboven is gewoon die van een jaloerse meid die het niet kan uitstaan dat haar vriend vreemd is gegaan, en dan maar aangifte tegen hem doet.
Luister maar naar Marion van San (zij heeft onderzoek gedaan naar loverboys en zij weet precies te vertellen dat loverboys helemaal niet bestaan!)
 
Lees meer...   (3 reacties)
 
 
De omvang van mensenhandel is moeilijk in cijfers uit te drukken. Essy van Dijk heeft een hele slimme rekenkundige truc om het aantal slachtoffers van mensenhandel op jaarbasis te berekenen (over het jaar 2000):
 
uit paragraaf 5.2 (pagina 59)
(...) Hoe groot de aangiftebereidheid onder slachtoffers is, kan bij benadering worden vastgesteld door het aantal slachtoffers van mensenhandel in een periode te relateren aan het aantal aangiften in dezelfde periode. Nu blijkt dat in de periode 1997–1999 671 slachtoffers zijn aangemeld bij de Stichting tegen Vrouwenhandel (STV) en dat zowel in het onderhavige onderzoek als in een eerdere inventarisatie van de NRI (zie paragraaf 3.3) in dezelfde periode 161 aangiften van mensenhandel zijn geregistreerd. Dit zou betekenen dat ongeveer een kwart van de slachtoffers van mensenhandel (24%) aangifte doet. Nu vormen de registraties van beide instellingen een onderschatting, omdat niet alle slachtoffers bij de Stichting tegen Vrouwenhandel worden aangemeld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000) en niet alle aangiftes bij de NRI, maar in elk geval vormt dit een indicatie van de aangiftebereidheid.(...)
verder op pagina 124
(...) Omdat maar een deel van de dader(s) wordt aangehouden, is het werkelijke aantal slachtoffers in Nederland natuurlijk hoger. Hoe hoog kan bij — zeer voorzichtige — benadering worden geschat door een aantal gegevens te combineren. Zo wordt geschat dat 75% van de door de politie aangehouden illegale prostituees terug naar hun geboorteland wordt gestuurd, alvorens een onderzoek naar mensenhandel kan worden ingesteld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000). In paragraaf 5.2 is becijferd dat de aangiftebereidheid 24% zou kunnen zijn, dat wil zeggen dat van alle ontdekte slachtoffers 24% bereid wordt gevonden om aangifte te doen. Dit zou betekenen dat achter de 203 aangiftes in het jaar 2000 3.383 slachtoffers kunnen schuilgaan. [in voetnoot: {(203 x 100) : 24} x 100 : 25 (25% versus 75% heenzendingen)] Dit cijfer is discutabel, maar geeft wel enigszins een indicatie — waarschijnlijk een onderschatting — van de omvang van het probleem. (...)
Ze maakt een denkfout. Ze heeft ten eerste geen rekening gehouden met niet-illegale slachtoffers van mensenhandel. Die worden immers niet meteen het land uit gezet. Verder lijkt ze te veronderstellen dat driekwart van alle illegale prostituees het land worden uitgezet door de politie (voordat ze aangifte zouden kunnen doen). In werkelijkheid worden waarschijnlijk veel illegale prostituees niet eens ontdekt. Ze heeft ook geen rekening gehouden met de vrouwen die al slachtoffer waren aan het begin van het peiljaar. En ook houdt ze geen rekening met het feit dat veel prostituees rouleren tussen Nederland en het buitenland.
 
Maar ik denk op zich dat ze warm is. Ik zal zelf een poging wagen om een schatting te maken. Neem het getal X. Ik noem X het aantal slachtoffers dat zich vanaf het begin van het jaar tot het eind van het jaar losmaakten van de mensenhandelaar. Dat getal zegt niks over het aantal slachtoffers die er op elk moment of op jaarbasis zijn. Er is nog een darknumber van slachtoffers die zich nog niet hebben losgemaakt en ik neem aan dat het aantal slachtoffers op elk moment recht evenredig is met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen in de prostitutie werkt. Ik stel dat als er op elk moment een aantal van Z slachtoffers zijn, en het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld onder dwang werkt is Y, dan maken er zich elk jaar ongeveer Z/Y = X slachtoffers los van de mensenhandelaar. Oftewel, het aantal slachtoffers op elk moment is gelijk aan X keer Y, oftewel, dat is het aantal slachtoffers dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen werkt.
 
Als ik dus X en Y weet kan ik dus uitrekenen hoeveel slachtoffers er op elk moment zijn. Maar dan moet ik nog een extra aanname doen. Niet alle slachtoffers zijn altijd in Nederland. Slachtoffers komen vaak Nederland binnen terwijl ze al gedwongen werkten, en omgekeerd verlaten ze Nederland ook terwijl ze al gedwongen werkten. Als ik veronderstel dat deze twee stromen elkaar exact opheffen en elk slachtoffer keurig aangifte doet in het land waar ze ontsnapt is van de mensenhandelaar, dan heeft dit geen invloed op X, Y en Z. Ik zal verder kijken of X en Y bekend zijn.
 
De schattingen over hoe lang slachtoffers van vrouwenhandel (gemiddeld) worden uitgebuit lopen sterk uiteen van 3 maanden tot iets meer dan een jaar gemiddeld. Het onderzoeksrapport "Mensenhandel vanuit centraal- en Oost-Europa" (IPIT & IRT Noord en Oost Nederland, 1997) schat dat Oost Europese slachtoffers van mensenhandel relatief kort aan het werk worden gezet, zo'n 3 maanden gemiddeld, en zelden langer dan een jaar. In het onderzoek van de EU ("Research based on case studies of victims of trafficking in human beings in 3 EU Member States, i.e. Belgium, Italy and The Netherlands" [2001], waaronder Ruth Hopkins en Jan Nijboer aan hebben meegewerkt) worden 80 buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in Nederland bestudeerd (zie pagina 290):
The average time between departure in country of origin and entrance at reception centre is a little more than 1 year and 3 months. However this average is strongly influenced by one victim who entered the reception centre some 18 years after she left her home country. Without this victim, the average time between departure and entrance is about one year.
Zelf heb ik aan de hand van verhalen van slachtoffers van vrouwenhandel (in de media, uit boeken en op forums) een schatting kunnen maken over de periode dat ze onder controle staan van hun pooier(s). Uit een steekproef van 114 gevallen waarvan zo'n periode bekend is (zie Casussen) kan ik afleiden dat dit gemiddeld tussen de 1,3 en de 2,2 jaar moet zijn (1,72±0,44, de foutmarge is natuurlijk groot). Ik ga uit van het getal dat ik zelf heb berekend, want de schatting van 3 maanden heeft betrekking op alleen de Oost Europese prostituees, en de schatting van 1 jaar en drie maanden alleen op buitenlandse slachtoffers. Nu maak ik wel eerst een correctie, want in mijn steekproef zijn de Nederlandse slachtoffers oververtegenwoordigd (57 Nederlandse tegenover 54 buitenlandse vrouwen) en Nederlandse vrouwen worden gemiddeld veel langer geëxploiteerd (2,25±0,65 jaar tegenover 1,17±0,60). Dit zorgt voor een probleem, want het is niet bekend hoeveel van de slachtoffers Nederlands zijn. In de cijfers van de STV schommelde dit percentage in 2005 en 2006 rond de 25% van de geregistreerde slachtoffers maar in eerdere jaren was dit veel minder. In de eerste rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in tabel 4.2 op pagina 76 staat dat hulpverleners in 2000 in contact kwamen met 608 slachtoffers van mensenhandel waarvan 138 Nederlands. Laat ik hier maar vanuit gaan. Na de correctie toe te hebben gepast meen ik dat een slachtoffer van vrouwenhandel in Nederland gemiddeld 1,42±0,49 jaar wordt uitgebuit. Y is nu dus bekend. Nu ga ik er overigens wel vanuit dat dit getal altijd constant is.
 
Nu heb ik een getal nodig om het aantal slachtoffers te bereken dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar. Ik gebruik daarvoor een gedeelte van de berekening van Essy van Dijk, maar dan zonder de correctie van de illegale prostituees. Er zouden in het jaar 2000 203 aangiftes zijn geweest van slachtoffers van mensenhandel. Nu is het punt dat dit eigenlijk het enige getal waarvan ik weet dat dit het totaal aantal aangiftes is. In de vijfde rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel staat dat er 91 aangiftes en getuigenverklaringen waren van slachtoffers van mensenhandel in het jaar 2000 die waren ingestuurd naar het OM (zie tabel 5.2 op pagina 143). Dat is een heel ander getal dan de 203 die Essy van Dijk voor dat jaar noemde, maar dat kan natuurlijk omdat niet alle aangiftes zijn meegerekend. Gedurende de periode 2001-2004 is dit aantal 199 per jaar, geen groot verschil met de 203 genoemd door Essy van Dijk. Helaas zijn ook het aantal getuigenverklaringen hierin meegerekend dus die getallen zijn niet echt vergelijkbaar. Alleen de Stichting Tegen Vrouwenhandel (www.mensenhandel.nl) geeft extra hints hoe groot het aantal aangiftes is, maar alleen van de slachtoffers die werden geregistreerd bij die stichting. Voor de jaren 2003-2006 zouden dat er 157,5 per jaar zijn geweest gemiddeld, vaak was niet eens bekend of het slachtoffer aangifte deed. Laten we ons maar richten op de 203 aangiftes in 2000 en dat dit ook klopt voor latere jaren.
 
Ik zie het zo, er zijn dus 203 slachtoffers van mensenhandel geweest die zich los maakten van de mensenhandelaar en daarna aangifte deden. Essy van Dijk schat dat een kwart (24%) van het totaal aantal slachtoffers aangifte doet en het grappige is dat ik in mijn media-analyse (zie Casussen) ook ongeveer vind dat een kwart van de slachtoffers aangifte doet (51 van de 234 gevallen). Maar misschien is die schatting te hoog, want dat kan natuurlijk een effect zijn van de steekproef, de slachtoffers die naar buiten treden doen misschien sneller aangifte, maar het kan ook te laag zijn want van niet alle slachtoffers is bekend of ze aangifte hebben gedaan. Het valt trouwens op dat buitenlandse slachtoffers veel sneller geneigd lijken te zijn om aangifte te doen (in 36 van de 116 gevallen = 31%) dan Nederlandse slachtoffers (in 15 van de 118 gevallen = 13%). In de tweede rapportage (2003) van de nationaal rapporteur mensenhandel wordt (op pagina 84) door diverse politie functionarissen die zich bezig houden met mensenhandel (onder andere uit PPM/DNP) en Stichting Hulpverlening en Opvang Prostituees (SHOP) de aangiftebereidheid onder de slachtoffers geschat op tussen de 5 en 10 procent.
 
Maar als ik dus uitga van die 24% (±3,23) dan kom ik op 203 * 100 / 24 =~ 846 (±114) slachtoffers in totaal dat zich in het jaar 2000 losmaakten van de mensenhandelaar. Nu is X dus ook bekend. Nu ging ik er hier trouwens ook weer van uit dat het percentage dat aangifte doet altijd constant is.
 
Ik schat dus dat er op elk moment in Nederland (in 2000) X * Y = 846 * 1,42 = 1201 (±445) slachtoffers van mensenhandel waren op elk moment.
 
Als je het aantal slachtoffers op jaarbasis wil berekenen dan komen daar nog een X aantal weer bij. Dus dan wordt dit getal 2047 (±498). Maar wanneer de roulatie van de slachtoffers tussen Nederland het buitenland wordt meegerekend dan wordt dit getal hoger. De nationaal rapporteur mensenhandel noemt in haar vierde rapportage (op pagina 23) in tabel 3.13 dat in 44% van de opsporingsonderzoeken in de periode 2000-2003 de slachtoffers ook buiten Nederland tewerkgesteld zijn gesteld, voor de grensoverschrijdende mensenhandel is dit 51% en voor de binnenlandse 23%. Er staat niet hoeveel procent van de tijd de slachtoffers in het buitenland waren. Dit is een probleem want het kan een groot verschil maken. Maar als je bijvoorbeeld gokt dat elk jaar 44% van de slachtoffers naar het buitenland wordt getransporteerd en omgekeerd komt er een even grote groep voor terug, dan kun je bij het resultaat nog een X * Y * 44/100 optellen. Dan kun je de schatting van 2047 eenvoudig oprekken naar 2600 (±540).
 
Natuurlijk zijn deze schattingen maar een "educated guess". Als je veronderstelt dat een slachtoffer gemiddeld 3 maanden wordt uitgebuit dan verandert de schatting naar 200 op elk moment en 1300 op jaarbasis. Ga je uit van 2 jaar gemiddeld dan kom je op een schatting van 1600 op elk moment en 3100 op jaarbasis. Ga je er dan ook nog vanuit dat 10% van de slachtoffers uiteindelijk aangifte doet dan kom je op 4000 op elk moment en 8000 op jaarbasis. En als je uitgaat van 5% dan wordt het 8000 op elk moment en 16000 op jaarbasis.
 
Maar zelfs als je het aantal slachtoffers van vrouwenhandel zou kunnen uitrekenen dan moet je beseffen dat het aannemelijk is dat er een geleidelijke overgang is tussen een situatie van mensenhandel en vrijwillige prostitutie. Dus als je zou kunnen zeggen dat bijvoorbeeld "10 procent" van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel, wil dat nog niet zeggen dat 90 procent vrijwillig in de prostitutie zit. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat veel prostituees een groot percentage van hun inkomsten af moeten staan aan hun pooiers, en zelf weinig overhouden, maar toch "kiezen" om in zo'n situatie te leven omdat ze in hun thuisland in een nog veel slechtere situatie zouden hebben gezeten. Bijvoorbeeld in het rapport "Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de Nederlandse prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" door Goderie, Spierings en ter Woerds uit 2002 staat op pagina 59:
Er lijkt sprake te zijn van een soort schaal die loopt van ernstige vormen van mensenhandel (grove misleiding en ernstige vormen van geweld) tot lichte vormen die bijna onder mensensmokkel vallen, ware het niet dat het werk in de prostitutie betreft. Prostituees van buiten de EU voelen zich zelf in dat laatste geval niet per definitie slachtoffer van mensenhandel. Het werk in de prostitutie in Nederland kan ook een beredeneerde keuze zijn. Het kan zelfs een emancipatoire keuze zijn (economische zelfstandigheid, geslachtsverandering transseksuelen, ). Er zijn grote individuele verschillen in de situatie waarin prostituees verkeren en in de mate van misleiding, geweld en dwang waarmee zij geconfronteerd worden.
Zelf heb ik meer pogingen gewaagd om uit te rekenen hoeveel of hoeveel procent van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel. Het is me nooit gelukt. Wat me wel opvalt is dat nationaliteiten die zo goed opvallen op lijsten van de Stichting Tegen Vrouwenhandel (zie www.mensenhandel.nl), vaak relatief zeldzaam zijn onder prostituees in het algemeen. Dat weet ik door een onderzoek door EUROPAP ('Prostitutie in Nederland', uit 1999) en een telling van mezelf op hookers.nl. Ik schat dat van alle prostituees bijvoorbeeld iets van 1,5 procent Bulgaars is (1,54 met een foutwaarde van 0,37). Maar op de lijsten van de STV is dat iets van 1 op de 8. Als je er bijvoorbeeld vanuit zou gaan dat alle Bulgaarse prostituees slachtoffer zijn van mensenhandel, en je veronderstelt dat alle statistieken goed representatief zijn, dan is hooguit iets van 12% (foutwaarde 3%) van de prostituees slachtoffer van mensenhandel. Maar het is nog maar de vraag of alle statistiekjes die ik bijelkaar heb weten te sprokkelen ook écht representatief zijn. Het is moeilijk om erachter te komen. Aannemelijk is dat alleen de ergste gevallen worden aangemeld bij de STV, de minder erge gevallen kunnen wel eens hele andere nationaliteiten hebben dan de ergste. En het zou kunnen zijn dat Bulgaarse prostituees hun nationaliteit niet prijsgeven (noemen zichzelf misschien Italiaans of Grieks, bijvoorbeeld ongeveer 1% van de prostituees noemt zich Italiaans, mogelijk is een deel hiervan Bulgaars). Turkse koffiehuizen en animeerbars worden trouwens ook niet beschreven op hookers.nl en daar zouden veel Bulgaarse vrouwen werken (zie het rapport "Prostitutie in Rotterdam" door Boutellier, Goderie, Dekker en ter Woerds uit 2007 op pagina 71 en 72).
 
Ook bij Afrikaanse prostituees is het zo dat er relatief weinig van zijn in Nederland. Terwijl in de statistieken van de STV zo'n 25-33% van de slachtoffers Afrikaanse is. Bovendien zijn zoals ik het kan overzien de meeste Afrikaanse prostituees Ghanees, terwijl die groep juist relatief weinig wordt geregistreerd bij de stichting tegen vrouwenhandel. Grappig is dat dit al een tijdje zo is dat 25-33% van de geregistreerde slachtoffers Afrikaans is, en dat terwijl het aantal Afrikaanse prostituees sinds eind jaren negentig fors is teruggelopen. In 1998/1999 waren het er nog 13 procent van het totaal aantal prostituees. Dat is nu nog maar een paar procenten als ik de recensies op hookers.nl bekijk en ook nog eens afga op een aantal ooggetuigeverslagen van klanten. Ook Tom Marfo van CARF zegt dat het aantal flink is teruggelopen. Grappig is dat het percentage Afrikaanse slachtoffers in de statistieken van de STV dus min of meer gelijk is gebleven. Ik vraag me af hoe dat komt. Is vrouwenhandel in het geheel teruggelopen? Wat ook zou kunnen is dat Afrikaanse prostituees die in 2001/2002 nog slachtoffer waren pas gemeld werden in 2003/2004/2005 en dat het daardoor lijkt dat er in die jaren veel Afrikaanse slachtoffers waren.
 
Zie hier het artikel over Tom Marfo waar hij dit zegt over de Afrikaanse prostituees:
Volgens de pastor werkten in 2001 en 2002 ongeveer 3000 Afrikaanse meisjes in de Amsterdamse prostitutie. [PS: dat geloof ik niet - K2] ''Als je bij het ochtendgloren op het Centraal Station bij de metro kwam, zag je honderden Afrikaanse meisjes die allemaal vanaf de Wallen kwamen en op weg waren naar hun verblijfplaats in de Bijlmer.'' Mede door de keiharde strijd van de Ghanese pastor, die vanuit zijn organisatie Christian Aid and Resource Foundation (CARF) allerlei projecten heeft opgezet om deze vrouwen op te vangen, is dit aantal geslonken tot ongeveer 250. Maar ook strengere politiecontroles en de ingezakte economie hebben een rol gespeeld, want er viel ineens niet meer zoveel te verdienen als in de jaren negentig.
Volgens een paar klanten van prostituees die ik heb gesproken concentreren Afrikaanse prostituees op de Wallen zich vooral op het Oudekerksplein en zijn het er inderdaad niet zoveel (meer).
 
Het enige duidelijke percentage over het aantal slachtoffers van vrouwenhandel die ik heb gezien is van het Scharlaken Koord. Zij hebben in 2002 een telling gehouden en kwamen uit op:
Uit het donker opgelicht (manifest van een aantal Christelijke hulporganisaties)
(...) van de 892 contacten van Scharlaken Koord met prostituees in 2002 gaven er slechts 19 (dus 97% betaalt geen belasting) aan belasting te betalen of de bereidheid aan om te betalen als ze voldoende verdiend hadden. Meer dan 450 vrouwen hadden zelf geen zeggenschap over hun verdiende geld. Alles droegen zij af aan hun pooier dan wel loverboy.
Als dat waar is dat de helft (450/892) van de prostituees (op de Wallen, het Scharlaken Koord is overwegend daar actief) alles afdraagt aan haar pooier dan kan ik alleen maar concluderen dat minstens de helft van deze vrouwen slachtoffer is van mensenhandel (volgens mijn eigen definitie). Maar dat is alleen voor de periode 2002 en alleen (voor het overgrote deel) op de Wallen. Maar als dit nu nog steeds zo zou zijn dan kun je ervan uitgaan dat dit ook zo is bij veel prostituees die in andere raamgebieden en andere sectoren werken; er wordt immers ook vastgesteld dat naast de raamprostitutie ook veel slachtoffers van mensenhandel in clubs werken of in de escort. Alleen vraag ik me af hoe het Scharlaken Koord aan haar getallen komt, ze noemen geen methodiek. Wat ik weet is dat prostituees niet zo snel dat soort details aan vreemden zullen onthullen. Ook neem ik aan dat het Scharlaken Koord met veel prostituees slechts een paar minuten contact heeft. Zo'n groot percentage dat aan het Scharlaken Koord onthult dat ze alles aan haar pooier afdraagt vind ik daarom heel opmerkelijk.
 
Als je weet dat ongeveer 20% van alle prostituees achter de ramen werkt (zie mobiliteit in de Nederlandse prostitutie), en je veronderstelt dat het getal 20% (uit 1998/1999) ook geldt voor 2002, en je veronderstelt dat voor alle raamprostituees geldt dat minstens de helft alles afdraagt aan haar pooier, dan kom je al op een percentage van 10% en dat is al bijna de 12% die ik eerder schatte. Zou het dan zo zijn dan het overgrote deel van de "slachtoffers van mensenhandel" achter de ramen werkt? (later zullen we zien dat dit niet zo is, waarschijnlijk werken de meeste slachtoffers van mensenhandel niet achter de ramen, sterker nog, er lijkt geen verschil tussen de verschillende sector wat betreft mensenhandel)
  
Op zich hoeft er geen paradox te zijn. Wat zou kunnen is dat sinds prositutie is gelegaliseerd (in 2000) dat veel prostituees die in de raamprostitutie werkten zijn gaan werken in het illegale circuit (dat wordt vaak beweerd). Die 20% die in de raamprostitutie zou werken (de schatting is uit 1998/1998) zou in 2002 veel lager kunnen zijn. Misschien wel iets van 10 of 15 procent. Ook valt het mij op dat (als ik recensies op hookers.nl bekijk) dat prostituees op de Wallen vaak wat jonger zijn gemiddeld dan in andere raamgebieden, wat zou kunnen betekenen dat slachtoffers van vrouwenhandel op de Wallen oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van andere raamgebieden. Aan de andere kant kunnen veel slachtoffers die ook in de raamprostitutie hebben gewerkt ook in andere sectoren hebben gewerkt, wat de schatting weer wat hoger kan doen uitkomen.
 
vervolg:
 
Lees meer...
 
 
 
Mensenhandel lijkt (relatief) weinig voor te komen onder Latijns Amerikaanse prostituees. Er werken veel Latijns Amerikaanse prostituees in Nederland terwijl ze zelden opduiken in statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Latijns Amerikaanse prostituees zijn vaak ook wat oudere vrouwen (gemiddeld ouder dan 30). Aan de andere kant lijkt dit vroeger anders te zijn geweest. Braziliaanse prostituees lijken heden ten dage nog steeds onder controle te staan van pooiers.
 
Zie een bevestiging in het rapport "Tippelen na de zone — straatprostitutie en verborgen prostitutie in Amsterdam" (2005, Dirk J. Korf, Erika van Vliet, Jaap Knotter en Marije Wouters):
Latina’s komen zelfstandig en sluiten zich vrijwillig aan bij een, doorgaans niet-hiërarchisch georganiseerd, informeel netwerk van vriendinnen.
En een bevestiging in "Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" (Marjolein Goderie, Frans Spierings en Sandra ter Woerds, 2002) in het gedeelte over raamprostitutie in Groningen:
Naast de groep Oost-Europese vrouwen zijn er vrouwen uit de EU, bijvoorbeeld Duitsland, en ook uit Zuid-Amerika en Afrika werkzaam. Het is de indruk van informanten dat vrouwen uit de twee laatstgenoemde werelddelen over een verblijfsvergunning beschikken via partners, al dan niet via schijnhuwelijken of schijnrelaties. Een Kroatische vrouw zei dienaangaande: “Die relatiesituatie is natuurlijk een fake-situatie. Dat weet natuurlijk iedereen.” De Zuid-Amerikaanse vrouwen hebben een hecht netwerk en zijn al langer aanwezig in Nederland. Zij helpen elkaar, vangen elkaar op en het lijkt erop dat bij hen illegaliteit niet of nauwelijks voorkomt.
Toch twijfel ik lichtelijk aan al deze informatie........ zie bijvoorbeeld:
De derde rapportage van de nationaal rapporteur:
Braziliaanse ngo’s melden BNRM dat een groot deel van de daarheen teruggekeerde slachtoffers van uitbuiting in de seksindustrie in Nederland tewerk zou zijn gesteld. Een deel van hen zou via Suriname naar Nederland komen, aldus de samenvatting van een door de ngo IBISS verricht onderzoek naar handel in vrouwen en minderjarigen voor seksuele doeleinden. Ook in het onderzoek van Leal en De Fátima Leal (2003) komt Nederland als belangrijk bestemmingsland naar voren (op de eerste plaats komt Spanje). In de registraties tot en met 2002 van de STV, de IND, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) staan echter zelden Braziliaanse slachtoffers vermeld. Geopperd wordt wel dat zij wellicht niet als slachtoffers zijn herkend vanwege de geschetste (schijn)huwelijksconstructie. In dit verband is interessant dat er volgens Leal en De Fátima Leal (2003) in een bepaalde regio in Brazilië enige tijd een brochure circuleerde met de tekst ‘BRAZIL/NETHERLANDS Do you want to meet a kind man? …’ Ook de STV vermoedt dat het feit dat er nauwelijks Zuid-Amerikaanse slachtoffers worden gemeld niet betekent dat zij er niet zijn, maar dat “een eigen ondersteuningsnetwerk of systeem” maakt dat er weinig beroep op de reguliere hulpverlening wordt gedaan (STV Jaarverslag 2002, p.21).
Dat Braziliaanse rapport kun je trouwens hier vinden:
"Study on trafficking in women, children and adolescents for commercial sexual exploitation in Brazil" (CECRIA, Save the Children Sweden, 2003)
 
In de scriptie van M.D.E. Averdijk ("Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit?", 2002) worden trouwens ook Braziliaans prostituees beschreven die in de regio Twente werkten. (zie pagina 79 tot 81) Veel Braziliaanse prostituees werden tot 2000 geïsoleerd en mochten hun werkplekken en slaapplekken niet verlaten. Vaak moesten ze hoge schulden terugbetalen. Na 2000 werkten veel Braziliaanse prostituees in de regio Twente gewoon zelfstandig. Meer over die Braziliaanse prostituees en de grootste uitbater van Enschede (die begin 1995 overleed, in Inzake opsporing "Bijlage XI -3.3. Verschijninsvormen", van die van Traa commisie).
 
Ook TAMPEP zegt dat Latijns Amerikaanse prostituees wel degelijk gebukt kunnen gaan onder schulden (debt bondage) om hier in Nederland in de prostitutie te kunnen werken (en feitelijk dus slachtoffer zijn van mensenhandel). Zie hun rapport over Nederland op pagina 242-284. Er staat veel in over Latijns Amerikaanse prostituees. Zie vooral pagina: 273, 274, 281, 282
 
Verder zegt Liesbeth Venicz in haar rapport "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998) over Latijns Amerikaanse vrouwen (ze had contact met 42 Latijns Amerikaanse prostituees: 29 Dominicaanse, 9 Colombiaanse, 1 Venezolaanse, 1 Argentijnse, 1 Braziliaanse en 1 Jamaicaanse):
Meestal afkomstig uit de Dominicaanse Republiek en Colombia. De meeste vrouwen zijn boven de dertig jaar en een deel zelfs boven de veertig. Een deel is al langere tijd in Nederland. De pas aangekomen en de illegale vrouwen leiden veelal een zwervend bestaan. Zij werken overal maar kort om uitwijzing te voorkomen. Gedurende hun verblijf in Europa werken ze in zeer veel verschillende steden en landen. De meeste vrouwen hebben kinderen en of andere familieleden, zoals jongere broers en zussen of bejaarde ouders in het land van herkomst, voor wie zij de kost verdienen. Daarnaast wordt er vaak gespaard voor een eigen huis. Als dat bereikt is spaart men doorgaans voor een taxi, een winkel of iets anders waarmee ze, eenmaal terug in het thuisland, in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. De meeste Latina's die hier werken zijn niet hoog opgeleid en spreken zelden iets anders dan Spaans. Ze hebben hierdoor weinig contacten met andere nationaliteiten, maar wel veel met elkaar. Met name Dominicaanse vrouwen hebben in de afgelopen 15 jaar dat ze in Nederland werken, een aardig eigen netwerk opgebouwd. Via dit netwerk wordt bijvoorbeeld de kinderopvang geregeld, maar wordt ook informatie over rechten en regelingen, advocaten en hulpverlening uitgewisseld.
Citaat uit het rapport "Gezondheid in de raamprostitutie" (1992) door Dr Licia Brussa over Latijns Amerikaanse prostituees op de Achterdam in de raamprostitutie. Ook zij heeft het over schulden bij deze groep prostituees:
Van de tien Latijns-Amerikaanse vrouwen die wij hebben geïnterviewd, werkten er drie een jaar of langer op de Achterdam; de andere zijn net begonnen: ze zijn een maand of korter actief. Deze vrouwen zijn ook kort in Nederland (een half jaar of minder).
Alle respondenten hadden geen verleden als prostituée. Zij zijn voor het eerst begonnen met het werken in de prostitutie in Nederland, direct na hun aankomst. Ze wisten al vóór hun vertrek dat ze in de prostitutie zouden gaan werken, en zij wisten ook in welke vorm (achter het raam). Alleen een van hen heeft ook in een club gewerkt. Sommigen hadden ervaring in raamprostitutie in andere steden. Ze wisten ook iets over de werkomstandigheden, het mogelijke inkomen en de situatie van de prostitutie in Nederland.
Voor hen allemaal berusten de motieven om naar Nederland te komen en te werken in de prostitutie op economische noodzaak. Ze hadden grote financiële problemen en schulden.
Behalve één vrouw hebben allen kinderen in hun moederland en zijn zij de kostwinner. Hun naaste familie is afhankelijk van hun inkomen. Bijna allemaal hadden ze een baan voor hun vertrek, als fabrieksarbeiders of in de dienstensector. Ook voor de vrouwen die goed gekwalificeerd werk hadden - de meerderheid van de respondenten heeft een diploma van de middelbare school - was hun salaris niet meer voldoende om van te kunnen leven. De schulden maakten hun economische situatie uitzichtloos. (...)
De Latijns-Amerikaanse vrouwen overleggen veel met elkaar, praten veel over hun zorgen en problemen. Dat zij zo'n sterke band hebben, komt waarschijnlijk ook doordat zij de meerderheid onder de prostituées vormen en duidelijk aanwezig zijn als groep. Vooral tussen Dominicaanse vrouwen is er veel solidariteit. De werktijden zijn zeer lang; de vrouwen werken veel meer dan de andere groepen: 12 tot 15 uur per dag. Zij beslissen zelf over de hoeveelheid uren die zij werken. Dat zij zulke lange dagen moeten maken, heeft een economische oorzaak: de schulden die zij moeten terugbetalen en de zorg voor de onderhoud van hun familie. De indruk bestaat dat de vrouwen vrij zijn; er is geen derde partij die hen uitbuiten of verplichten om te werken, in ieder geval niet op de werkplek. De houding en antwoorden van de vrouwen bevestigen deze indruk. Wel moeten zij derden geld terugbetalen die hun geld voor de reiskosten hebben geleend. Deze bedragen zijn vaak zeer hoog. De vrouwen ervaren de plicht om dit terug te betalen als een morele plicht, omdat deze mensen voor hen risico's hebben genomen. Geen van de vrouwen onttrekt zich dan ook aan deze plicht: het is een principekwestie. (...)
De Latijns-Amerikaanse vrouwen zijn niet tevreden over hun inkomen; zij vinden dat zij te weinig verdienen. Slechts één vrouw is tevreden. Deze ontevredenheid over de inkomsten wordt in sterke mate bepaald doordat ze alleen maar hier in de prostitutie werken om een economisch doel te bereiken, en dat zij het werk dus als tijdelijk opvatten. Hoe langer het duurt om hun doel te bereiken, om terug te kunnen naar huis, hoe moeilijker het voor hen wordt. Deze vrouwen hebben immers ook de grote en zware taak om regelmatig geld te sturen naar hun familie. Dat is niet eenvoudig met werk waarvan de inkomsten zeer onregelmatig zijn. En nog zwaarder is dat ze pas over een (voor hen) vrij inkomen beschikken en kunnen sparen, nadat de schulden voor hun reiskosten zijn terugbetaald.
Suzanne van de Steen interviewde 3 Latijns Amerikaanse raamprostituees (Bijeen, jaargang 35: nr 1, 2002, "Achter het wereldvenster van drie raamprostituees"). Eén geïnterviewde (Colombiaanse) vrouw (van rond de 40) reageerde afwijzend op de vraag wat haar status was en hoe en via wie ze hier gekomen. Ze vertelde:
"Dit is gewoon werk voor mij. Ik word er niet warm of koud van. De ene week werk ik in deze stad, dan weer in een andere. Dat wordt allemaal geregeld door een Hollandse vrouw uit Enschede, die een soort rooster maakt en ramen voor ons reserveert. We betalen haar en aan de eigenaar van het pand de huur voor het raam en moeten dan maar zien of we genoeg mannen binnenkrijgen om nog iets voor onszelf over te houden."
VOOR DE DRAAD ERMEE Een opsomming van wantoestanden in de prostitutiesector in de noordelijke provincies (Rode Draad, zomer 2005)
(...) Zo zien we dat veel vrouwen door allerlei financiële afdrachten die ze aan derden moeten doen, veel langer in Nederland moeten blijven dan ze van plan zijn. Wij weten dat hun families de vruchten van hun werk niet altijd in dank aanvaarden wat zelfs tot uitsluiting kan leiden. Een van ons is zelf poolshoogte gaan nemen in Brazilië, sinds een paar jaar een belangrijk herkomstland van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, en heeft daar met uit Nederland teruggekeerde vrouwen gesproken. Hoewel deze vrouwen wisten dat ze de prostitutie ingingen, beschreven zij hun situatie in Nederland als een van uitbuiting en mensenhandel. Wellicht ten overvloede wijzen wij u erop dat er ook van mensenhandel sprake kan zijn wanneer er geen misleiding heeft plaatsgevonden over de aard van het werk.
Dit bezoek aan Brazilië leverde een treurig beeld op van vrouwen die geestelijk en lichamelijk uitgeput waren en hadden moeten toezien dat hun kinderen in plaats van naar school te gaan in de criminaliteit waren terechtgekomen. Illegale vrouwen kunnen niet bewijzen dat ze in Nederland belasting en huur hebben betaald en kunnen zodoende in het land van herkomst ernstig in de problemen komen. Maar ook de legale migranten die nog in Nederland verblijven, die in de jaren tachtig getolereerd werden, een partner hebben gevonden om hun verblijfsstatus te stabiliseren en veelal weer van hem zijn gescheiden, zitten in de knel. Deze oudere migranten hebben hun schulden aan ‘intermediairen’ voor de reis en ‘papieren’ afbetaald, maar verdienen nu te weinig om zelfstandige woonruimte te kunnen betalen. Ze spreken amper Nederlands en hebben nooit de tijd gekregen of genomen om in te burgeren. Onder hen bevinden zich veel Thaise en Zuid-Amerikaanse vrouwen die op de werkplek wonen en geen enkel toekomstperspectief hebben.
"Achter het cliché — hulp en dienstverlening aan prostituees in Den Haag — werkmethodiek in ontwikkeling" (1999, Ellie Teunissen [red.], SPP [Stichting Prostitutie Projecten Den Haag])
Pagina 31:
De Latijns-Amerikaanse vrouwen ervaren de Spaans sprekende hulpverleenster als een autoriteit. De vrouwen geven snel aan elkaar door wie zij is en zij wordt voor alles en nog wat ingeschakeld. Voor het regelen van een begrafenis, het verzamelen van geld bij terugkeer, bij onderhandelingen met de exploitanten, voor ziekenhuisopname, voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Hierbij wordt veel samengewerkt met Spaanssprekende huisartsen in het gezondheidscentrum. De Latijns-Amerikaanse prostituees worden soms groepsgewijs benaderd voor informatie over juridische regelingen of over het beleid van de gemeentelijke overheid. Ze vormen een solidaire groep en ondersteunen elkaar, hoewel er ook concurrentie en interne conflicten zijn die soms hardhandig worden uitgevochten. Ook hierbij wordt bemiddeld. Illegaal verblijf is een groot probleem en maakt de vrouwen kwetsbaar.
Thérèsa van der Helm wordt geïnterviewed in het book 'I never thought this would happen to me - Prostitution and traffic in Latin American women in the Netherlands' door Fanny Polanía Molina en Marie-Louise Janssen (1998). Thérèsa van der Helm werkt(e) voor de GG&GD, ze werkt met migranten prostituees, ze informeert hen over gezondheidszaken:
In the case of the South American women, there's an extensive traffic, organised by groups, this is contrary to the women from Eastern Europe. The Dominicans and Colombians know that when they come to Europe they won't be alone. The fact that there is a large Hispanic community in the Netherlands makes it easier for them to make their way to this country. The only obstacle many women face is that they do not know what types of documents are required. Somebody will therefore take charge of that, and this obviously costs money.

The police consider this to be a case of women trafficking. And of course it is! Then there is this friend or neighbour who knows about this business where you can make some money. In most cases the women aren't brought by force, neither are they forced to prostitute themselves. Though it also happens that their air tickets or passports are taken away and they are compelled to earn them back, that is also coercion.

As far as the Latin American women are concerned, the people involved in these matters are often people they are acquainted with. This considerably reduces the willingness of the victims to press charges of trafficking. The women ask themselves what they can do after having made accusations, because after that they will find themselves without any job prospects, which obviously doesn't make things any easier.

(…)

It's a shame that so many foreign prostitutes, although they have been in this country for up to five years, do not speak more than a few words of Dutch. I do understand, however, that they can only dedicate themselves to earning money during their stay. Moreover, due to the existence of a Hispanic subculture in Amsterdam, they have never been urged to learn another language, and given the fact that a policy of tolerance has always prevailed in the Netherlands, there's never been the need for them to acquire a residence permit. These women remain a very isolated group. They have earned some money for their homes; they have looked after their families and for years they have been able to pay their children's school fees. Then they return, and have a small house built, as same kind of security for old age. But apart from that they haven't achieved anything in their lives.

This can be attributed to a number of factors, of course. But, despite the fact that the women are being pressured by the club owner, it still remains a shame that they should have spent so many years in this country with their only achievement being a small sum of money. And in many cases when they return to their countries they find themselves in a situation without any perspective, without any future. That's why often the desire to return isn't very strong. It's true, they say that they will go back as soon as they have saved sufficient money, that they want to learn English or take a literacy course, but quite often these plans will not be realised. The women themselves won't benefit from their efforts, for many of them these years are wasted years.
Uit 'De buitenlandse prostituée' door Licia Brussa in "Beroep:Prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987):
pagina 95-98:
Zuidamerikaanse vrouwen zijn de grootste groep onder de buitenlandse prostituées. Deze vrouwen zijn - letterlijk - zichtbaar tijdens hun werk: de meeste van hen werken achter de ramen. Daarnaast bevindt zich een grote concentratie van Zuidamerikaanse vrouwen op de hoofdstedelijke Wallen. Ze hebben een sterk groepsgevoel en bewegen zich vaak als groep, bijvoorbeeld als ze naar de medische controle gaan.
Vijftig tot zeventig procent van hen zijn in het bezit van een Nederlands paspoort. Dit betekent dat zij naar Nederland kwamen via een schijnhuwelijk met een Nederlander. Dit huwelijk werd meestal in Aruba gesloten met een Antilliaanse man. Waarschijnlijk onderhoudt een grote organisatie met veel agenten en contactpersonen de lijn tussen Aruba en Nederland.
 
De werving van de vrouwen vindt plaats in verschillende Zuidamerikaanse landen, met name in de Dominicaanse Republiek. Maar ook Columbiaanse en Chileense vrouwen worden naar de Antillen gebracht. Soms worden de huwelijken gesloten via de Nederlandse ambassades in de landen van herkomst zelf, of in Europa. Volgens sommige informanten hebben deze grote organisaties niet alleen een lijn uitgezet naar Nederland, maar opereren zij ook in de Verenigde Staten en in de andere Europese landen. Het vermoeden bestaat dat dit soort grotere internationale criminele organisaties zich niet alleen bezig houdt met vrouwenhandel, maar ook met drughandel.
De prostituées die aan het onderzoek meewerkten vertelden verhalen over gevallen waarin een schuldbekentenis ondertekenend moest worden voor reis- en huwelijkskosten. De bedragen varieerden tussen de 10.000 en 50.000 gulden. Geen antwoord kwam op de vraag aan wie die bedragen worden afgelost. Vaak is dat niet de 'pooier' of de vriend hier. Onduidelijk is ook in welk netwerk de vrouwen verkeren vanaf het moment van vertrek uit hun eigen land tot het moment van aankomst in Nederland. Eveneens is onbekend wie hier te lande de vrouwen exploiteren.
Er zijn overigens ook vrouwen naar Nederland gelokt via kleinschalige organisaties, waarbij het om dezelfde contactpersoon in en buiten Nederland gaat. Tevens werden gevallen van vrouwen genoemd, met name van Argentijnse en Columbiaanse, die in Nederland kwamen via een landgenoot die hier illegaal was of deel uitmaakte van een misdadige organisatie. Ook in deze gevallen kan men spreken van vrouwenhandel.
Niet alle Zuidamerikaanse vrouwen kwamen naar Nederland via een schijnhuwelijk. Er zijn ook vrouwen illegaal naar Nederland gebracht via andere Europese landen of hier binnengehaald als toerist. Een aantal Zuidamerikaanse vrouwen kwam op eigen gelegenheid naar Nederland. Ze zijn in feite illegale immigranten. Ze kozen voor Nederland omdat zij hier connecties hadden, bijvoorbeeld familie, vriendinnen of dorpsgenoten.
Soms haalden vrienden of familieleden die zelf in de prostitutie werkten de vrouwen naar Nederland als kinderoppas of huishoudster. Later kwamen zij dan in de prostitutie terecht, wat bepaald geen vrije keus was. Evenmin haalde de familie of vriendinnen hen naar Nederland om hen in de prostitutie te introduceren. Er bestaat eerder de indruk dat hun illegaal verblijf, de onmogelijkheid om werk te vinden en de connecties met de prostitutiewereld de overgang naar prostitutie gemakkelijker maakt. Daarbij lijken ze vaak als zelfstandige in de prostitutie te werken.
Zuidamerikaanse vrouwen die politiek vluchteling zijn, maar niet de juridische vluchtelingenstatus hebben, zijn een groep apart. Vaak ontkwamen ze aan levensbedreigende omstandigheden onder een dictatoriaal regime door uit hun land te vluchten. Soms zijn zij uit de gevangenis ontsnapt of na marteling en bedreiging van henzelf of familieleden hals over kop gevlucht, vaak zonder in het bezit te zijn van de vereiste papieren.
Eenmaal in Europa - het land van aankomst was meestal Frankrijk - was het niet meer mogelijk de vluchtelingenstatus te verkrijgen. Bovendien waren de vrouwen na hun ervaringen psychisch en lichamelijk niet meer in staat om de goede kanalen te vinden voor juridische bijstand.
Hiermee begon dan voor hen een zwerftocht door Europa, waarbij ze in de prostitutie terecht kwamen om in hun onderhoud te voorzien. Deze omzwerving duurt inmiddels vaak al langer dan tien jaar, waarbij zij in een uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen: illegaal, soms zonder geldig paspoort, niet meer in aanmerking komend voor de status van politiek vluchteling en zonder de mogelijkheid naar hun eigen land terug te keren.
 
Een waarneembaar gegeven is, dat het grootste deel van de Zuidamerikaanse vrouwen op de Amsterdamse Wallen achter de ramen werkt. Dit gebeurde zo snel, dat in 1983 meer dan vijftig procent van de ramen op de Wallen verhuurd was aan Zuidamerikaanse vrouwen. De sluiting van de wijk Katendrecht in Rotterdam, waar veel Zuidamerikaanse prostituées werkten, versnelde deze toename. In de eerste helft van 1984 liep hun aantal op de Wallen weer terug. Ze gebruikten toen eenderde van het aantal ramen. Aanleiding hiertoe was het versterkte politie-optreden in de buurt als gevolg van de drugsbestrijding van de gemeente Amsterdam, het zogenaamde 'ontmoedigingsbeleid'.
Volgens sommige respondenten in het onderzoek werd een aantal vrouwen in die periode overgebracht naar gesloten sekshuizen in de randstad en andere steden in Nederland. Ook ging een aantal vrouwen in de escort-service werken.
Een kleine groep Zuidamerikaanse vrouwen werkt als tippelaarster. Dit zijn voornamelijk vrouwen die hier illegaal zijn en bij het zien van politie snel willen kunnen vluchten. Onder hen bevindt zich een klein aantal druggebruiksters. De roulatie van vrouwen die door handelaren gecontroleerd worden, is het laatste jaar groot geweest, met name van en naar Groningen. Desalniettemin geeft het onderzoek de indruk, dat een grote groep Zuidamerikaanse vrouwen zich in Amsterdam heeft gevestigd. Amsterdam lijkt voorlopig de stad waar de Zuidamerikaanse vrouwen werken.
Nog steeds komen Zuidamerikaanse vrouwen, met name uit de Dominicaanse Republiek, maar Nederland. Volgens een van de respondenten (een ex-prostituée) is deze (illegale) stroom van vrouwen uit de Dominicaanse Republiek de laatste maanden toegenomen.
 
Werkomstandigheden
Binnen de prostitutie zijn er, net als in alle andere werkverhoudingen, verschillende werkomstandigheden. Er is sprake van een zekere hiërarchie. Het maakt uit of je op straat werkt of in een exclusieve of juist goedkope club, of dat je in een bepaalde straat op de Wallen werkt of in een ander, goedkoop (verpauperd) deel van de stad.
Binnen deze hiërarchie die bepaald wordt door werkomstandigheden, prijzen en het soort klanten, valt het merendeel van de Zuidamerikaanse prostituées in de laagste rang. Zij werken op het goedkoopste deel van de Wallen, meestal in kleine kamertjes met slechte hygiënische voorzieningen. Vaak gebruiken verschillende vrouwen één kamer.
Sommige informatiebronnen zeggen dat de vrouwen meestal niet direct door de bordeelhouders worden geëxploiteerd en ook wel dat deze niet direct bij de handel in vrouwen betrokken zijn. Zij verhuren alleen de kamers voor een vastgestelde prijs. Een andere respondent echter vertelt dat bordeelhouders wel degelijk vormen van dwang en uitbuiting uitoefenen, bijvoorbeeld door een extra percentage te vragen of door de vrouwen te verplichten zonder condoom te werken waardoor er meer en beter betalende klanten komen.
 
In het algemeen werken de Zuidamerikaanse vrouwen voor het laagste tarief (ongeveer 50 gulden). Omdat ze de taal niet spreken, kunnen ze niet over klachten communiceren en onderhandelen. Vaak zijn ze het slachtoffer van racistische uitingen van een klant. In geval van mishandeling en bedreiging door klanten durven zij geen aangifte te doen bij de politie, waarvoor een grote angst heerst. Die valt enerzijds te verklaren uit de situatie van bedreiging en dwang, waarin een groot deel van de vrouwen leeft, anderzijds uit de ervaringen met de corrupte politie in het land van herkomst.
Ook onder de vrouwen die hier legaal zijn is de angst voor controle door de zeden- en vreemdelingenpolitie groot. Wanneer zij al de Nederlandse nationaliteit hebben, zijn zij vaak niet in het bezit van hun paspoort. Hun 'beschermer' confisceert dit doorgaans. De angst voor iedereen die een uniform draagt, is nog groter bij de vrouwen die politiek vluchteling zijn.
Er zijn ook vrouwen die zonder pooier als zelfstandige werken. Ze zijn er in
geslaagd zich in zekere mate te bevrijden van de organisatie die hen naar Nederland bracht. Deze vrouwen hebben bijvoorbeeld vrijheid om hun werkplek te kiezen en van raam te veranderen. Hoe groot hun aantal is, is onduidelijk.
 
De leeftijd van de vrouwen ligt meestal tussen de 25 en 35 jaar. Vaak hebben ze kinderen in het land van herkomst. Sommigen hebben ook hier nog kinderen gekregen. De vrouwen weten weinig over anti-conceptiemiddelen. Er zijn bijvoorbeeld vrouwen die penicilline gebruiken als anti-conceptiemiddel. Over hun situatie voor het vertrek uit het land van herkomst is slechts een algemeen beeld te geven. De veronderstelling is dat vaak die vrouwen geronseld worden, die als 'drop-out' al een stigma hadden in de door mannen overheerste, katholieke Zuidamerikaanse maatschappij. Zeker is, dat de voornaamste drijfveer om te vertrekken de armoede in het eigen land was en de hoop een betere toekomst voor hun kinderen te kunnen opbouwen. Deze zorg voor de achtergebleven kinderen en familie blijft ook hier in Nederland de motivatie en tegelijk de dwang om door te gaan met prostitutie.
De vrouwen zijn afkomstig uit de armste lagen van de stedelijke bevolking. Vanuit Nederland sturen ze niet alleen geld voor de kinderen die door familie verzorgd worden, maar onderhouden ze vaak de hele familie. Niemand van de familie mag echter iets weten over hun situatie hier. De schande is te groot en terugkeer naar het eigen land zou voorgoed onmogelijk worden. Daarom houden zij het beeld op van een goede baan hier in Nederland en sturen geld en cadeaus.
De eenheid tussen de vrouwen onderling is groot. Ze opereren bijna altijd in groepen. Het is de enige kracht en bescherming, die zij tot nu toe hebben. Hierdoor zijn ze, samen met de motivatie om geld te sparen voor de familie en de terugkeer, beschermd tegen druggebruik.
Uit 'TAMPEP - final report' (1994, redactie door Licia Brussa)
Pagina 40-42:
Latin America
This section covers sex workers from the Dominican Republic, Colombia, Venezuela and Brazil.
The Latin American sex workers are found in the areas of shop window prostitution, especially women from the Dominican Republic and Colombia.
In the clubs near the border with Germany we found Brazilian and Colombian women. TAMPEP has come across other clubs in the centre of the country where Colombian women predominated.
TAMPEP has contacted about 500 sex workers from Latin America in the course of the project.
 
How the women arrive
Through the testimonies of the sex workers TAMPEP has been able to establish how the women become involved in the networks of prostitution.
According to the Foundation Against Trafficking (S.T.V., Information and Services in Support of Third World Women to Stop Sexual Exploitation), 20 women from Latin America were found to be victims of trafficking between January and June 1994.
International networks exist which recruit women from Latin America, lending them the money for their air flight tickets, facilitating their stay in different European countries and introducing them to the world of prostitution.
The women who arrive in this way have to pay the money back more than they owe. They know what kind of work awaits them before they come to Europe, but they do not know what it will be like in practice.
The women who come of their own account and take their own risks have prior contacts, either friends or family members, who in one way or another are linked to the world of prostitution.
Women who marry a European, whether Dutch or resident in Holland, are often obliged to work in prostitution or to act as an agent to bring others.
The reasons they come
The various mechanisms by which the women enter the circuit of prostitution reflect to a greater or lesser extent the pressure of their precarious economic situation, and the lack of opportunity to find work in their country of origin and the country they migrate to.
The possibilities for profit from the sex business lead to the existence of organised international mafias which traffic with women, recruiting them and facilitating their dispersal across Europe.
The demand from European citizens who frequent the prostitution zones ensures that the business continues.
 
Who they are
Based on the interviews carried out by TAMPEP at the start of the project, we have been able to establish the following:
. Sex workers whose ages range between 19 and 46 have been encountered, with the largest group aged between 19 and 25.
. The largest number of sex workers has completed only primary education while a very small group have completed secondary sc
. Most of the sex workers come from lower class backgrounds with an extremely small group of middle class origin.
. Most come from villages and intermediate sized towns.
. The workers have between 1 and 5 children.
. About 10 family members depend on the earnings that they send home.
 
Mobility
The mobility of the workers varies according to their dependency on others, their experience in prostitution, and the amount of time they have been in Europe, as well as their legal status.
The sex workers who have arrived as a result of trafficking networks stay in Holland between 3 and 6 months.
There is a cycle of mobility in the zones where the shop windows operate which means that each worker stays some three months at a time. They may also spend a week or so in cities in the interior or in frontier areas, according to the season.
The illegal workers experience pressure to leave their work due to the fear of police sweeps.
The sex workers who are working legally stay in one place, which they have chosen, for periods of between 1 and 8 years, interspersed with short periods of absence in their home countries.
 
The characteristics of migration
The Latin American sex workers start in prostitution as soon as they arrive in Europe. In some cases they are trained in the various places in their native continent where they were first recruited.
The migration of women from the Dominican Republic, because of its scale and its history which dates back to the 1970s, has converted into a movement of chain migration.
The majority of the Dominican women who migrated to Europe and Holland at that time were victims of trafficking. According to their various circumstances a group of these women became the contact point to bring other women over.
Another group sold an image in their country of Europe as a society where it was possible to earn a fortune in a short time. This dream encouraged other women to migrate to Europe. In some cases they had no idea of the nature of the work, but in others they knew they were going to work in prostitution even though they did not know what form it would take.
At present there is a group of women from this first group which is still working; these women are aged between 40 and 60.
During its investigation TAMPEP has found that this long migratory process has evolved to create a second generation of sex workers.
The contradiction between the real position of the sex worker in Europe and the impression they must give as a woman within their own society -not least taking into account the religious element- leads to psychological problems.
The Latin American women, especially those from the Dominican Republic and Colombia, refuse to have contact with the sex workers from their own countries. They are afraid that the work they do in Europe will become known in their home countries, because many of them fear rejection by their families, especially as they project a triumphal image based on the money they send back to their families.
This situation is illustrated by a phrase taken from an interview: "Over here I'm a whore, over there I'm a lady".
TAMPEP - final report 1995-1996
pagina 19-20:
ARNHEM
 
Situation
Shop window prostitution in Arnhem is concentrated in one neighbourhood. At this moment there are about 220 windows (2 establishments have been closed this year), which are never fully occupied and the occupation largely depends on the time of the year.
The majority of women are Latin American (sometimes over 50%), Dutch women also form a large group (about 40%), a minority is made up of African women (about 10%).
Police checks on legality of residence are still extremely tough, one does not stand a chance without valid documents. Police action against criminality in which for example, the dealing of drugs plays an important part has increased under pressure from neighbourhood residents. Even though the situation is relatively quiet, safety leaves much to be desired. An attempt to kill a German in April '96 led to the installation of an alarm system in only one establishment, all others work without an alarm system.
Hygienic conditions of the houses are bad, the presence of vermin is common. (...)

Analysis

The majority of the Latin American women consists of Dominicans, followed by Columbians. As for other Latin American countries only a few individuals are found (Brazil, Uruguay).
The median age of the women is high (about 35-40) with ages ranging from 20 to 60.
Most of them have been in the Netherlands for over 2 years, some even for over 10 years. Their residence permit is mostly based on a (broken) marriage. (...)
The legality of residence enables the women to decide when they do not want to work, for instance, when there are fewer customers or when they are ill; after all these women do not sleep at their workplace in contrast to many illegal women. We also observe that the women can refuse customers, which enhances safety.
Because all the women in Arnhem are legal, they are confronted less with the tensions concerning their residence status and related matters. Only now can the women work independently, often after many years of dependence. The struggle against their imperious partners together with the threat of losing their permit of residence, is behind them.
pagina 24-25:
DEN HAAG

Situation

Of the three streets in which shop window prostitution in Den Haag is concentrated, two are occupied mainly by Latin American women, while in the third street there are none or only a few Latin American (L.A.) women. Of these three streets which are not situated far from each other, the Poeldijkstraat with about 500 working places, has the largest number of windows. About 80% of the women in this street are of LA origin,+/- 15% African and +/- 5% Dutch, East European and others.
The Doubletstraat has about 200 windows. The ratio between the nationalities is about the same as in the Poeldijk.
In both streets the occupation is rather stable, varying between 80% (January) till sometimes 100% (April).
The vast majority of the women do not have a residence pennit. Den Haag has a policy of tolerance: these women will not be persecuted unless there is a criminal cause. However, the women can never be certain of this policy, thus they work under permanent tension. An increase in criminality could mean a possible change in the police tolerance, even though the women are not to blame. (...)

Sex-club

Near the Doubletstraat a club is located, in which 30 Columbian women in the age group of 20 and 30 years work. They all come from the Valle de Cauca, a province of Colombia which is well known to the Dutch clubowner. One contact there arranges the selection, the woman receive a considerable amount of money ($ 4000) to arrange the journey.
According to the club owner the women are fully aware of their future working conditions in Holland. The women stay in the club for 3 months. Their earnings are shared.
The women hardly leave the club, a fear of the police is imposed by the clubowner, and they also do not know their way around outside the club.
The club has only Turkish and Moroccan customers. The women are not allowed to use a condom. The owner is of the opinion that the use of condoms does not contribute to the prevention of AIDS because AIDS is not transmissible by vaginal contact. To prevent Sexual Transmitted Diseases, STD, the women are told to rinse the vagina with vinegar and betadine.
Weekly, a club doctor who supports this STD prevention method, but is widely known for several other unofficial (medical) practices, check-up the women for STD.

Shop window prostitution
In the Poeldijk the majority of the Latin American are Columbians followed by Dominicans. Brazilian women, together with a few other nationalities, form a minority. In the Doubletstraat the reverse is seen, Dominican women dominate in number, followed by the Columbians. The principal reason why the women work here is to eam money to maintain their children and their relatives in their home countries.
Many come to Holland on their free will, often they have a relative who has already lived in Holland for some time. Others first arrive at a club, and then work in a shop window because of disappointing economic results.
Particularly Dominican women are lured to Holland with false expectations. They pay a great amount of money to those who let them come here under false pretences. Once confronted with the real situation, they are forced to continue the work, because of their debts to relatives. Although they do not work for a pimp, they find themselves in a very dependent situation. Especially at first they depend on others for every step they make. Because they are new, they do not know their way around, and to get information and help, they depend on people in the street who can easily abuse them.
The degree of dependency is thus determined by the way in which the women have come to Den Haag and the time of residence.
 
 
Lees meer...
 
Op deze pagina staat het tweede deel van de lijst met casussen die ik heb bestudeerd. De resultaten van mijn analyses staan in:
En hier is het eerste deel van de lijst met casussen:
 
#224:Dagblad van het Noorden, 'Loverboys gijzelden meisjes', 15-10-2006. Twee meisjes van 16 en 18 zijn geruime tijd tegen hun wil vastgehouden in een bovenwoning in de stad Groningen. Politie Groningen is druk bezig met het afronden van een onderzoek naar de twee loverboys van 19 en 28 jaar die beide meisjes hadden opgesloten in een bovenwoning in het Oosterpark. De meisjes waren aanvankelijk smoorverliefd op de jongemannen. Maar na verloop van tijd mochten ze de bovenwoning niet zomaar meer verlaten. Ze werden ernstig mishandeld en bedreigd. Na verloop van tijd moesten ze mannen ontvangen in de bovenwoning. Ook werden ze geregeld met de auto naar mannen toegebracht. bron
#225:AD, 16-10-2006, 'Verkracht door gemaskerde mannen'. Bij het oprollen van een hennepkwekerij in Rotterdam werd in juli een 35-jarige Bulgaarse bevrijd. Ze vertelde de politie een maand lang herhaaldelijk te zijn verkracht door gemaskerde mannen. Vandaag stonden de vermeende verkrachters terecht. bron Zie ook Reformatorisch Dagblad, 16-10-2006, 'Telefoontaps openbaren duistere wereld' bron
#226 & 227:RotterdamVeilig.nl (van de gemeente Rotterdam), 20-10-2006, "Escortcontrole door vreemdelingenpolitie weer succesvol". Personeel van de Eenheid Vreemdelingenpolitie van de politie Rotterdam-Rijnmond heeft, in overleg met het Openbaar Ministerie, vrijdag 13 oktober jl. een escortcontrole gehouden waarbij vier prostituees zijn gecontroleerd. Personeel van de Eenheid Vreemdelingenpolitie heeft vrijdag 13 oktober vanuit een woning in Rotterdam vier escortbureaus benaderd. Door de bureaus werd een prostituee geleverd, waarna deze vrouwen, in leeftijd variërend tussen de 27 en 31 jaar oud, zijn gecontroleerd. De vrouwen waren afkomstig uit Rusland, Thailand, Kroatië en Tsjechië. De Russische vrouw maakte gebruik van een Hongaars vervalst paspoort. Zij kreeg hiervoor een proces-verbaal en wordt uitgezet naar Rusland. De Thaise vrouw werkte als au pair in Nederland en werkte onder dwang van haar familie in de prostitutie. De Kroatische vrouw bleek, na onderzoek, het slachtoffer van mensenhandel te zijn en de Tsjechische vrouw werkte vrijwillig in de prostitutie. Geen van de vrouwen had een vergunning om te werken. (ik bedoel met 226 en 227 de Thaise en Kroatische vrouw). bron
#228: Op www.vermist.nl wordt Michaela B. beschreven, geboren te Nitra in Slowakije, 1980. Werd in 2001 (?) vanuit Slowakije naar Nederland gehaald door een vrouwenhandelaar naar de Rotterdamse animeerbar “Mon Chery”, (Westzeedijk 68, 3081PA, KVK-nummer: 24150423 0000)
#229: AD, 'Ik deed het met zijn vrienden', 16-11-2006. Marloes (20) was 16 toen ze verkering kreeg met Djon. Ze ging bij hem wonen en moest met zijn vrienden naar bed (in het huis). Ze was een jaar geleden van hem ontsnapt. bron
#230: Uit het boek “Tippelen voor dope”(1987) door Ton van de Berg en Maria Blom, op pagina 58: Een andere vrouw vertelt daarentegen dat ze door haar vriend in de auto werd meegenomen: »En toen op de snelweg zegt hij, we gaan je naar een club brengen en als je geen zin hebt om te werken, dan loop je maar terug. Nou, daar had deze dame dus geen zin in, dus ging deze dame werken.«
#231: Uit hetzelfde boek als #230. Op pagina 82. Ze werd voor haar 14de (nu 16) gepushed door haar aan herïone-verslaafde vriend op straat te werken voor de heroïne, voor hem en voor zichzelf.
#232: Omroep Max, Max en Katrien(?), donderdag 12 oktober 2006, 17.35-18.25 uur, Ned 2. Een paar loverboy-slachtoffers te gast. Eén is Lotte, hogerberoep loopt nog. Wertke op de Wallen en Zandpad. Opgehaald door de politie, loverboy gearresteerd. Lotte denkt van de 100 meisjes er 2 vrijwillig en de rest gedwongen, niet alleen Nederlandse meisjes moor ook buitenlandse, ze heeft het gezien. bron
#233: Zelfde programma als #232. Lizette, weggelopen van huis. 16, zwanger, ingeluist. Mocht niet achter het raam. Werkte via Internet-advertenties thuis, escort. Weggelopen met klant, woont daar al 3,5 jaar mee samen.
#234: Zelfde programma als #232. Anita de W. haar dochter door loverboy (lijkt fotomodel). Moeder liet haar in de gevangenis zetten.
#235: De Ochtenden, 'Loverboys ronselen licht verstandelijk gehandicapten', 18-5-2006. Een medewerker van een Amsterdamse instelling vertelde in de uitzending dat een jongen zich al wekenlang voordeed als het vriendje van een meisje, toen bleek dat hij een pooier was. ,,Op een gegeven moment kwamen we er achter dat ze al twee, drie weken niet meer naar school ging maar op de Wallen achter het raam zat. bron
#236: VPRO “De lijn - van de Sint-Pieterspoortsteeg naar het Centraal Station, deel 2"(1983) De (Nederlandse?) prostitutee Petra wordt geïnterviewd in de “La Vie en Rose”. Er werd haar gevraag: “Werk je met een man?” Waarop ze zei: “een pooier. Ik heb 2,5 jaar voor een pooier gewerkt. Totdat ik erachter kwam dat hij me bedroog.” bron
#237: In "Hoerenboek" (1986) door Martine Groen. Margo (Margot Alvarez) wordt beschreven. Ze richtte in 1984 met enkele andere vrouwen de Rode Draad op. Ze is nu 28. Ze leerde haar vriend kennen toen ze 16 was (1974?). De eerste vijf jaar heeft hij haar vaak bont en blauw geslagen. Op een keer heeft hij haar heel erg mishandeld, hij kneep haar keel dicht en sloeg haar dagen achterelkaar. Toen is ze achter het raam gaan werken in Den Haag. De druppel die de emmer deed overlopen was toen haar neus werd verbrijzeld. Ze werkte jaren voor hem. In Live Sex Acts (Wendy Chapkis, 1997) wordt ze ook beschreven. Ze zegt 5 à 6 jaar achter het raam gewerkt te hebben 6 dagen per week 10 uur per dag, ze begon op haar 21ste (dat moet in 1986-7=1979 zijn geweest, trek er nog een jaar vanaf anders kom je in de problemen met de oprichting van de Rode Draad). Ze stopte toen ze haar pooier ontvluchtte, later is ze voor zichzelf gaan werken. In 'A Vindication of the rights of whores' (Gail Pheterson, 1989) vertelt ze (op pagina 161-163) dat ze 4,5 jaar voor die man heeft gewerkt.
In Live Sex Acts (Wendy Chapkis, 1997) wordt ze ook beschreven. Ze zegt 5 à 6 jaar achter het raam gewerkt te hebben 6 dagen per week 10 uur per dag, ze begon op haar 21ste (dat moet in 1986-7=1979 zijn geweest, trek er nog een jaar vanaf anders kom je in de problemen met de oprichting van de Rode Draad). Ze stopte toen ze haar pooier ontvluchtte, later is ze voor zichzelf gaan werken.
#238: In “Hoerenboek” (1986) door Martine Groen. Prostituee Rebecca beschrijft dat een collega van haar in de raamprostitutie voor een pooier werkt.
#239: In “Hoerenboek” (1986) door Martine Groen. Ans is 58 jaar. Ze heeft 29 jaar in de prostitutie gewerkt. In het begin deed ze het voor een pooier. Ze tippelde voor hem op de Damrak (werd opgepakt na de tweede keer) en werkte achter het raam (Singel). Na enkele maanden kwam de grote desillusie, ze kwam erachter dat hij meerdere vrouwen voor zich had werken. Het eerste jaar dat ze werkte gaf ze al het geld aan hem, daarna niet meer. Ze is tien jaar met hem getrouwd geweest.
#240: In “Hoerenboek” (1986) door Martine Groen. Marga heeft een 9 jarige carriere in de prostitutie erop zitten. Ze was achttien toen ze door geldproblemen in een privéhuis ging werken. Ze kreeg een relatie met de baas, hij was 24 jaar ouder. Hij was ook getrouwd maar later trouwde hij met haar. Op begon het niet met dwang maar: “Hij vond me stom en dom en vaak kreeg ik slaag. Aan de ene kant gaf hij me het gevoel dat ik niks kon en aan de andere kant paradeerde hij met me. Zolang het inkomen stabiel bleef, was ook onze relatie stabiel. Maar was het wat stiller, dan moest ik het vaak ontgelden. Menig Blijf van Mijn Lijfhuis heb ik van binnen bekeken. Ooit heeft iemand mij eens gezegd: je man houdt van geld, dan van zichzelf en daarna kom jij pas. Hij heeft gelijk gekregen. Mijn huwelijk werd net als zijn vorige. Uit zakelijke overwegingen bleven we bij elkaar. Goede tijden zijn er natuurlijk ook wel geweest. Een paar prettige vakanties en we gingen vaak lekker uit eten. Maar jaren gekleineerd worden en vrijwel zonder sociale contacten leven, breekt een mens. Een goede vriendin bestempelde het als vrijwillige dwang, dat is de juiste term. Je laat je vrijwillig dwingen. Na acht jaar had ik er genoeg van.”
 
#241: Volg Crush op www.werkplekforum.nl, ze heeft achter de ramen voor een loverboy gewerkt. Dat duurde een half jaar en dat was “2 jaar geleden” (2 jaar voor 12-1-2007)
#242: Poolse op pagina 64 in Rode Draad rapport “rechten van prostituees” (2006). bron
#243: Een prostituee in “wiens lijf eigenlijk” (Ine Vanwesenbeeck, 1986) vertelt op pagina 17 dat een pooier meisjes in clubs had werken, zelf ook, moet een Nederlandse zijn:
Een vrouw die net in een vorige vriend teleurgesteld was, zegt: "En toen dacht ik, ach, wat is een leuk gezicht, als iemand maar goed voor je is, dat houden van dat leer ik later wel. Hij kocht elke dag bloemen voor me, m'n hele kamer vol bloemen en ik dacht, zo, die jongen is hartstikke gek op me." En diezelfde vrouw: "Ik denk, dat hij gedacht heeft, ok', die kan ik zo inpakken". Zij beschrijft de stap tot prostitutie als volgt: "Na een paar weken, heel ongemerkt, praatte hij steeds over ex-vriendinnen die in clubs hadden gewerkt en dat die wel 500 gulden per avond verdienden. Niet dat het iets voor jou is, daar ben jij helemaal geen type voor, zei hij dan. Maar de volgende dag begon hij er weer over en ik werd wel nieuwsgierig. Hij gaf me het idee van jij zou hartstikke veel geld kunnen verdienen. Op een gegeven moment zaten we zo in geldnood dat ik dacht, weet je wat, ik ga hem verrassen, terwijl de hele idee me eigenlijk tegenstond, maar ja, hij had zo vaak gezegd dat het zo makkelijk was en ik dacht, dan kan ik wat voor hem terugdoen".
#244: in “Verkocht” zorg na mensenhandel van PMW (December 2003), casus Katia: Bulgarije, nu 22 jaar, 4 jaar geleden, 2 jaar gedwongen in de straatprostitutie.
#245: in “Verkocht” zorg na mensenhandel van PMW (December 2003), casus Bianca: Litouwen, datum onbekend
#246: Op NOS-journaal van 1-3-2007 over de illegale prostitutie in Rotterdam, Nederlandse Petra (22) die in Rotterdam wordt gedwongen om in het illegale circuit te werken. Er werd van alles bij haar uitgevreten, ook illegale abortussen. Van 2 uur ’s-Middags tot negen uur ’s-Ochtends moest ze werken. 50 euro, 20 klanten per dag, 9000 euro per week.
#247: (waarschijnlijk Nederlandse) Sanne wordt door een Marokkaanse loverboy gedwongen in een club en achter het raam (op de Wallen) te werken. Het begon in de zomer van 2004. Ze was 19. De nachtmerrie duurde een jaar. Ze deed aangifte.
#248: Wendy Chapkis, ‘Live Sex Acts’ (1997), Grazyna, Poolse, geïnterviewd in 1993 (ze was toen 30). Het begon in September 1991. Ze werd gedwongen achter het raam te werken. Na een aantal weken ontsnapte ze. Een klant hielp haar en ving haar op, maar twee weken later bezweek hij onder de bedreigingen. “I pretended to submit. I worked, I laughed, and I hoped that my captors would relax their guard. I was still determined to escape”. Ze ontsnapte weer in een onbewaakt moment. Ze deed aangifte.
#249: Wendy Chapkis, ‘Live Sex Acts’ (1997), Luisa, Colombiaanse, geïnterviewd in 1993 (ze was toen 23). Ze werkte als prostituee in Panama en later in Aruba. Een man beloofde haar gouden bergen in Nederland om daar als prostituee te werken. De man vertelde dat hij er 2 seksclubs had. Ze moest in clubs werkte en moest schulden terugbetalen. Na acht weken meende ze dat ze haar schulden had afbetaald. Ze had immers minstens 250 klanten ontvangen voor 150 gulden per klant, dus ze had allang haar 15.000 gulden schuld afbetaald. Ze ontsnapte.
#250: In "Vrouwenhandel – onderzoek naar aard en omvang en de kanalen waarlangs vrouwenhandel naar Nederland plaatsvindt" (1985), Drs. H.W.J. Buijs and Mr. A.M. Verbraken.
op pagina 12-13. Rosa en Carmen uit de Dominicaanse Republiek ontmoetten 4 Nederlanders en trouwen begin 1982 met twee van deze mannen. Ze moesten in Nederland achter de ramen werken. "De handelaren zijn door de rechtbank wegens vrouwenhandel veroordeeld.  In hoger beroep zijn zij vrijgesproken: het Hof was er niet van overtuigd dat de vrouwen niet al eerder als prostituée hadden gewerkt."
#251: Zelfde boek als #250. pagina 13-14: Monique en Evelyne. De éen werkte als garderobe-juffrouw in een discotheek in Lissabon. De andere werkte als serveerster in een dorp in Portugal. Zij werden afzonderlijk benaderd om in Luxemburg te gaan werken. Ze werden naar een sexclub in (waarschijnlijk uit het verhaal af te leiden) Nederland gebracht waar ze tegen hun zin als prostituee werkten. "De vrouwen wisten 's nachts te ontvluchtten en hielden een surveillancewagen aan. Van een vrouw, die ook in die club werkte, hadden zij gehoord, dat twee van de Portugezen terug waren naar Portugal en waarschijnlijk over een week met nieuwe meisjes naar Nederland zouden komen. Van de vier daders zijn er twee veroordeeld wegens vrouwenhandel."
#252: Zelfde boek als #250. pagina 14-15: "Edith. In 1981 ontmoette zij in Chili een Argentijnse man die een vriend van een vriendin van haar was. Hij bood haar een goed betaalde baan aan in Nederland in dezelfde branche (administratief werk) waarin ze al werkzaam was. Het ging om een contract van zeven maanden; haar man ging ermee akkoord. In Frankfurt werd ze met vier andere Chileense vrouwen door de douane geloodst. Vandaaruit ging ze rechtstreeks naar een bordeel in West-Duitsland. Toen ze weigerde te werken, stompte en sloeg hij haar. Ze verklaarde: "Hij vertelde mij, dat hij lid was van een grote misdaadorganisatie. Als ik mij niet voor hem prostitueerde, zou hij mij doden en mijn lichaam in een sloot gooien. Hij zou er ook voor zorgen dat mijn familie iets zou overkomen. Dus stemde ik toe. Na een week moest ik samen met hem en een andere Chileense vrouw mee in de auto naar Nederland. In eerste instantie weigerde ik dat werk weer. Maar nadat hij mij bedreigd en mishandeld had en omdat ik bang was, dat hij voor een soort maffia werkte, heb ik er in toegestemd. Ik moest achter een raam zitten, de andere Chileense vrouw moest in een sexclub werke. Vaak wilde ik vluchten. Hij zei, dat hij mij altijd zou vinden. Op een keer had ik het verhaal gehoord, dat hij bij een ander meisje hetzelfde gedaan had als bij mij. Toen die vrouw weigerde, ontvoerde hij haar kind naar het buitenland. Hij had ook haar ribben gebroken. Hij had haar gedwongen om in Gibraltar met een Nederlander te trouwen. Hij wilde, dat ik haar identiteit overnam om onder valse naam legaal in Nederland te verblijven. Hij zei ook, dat hij als ik zou vluchten of door de politie het land uitgezet zou worden ervoor zou zorgen in hetzelfde vliegtuig te zitten". Op een gegeven moment heeft zij een brief durven sturen naar een landgenoot, wiens adres in Nederland zij had. Deze heeft haar meegenomen en op zijn aanraden is zij naar de politie gegaan. De dader is veroordeeld."
#253: Zelfde boek als #250. pagina 15-16: "Mirjam en Sandra. Eén van beide meisjes, beiden uit Indonesië afkomstig, had een klant duidelijk weten te maken, dat zij onvrijwillig in het betreffende sexhuis werkte en dat zij werd vastgehouden. Deze klant lichtte de politie in, die een onderzoek ter plaatse instelde. Dit was begin 1979. Op het bureau vertelde één van hen via een tolk het volgende: "In Indonesië werkte ik in de dans- en muziekschool van mijn vader. In dezelfde kampong woonde ook een vriendin van mij evenals haar zwager. Deze zwager vroeg ons, of wij naar Nederland wilden gaan om te werken. Wij zouden als serveerster in een restaurant gaan werken. Per maand zouden wij f 400,-- verdienen, voor Indonesische begrippen is dat veel. Wij voelden er veel voor en bespraken het plan met onze ouders. Zij hadden er gaan bezwaar tegen en stelden die zwager verantwoordelijk voor ons. Daarop heeft hij alle papieren voor ons in orde gemaakt, hij zorgde voor paspoorten en vliegtickets". De vrouwen werden door een vrouw, die een kennis van de zwager was, van Schiphol opgehaald en bij haar ondergebracht. Een Indonesisch sprekende man, die deze vrouw kende, vertelde hen dat het beloofde werk niet doorging en dat ze zich moesten prostitueren. De vrouwen weigerden dit aanvankelijk maar onder druk stemden ze toe. Ze moesten eerst de reiskosten terugverdienen, aldus de vrouw bij wie ze in huis woonden. De vrouwen werkten in een gehuurde woning. De vrouw vervolgde: "Wij kregen 5 à 6 klanten per dag. Wij werkten van 's morgens 11 uur tot 's avonds 11 uur. Ook moesten wij schoonmaakwerk en ander huishoudelijk werk doen. Wij werden nooit geslagen, maar die vrouw deed altijd lelijk en boos tegen ons. In principe moesten wij in de woning blijven. Wij hebben niet geprobeerd de woning te verlaten. Zij wilde niet, dat wij weggingen; voor ons was dat genoeg. Wij waren bang voor haar. Wij wilden wel weg, maar zij hadden onze paspoorten en wij hadden geen geld. Wij durfden niet naar de politie te gaan. In werkelijkheid waren wij aan dat bordeel gebonden, zonder dat sprake was van geweld of bedreiging met geweld. Wij hadden geen keuze en wij waren erg arm". Eén vrouw was bedreigd dat ze doorverkocht zou worden aan een souteneur in een andere stad, omdat ze vermoedelijk zwanger was. De vrouw was hier erg bang voor en had daarom een klant haar verhaal verteld. Beide vrouwen wilden zo snel mogelijk naar huis terug. De drie daders zijn door de rechter wegens vrouwenhandel veroordeeld."
#254: Vrouwenhandel (1984), Marga de Boer. Pagina 17: In januari 1981 werden drie illegaal in ons land verblijvende Thaise vrouwen in seksshops in Enschede en Hengelo aangetroffen.Ze waren hierheen gehaald door een seksklubhouder en twee pooiers,waarvan er één met een Thaise vrouw is getrouwd. Twee van hen waren ook in Thailand in de prostitutie werkzaam en zij verklaren dat ze uit vrije wil naar Nederland zijn gekomen. Ze hadden zelf hun paspoorten geregeld; ze waren niet via een tussenpersoon, die hun reis betaald had, in kontakt gekomen, maar ze waren bevriend met de man, die getrouwd was met een Thaise vrouw. De derde vrouw was echter onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald. De zuster van haar ex-vriend had haar gevraagd om mee naar het buitenland te gaan om haar gezelschap te houden, ze zou daar dan ook een salaris mee verdienen. Er was haar nooit verteld dat ze al s prostituee zou moeten werken. Eén van de mannen heeft haar paspoort opgehaald; zij veronderstelde dat dit was om haar zo vast te kunnen houden. Ze moest geld verdienen voor de terugreis. Het werk in de seksshop is onregelmatig; ze werkt 2,3 of 4 dagen. Ze heeft 225 gulden gespaard (ze verdient 100 gulden per dag). Als ze niet werkt, slaapt ze of komt ze beneden kijken. Meestal bleef ze binnen. Als ze van te voren geweten had dat ze dit werk moest doen, zou ze niet zijn meegegaan. Ze kon in Bangkok ook geld verdienen, want daar werkte ze als masseuse in een badhuis. Niemand heeft haar bedreigd, maar omdat ze naar huis wil, moet ze tegen haar zin werken. Inmiddels zijn de drie vrouwen Nederland uitgezet.
#255: Vrouwenhandel (1984), Marga de Boer. Pagina 18-19: In januari 1982 werd een groepje van vijf Filippijnse meisjes zonder reisdokumenten bij de Belgies-Nederlandse grens aangetroffen. Het bleek een balletgroep te zijn,die op terugreis was van Luik naar Nijmegen.In overleg met de piketambtenaar van Vreemdelingenzaken en Grensbewaking van het Ministerie van Justitie werden de vrouwen aangehouden op grond van de Vreemdelingenwet. In een gesprek dat iemand van de Rijkspolitie die Filippijns spreekt,met één van de meisjes, kwam het  volgende naar voren: Omstreeks 1 mei 1981 was zij in kontakt gekomen met een Filippijnse vrouw,die een dansschool leidde in Manilla. Die vrouw wekte de indruk,dat zij getrouwd was met een nachtklubeigenaar/impressario in Nederland. Via hem zou zij het meisje een goede baan aan kunnen bieden in Nederland en Europa.Ze zou volksdansen moeten opvoeren in een groepje;ze zou optreden in betere gelegenheden, nachtklubs, Pasar Malams en dergelijke. Er werden haar hoge verdiensten in vooruitzicht gesteld,evenals een gratis heen-en terugreis.Ze zou een kontrakt voor twee jaar krijgen. In juli ondertekende ze het kontrakt samen met haar ouders, omdat ze nog minderjarig was. Ze hadden niet de tijd gehad om het kontrakt, dat in het Engels gesteld was, te lezen, omdat die vrouw erg veel haast had om het paspoort,de reisdokumenten enz. te regelen.Ze zou echter een kopie van het kontrakt krijgen. In augustus kwam ze aan op Schiphol, waarvandaan ze naar Nijmegen werd gebracht om in een nachtklub te werken. Daar kwam ze tot de ontdekking, dat de vrouw, die haar meegebracht had, helemaal niet met de eigenaar getrouwd was, maar dat ze slechts voor hem ronselde in Manilla. In Nijmegen zag ze haar retourticket, paspoort en kontrakt niet meer terug. Het toegezegde werk, het dansen, nam maar een deel van haar werkzaamheden in beslag. Ze moest ook de klanten aansporen tot een hoger alkoholgebruik en ze moest zelf ook meedrinken. Daarnaast moest ze ook nog afwassen en schoonmaken. Ze trad met haar groepje ook op in België en Duitsland. De verdiensten vielen tegen (slechts 700 gulden in de maand). Er werd hun verteld dat ze eerst de tickets moesten terugbetalen, daarna zouden ze meer gaan verdienen. Een groot gedeelte van het geld stuurde ze naar haar familie, zodat ze weinig overhield. Het liefst zou ze met dit werk willen stoppen, maar zonder paspoort, verblijfsvergunning en geld kon ze geen kant op. Ook wilde ze voor haar omgeving niet eerder terugkeren, iedereen wist immers dat ze naar Europa gegaan was om veel geld te verdienen. Door bemoeienissen van het impressariaat en de Filippijnse ambassade werden de meisjes met spoed teruggestuurd naar de Filippijnen.
#256: Vrouwenhandel (1984), Marga de Boer. Pagina 19-21: Begin Januari 1984 deed een Chileense vrouw aangifte van vrouwenhandel bij de Haagse zedenpolitie. Ze ontmoette in Augustus 1983 een man in Santiago die een baan voor haar had in in Nederland. Ze werd opgehaald (op 2 September) in Brussel en er werd haar verteld dat ze als prostituee moest werken. Ze werd op 27 September gedwongen te trouwen. Tot 31 December werd ze gedwongen in de Poeldijksestraat te werken (Den Haag, raamprostitutie). Ze kwam erachter dat de politie hier anders was als in Chili en durfde aangifte te doen.
#257: Vrouwenhandel (1984), Marga De Boer. Pagina 21-23: Een Colombiaanse vrouw ontmoette op 27 November 1983 in Colombia in een discotheek een landgenoot die haar vroeg in Nederland in een fabriek te werken. Ze werd op 7 December 1983 naar Brussel gevlogen en een dag later naar de Poeldijksestraat gebracht. Op 11 December moesten ze eerst nog nog in Denemarken met Nederlanders trouwen, bij terugkomst moesten ze als prostituee werken. Ze moest eerst 75.000 gulden verdienen, daarna kon ze voor zichzelf beginnen.
#258: In het rapport "Duurzaam Attractief Erotisch Fungebied — Scriptie mastercitydeveloper — Erasmus universiteit Rotterdam — De duurzaam naar een duurzaam attractief raamprostitutiegebied" (2006) door Ivar van de Drift, wordt beschreven op pagina 103 hoe een inval wordt gedaan in een Chinese kapperszaak op de hoek van de Westersingel/Kruiskade. 25 illegale prostituees werden opgepakt. Het bleek dat de meeste dames gedwongen werden. bron
#259: Vriendin – Nr. 3 – 17 t/m 23 Januari 2007. ‘Cecilia is prostituee’. Ze werkte sinds haar 17e 3 jaar voor Tobias (in de escort) die ook meerdere meisjes voor zich had werken, waarschijnlijk Nederlandse. Ze ging ervandoor met een klant. Na acht jaar samen met hem ging ze weer de prostitutie in, ze kregen een kind. Dit moet een paar jaar geleden zijn gebeurd (het kind is nog jong).
#260 en 261: "Cel voor pooier van tienerhoertjes". Bron: Haarlems Dagblad, 19-4-2007. Twee Roemeense meisje (15 en 17) werden tot prostitutie gedwongen door een 37-jarige man. Ze werkten in een bar aan de Jansweg in Haarlem. Ze moesten ook hun paspoort inleveren. bron
#262: "Jaren cel voor pooiers", AD, 20-4-2007. Bulgaarse mannen die opereerden vanuit de bar Johnny's place op de hoek Schalk Burgerstraat-Hoefkade dwongen zeker 7 vrouwen tot prostitutie. Ze ronselden die vrouwen vanuit Bulgarije en beloofden hen vaak 'een goede baan'. bron. Zie ook "Haagse bar spil vrouwenhandel", AD, 24-4-2007. bron
#263: "Meiden vaker in ban lovergirls", 3-5-2007, Metro. De 16-jarige Chayenne wordt gemanipuleerd door een ander meisje (Tiffany) om als prostituee te werken. Dat gebeurde 2 jaar geleden. De klanten werden door Tiffany geregeld. Ze moest een deel van het verdiende geld inleveren by Tiffany als beschermgeld. Er zijn twee jaar verstreken en ze werkt nog steeds voor Tiffany. Ze kwam erachter dat Tiffany 5 meisjes voor zich had werken. "Ze heeft me duidelijk gezegd dat wanneer ik vertrek ze de hele school zal vertellen wat voor hoer ik ben. Ook slaat ze me af en toe in het gezicht als ik niet doe wat ze zegt. Ik kan geen kant op." bron
#264: "Bende vrouwenhandel voor rechter", 12-5-2007, AT5. Een bende haalt 3 jonge Roemeense vrouwen naar Amsterdam waar ze onder bedreiging van geweld in de prostitutie werken. Dat gebeurde in de escort, één zou als oppas werken (maar werd bedrogen). bron
#265: "Politie houdt zeven 'loverboys' aan", Volkskrant, 16-5-2007. De 17-jarige Angelique wordt gedwongen in de prostitutie te werken, dat gebeurde in diverse woningen (er staat ook in clubs, maar dat geloof ik niet) in Rotterdam. bron Zie ook "Vrouwelijke loverboy blijkt slachtoffer", 17-5-2007, NRC. bron "Vier verdachten in loverboys-zaak vrij", nu.nl, 21-5-2007, bron. "Vier verdachten loverboyszaak vrij", 20-5-2007, AD, bron "Twijfels over verhaal Angelique", 29-8-2007, AD, bron
#266: "Zeeuwse politie pakt 3 loverboys op", 18-5-2007, Bron: Teletekst Omroep Zeeland. De politie heeft drie loverboys uit de gemeente Goes opgepakt. De drie mannen zijn 19, 20 en 30 jaar oud. Ze zouden twee vrouwen van 18 en 22 jaar uit de gemeente Goes in Antwerpen in de prostitutie hebben gedwongen. De zaak kwam aan het rollen doordat de 18-jarige vrouw aangifte deed. Ze vertelde dat ze werd gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. De verdachten zijn voorgeleid en ze zitten vast in gevangenis Torentijd in Middelburg.
#267: "Toch weer verliefd op een pooier", 19-5-2007, Volkskrant. Ex-prostituee vertelt hoe ze op haar 17de door twee jongens (waarvan ze met één een relatie had) werd gedwongen in Antwerpen achter de ramen te werken (op haar 18de verjaardag gebeurde dat).  Na tweede maanden werd ze bevrijd door de andere jongen (waar ze verliefd op werd), voor wie ze ook weer moest werken. Daarna werd ze weer bevrijd door een prostituee, die ook voor een pooier werkte, en toen kwam zij onder invloed weer van hem (waar ze verliefd op werd). Ruim een jaar heeft ze voor hem en een vriend gewerkt. Ze verhuisde met hem naar Utrecht waar ze achter het raam moest werken. Ze moest ook een gedwongen abortus ondergaan en kreeg als troost een jackrussel. Daarna werkte ze een half jaar op de Wallen, waar ze werd bevrijd door haar ouders. Ze deed aangifte, de daders zijn veroordeeld. Volgens haar werkt op de Wallen veel vrouwen gedwongen. Maar twee kende ze die vrijwillig werkten (dit verhaal heeft iets weg van #232).
#268 en 269: "Politie arresteert 2 loverboys", 25-5-2007, Spits. GRONINGEN (ANP) - De politie heeft twee mannen van 20 en 25 jaar uit Groningen en een 22-jarige inwoner van Schiedam gearresteerd wegens mensenhandel en verkrachting. Dat heeft de politie vrijdag bekendgemaakt. Twee vrouwen deden tegen het drietal aangifte van deze misdrijven. De verdachten opereerden als loverboys. De twee slachtoffers zijn een 20-jarige Groningse en een 22-jarige vrouw uit Vlaardingen.Nog eens zeven vrouwen jonge vrouwen deden aangifte van oplichting. Alle vrouwen vielen voor de charmes van de verdachten. In deze zaak heeft de politie behalve de twee hoofdverdachten nog vier verdachten aangehouden, die onder andere meeprofiteerden van de oplichting. De zaak kwam aan het rollen doordat een 20-jarige vrouw uit Groningen in maart 2006 aangifte deed. Zij verklaarde slachtoffer te zijn van haar vriend, de 25-jarige Groninger, en diens broer en vriend. De verdachten dwongen haar in de prostitutie te werken. Het geld dat ze ermee verdiende moest ze aan haar vriend afstaan. Een van de overige vier verdachten, een 22-jarige inwoner van Den Haag, verleende haar onderdak in de prostitutie. Na circa twee maanden beëindigde ze de relatie, waarna ze aangifte deed tegen de drie verdachten. De politie begon daarop een onderzoek, waarin de politie nog een slachtoffer van deze mannen wist te traceren. Een 22-jarige vrouw uit Vlaardingen bleek op dezelfde manier slachtoffer van hen te zijn. Ook zij deed aangifte van mensenhandel en verkrachting.
#270: "Saskia en haar loverboy: 'Je bent alleen bezig te overleven'", Noordhollands Dagblad, 30-5-2007. Vijf jaar was Saskia in de greep van een loverboy. Saskia is 29. Totale afhankelijkheid, waarin chantage en geweld liefde verdringen, Saskia heeft er een boek over geschreven. Het verschijnt eind dit jaar. Negentien was zij toen ze hem leerde kennen, in Hoorn. ,,Liefde op het eerste gezicht.'' bron
#271: Op het ijsberenforum.nl vertelt een ijsbeer over een artikel in het Belgische maandblad Menzo (nr 78?) waarin een reportage staat over het Antwerpse Schipperskwartier (Skw): Intro van de reportage : Nederlandse loverboys storten zich steeds nadrukkelijker op de Belgische prostitutie markt. Van de 561 hoeren die in Antwerpen staan geregistreerd , hebben er liefst 202 de Nederlandse nationaliteit. Menzo trok de stoute schoenen aan en ging in het beruchtte Skw op onderzoek uit. Daar tekenden we het ontnuchterende verhaal van Mandy een achttienjarige Rotterdamse die zich uit angst voor represailles laat exploiteren door haar Nederlands - Marokkaanse loverboys. Soms denk ik aan zelfmoord , snikt ze.
#272: "Thaise vrouwen slachtoffer van mensenhandel", Blik op nieuws, 5-6-2007. Rotterdam - De politie van Rotterdam-Rijnmond heeft zes verdachten aangehouden die worden verdacht van mensenhandel. Dit maakt de politie vandaag bekend. In oktober 2006 kwam de zaak aan het ligt, toen de politie een 28-jarige vrouw, die geen Nederlands sprak, aantrof in een pand in Rotterdam-Zuid.  De woning bleek ingericht voor het geven van Thaise massages. Uit verder onderzoek bleek dat verschillende verdachten zich bezig hielden met het uitbuiten van Thaise vrouwen.  De vrouwen werden onder valse voorwendselen naar Nederland en Duitsland gehaald. Vervolgens werden ze te werkgesteld in seksinrichtingen en massagesalons. De slachtoffers waren schulden aangegaan met de ronselaar in de veronderstelling dat ze de schuld zouden kunnen aflossen met het geld dat ze verdienden bij massages. Daarna zouden zij geld voor zich zelf mogen verdienen. Eenmaal hier ging het heel anders, ze werden doorverkocht aan mensenhandelaren. Hun schuld moesten ze op dat moment afbetalen aan de handelaren door gedwongen prostitutie. bron Andere bron: Politie Rijnmond, 5-6-2007, bron
#273: "Bulgaarse mensenhandelaren actief op de Weaze", Blik op nieuws, 4-6-2007, Leeuwarden - Het Prostitutieteam van politie Fryslân heeft vrijdagavond 1 juni drie Bulgaarse mensenhandelaren aangehouden in Leeuwarden. De drie worden ervan verdacht dat zij in Leeuwarden diverse Bulgaarse vrouwen in de prostitutie op de Weaze te werk hebben gesteld. Het gaat om drie mannen van 35, 34 en 25 jaar. Eveneens zijn twee Bulgaarse vrouwen, van 24 en 25 jaar, aangehouden. Zij worden verdacht hand- en spandiensten voor de drie mannelijke verdachten te hebben verricht. (...) Ook na deze aanhoudingen zal het prostitutieteam de vinger aan de pols houden wat betreft Bulgaarse prostituees en pooiers. (...) Het Prostitutieteam van politie Fryslân houdt sinds 1 januari van dit jaar de Bulgaarse mensenhandel extra in de gaten. Sinds die datum is Bulgarije toegetreden tot de Europese Unie. Er werd door het Prostitutieteam een toename geconstateerd vanaf 1 junuari 2007 van Bulgaarse prostituees en pooiers. Daarom was de politie sinds begin van dit jaar extra alert om de werksituaties van de prostituees te volgen. bron
#274: Een man op hookers.nl vertelt dat hij in een club een jonge (Nederlandse vertelde hij me) vrouw leerde kennen die door haar vriend gedwongen werd. 9-7-2007, bron
#275: "En verder zouden de klanten haar wel het nodige leren...", Parool, 23-9-2006, Andere bron is "Hoerenlopen is niet normaal — Twijfels bij een liberaal prostitutiebeleid" door Karina Schaapman (2007), pagine 22-26. Een jonge Nederlandse vrouw wil bij een escortbureau werken en komt bij een illegaal bureau terecht. Ze wordt gedwongen een wurgcontract te tekenen met een schuld en wordt min of meer gedwongen om met de escortbaas naar bed te gaan. Ze houdt het maar een paar dagen vol als escort te werken. Ze vraagt Karina Schaapman om hulp.
#276: "Politie houdt elf Bulgaren aan in prostitutiezaak", 10-6-2007, De Pers, De politie heeft in Rotterdam elf vermoedelijk illegale Bulgaren aangehouden voor prostitutie. Dit meldt de politie zondag. Naar aanleiding van een melding deed de politie een onderzoek in een pand aan de Schieveenstraat. Zeven mannen en vier vrouwen werden daar aangetroffen en zijn meegenomen naar het politiebureau. Daar onderzoekt de politie of de elf illegaal in Nederland verblijven en of zij zich bezighouden met illegale prostitutie. Welke rol de verdachten in de prostitutiezaak hebben gespeeld, maakte de politie niet bekend. bron
#277: "Haagse ontvoerd voor prostitutie", 14-6-2007, AD. Drie Turkse broers uit Den Haag hebben in maart een Haags meisje ontvoerd en opgesloten in een woning in de Van der Lissestraat. De mannen wilden haar tot prostitutie dwingen. Dat blijkt uit de dagvaarding van justitie. De drie broers, die samenwerkten met twee andere verdachten, verschijnen maandag voor de Haagse rechtbank. Uit de dertig pagina’s tellende dagvaarding blijkt dat de verdachten (17 tot 27 jaar oud) de jonge vrouw opzochten en haar met een vuurwapen bedreigden. Zij moest zelf de taxi bellen die het gezelschap naar de Van der Lissestraat bracht. Daar pakte de ontvoerders haar telefoon af en sloten zij haar op. Ook kreeg ze te horen dat ze ’hun meisje’ was en dat ze ’samen geld gingen verdienen’. Eén van de verdachten (24), haalde het meisje, vermoedelijk zonder medeweten van de anderen, diezelfde dag weer uit de woning en sloot haar op in een huis aan de Pasteurstraat in Leiden. Daar zei hij tegen haar dat ze ’een raam’ moest regelen, om in de prostitutie te kunnen werken. Waarschijnlijk leidde de onverwachtse verplaatsing van het slachtoffer tot ruzie binnen de groep. De 25-jarige kennis van de broers zocht de 24-jarige Hagenaar die het meisje naar Leiden had overgebracht op en bedreigde hem met een pistool. „Blijf staan hoerenzoon. Ik pak je, ik maak je dood,’’ zou hij hebben gezegd, terwijl hij schoten loste in de lucht. Hoe het meisje uiteindelijk is ontsnapt is onduidelijk. Wel blijkt dat zij in totaal twee dagen (2 en 3 maart) opgesloten heeft gezeten. De verdachten staan niet alleen terecht voor de ontvoering in maart. Sinds 2004 zouden zij nog zeven vrouwen hebben gedwongen tot prostitutie, allemaal in loverboy-achtige constructies. De vrouwen werden eerst verleid met cadeautjes en beloften van een mooi leven met veel geld en leuke kindjes. Vervolgens werden ze door bedreiging en brute mishandeling tot prostitutie gedwongen. Het geld dat ze daarmee verdienden moesten zij afstaan aan de loverboys. De vrouwen, die moesten werken in Den Haag, Leiden en Amsterdam, hebben aangifte gedaan van vrouwenhandel. Ook dat leidde weer tot bedreigingen vanuit de verdachten. bron
#278: "Bulgaar verdacht van handel met vrouwen", AD, 13-6-2007. Een 39-jarige Bulgaar die zondag is opgepakt in het Liskwartier wordt verdacht van mensenhandel.  Een vrouw heeft aangifte gedaan van het haar dwingen tot prostitutie. Ze moest werken in clubs en op straat. Het voorarrest van de Bulgaar is gisteren verlengd met twee weken. Na een tip zijn elf Bulgaren opgepakt in een pand in de Schieveenstraat: vier vrouwen en zeven mannen.  Na verhoor zijn tien van hen heengezonden. Gebleken is dat een tweede vrouw in de prostitutie werkzaam was. Maar zij ontkent te zijn gedwongen. Het pand is volgens een politiewoordvoerder een kamerverhuurbedrijf. Justitie ontkent dat het diende als bordeel. bron
#279 en 280: 'De zaak "Handel in Letlandse vrouwen"', Oppertuun, Maart 2007 (door Thea van der Geest). ‘Deze zaak werd me in de schoot geworpen,’ vertelt Martijn Kappeyne van de Coppello, officier van justitie in Leeuwarden die zich bezig houdt met de bestrijding van mensenhandel. Hij reisde naar Letland en legde een internationaal opererende organisatie bloot. Maar de rechter verklaarde het OM voor geweld in het buitenland niet ontvankelijk. ‘Daarin stonden we machteloos.’ Op 1 december 2005 hield het prostitutieteam dat toezicht houdt in de rosse buurt van Leeuwarden een man op heterdaad aan. Deze had een vrouw, Katja Brilova, bedreigd met de dood, het afnemen van haar telefoon en het opeisen van een paar duizend euro. Ze was erg overstuur, maar kon haar belager, die nog ter plaatse was, aanwijzen. ‘We namen de man in verzekering en hadden een gesprek met het slachtoffer.’ Daaruit kwam al snel naar voren dat zij, samen met andere vrouwen, gedwongen werkte in de prostitutie. Ze deed aangifte van ernstig geweld, verkrachting en uitbuiting. Alle vrouwen bleken afkomstig van het platteland, uit de regio Jebakpils in Letland. Het is een arm district in het zuidoosten en grenst aan Litouwen. De werkloosheid is hoog. De mensen zijn er arm en hebben weinig opleiding. Vanuit een slechte sociaal-economische positie worden de meisjes naar Nederland gelokt. In Letland is het verboden om in de prostitutie te werken, daarom willen de meisjes dat het geheim blijft, ook voor de familie. Daarmee kon de pooier dwang uitoefenen. De vrouwen waren financieel afhankelijk van hem. Ze moesten hun verdiende geld volledig afstaan. Begrijpelijk, in eerste instantie, omdat de pooier allerlei kosten -voor papieren en de reis naar Nederland voor ze had gemaakt. Daarbij kregen de meisjes de toezegging dat ze bij vertrek vijftig procent van de opbrengst uitbetaald zouden krijgen. Sommige vrouwen moesten hun paspoort inleveren, werden ondergebracht in een huis waar ook anderen prostituees verbleven, werden bedreigd met de dood of met het feit dat hun familie iets werd aangedaan. Er werd soms ernstig geweld tegen hen gebruikt. Martijn Kappeyne van de Coppello: ‘Katja wist dat ze in Nederland als prostituee zou komen werken. Ik vind het een hardnekkig misverstand dat zij en de andere meisjes daarmee geen slachtoffer meer zouden zijn. Juist het feit dat wij prostitutie als een legaal beroep zien maakt dat we moeten optreden. Mannen die profiteren van de afhankelijke positie van vrouwen die als prostituee werken in Nederland moeten strafrechtelijk worden aangepakt.’ Bij nader onderzoek bleek dat de verdachte nog twee jaar gevangenisstraf moest uitzitten voor mensenhandel. De uitspraak van dat hoger beroep bij het Hof Den Haag uit 1994 werd hem direct uitgereikt en de verdachte stelde cassatie in. Ook lag er een aangifte tegen dezelfde verdachte van een andere Letlandse mevrouw en lagen er nota bene rechtshulpverzoeken vanuit Letland, die mogelijk relevant waren voor het onderzoek naar ‘onze’ verdachte. ‘We hebben beet’, wist de officier. ‘Met twee aangiftes, een vluchtgrond – immers hij was al tien jaar op de vlucht voor het vonnis uit 1994 – geen vaste woon- of verblijfplaats en een onbekende nationaliteit konden we hem in voorlopige hechtenis houden.’ In Letland was het onderzoek, waarvan de Friese verdachte onderdeel was, al in volle gang. Afstemming met de Letlandse autoriteiten werd een prioriteit om te voorkomen dat er dubbel onderzoek plaats zou vinden en dubbele vervolging. Daar lag een groot risico. Immers, een verdachte kan niet twee keer voor hetzelfde feit worden veroordeeld. Als Letland het onderzoek zou doorzetten is de officier in Leeuwarden niet ontvankelijk. ‘Ik ben op 1 maart 2006 afgereisd naar de Letlandse hoofdstad Riga met twee rechercheurs van ons prostitutieteam en een tolk. Onze missie was praten met getuigen -met familie van de meisjes-, uitwisselen van politiegegevens en afstemmen met de officier van justitie aldaar.’ ‘Het bezoek was succesvol. Met de Letlandse officier zijn afspraken gemaakt en schriftelijk vastgelegd. De Letlandse autoriteiten gaven aan dat zij slechts onderzoek zouden verrichten naar ronselaars en slachtoffers voor zover die in Letland te werk waren gesteld. Faciliteerders en uitbuiters in het buitenland vielen niet onder hun onderzoek. De toezegging werd gedaan dat er geen vervolging ingesteld zou worden naar mijn verdachte.’ Na één rechtshulpbezoek wisselden de politieteams over en weer makkelijk verdere gegevens uit. Zo kreeg de officier onder andere de beschikking over tapes met verklaringen van familie van de meisjes. ‘Tijdens dit bezoek werden onze meegebrachte OM-pennensetjes, klokjes en stropdassen dankbaar aangepakt,’ herinnert de officier van justitie zich nog. ‘Hoewel een politieagent in het vervallen dienstlokaal ons fijntjes wees op de laptop en Volkswagen Sharan die door Duitse collega’s waren achtergelaten.’ ‘We kwamen terug met namen van meer slachtoffers, die we -soms met veel moeite hebben opgespoord en benaderd. Daaruit kwamen twee extra aangiftes, waarvan een door een Engels meisje. In de aangiftes kwam naar voren dat twee vrouwen steeds werden verplaatst of doorverkocht tussen Denemarken, Oostenrijk, Spanje en Nederland. De verdachte pleegde in die landen ook inbraken en handelde in drugs. Zijn nationaliteit konden we niet vaststellen. Hij was Joegoslaaf of Albanees. De zaak had een sterk internationaal karakter.’ ‘Ik moest alert blijven op wat essentieel bewijsbaar was en me concentreren op de mensenhandel,’ aldus de zaaksofficier. ‘Wel heb ik getracht de strafbare feiten met betrekking tot mensenhandel die in het buitenland waren gepleegd ten laste te leggen. Immers, alle gewelddadige handelingen in het buitenland resulteerden in het gedwongen prostitueren in Nederland.’ Maar de rechtbank wees die redenering af. ‘Dat was zuur,’ zegt Martijn Kappeyne van de Coppello. ‘Daarmee ontspringen zulke verdachten altijd de dans.’ En, pleit hij: ‘Eigenlijk zou er een Europese politie en Europese rechterlijke macht moeten bestaan waarin verdachten als de mijne aangepakt kunnen worden.’ De verdediging verzocht om verhoren van negen getuigen, waaronder slachtoffers, familieleden en een medeverdachte die vastzat in Letland. Daarop zijn in november de rechter-commissaris, een griffier, een tolk en de advocaat van verdachte opnieuw naar Letland gereisd. Uiteindelijk was de zaak afgerond voor de inhoudelijke zitting op 19 december 2006 – een goed jaar na de aanhouding. ‘Dat is lang. Maar tijdens de rechtszaak kon ik heel goed uitleggen waarom deze tijd nodig was. Daar heb ik wel van geleerd. Als er nu aangiftes binnenkomen en verklaringen afgelegd worden vraag ik gelijk een rechter-commissaris erbij. Bij die verhoren is ook een advocaat aanwezig als de verdachte al is aangehouden. Zo verkort je het proces aanzienlijk. Niemand hoeft meer te reizen en de vrouwen zijn makkelijk vindbaar.’ Martijn Kappeyne van de Coppello kwam tot een eis van dertig maanden en ontneming van twintigduizend euro voor de mensenhandelaar. Het vonnis van de rechter was twintig maanden en ontneming van voordeel (“plukken”) van dertienduizend euro. Alle buitenlandse feiten werden niet meegenomen. Hoewel niet is bewezen dat de vrouwen zijn gedwongen tot prostitutie, zijn ze volgens de rechtbank daar wel toe bewogen. En ook dat is strafbaar gesteld als mensenhandel. In januari 2007 zou de mensenhandelaar in aanmerking komen voor vervroegde invrijheidsstelling. Maar de twee jaar gevangenisstraf uit 1994 stond nog steeds open en de uitspraak van de Hoge Raad over zijn cassatiemiddel was nabij. Om hem toch vast te houden schakelde de officier de vreemdelingendienst in en werd hij direct na invrijheidstelling in vreemdelingenbewaring genomen in afwachting van zijn uitzetting als ongewenst vreemdeling. Maar op 20 februari 2007 werd het cassatieberoep verworpen. De mensenhandelaar werd in zijn vreemdelingendetentie aangehouden om de andere straf alsnog uit te zitten. Martijn Kappeyne van de Coppello: ‘Daar kon ik me wel in vinden.’ bron
#281: "Loverboys vechten felle strijf uit om prostituée", AD, 19-6-2007. Dit verhaal lijkt heel erg op #277 maar het gaat toch om verschillende gevallen (in #277 gaat het om een Haags meisje in #281 om een Arnhems meisje, ik denk dat de bende hetzelfde is). Vijf Turkse loverboys hebben in maart een gewapende strijd geleverd om één prostituée in de Hunzestraat in Den Haag. Het 21-jarige meisje uit Arnhem werd slechts uren nadat zij zich in Den Haag had gevestigd en een ’raam’ had gehuurd onder schot genomen door één van de loverboys, die haar daarna ontvoerde. Dat stelde het Openbaar Ministerie maandag tijdens de rechtszaak tegen de vijf verdachten. Loverboy ’Baran’ (25) deed zich voor als klant. Toen het gordijntje van haar peeskamertje dicht ging, nam hij de prostituée onder schot en zei haar dat ze ’zijn’ meisje was, dat ze zich moest aankleden en dat ze met hem moest meekomen. Daarna werd ze door drie van de vijf mannen meegenomen naar een huis in de Van der Lissestraat in Den Haag. Eén van de andere mannen (waaronder drie broers) wilde de prostituée voor zichzelf hebben om meer geld te kunnen verdienen. Broer Engin (24) vertelde haar daarom dat ze snel weg moesten omdat Baran haar wat wilde aandoen. Om die reden gingen de 17-jarige Suleyman en Engin er met het doodsbange meisje vandoor naar Antwerpen. Daar overnachtten ze in een hotel, waarna ze naar de Pasteurstraat in Leiden vertrokken. Omdat Baran onderwijl telefonisch dreigde de familie van de drie broers wat aan te doen, spraken ze af op Station Hollands Spoor. Daar nam Baran Suleyman onder schot met een gaspistool en schoot hij in de lucht, omdat hij wilde weten waar het meisje was. Dankzij het feit dat toezichthouders van de ploeg commerciële zeden van de politie één van de mannen al direct in de Hunzestraat/Geleenstraat had herkend als een eerder veroordeelde loverboy, en door een telefoontje van een verontruste vriendin uit Arnhem, kon de vrouw binnen een dag worden bevrijd uit haar benarde postitie. De officier van justitie sprak gisteren tijdens de rechtszaak schande van de manier waarop het meisje behandeld is door de mannen: als een stuk vlees dat geld voor hen zou gaan verdienen. Zonder dat zij ook maar enige relatie hadden tot het meisje, werd zij door hen toegeëigend, waarna een onderlinge strijd uitbrak over het ’bezit’.
De officier rekende Baran en Engin aan dat het niet de eerste keer was dat zij op loverboypraktijken werden betrapt. Ook haalde zij een getuigenis van een andere prostituée in de Geleenstraat aan, die de politie tijdens een verhoor vertelde dat Baran dezelfde werkmethode had toegepast bij haar. Ook zij werd in haar peeskamertje onder schot gehouden en verteld dat ze ’zijn meisje’ was. Zij was echter niet onder de indruk van de man en stuurde hem weg. Het Openbaar Ministerie eiste dan ook 42 maanden cel tegen Baran, met aftrek van voorarrest. De zaak tegen Suleyman (inmiddels 18) vond achter gesloten deuren plaats, omdat hij ten tijde van het delict nog minderjarig was. Uitspraak in de zaak volgt over twee weken. De rechtszaak tegen de drie broers is uitgesteld omdat de officier van justitie nog slachtoffers wil horen (de broers zouden verschillende meisjes hebben uitgebuit). bron
#282: "Bende mensensmokkelaars opgerold in Rotterdam", 19-6-2007, De pers. Met de aanhouding van elf verdachten is in Rotterdam een bende opgerold die zich bezighield met mensenhandel en grootschalige fraude met identiteitspapieren. Dat heeft de politie dinsdag bekendgemaakt. De hoofdverdachten in de zaak, een 52-jarige Surinamer en een 26-jarige Roemeense vrouw, werden in maart al opgepakt. De man zou zich met zowel de fraude als mensenhandel hebben beziggehouden. Hij zou de leider zijn van een internationaal netwerk dat onder meer opereerde in Nederland, Thailand, Pakistan en India. Het netwerk zou zich bezighouden met mensensmokkel, drugshandel en het handelen in vals geld. De politie kwam de verdachten op het spoor toen een 14-jarig meisje aangifte deed van mensenhandel. Ze was in handen gevallen van een loverboy, een van de verdachten, en gedwongen zich te prostitueren. Naast de Surinamer zijn in de mensensmokkelzaak nog vijf verdachten aangehouden. Zij worden allen verdacht van mensenhandel, verkrachting, ontucht met een minderjarige en het dwingen tot prostitutie van het 14-jarige meisje. Voor de grootschalige fraude hield de politie naast de Surinamer en de Roemeense vrouw nog vier verdachten aan. Zij variëren in leeftijd van 35 tot 44 jaar en zijn afkomstig uit Pakistan, Suriname en Irak.
De zes worden ervan verdacht Nederlandse paspoortstickers te hebben vervalst. Met een dergelijke sticker in een paspoort kan iemand tijdelijk legaal in Nederland verblijven. Bij een inval in een Rotterdamse woning vond de recherche een stempelmachine waarmee de vervalste documenten konden worden gemaakt. De vervalste stempels werden speciaal in Thailand vervaardigd. De politie zegt te hebben ingegrepen voordat de valse documenten in omloop kwamen. Het onderzoek naar de fraude loopt nog en politie verwacht nog meer arrestaties te verrichten. Daarnaast verwacht de politie nog meer aangiften tegen de bende. Zeven verdachten zitten nog vast; zij moeten 11 juli voor de Rotterdamse rechtbank verschijnen. bron Volgens RTV Rijnmond (19-6-2007) komt het 14-jarig meisje uit Zeeland (dus Nederlands). bron
 
en hier is deel 3 van de lijst met casussen:
 
Lees meer...   (1 reactie)
 
 
 
Over Thaise prostituees is weinig informatie. Feit is wel dat er veel Thaise prostituees in Nederland zijn (het is waarschijnlijk de meest voorkomende nationaliteit na de Nederlandse), maar ze komen weinig voor op de lijsten van de STV, en het zijn vaak wat oudere vrouwen. Hoewel..... wat voor de Latijns Amerikaanse prostituees zou kunnen gelden kan ook gelden voor de Thaise. M.a.w. ze zijn hier misschien via schijnhuwelijken en worden door hun legale status niet opgemerkt. (En aan de andere kant komen Poolse prostituees ook zelden voor op de lijsten van de STV, maar als het inderdaad zo is dat 90% van de Oost-Europese prostituees onder controle staat van een pooier, madam of mensenhandelaar - zoals TAMPEP zegt - dan kun je veronderstellen dat veel Poolse prostituees dit kennelijk ook zijn.)
 
Thaise prostituees zijn gemiddeld zo rond de 30 en werken vaak in Thaise massagesalons.
Er worden een paar geïnterviewd in het rapport Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie (2002). Zie pagina 27-29. Die zijn met Nederlandse mannen getrouwd en werken naar eigen zeggen vrijwillig.
 
De Rode Draad beschrijft Thaise massagesalons:
ABC van de rode draad (onder "massagesalon") 
Veel massagesalons dragen een naam die naar Thailand verwijst. Daar zijn er veel van te vinden in bijvoorbeeld Rotterdam. Incidenteel kunnen we met een Thaise veldwerker deze bedrijven bezoeken.
In dat geval treffen we veelal oudere Thaise vrouwen aan die nauwelijks Nederlands spreken. Ze zitten in alle treurigheid te wachten op klanten die hooguit 20 euro betalen. In enkele van deze bedrijven is in Rotterdam loondienst opgelegd. Dit betekent dat ze oproepcontracten hebben waarbij ze – in tegenstelling tot het wettelijk vereiste minimum van drie uren- slechts één uur uitbetaald krijgen. Ze zijn zodanig verkleefd geraakt met de (Thaise) bazin dat ze hun rechten niet op willen eisen om haar niet verder in de problemen te brengen. Hierin valt een restant van patronagepatronen te ontdekken die door diverse onderzoekers in Thailand zijn geconstateerd: een ongelijke relatie waarin een baas diensten ter beschikking stelt in ruil voor politieke of andere invloed. Dat houdt in dit geval in dat het werknemerschap ook verplichtingen naar de baas toe in de privé-sfeer schept.
De Rode Draad beschrijft Thaise prostituees in haar rapport (in Hoofdstuk 9 van pagina 86 t/m 91):
Rechten van prostituees (Oktober, 2006)
Een van de meest opmerkelijke conclusies uit ons veldwerk is de opvallende groei van het aantal Thaise massagesalons in ons land. (Een zesde van de bij ons bekende seksbedrijven is Thais. (...)
Medio jaren tachtig werd Nederland geconfronteerd met de tweede golf mondiale vrouwenhandel. De eerste was rond het jaar 1900. Die tweede golf kwam onder de aandacht door de opkomst van het sekstoerisme, vooral naar Thailand. Na afloop van de Vietnamoorlog zocht men een nieuwe bestemming voor de rust en recreatievoorzieningen - lees Red Light Districts - die voor Amerikaanse militairen in Thailand in het leven waren geroepen. Daar werden de eerste Thaise vrouwen voor de Europese seksindustrie gerekruteerd. Reeds in 1976 waren de eerste Oosterse ’verwenprinsessen’ in Nederlandse seksclubs aan het werk gezet. In sommige clubs kregen klanten ze gratis bij een fles champagne, alsof de vrouwen een bakje borrelnootjes waren. Zij zijn de eerste generatie slachtoffers van mensenhandel. (...)
Wij komen tijdens ons bedrijvenbezoek vaak vrouwen tegen die in deze periode in Nederland zijn gearriveerd. Ze vertellen ons, dat ze vroeger schulden moesten afbetalen en er jaren over hebben gedaan om zich vrij te kopen. Velen onder hen zijn ooit getrouwd geweest met een Nederlander, waardoor ze wel een verblijfsvergunning hebben, maar ook in een echtscheiding zijn terechtgekomen. Zij konden immers alleen via een huwelijk een verblijfsvergunning verkrijgen. (...)
Mensenhandel komt nog wel eens ter sprake. Een bazin vertelde dat ze erachter was gekomen, dat ze strafbaar was toen ze vrouwen naar Nederland wou halen (356). De exploitant van een ander bedrijf (281) klaagde erover, dat hij als bordeeleigenaar zijn Thaise vriendin niet naar Nederland kon laten overkomen. Om die reden kon hij ook al geen geld lenen. Sommige slachtoffers van mensenhandel uit Thailand, die in de jaren tachtig naar Nederland zijn gekomen, spelen een rol in deze handel. Ze zouden familiecontacten aanboren om nieuwe vrouwen naar de salons te halen. De vrouwen die naar Nederland komen, worden geronseld met het argument, dat ze alleen hoeven te masseren en niet aan seks hoeven te doen. In veel van deze bedrijven wordt dan ook ontkend, dat er erotische dienstverlening plaatsvindt. Eén zo’ n eigenaar zei dat hij er niet verantwoordelijk voor is, als ze het wel doen en dat hij de vrouwen die zich daar schuldig aan maken onmiddellijk zal ontslaan (319). (...)
Wij hebben de indruk dat vrouwen in het merendeel van de Thaise salons ook wonen. Bijna overal treffen we ze al kokend aan. Ze doen soms in hun pyjama open. (...)
De Thaise vrouwen zijn voor hun huisvesting afhankelijk van de exploitant of van zijn vrouw, meestal ook een Thaise. Hierin valt een restant van patronagepatronen te ontdekken die door diverse onderzoekers in Thailand zijn geconstateerd. Het gaat om een ongelijke relatie, waarin een baas diensten ter beschikking stelt in ruil voor politieke of andere invloed. Dat houdt in dit geval in, dat het werknemerschap ook in de privé-sfeer verplichtingen jegens de baas schept. Dit speelt mogelijk in de loyaliteit aan het bedrijf, vooral in deze moeilijke tijden, waar de Belastingdienst loondienst constateert.
Klanten op hookers.nl vertellen in een topic veel gedetailleerde informatie over Thaise prostituees (helaas, het is verwijderd), maar gelukkig heb ik het opgeslagen. (.... ik sta op het punt het kopierecht te schenden..... ):
informatie van een klant (3-11-2006):
Thai dvp’s inside…
Ik heb in de loop der jaren door met een aantal Thai dvp dames een vertrouwensband op te bouwen inzicht gekregen hoe Thai dvp’s tot hun 'keus' gekomen zijn in Nederland aan de slag te gaan. Alhoewel er genoeg informatie is in de vorm van studies of andere mensen die op dit forum hun ervaringen delen wil ik toch een licht werpen op de schaduwkant. Ik wil zeker geen oordeel vellen of generaliseren. Ik wil alleen mijn verhaal doen over mijn ervaringen met een aantal thaise vrouwen/ dvp's.
Zoals (misschien) bekend bestaat de groep NL-thai dvp’s veelal uit, naar Thai maatstaven, wat oudere vrouwen (28+) uit het noorden en noordoosten (Isan). Een veel gehoord verhaal is deze: Er is sprake van een onstabiele gezinssituatie die veelal ook compleet spaak loopt. Pa en ma drinken, pa slaat door zijn alcoholisme en uit onmacht moeder en de kinderen. Ook worden de zoons voorgetrokken (matriarchale samenleving). De moeders houden dit ondanks (of juist dankzij) hun eigen jeugd in stand. De dochter vervalt vervolgens in de rol van Assepoester, Thai style. Helpen in het huishouden...
Voor diegenen die niet zo bekend zijn met de ins and outs van de thai samenleving een voorbeeld van een vrouwenleven ; op je 16e uitgehuwelijkt, op veel te jonge leeftijd een aantal kinderen gebaard die verzorgd worden door je ouders, je school niet afgemaakt, een man (waarvan je niet houd en hij niet van jou) die regelmatig geen werk heeft, je slaat en neigt naar alcoholisme. Of geen man meer omdat hij je heeft verlaten. En dan je eigen baan waarmee je een slordige 6000tbt per maand verdient. Dat is echter niet genoeg om het hele gezin te onderhouden. Zelfs al verdient je man ook een redelijke ‘kom kleefrijst’, is het nog sappelen om je kinderen naar een fatsoenlijke school te sturen. En als je man er vandoor is, is een farang aan de haak slaan geen optie. Die zijn op zoek naar je dochter.
Gelukkig is er altijd wel een ‘goede vriendin’ in de buurt die in Europa in 'the business' veel geld verdient. En daarmee haar familie een hogere status heeft bezorgd. Mannen die willen zorgen voor een verblijfsvergunning in ruil voor sex en/ of geld zijn er genoeg te vinden. En als Thai heb je gelukkig geen TWV nodig. Die status voor de familie overigens in de materialistische vorm; auto’s, bromfietsen, tv’s, DVD spelers, feesten, inwijdingen in het boeddhisme voor je zoon(s) en broer(s) en deze een periode laten spenderen als monnik levert meer status op voor de familie (er moet flink geld geschonken worden aan de betreffende tempel of monniken die deze ceremonies houden), fatsoenering of nieuwbouw van het huis van je ouders en naaste familie. En als er vragen worden gesteld waar deze plotselinge welvaart aan te danken is weet niemand wat die verdwenen dochter of moeder aan het doen is. Imago is #1… Men praat er niet over. Niet te vergeten 'mai pen rai'.
En dan zitten ze in Nederland; in een privéhuis vol mentaal onstabiele types (vooral de ladyboys zijn veelal border line), in de kern doodongelukkig, neigend naar (beginnende) depressiviteit, ondanks de boeddhistische overtuiging soms neigend naar zelfmoord of al een aantal pogingen daartoe ondernomen. In het begin worden er door de seksuele onervarenheid en weinig tot geen kennis van het eigen lichaam (geen tot weinig opleiding) veel fouten gemaakt. Geen condoom gebruiken (niet te verwarren met het later wel aanbieden van deze diensten), niet goed wassen of juist veel te veel met de verkeerde producten. Als er een keer cervicitis (een soort ontsteking van de baarmoedermond die eigenlijk alleen optreed bij veel wisselende partners) optreedt van het nzc en ze voor het eerst naar een westerse arts gaan worden ze gewezen op de mogelijkheden om hun eigen lichaam beter te beschermen. Speciale tampons, reinigings- en ontsmettingsproducten voor de vagina en baarmoeder.
Dan worden er om überhaupt, fysiek in staat te zijn, te kunnen werken veelal softdrugs gebruikt en/ of medicamenten misbruikt. Prima op te sturen vanuit Thailand en vrij te koop zonder recept. Gaat nog wel eens fout want zelfmedicatie door ongeschoolden is vragen om problemen. Niet te vergeten het alcoholmisbruik en het roken. Alles om zich mentaal af te sluiten voor de pijn en stress van dit bestaan. Pijn en stress die wordt veroorzaakt door eenzaamheid, de overtuiging dat je werk vanuit je geloofsovertuiging wordt veroordeeld, dat je status in de thaise samenleving tot 0 is gereduceerd, meestal slecht nieuws van het thuisfront over ontsporende dochters door het ontbreken van mama en/ of zoons die niets van hun leven maken, ouders of je man die vragen om nog meer geld. En omdat je daartoe van huis uit door je cultuur gedwongen bent doe je in het openbaar en op je werk je vrolijke masker op en gedraag je, je als de ideale sexy en promiscue exotische vrouw.
Maar als je een dergelijke vrouw wat beter kent als vriendin; en haar op de vrouw af vraagt; of als ze alleen is wel eens huilt, of ze gelukkig is? Dan kom je er achter dat die altijd lachende en vrolijke vrouw diep ongelukkig is. Het veelal zelfde antwoord die ik van verschillende vrouwen op deze vragen gekregen heb hebben mijn leven radicaal veranderd... Ik denk overigens wel eens 'ignorance is bliss'...
Ik ben er van overtuigd dat de (twijfelachtige) keus om als dvp in NL te kunnen werken, niet een keus is maar een laatste uitvlucht. Er is altijd sprake van een achterstand in ontwikkeling, financiële noodzaak en culturele dwang.
Er zijn binnen elke maatschappij grove misstanden maar als je persoonlijk geconfronteerd wordt met om het even welk geval besef je pas weer hoe goed wij het hier hebben. Het is clichématig en ik vertel voor veel mensen niets nieuws maar toch…
Ik veroordeel niemand; de wandelaar niet en zeker niet de Thai vrouwen die deze keus gemaakt hebben. Ik heb enorm respect gekregen voor deze Thai vrouwen; vrouwen die zich op een manier wegcijferen voor hun familie die getuigt van een grote mate van (misplaatste) loyaliteit. Het ergste is dat ze daarmee in veel gevallen hun persoonlijkheid compleet verwoesten. Zich daarbij vastklampend aan de boeddhistische overtuiging dat het volgend leven beter zal zijn…
 
(...)
 
Ik wil er nog even bij vermelden dat ik ook een blik heb mogen werpen op het mensenhandel traject. De mensen die ervoor zorgen dat de vrouwen voor veel geld (10-25.000 euro) naar Nederland worden vervoerd waar een Nederlandse 'partner' wacht. Veelal een lokale loser c.q. drop out met een predatorische instelling.
Tevens heb ik een aantal dames die ik ken onafhankelijk van elkaar letterlijk horen zeggen dat toen hun 'schuld' nog niet afbetaald was er van ze verwacht wordt dat ze zelfs indien ongesteld door werkten. Dit mogelijk gemaakt door speciale tampons. (Van die grote roze nappy's.)
Overigens kun je als succesvolle Thai dvp veel geld verdienen. Zeker zonder condoom. Er is dusdanig veel vraag dat er dames zijn die (zwart) ruim meer als 100.000euro per jaar verdienen. Ze staan namelijk voor het merendeel part time op de loonlijst als masseuse of een of andere bull shit titel. Dit geld wordt overigens net zo rap uitgeven in het casino, opsturen naar hun familie/ partner waarmee de mannen in sommige gevallen vrolijk rondneuken. Ook de achtergebleven kinderen gaan naar de verdommenis. Want met die steady supply of money is er geen druk om wat van je leven te maken. Want leven als parassiet is veel makkelijker.
Er is zeker bij de Thaise dames geen sprake van fysiek geweld tijdens die schuldperiode maar weldegelijk van mentale intimidatie. Meestal door een mamasan die door ervaring in the business zelf compleet de weg kwijt is. En altijd is er die dreiging van een paar (betaling in natura) kleerkasten die af en toe een lastige klant naar de tandarts verwijzen.
Je moet niet denken dat het allemaal kommer en kwel is. Er zijn altijd lichtpuntjes of dingen waaraan deze dames plezier ontlenen. Maar bedenk eens voor jezelf als vent dat jijzelf door omstandigheden, en druk van je familie je zelf verkopen als enige uitweg ziet? Dat je mentaal moet omschakelen als er een onaantrekkelijke persoon wat met jou wil en je eigenlijk moet (en dus tegen je wil!). Dat is toch verschrikkelijk? Maar mijn ervaringen hebben er bij mij toe geleid dat ik echt onpasselijk wordt van het idee prostitiutie, en de rol van westers kapitalisme en de invloed daarvan op samenlevingen daar (Z.O. Azie).
Ik ben van mening dat een normaal ontwikkelde vrouw zich nooit aan prostitutie zal wagen. Let wel dat ik besef dat er aan mij ongetwijfeld ook een steek los zit omdat ik mij willens en wetens stort in de gevoelswereld van zeer fragiele en tegelijk sterke, harde vrouwen. Misschien ben ik wel een soort maatschappelijk werker wannabe al beschouw ik mijzelf toch als weldenkend mens die probeert deze vrouwen met welgemeend goed advies na te laten denken hoe hun leven op de rails te krijgen. Maar als je net als ik een paar keer hebt meegemaakt dat een vrouw ineenstort in je armen, je dingen verteld waardoor je niet trots bent om man te zijn, en diezelfde vrouw verwordt tot een zielig hoopje mens en zichzelf compleet blootgeeft dan kun je niet anders als constateren dat er toch veel te veel klootzakken rondlopen die onze prachtige wereld en haar inwoners naar de verdommenis helpen. Het is echt om te janken en geloof me; dat heb ik plenty gedaan. Want het is gewoon hartverscheurend als je er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.
Je hoort wel eens Nederlanders zeggen 'het leven is hard'. Ze moesten eens weten...
Er is ook en studie over Thaise prostituees in Thaise massagesalons in Nederland, geschreven door een Thaise zelf ("Thai Massage in the Netherlands - A study of a group of Thai migrant women" door Panitee Suksomboon, 2004). Ze interviewde 14 Thaise masseuses die in 4 verschillende massagesalons werkten (Sunflower Thai Massage, Mai Thai Massage, North Thai massage en de [traditionele Thaise massagesalon] Phaen Boran), onder wie een aantal vrouwen die traditionele Thaise massage deden (6 vrouwen), geen prostituees dus. Het beeld is positief, de vrouwen zijn niet misleid en lijken redelijk behandeld te worden, hoewel ze het werk niet leuk vinden.
 
pagina 11:
The data show that the ages of the interviewed Thai migrant women fall into the category of thirty-five to fifty-five. Only two women, Wong and Mon, are younger than thirty. Most of these Thai migrant women --ten out of fourteen -- came from the Northeast of Thailand and the rest of them are from Bangkok and Northern Thailand. Considering from a macro level, several scholars have explained that the Northeast of Thailand is the poorest of the four major regions of Thailand (Pasuk1982; Cook 1998; Jeffrey 2002).
pagina 84-85:
On the topic of women's migration I present four arguments. Firstly, some academic researchers have frequently considered that women are dependent and passive agents following the migrant men or left behind. Many of these Thai women, rather, moved to the Netherlands as initiating, independent migrants and left their families behind in Thailand. It should be stressed that the social networks providing migration generally involve women relatives and women friends. Pioneer migrant women play a key part in giving information, providing the migration opportunity or helping the migration process. This shows the specific role and active social actors of women who build the social networks in supporting international and chain migration.
 
Secondly, the migration of the interviewed Thai migrant women was a multi-step migration from a village in Thailand to Bangkok or other big cities and later to the Netherlands. As a consequence of their experience in internal migration, it makes these women's adaptation easier in international migration. I also argue transnational migration is not necessary being the last phase of the many steps of Thai women's migration. They still move back and forth within the European Union whereas others expect to move back to Thailand in the future.
 
Thirdly, the lives and experiences in international migration of these Thai women challenge the anti-trafficking discourse which viewed women as naïve, passive and forced/lured to migrate. The Thai migrant women in contrast intended to migrate, knew what their work would be and adapted themselves to the new society. Making a decision to work in Thai massage parlors demonstrates these women's adaptation and role as an active agent. They evaluate themselves that because of their limitations of low-working skills, low education and lack of proficiency in English or Dutch, the working in a Thai massage parlor offers them a certain degree of autonomy and independence. They can earn their own (large sum of) money which they are unlikely to experience in other forms of employment. One should not  generalize that all Thai women migrating overseas face hardship and finally end up as victim of trafficking.
 
Fourthly, international migration is not only involved with geographical movements of people  from the sending country to the receiving country. It is significantly related to the social  and cultural reconstruction, interpretation and negotiation of gender and sexuality of both  sending and receiving countries. On the one hand, the bodies of these women are related to  Thainess, Thai gender and sexuality. Owing to a discourse of Thailand as a place for  westerners to search for sexual service and prostitution, some clients have such stereotypes  that they think they can have sex with all Thai migrant women in massage parlors in the  Netherlands and look down upon them if they refuse their request. These women negotiate with  these customers that they should not apply this label to every Thai woman and that there are  many beautiful and attractive places in Thailand. On the other hand, Dutch culture and 'Western' gender and sexuality are also reconstructed by these Thai women to negotiate with  their farang [Western] husband on the issues of working in Thai massage parlors. Their farang husband  does not give them money is defied as the irresponsibility, so they have to work in Thai  massage parlors. Some assume that their farang [Western] husband is openminded and can tolerate their work in erotic massage parlors.
pagina 85:
Thai migrant women have to work many hours per day, 12 hours and they have a day-off only on Sundays. The income of masseuses bases on the agreement with the parlors' owners, the type of the massage, and the number of clients they get. Having a prior experience with work in a massage parlor is not a sufficient factor to explain why these Thai migrant women choose to work in massage parlors in the Netherlands, especially in the case of the erotic ones. Economic incentives, influence of social networks, the popularity of erotic massage and extra income from offering sexual service are other important factors why these Thai migrant women choose and keep working in erotic massage parlors.
pagina 59:
Wong explained her feeling when she started working: "Before I did it, I thought a lot. I cried and thought of my son and my mom. If they knew what my work here was, how would they feel? Maybe, they would think that I am not a good daughter and mother." I also asked Mon what she thought about her job. "Don't ask me how I feel when I have to take off my clothes while I give massages to clients. If you were me and you had to be naked in front of a male stranger, what would you feel? Would you feel ashamed? I feel the same.", Mon replied.
pagina 49:
The work rules and the kind(s) of services the masseuses have to give are also established by the owners. The women who would like to work in the parlors have to agree with these rules. The strictness of the rules depends on the relationship between the owners and employees as well as the size of the establishment. If a parlor has many masseuses working there and the relationship between the owner and employees is formal, the working-rules are stricter than in the parlors with fewer masseuses.
pagina 71:
Interesting enough, both traditional and erotic masseuses also consider the client's touching their body as an act of sexual harassment. Although the women in erotic massage parlors take off their clothes, give body to body massage or hand jobs, they feel uneasy if the client always keeps touching their bodies, especially their private parts.
pagina 71:
"Before I take off all of my clothes some clients already touch my body. Some clients stare at me when I am naked. I was shy, especially with the young and handsome farang [she means Western] clients. Very often some old or crazy customers always touched my breasts and hips. If I faced this situation again, I thought I was unlucky. Sometimes I was very angry, but I had to be patient and try to control my emotion. If I exposed my anger to the clients, it would damage the reputation of the parlor".
pagina 75:
Some masseuses tried to enjoy their work telling themselves that it is their job, similar to people of other professions, and that they also have a responsibility to do their job. Wong explained how she felt about her job: "I am sometimes ashamed to take off my clothes, but I think, it is my work. Whenever I meet nice and polite clients, I feel that I enjoy my work". Mali is another example: "When I took off my clothes the first time, I was shy. Sometimes I have to give showers to the clients. I don't like it. Anyhow, this is my work".
pagina 79:
Son has nearly finished paying her debt of 6,520 EURO to an agency and a bank after one and a half years.
De Werkgroep Prostitutietoerisme en Handel in vrouwen over Thaise prostituees in het boekje "VOGELVRIJ - prostitutietoerisme en vrouwenhandel" (1984) door Els Bransen, Liet Gaikhorst en Gery de Wolf (op pagina 64):
Op grond van informatie die wij verzamelden over Thai-klups in Amsterdam kunnen we stellen dat er vrouwen (bijvoorbeeld Thaise) worden geworven voor werk in de sexindustrie in het westen. De betreffende vrouwen zijn daarbij min of meer op de hoogte van de inhoud van het werk.
Uit 'De buitenlandse prostituée' door Licia Brussa in "Beroep:Prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987):
pagina 98-102:
De vrouwen uit Zuidoost-Azië vormen de tweede grote groep buitenlandse prostituées. Het gaat voornamelijk om Thaise vrouwen. Er is een kleinere groep Filippijnse vrouwen en een aantal vrouwen van verschillende nationaliteit (onder andere Maleisisch, Indonesisch en Taiwanees).
Ongeveer tien jaar geleden kwamen de eerste vrouwen naar Nederland. De laatste jaren is met name het aantal Thaise vrouwen in de stad gestegen. Het werk van Filippijnse gogo-danseressenen combo-bands in het entertainmentcircuit in de stad is acht jaar geleden begonnen.
De Zuidoost-aziatische vrouwen zijn moeilijker te bereiken dan de Zuidamerikaanse vrouwen. Ze zijn minder zichtbaar door het besloten karakter van hun werkplek: bars en gesloten clubs verspreid over de hele stad. Er is een grote roulatie van club naar club, van stad naar stad en van het ene Europese land naar het andere. Door deze situatie hebben ze geen contact met hulpverleningsinstellingen en veldwerkers. Zij leven minder in groepsverband dan de Zuidamerikaanse vrouwen. Een groot deel van hen is illegaal in Nederland of illegaal geworden. Tot een goede schatting van het aantal illegalen onder hen zijn we in het onderzoek niet gekomen.
Wel is gelukt een globaal beeld te krijgen van de situatie waarin de vrouwen verkeren en van de diverse manieren waarop zij naar Europa of Nederland kwamen. De handel in vrouwen uit Zuidoost-Azië zit ingewikkeld in elkaar. Er zijn verschillende connecties met Europa, die de stroom van vrouwen uit Zuidoost-Azië bepalen. De handel in Zuidoost-aziatische vrouwen is meer over heel Europa verspreid. De indruk bestaat dat Nederland slechts een zijdelingse rol speelt bij deze Aziatisch-Europese stroom.
Als we ons beperken tot de handel in Thaise vrouwen blijkt, dat het knooppunt van de Thais-Europese connectie zich in West-Duitsland bevindt. De voornaamste reden hiervoor is dat West-Duitsland, in tegenstelling tot andere Europese landen, geen visumverplichting kent voor reizigers uit Azië. Eenmaal in de Bondsrepubliek is het dan gemakkelijker andere Europese landen binnen te komen.
De recrutering van Thaise vrouwen, hun reis naar Europa en hun overbrenging naar een bepaalde club, wordt door verschillende agenten en/of handelaren binnen bovengenoemde kanalen geregeld. De Duitse handelaren hebben zich grootschalig georganiseerd, terwijl de Nederlandse agenten vermoedelijk op veel kleinere schaal opereren. Vaak worden de vrouwen aan een clubeigenaar verkocht en rouleren ze gedwongen tussen verschillende clubs. Nadat hun visum verloopt, worden zij 'illegaal'. Ook verlopen ronselpraktijken via zogenaamde artiesten- of uitzendbureaus. Een andere wijze van handel gebeurt via vrienden, kennissen, verwanten of illegale huwelijksbureaus.
 
De vrouwen die via een huwelijk de Nederlandse nationaliteit krijgen, komen vaak rechtstreeks naar Nederland. De Nederlandse huwelijkskandidaat wordt meestal in Thailand gevonden onder verslaafden, toeristen of Nederlanders die in Thailand wonen. Het huwelijk wordt door de agent geregeld en de vrouwen blijven van hen afhankelijk. Andere vrouwen komen binnen via Schiphol met een man, die enkele vrouwen 'begeleidt'. Ze krijgen een toeristenvisum omdat ze voldoende geld en een retourticket in hun bezit hebben.
Een ander circuit met diverse kanalen recruteert met name Filippijnse gogodanseressen en bands om in Europa in de entertainment-industrie in nachtclubs op te treden. Vaste agenten op de Filippijnen engageren de vrouwen. Er wordt hen een contract aangeboden onder meestal valse voorwendsels en beloften voor zes maanden of een jaar.
Volgens verschillende respondenten worden deze vrouwen gedwongen tot prostitutie en in ieder geval tot het animeren van klanten. Verzet is onmogelijk. Na drie of zes maanden is men illegaal. Het contract verliest zijn geldigheid en de vrouwen zijn zonder onderdak en inkomen.
Een kleine groep Zuidoost-aziatische vrouwen kwam als zelfstandige naar Europa via vrienden, kennissen of verwanten die hier legaal verblijven. Ze gingen daarna in de prostitutie. Voorts zijn er Zuidoost-aziatische vrouwen naar Amsterdam gekomen na ontvlucht te zijn uit bordelen in West-Duitsland, Zwitserland, Belgie of Frankrijk.
Interessant is overigens dat Amsterdam een grote aantrekkingskracht heeft op Thaise vrouwen. Dit kwam in verschillende gesprekken met respondenten naar voren. In Thailand bestaat bij vrouwen die contact hebben met Europese mannen het idee dat Nederland een betere plek is om te wonen en te werken dan andere Europese landen en zeker beter dan de Bondsrepubliek. De Thaise respondent-prostituée wist niet precies waarom, maar bevestigde dat veel vrouwen die weg willen uit Thailand om te werken (al of niet als prostituée) graag naar Nederland willen. Dit maakt het de agenten die vrouwen recruteren voor handelaren veel makkelijker.
 
Werkplek en werkomstandigheden
De Zuidoost-aziatische vrouwen werken in verschillende takken van de prostitutie, zoals seksclubs, bars en bordelen. Daarnaast werken zij in peepshows en sekstheaters met live-shows. Ook vinden ze emplooi als escortguides en als call-girls in gesloten huizen. Slechts enkele Zuidoost-aziatische vrouwen werken als raamprostituée.
De werkomstandigheden en het inkomen van de vrouwen zijn sterk afhankelijk van niet alleen het seksbedrijf waar zij werken, maar ook van de goede of slechte wil van de clubeigenaar. In sommige clubs krijgen vrouwen een percentage van tien tot twintig procent van de opbrengst van de consumpties. Voor de seksuele prestatie geven goede clubs vijftig procent en slechte tien tot dertig procent van hun dagomzet.
In bedrijven waar de vrouwen optreden als danseres of deelnemen in een show, krijgen ze een vast salaris van 300 tot 500 gulden per week. Hiervan moeten ze een percentage aan de clubeigenaar betalen voor onderdak en onderhoud.
De verdiensten staan in schrille tegenstelling tot de inkomsten van de bar- of clubeigenaar. In sommige clubs betalen de klanten een vast bedrag van 200 à 300 gulden. Hierin is alles inbegrepen: drank, vrouwen en entertainment.
 
Uitbuiting door clubeigenaren komt vaak voor. De respondent-prostituées en verschillende sleutelfiguren vertelden dat er kleine clubs of gesloten huizen zijn, waar vier of vijf Thaise vrouwen werken en wonen. Zij krijgen een bepaald bedrag per maand (300-500 gulden). Soms wordt dit bedrag niet aan de vrouwen zelf gegeven, maar rechtstreeks naar de familie of een bepaalde bankrekening in Thailand gestuurd. Dit is een subtiele manier om de vrouwen nog afhankelijker te maken. Zij weten immers dat hun familie en kinderen leven van het maandbedrag dat de eigenaar stuurt.
Sommige eigenaren gedragen zich paternalistisch tegenover de vrouwen. Zij vertellen de vrouwen dat zij alles doen om hen te beschermen tegen de 'boze' buitenwereld en dat het in de clubs, waar alles geregeld is, veel veiliger is dan elders. De vrouwen zouden zo beter tegen de politie beschermd zijn. Vaak wordt gedreigd dat ze anders achter de ramen terecht komen. Het feit dat ze niet buiten mogen komen, dat de club-eigenaar hun geld aan de familie of op een bankrekening overmaakt: alles is "voor hun eigen bestwil". Zo overtuigen zij de vrouwen er langzaam van, dat ze het lang zo slecht nog niet bij hen hebben en dat ze als ze genoeg gespaard hebben terug kunnen naar hun eigen land. Intussen leven de vrouwen in een gevangenis, zonder contacten met de buitenwereld, behalve met de klanten.
De werktijden en hygiënische omstandigheden varieren van club tot club. Er zijn vrouwen die in kleine hokjes werken en wonen. Voor het merendeel werken werken de vrouwen van elf uur's morgens tot diep in de nacht. Vaak moeten zij daarna nog zelf hun kamertje en de club schoonmaken.
 
Achtergronden van de Thaise vrouwen
In het algemeen ligt de leeftijd van de vrouwen hier tussen de achttien en vijfentwintig jaar. Er zijn gevallen genoemd van minderjarige meisjes, hoewel niet van kinderprostitutie. De Thaise regering bestrijdt de laatste jaren dit verschijnsel.
Over de lichamelijke conditie van de vrouwen is tot nu toe weinig bekend. Ze komen niet naar het consultatiebureau van de GG & GD voor controle op geslachtsziekten (die vaak tevenseen controle is op de algemene lichamelijke conditie van prostituées). Wel is er een arts, die naar een aantal van de clubs toe gaat. Deze controleert de vrouwen en laat laboratoriumonderzoek bij de GG & GD doen.
 
De werving van prostituées vindt plaats in de grote steden of in provinciestadjes in Thailand, niet op het platteland. De motieven van de vrouwen om naar Nederland te komen zijn van economische aard. Veel vrouwen hebben kinderen in het eigen land. Daarnaast willen ze een stuk land kopen voor de familie, of willen ze geld verdienen om broers en zusters te laten studeren of geld sparen voor een eigen zaak.
De plicht om als oudste dochter de familie te onderhouden is een zwaarwegend element in de Thaise cultuur. Sociaal gezien is de economische verplichting van de oudste dochter ten opzichte van de ouders belangrijk. De families kennen een strikte gezinshiërarchie: de grootouders en ouders vormen de top van de piramide, waarna de kinderen volgen in volgorde van leeftijd. De onderlinge band is gebaseerd op plichten van de kinderen ten opzichte van ouders en grootouders. Wanneer in zo'n familie niet genoeg te eten is, gaat de oudste dochter naar de stad om werk te vinden.
De mogelijkheden voor vrouwen om werk te vinden in de stad zijn niet groot. Ongeschoolde meisjes vinden werk in de groeiende toeristensector, die vaak sterk verbonden is met de seksindustrie. Ze werken in hotels als serveersters, kapsters, masseuse, danseres en eventueel call-girl.
Niet alle Thaise vrouwen in Nederland werkten in hun eigen land in dit circuit. Er zijn ook geschoolde vrouwen die ander werk hadden. Toch, de eerste indruk is dat met name in Thailand Europese agenten vooral vrouwen ronselen in bedrijven en beroepen binnen het toerisme en specifiek het sekstoerisme.
 
Thaise prostituées spreken slecht Engels en Nederlands. Door het taal probleem, het feit dat zij in het meer verborgen deel van het prostitutiecircuit werken en hun juridische positie leeft deze groep zeer geïsoleerd. De vrouwen gaan weinig uit, zijn geheel onbekend met de manier van leven hier en hebben weinig contact met Nederlanders. Hun leven speelt zich vaak dag en nacht af in de clubs.
Er bestaat onderling geen groepsverband. Sociale contacten blijven vaak beperkt tot een paar vriendinnen (landgenoten-collega's).
De nieuwe Thaise tempel in Amsterdam en een paar Thaise restaurants zijn de ontmoetingsplaatsen voor alleen die vrouwen, die nog enige vrijheid hebben om uit te gaan. Ontmoetingen tussen vrouwen in de tempel ervaren clubeigenaren niet als gevaarlijk of schadelijk.
Verschillende informanten die contacten hebben met Thaise prostituées, brachten naar voren dat de vrouwen leven onder grote geestelijke en lichamelijke spanning. Het zware lichamelijke werk en het leven en werken onder heel andere omstandigheden dan in het eigen land maakt hen zeer depressief en lichamelijk uitgeput. Ze lijden erg onder hun isolement, de scheiding van hun familieleden, het racisme en het voor het eerst in hun leven ervaren van dwang in de prostitutie. Ze mogen hun klanten niet zelf kiezen of weigeren. Dit geldt ook voor de vrouwen die reeds in Thailand prostituée of semiprostituée waren. Daar waren zij vrijer, minder geïsoleerd en werden zij minder uitgebuit. Ze werkten in Thailand freelance en gingen de weekends naar huis.
Ook in Thailand geldt het stigma van prostitutie, maar in een andere context. In een dorp weet bijvoorbeeld iedereen dat meisjes die in de stad werken en goed verdienen vermoedelijk in de prostitutie zitten. Niemand zal er iets van durven zeggen, zolang zij zich als 'goede' dochters gedragen en de band met de familie en de financiële ondersteuning en zorg handhaven. Het laatste is moreel gezien belangrijker dan vorm en inhoud van het beroep. In Nederland zijn hun ervaringen heel anders. Er is dan ook duidelijk sprake van een 'cultuurschok' en schaamte. Dit maakt hen nog afhankelijker van handelaren en clubeigenaren.
***
 
Chinese prostituees (die vaak in kapsalons werken) komen relatief vaak voor in de statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel, terwijl er maar weinig Chinese prostituees in Nederland zijn. Ik vermoed dat veel van deze prostituees gedwongen worden door mensenhandelaren.
 
***
 
Over Westerse prostituees uitgezonderd de Nederlandse (Duitse en Belgische enz…) weten ik het fijne niet. Feit is dat Westerse prostituees anders dan Nederlandse zelden opduiken in de statistieken van de STV. In het boek "Ik laat je nooit meer gaan" (2005) van Ruth Hopkins wordt de Ierse Chrissie beschreven die op de Wallen onder controle staat van Turkse pooiers. In het rapport van Frank Bovenkerk (Onderzoeksrapport:Loverboys in Amsterdam, 2004) wordt ook beschreven dat Belgische meisjes op de Wallen door pooiers worden uitgebuit die trouwens ook in de raamprostitutie (Schipperskwartier) in België worden geëxploiteerd naast Nederlandse vrouwen.
 
Liesbeth Venicz beschrijft prostituees uit overige EU-landen in haar rapport "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998) (ze sprak met 9 EU-prostituees: 2 Belgen, 5 Duitsers, 1 Spaanse en 1 Italiaans):
Zijn met name afkomstig uit de buurlanden Duitsland en België. Ze werken in Groningen vanwege de anonimiteit en soms vanwege de arbeidsomstandigheden. Zo vertelde een Duitse het werken achter het raam te prefereren boven het werken in clubs in Duitsland, omdat ze hier zelfstandiger kan werken en ook de controle op geslachtsziekten hier op basis van vrijwilligheid gebeurt. Dit in tegenstelling tot sommige Duitse deelstaten waar controles min of meer verplicht zijn.
Ze werken net als de Nederlandse meisjes soms met pooier, soms zonder.
***
 
Ik was nog vergeten te vertellen over de thuiswerksters. Mij is opgevallen dat dit vaak wat oudere Nederlandse vrouwen zijn (als je de recencies op hookers.nl en de advertenties op sexsites bekijkt). Er worden eigenlijk maar weinig (of eigenlijk geen) slachtoffers van vrouwenhandel geregistreerd die gedwongen worden om vanuit hun appartement te werken. Een voorbeeld is het artikel: Loverboy draait door na coke, het is het één van de weinige voorbeelden die ik ken waarbij een volwassen Nederlandse vrouw gedwongen vanuit haar woning werkt. Ik neem aan dat vrouwenhandel onder thuiswerksters heel zelden voorkomt. Uitzondering zijn de kindprostituees. Die worden juist vanuit appartementen geëxploiteerd. Maar...... nu ik eraan denk zijn er inderdaad voorbeelden op hookers.nl van gevallen waarin er vanuit appartementen wordt geëxploiteerd (het zijn 2 voorbeelden):
Toch denk ik dat de mensenhandel minder voorkomt in de privéontvangst omdat die vrouwen die dat doen vaak wat oudere Nederlandse vrouwen zijn. (Maar ik denk dan toch weer terug over wat die thuiswerkster mij vertelde; over dat ze regelmatig meemaakte dat huisvrouwen door hun man gedwongen worden om als prostituee te werken)
Meer twijfels:
We hebben verschillende signalen van controle geconstateerd. Hulpverleners treffen bij het bezoeken van thuiswerksters vrouwen die ze voorheen in clubs tegenkwamen. Nadeel in de nieuwe situatie is dat er op de achtergrond een man (partner, pooier?) in het huis aanwezig is, waardoor de onderlinge communicatie tussen prostituee en hulpverlener wordt belemmerd.
Maar ze hebben het hier waarschijnlijk wel over buitenlandse vrouwen.
 
Een paar prostituees adviseerden me om van prostituees gebruik te maken die adverteren op internet.
 
***
 
Het rapport "Er gaat iets veranderen in de prostitutie"(2000) bevat interessante details over prostituees. Wat interessant is is dat erin staat dat kleinere privé-huizen wat beter omgaan met hun prostituees dan grotere clubs. Er komen over het algemeen minder misstanden voor dan in de grotere clubs. Dus er is minder kindprostitutie, minder gedwongen prostitutie, de prostituees staan er vaker positiever tegenover hun werk, gebruiken minder drugs, de exploitanten behandelen er de prostituees vaak beter, etc......
 
Dus een tip voor klanten zou dus ook kunnen zijn om kleinere privé-huizen te bezoeken. Wat niet wil zeggen dat er uitzonderingen zijn. (Denk aan de Afrikaanse wippercelen in de Bijlmer.... maar dat zijn illegale bordelen)
 
Wat ook in dat rapport staat is dat de situatie voor oudere prostituees beter is dan voor de jongere prostituees en de buitenlandse prostituees. Verder schets het rapport een somber beeld van prostituees. Een groot deel gebruikt alcohol of drugs om hun werk uit te kunnen oefenen. En het overgrote deel van de prostitutie-bedrijven houdt niet eens een sollicitatiegesprek. Wat betekent dat slachtoffers van mensenhandel er zo aan de slag kunnen.
 
***
 
Het is bekend dat straatprostituees vaak verslaafd zijn aan harddrugs. Soms heb ik het idee dat dit ook geldt voor prostituees in andere sectoren, maar er zijn weer andere bronnen die dit ontkennen.
 
(...) Bovengenoemde redenen veroorzaakten in 2000 aanvankelijk een daling van het aantal Nederlandse prostituees dat werkzaam was in de Twentse prostitutiebedrijven. Volgens exploitanten en prostituees ging het hierbij echter niet om een groot deel van de Nederlandse prostituees. Veel Nederlandse prostituees zijn volgens deze respondenten drugsgebruiker.
Handel in hartstocht (Sietske Altink, 1995, pagina 134-135)
Bordeelhouder Huub: 'Negen van de elf vrouwen die hier werken komen uit Oost-Europa. Nederlandse en Duitse vrouwen hoef ik niet meer. Dat zijn allemaal verslaafden. (...)
Who the fuck is Daatje Smit? (Metje Blaak, 1997, pagina 353)
We vierden sinterklaasavond in Didi's seksclub. Het was 5 December 1991. Al vier jaar verzorgde ik hier op dinsdag- en donderdagavond voor de wachtende klanten de show. Er zaten tien dames van plezier, maar er waren maar vijf kamers. Dus het entertainment tussen de bedrijven door was niet altijd leuk maar ook noodzakelijk en functioneel.
Zodoende had ik al veel vrouwen en meisjes zien komen en gaan. Het roulerende gedeelte was grotendeels junk en bleef meestal niet langer dan een week of drie. Dan waren er ook nog de zeer trieste gevallen. Ze kwamen met al hun schamele bezittingen in een vuilniszak, en vroegen om werk, kost en inwoning. Deze categorie hoorde eigenlijk in een psychiatrische inrichting thuis...
De vaste kern bestond uit echte meisjes van plezier, die net als ikzelf geld wilden verdienen en ondertussen een hoop lol met elkaar hadden. (...)
op pagina 60, ze vertelt dat een klant haar verslaafd wilde maken, maar.....
Ik had ze in de club zien sterven als ratten.
Rechten van prostituees ..... (Rode Draad, 2006, pagina 62-63)
Het is 2004. De deur van het bedrijf wordt opengedaan door een dame die De Rode Draad vrolijk binnen laat. (...) De eigenaresse wordt ondertussen op de bank gemasseerd door een ander meisje. (...) Ze klaagt dat alle vrouwen aan de coke zitten, ook bij haar in de zaak.
Escort in Amsterdam (2000, Eysink, Smeets & Etman)
op pagina 6:
De escortwereld is een cokewereld, waarin veel klanten èn escorts gebruikers zijn. Bekend is dat cocaïne via clubs en escort tegen aangedikte prijzen te verkrijgen is, samen met de escort: 'de package-deal'. (...)
op pagina 29:
De inkomsten in clubs zijn deels afkomstig uit de seksuele dienstverlening, deels uit de verkoop van de drank. Een informant meldt: "Ik weet niet waar meer aan verdiend wordt". Meerdere informanten wijzen daarnaast op excessief cocaïnegebruik in clubs en escort door zowel klanten als prostitué(e)s zelf. "Je kunt niet ontkennen dat er in deze business veel mensen met hun neus in de poeiers zitten, ook onze meisjes", is een uitspraak van een exploitant die door escorts bevestigd wordt. "In dit werk raak je verslaafd aan geld en coke", aldus een meisje. Cocaïnegebruik vergemakkelijkt het hebben van urenlange seks, wat voor de exploitant en escort inkomsten betekent. Volgens insiders is het mogelijk om zowel escort als coke te bestellen - een 'package-deal' - waarbij de prijs van cocaïne uiteraard boven de straatwaarde ligt.
Quote uit "Power and control in the commercial sex trade" door Wendy Chapkis in "Sex for sale - prostitution, pornography and the sex industry" edited by Ronald Weitzer (2000). Voormalig prostituee Jo Doezema wordt geïnterviewed in 1993 in Amsterdam. Jo Doemema werkte ook voor de Rode Draad:
There is an incredible amount of drug use in the clubs. It's the big hidden drug problem in prostitution. Everyone thinks of drug-addicted prostitutes as heroin-addicted street workers. But there are many more coke-addicted women working in clubs than heroin-addicted women working on the streets of Amsterdam. I am actually convinced that a lot of clubs are covers for coke dealing from behind the bar.
Een jonge ex-raamprostituee vertelt op hookers.nl (2 April 2009)
we zijn allemaal jong en hebben heus wel allemaal wat gebruikt..

Toen ik achter de raam werkte, en dan hele dagen nam ik ook af en toe een snuiffie cocaine hoor....

ben ik heel eerlijk in
 
en ik denk dat heel veel meiden die achter het raam werken cocaine snuiven, dat weet ik 100 procent zeker,toen k achter de raam werkte snoven 90% van de dames....
Een klant vraagt hierop: "Misschien een hele blonde vraag, maar waarom eigenlijk? Gewoon voor de lol, en het werk was om de hobby te betalen. Of gebruiken ze het om het werk te kunnen blijven doen." Zij antwoord:
Nou ik denk als die meiden snuiven dat ze het gewoon langer volhouden, vooral als je de hele dag werkt, en veel klanten krijg, dan kan een snuiffie relax werken begrijp je.
En nee ze werken niet om hun cocaine te kunnen betalen, maar ja, als je lang werkt dan kan het wel helpen hoor een snuifje cocaine.
Dat klinkt allemaal wel heel pessimistisch. Maar er moet gezegd dat in het onderzoek naar de sociale positie van prostituees een jaar na de wetswijziging maar 5% van de 230 geïnterviewde prostituees aangaf regelmatig harddrugs te gebruiken. (zie Ine Vanwesenbeeck, Mechtild Höing and Paul Vennix in "De sociale positie van prostituees in de gereguleerde bedrijven een jaar na de wetswijziging” uit 2002 op pagina 34, tabel 23)
 
Ook hier vraag je je dan weer af. Komt dit omdat zij dit niet willen toegeven, of omdat dit ook echt zo is of omdat prostituees die harddrugs gebruiken minder snel geneigd zijn om aan zo'n onderzoek mee te doen?
 
Het blijft een raadsel.
 
(Ik snap hier echt helemaal niks van)
 
zie vervolg:
 
 
Lees meer...
 
 
 
Over Afrikaanse prostituees
 
Bij Afrikaanse prostituees bestaat er een dubbel beeld. Volgens het ene beeld zijn Afrikaanse prostituees oorspronkelijk onder valse voorwendselen hiernaartoe gelokt en worden door allerlei bizarre voodoo-rituelen onder de duim gehouden. Volgens het andere beeld zijn Afrikaanse prostituees juist zeer sterke en bewuste vrouwen die dingen heel goed zelf kunnen regelen.
Ook Afrikaanse prostituees komen sterk naar voren in de statistieken van de stichting tegen vrouwenhandel. Jarenlang was ruim een kwart van de geregistreerde slachtoffers Afrikaans. Ook bij Afrikaanse prostituees zie je dat verdeling qua nationaliteiten zoals die is in het veld absoluut niet overeenkomt met zoals je die ziet in de statistieken van de STV. Er lijken meer Ghanese dan Nigeriaanse prostituees te zijn in Nederland (dat kun je zien als je prostituees gaat tellen op hookers.nl). Toch zie je veel meer Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel dan Ghanese op de lijsten van de Stichting Tegen Vrouwenhandel.
Misschien dat de paradox is op te lossen door een onderscheid te maken tussen de Ghanese en de Nigeriaanse prostituees. De voodoo en de misleiding lijkt vooral betrekking te hebben op de Nigeriaanse prostituees. Aan de andere kant zijn volgens een aantal veldwerkers ook Nigeriaanse prostituees zeer zelfstandig.
Wellicht is de grote stroom van Nigeriaanse prostituees pas later op gang gekomen (in de STV-statistieken over Nigeriaanse slachtoffers van mensenhandel komen deze slachtoffers pas sterk naar voren in de tweede helft van de jaren 90 van de 20ste eeuw). Volgens het Wikipedia-artikel over het Vodun-geloof (Voodoo) wordt dit geloof vooral in Nigeria aangehangen, maar ook in het oosten van Ghana. Maar in de onderzoeken naar Ghanese prostituees wordt dit geloof niet genoemd. Ik denk dat het niet veel wordt aangehangen onder Ghanezen in Nederland.
 
Er moet trouwens gezegd dat het aantal Afrikaanse prostituees de laatste jaren fors lijkt te zijn afgenomen als je kijkt naar de recencies op hookers.nl. In een onderzoek in 1999 (zie mobiliteit in de Nederlandse prostitutie) was 13% van de prostituees Afrikaans. In 2005 zouden het er veel minder moeten zijn afgaande op hookers.nl. Uit ooggetuigeverslagen (en tellingen op hookers.nl) kan ik dit afleiden. Grappig is dat dit niet terug te vinden is in de statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Sinds eind jaren 90 schommelt het percentage van de slachtoffers van mensenhandel dat uit Afrika komt op rond de 25%. Hoewel, uit de cijfers van 2005 lijkt het wat minder.
 
Aan de andere kant zijn volgens recentere cijfers van TAMPEP 15% van de prostituees Afrikaans (Zie het TAMPEP 7-rapport uit 2007 op pagina 66.). Dus dan is het percentage Afrikaanse prostituees toch niet afgenomen.
 
Zie het rapport "Illegaliteit en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" door Goderie, Spierings en ter Woerds (2002)
Bedreiging van familie kan prostituees die werken voor een pooier treffen als zij te kennen geven te willen stoppen met het werk. De medewerkers van een opvangvoorziening voor jeugdige prostituees merken dat dit signaal met name van toepassing is op Afrikaanse meisjes. De uit Afrikaanse landen afkomstige meisjes hebben een onduidelijk verhaal (ondanks tussenkomst van tolken en deskundigen) en zijn vaak verward. De indruk bestaat dat ze onder grote angst leven, waardoor ze hun niet precies durven te vertellen wat er aan de hand is. Het lijkt erop of deze meisjes een van te voren opgesteld verhaal vertellen. Bij het doorvragen blijken dingen niet te kloppen of onmogelijk te zijn. Wat wel duidelijk wordt is dat zijzelf en hun familieleden zijn bedreigd met van alles mochten zij zich onttrekken aan hun handelaar. Voor de hulpverleners is het heel moeilijk contact met ze te houden. Meestal verdwijnen de Afrikaanse meisjes al vrij snel weer uit de opvangvoorziening met onbekende bestemming.

Zie "Die meisjes zijn slaven" over dominee Tom Marfo die hulp biedt aan Afrikaanse prostituees.

“Het eerste wat ik vanuit mijn christelijke inspiratie voel als ik de meisjes op de straat zie, is compassie. Ik raakte met sommige meisjes aan de praat. Vroeg hoe ze hier kwamen. Waarom ze dat werk deden.” Hij kwam erachter dat de meeste meisjes tegen hun wil in de prostitutie belanden. Ze betalen veel geld aan mensenhandelaren, in de verwachting in West-Europa aan een baan of een studie te komen. “Ze worden erin geluisd. Ik ken een jonge vrouw die hier haar rechtenstudie wilde vervolgen, maar die linea recta op de Wallen belandde.”

Tom Marfo vertelt verder in "Breaking the spell" (in News Confidential, 21-7-2005, door Pete Saywer):

Marfo is typically modest about his achievements. Sitting in his flat with a commanding view overlooking the tower blocks, Marfo gestures towards the window. 'If we walked a bit down there I could show you where the women were marketed, bargained for and sold,' he says. 'The place was an open space-a sports area where people liked to be-but the bulldozers are very busy there now.'
'It was subtle and only those involved knew exactly what it was. For instance, you would see a guy walking [along] with three or four young girls. They would all have one trademark hairdo. Whenever you saw a guy with a lot of chains around his neck, or a woman with three or four girls following her, you knew it was a madam or a pimp.'
The deals were done by nods and whispers. The girls were discreetly paraded in front of prospective buyers, sometimes from Belgium, Luxembourg or other parts of Europe.
'Usually the person who brings them will not put them to work but resell them to a second buyer,' explains Marfo. 'The second buyer may even sell them to a third buyer. But sure, the second buyer will use them.
'The price depends entirely on the physical appearance of the woman. A tall woman with a good figure and nice bone structure will get a good price, perhaps around 30,000 dollars.
'Once she's been "sold" her new "owner" will make her work to earn this money back. She remains a slave for a period of five to seven years. She has to work and she has to make about 60,000 to 80,000 dollars for this person. And until she's finished she remains effectively a slave.'
The girls are 'softened up' to make them more suitable for their new Owners, Marfo says. They are introduced to smoking, drinking and drugs to make them feel high and to lower their inhibitions, as for these girls it is a cultural shock too-they are not used to being naked in front of another person.
According to Marfo, the pimps and madams employ professional torturers and voodoo to scare the girls into submission. 'When the girls are bought they usually have to inculcate into them fear and respect [so that they] take orders, [and] never ask questions.
'It is a culture which is very heavily superstitious, with many gods. They take body parts like fingernails, blood from all parts of [the woman's] body, saliva, hair from her head, armpit and private parts, clothing and underwear. They use these to "conjure up" powers against you if you break any of their "rules". The girls believe that if they go against it they will die, and their parents will die. So [the gangs] keep them perpetually in this bondage.
'Coupled with this voodoo, there is the physical torture that they undergo daily. They are told that if they ever go to the police they are dead.
'But for many the biggest torture is psychological. It is threats against their parents back home in Africa. The girls are told that if they do not cooperate, their parents, brothers and sisters will be killed. The mother will call [and say] that people have come to her and threatened to kill her because she has been misbehaving. The mother will be pleading with her to work obediently.
'They become very pliable. I know of cases where even after they have been rescued they go back to the pimps. They have been so psychologically imprisoned that independence from them is quite a big task.
'Before they are brought here, legal contracts are sometimes signed by the parents, giving out their children to be sold like this. These are illiterate children and parents from the villages. They have never heard the word "dollar" before and they have no idea what it is, let alone how much it is in their currency. They have no idea that it means you have to be a slave for so many years.
'These girls are brought over as teenagers and they never finish paying until they are in their mid-to-late 20s. By the time they have finished paying, their whole womanhood is wasted and their life destroyed.
If the women are unlucky enough to fall pregnant through their work they face the prospect of a botched back-street abortion. 'Some of the girls have even been threatened with having their stomach hacked open and the foetus forcibly removed,' says Marfo.
'All these things put terrible stress on them and I have seen many cases where they have lost their minds.'
 
(...)
 
When the girls come to me I have a network and I call the madam or someone [like that]. If the pimp calls I speak to him politely. 'I say, "Come on let's talk. She is now my child; I am her custodian. She is mine." They respect me very highly within the community. All these girls and these pimps are also very religious. The pastor occupies a very high position. Often we resolve it very peacefully. A few times when they have tried to be stubborn, the perpetrators who have been converted handled the case and not me.
'At least 300 people have passed through my hands. The most exciting thing to me is when I see them put it behind them and get married, and I have the honour of blessing them-acting as both priest and father.'
Helft aangiften mensenhandel vals (De Pers, 2 April 2009)
De helft van de aangiften van mensenhandel is volgens schattingen vals. Dat staat in een rapport van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken dat RTL Nieuws donderdag online heeft gezet.

Het aantal meldingen stijgt jaarlijks. In 2007 kwamen er 716 meldingen van mensenhandel binnen, waarvan er 211 tot een aangifte leidden. In de eerste zes maanden van 2008 ging het om 233 meldingen, waarbij in 95 gevallen aangifte werd gedaan.

Edwin Boer van het Landelijk Expertisecentrum Mensenhandel benadrukt dat elke aangifte serieus wordt genomen, maar stelt vast dat rechercheurs steeds vaker op een algemeen verhaal stuiten. Het veronderstelde slachtoffer kan dan geen concrete feiten en omstandigheden noemen, zei Boer in RTL Nieuws.

Vrouwen zouden met de valse aangifte mikken op het verkrijgen van de zogeheten B9-regeling, een tijdelijke verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel. In het rapport staat dat vooral Nigeriaanse vrouwen gedwongen worden de regeling te misbruiken. Het gaat vaak om vrouwen die als prostituee worden uitgebuit. Vorig jaar werden ruim tweehonderd verblijfsvergunningen verleend op grond van de B9-regeling.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer-Vermeulen zei donderdag in RTL Nieuws dat het verplicht is om een tijdelijke verblijfsvergunning te verstrekken op grond van slachtofferhulp. Het misbruik van de regeling moet volgens haar op de koop worden toegenomen.

Verklaring over de uitzetting illegale prostituees (Amsterdam, juni 2003 van deelnemers uit het Platform verbetering positie (migranten) prostituees)
Het is algemeen bekend dat veel Nigeriaanse vrouwen door criminele netwerken naar Nederland zijn verscheept. Sommige veldwerkers melden dat veel Afrikaanse prostituees een bange indruk maken. Ook hebben we vernomen dat velen onder hen niet over hun eigen paspoorten konden beschikken. Daarnaast klagen klanten dat veel van deze vrouwen 'duidelijk geen zin in het werk hebben'. Dit zal allemaal zaken die hoog scoren op de lijst van mogelijke signalen van vrouwenhandel. Tevens kan men zich afvragen of die enkele vrouwen die 'samen met hun vriendjes' klanten beroven dit ook geheel uit vrije wil doen.
Op de website van de Rode Draad (www.rodedraad.nl) stond als reactie op het artikel van Menno Van Dongen in de Volkskrant (4 Mei 2007, 'Driekwart raamprostituees uitgebuit'):
Drie kwart van de prostituees op de Wallen zou onder de een of andere vorm van dwang werken. Wij zijn altijd huiverig voor het geven van percentages, maar we weten wel dat er veel mis is in de prostitutie. Wij weten dat in ieder geval veel Oost Europese prostituees onder toezicht van een pooier of een andere crimineel werken. Ook hebben wij twijfels over de zelfstandigheid van Afrikaanse prostituees. Wat wij eraan doen? Wij hebben informatie in vele talen voor vrouwen die hun situatie willen veranderen. We delen dat gemiddeld een keer in de maand uit. Wij zouden dat vaker willen doen, maar wij hebben beperkte middelen. Wij geven regelmatig signalen af van misstanden in de prostitutie en zijn ook een vraagbaar voor prostituees. (...)

Meer over Afrikaanse (en Oost Europese) prostituees in het rapport Tippelen na de zone(2005):

Oost-Europese en Afrikaanse vrouwen komen soms als groep, maar ook als ze individueel naar Nederland komen, blijken ze hier vaak gedwongen onderdeel te zijn van een netwerk dat van bovenaf is opgezet. Vooral Oost-Europese vrouwen zitten niet zozeer vast aan een locatie, als wel aan een zeer mobiel netwerk. De organisatoren besluiten welke locatie (of welke vorm van prostitutie) het gunstigst is op dat moment. Onder druk of dreiging van politieacties verplaatsen dergelijke netwerken zich soepel naar elders in Nederland of het buitenland en prostituees worden snel en vaak vervangen door andere vrouwen.

Zie het onderzoek van Goderie, Spierings en ter Woerds over Afrikaanse vrouwen in clubs in Twente:

Sindsdien zijn vele clubs gesloten en zijn bepaalde groepen prostituees uit de regio verdwenen. Zo is de groep Brazilianen sinds 2000 geheel verdwenen. Aanvankelijk kwamen daar Afrikaanse vrouwen voor in de plaats. Deze vrouwen waren bijna allemaal slachtoffer van mensenhandel en verbleven hier met valse papieren.

Artikel uit de Groene Amsterdammer over Nigeria ("Er is weer stroom", door Joris van Casteren, 16-6-99)

Als Dotun Oladipo klaar is, mag redacteur Mudiaga Ofnoku achter de computer. Zijn stuk gaat over Nigeriaanse vrouwen en minderjarige Nigeriaanse meisjes die in de westerse prostitutie verdwijnen. Ofnoku heeft na intensief speurwerk ontdekt dat Nederland de laatste jaren een steeds populairder bestemming is. Ofnoku: 'De omstandigheden in Nederland zijn goed voor Nigeriaanse prostituees. Beter in ieder geval dan in Italië, waar de meisjes van oudsher heen gingen. Nederlanders zijn veel rustiger in bed dan Italianen. Van de Italianen moesten de meisjes zelfs de liefde bedrijven met honden en gorilla's. Dat gebeurt in Nederland niet. Er schijnt in Nederland zelfs een vakbond voor hoeren te zijn.'
Dat de meisjes tot prostitutie worden gedwongen door criminele organisaties is volgens Ofnoku een misvatting. 'Het zijn in negen van de tien gevallen de ouders of de echtgenoten die de meisjes als slaven verkopen. Vooral in Benin City (een stad driehonderd kilometer ten oosten van Lagos - jvc) gebeurt dat op grote schaal. Mensen uit Benin zijn patsers. Als de één een mooie tweedehands auto voor de deur heeft, koopt de ander een nog mooiere tweedehands. Hij kan het niet opbrengen maar heeft er zijn vrouw of dochter voor over. Zij moeten vanuit het buitenland zoveel mogelijk geld opsturen of na enkele jaren terugkomen met een flink kapitaal.'
Ofnoku is net terug uit Benin. 'Als je door de stad loopt zie je relatief veel duurdere huizen en auto's dan in andere Nigeriaanse steden. Ik heb met vijf meisjes gesproken. Een van hen stond op het punt om naar Nederland af te reizen. Ze vliegen niet meer direct via Lagos naar Amsterdam, maar via Ghana of Ivoorkust.' Het maakt volgens Ofnoku niet uit hoe streng Nederland controleert, de meisjes vinden hun weg toch wel. 'Als ze het land binnen zijn melden ze zich aan als asielzoeker. Of ze verleiden de marechaussees, dat schijnt ook makkelijk te kunnen. In Amsterdam is een netwerk dat ervoor zorgt dat de meisjes uit het centrum worden weggehaald.'

Citaten uit de scriptie van M.D.E. Averdijk ('Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit?', 2002) die mooi refereert naar andere bronnen. Dat doet ze zo mooi dat ik een groot deel overplak. Het begint trouwens over Afrikaanse prostituees in Twente (pagina 85-87):

Uit interviews blijkt dat respondenten over weinig informatie beschikken wat betreft Afrikaanse prostituees. Het BRZ vermoedt dat de meeste Afrikaanse vrouwen slachtoffer zijn van mensenhandel wegens de ongeloofwaardige en gelijkluidende verhalen die zij vertellen. Exploitanten blijken over het algemeen weinig van de Afrikaanse vrouwen af te weten. Een exploitant zei hierover dat de Afrikaanse vrouwen nooit iets over hun achtergrond of hun drijfveren vertellen.
Meestal zwerven zij door het hele land en komen zij alleen (zonder begeleider) naar een club waar ze vervolgens twee of drie dagen werken. Zodra door exploitanten te veel vragen worden gesteld, bijvoorbeeld over hun identiteitsbewijs, verdwijnen ze vervolgens weer. Uit RBS-mutaties blijkt bijvoorbeeld dat indien exploitanten twijfels hebben over de verblijfs- en werkstatus van Afrikaanse vrouwen, de vrouwen weigeren hun identiteitsbewijs bij het BRZ te laten controleren. Een exploitant merkt op dat deze Afrikaanse vrouwen ‘enorm graag willen werken, om welke reden dan ook. (...)
Door Vellinga (1999) is door middel van analyse van rechercheonderzoeken achterhaald dat hetgeen de vrouwen vertellen een geïnstrueerd verhaal is. Veel West-Afrikaanse vrouwen zeggen AMA te zijn en geven een leeftijd van 15 of 16 jaar op. Ze vertellen dat hun ouders zijn overleden en verder niemand te hebben. Ze zijn aan boord van het vliegtuig geholpen door een onbekende man die hen wel wilde ‘helpen’ (Vellinga, 1999). De overeenkomsten met de verhalen die de in Twente aangetroffen Afrikaanse vrouwen vertellen, zijn opvallend.
De verhalen die de vrouwen vertellen zijn echter niet de ware verhalen. Dit ware verhaal is dat de meisjes in het land van herkomst, vaak Nigeria, worden geronseld voor de prostitutie. Deze ronselaars zijn ook vaak vrouwen die zelf in Europa in de prostitutie hebben gewerkt, na een aantal jaren rijk zijn teruggekeerd, en nieuwe jonge vrouwen en meisjes werven om in hun voetsporen te treden. De ouders van het meisje worden benaderd door een ronselaar met de vraag of hun dochter in een Westers land wil werken. Uit armoede geven de ouders hun dochter vaak mee aan de ronselaar. Hoewel meisjes vaak weten dat ze in de prostitutie zullen moeten werken, weten zij vaak niet wat dat inhoudt. Volgens onderzoek (Van Dijk e.a., 1999) is de betekenis van seksualiteit en prostitutie in Nigeria anders. In Nederland komen meisjes vaak in aanraking met geweld en worden ze gedwongen seksuele handelingen te verrichten die ze in Nigeria (mogen en kunnen) weigeren.
De vrouwen zijn hun ronselaars geld schuldig dat zij terug zullen moeten verdienen door te werken. Er wordt een voodoopriester ingeschakeld die de overeenkomst bekrachtigd en ervoor zorgt dat de vrouw haar schulden terug zal betalen. Vrouwen lopen vaak in een fuik, waarbij niet alleen sprake is van torenhoge, nauwelijks aflosbare schulden, maar ook van intimiderende rituele praktijken waar handelaren een grote hand in hebben. Volgens onderzoek (Van Dijk e.a., 1999) gaat het hierbij om voodoo in een manipulatieve betekenis van het woord, waarbij vooral sprake is van allerlei intimiderende praktijken van handelaren die bepaalde rituelen misbruiken om vrouwen angst in te boezemen. Doel van deze rituelen, die ook in Nederland kunnen plaatsvinden, is een bedreigende context te scheppen waarin de vrouwen onder grote druk komen te staan om hun schulden af te betalen. Hiervoor worden ook fysieke bedreigingen en geweld gebruikt.
De Nederlandse asielprocedure wordt gebruikt om West-Afrikaanse vrouwen in Nederland, België, Duitsland of elders in de prostitutie te brengen. In Nederland aangekomen vragen de vrouwen, zoals afgesproken, politiek asiel aan, vertellen een geïnstrueerd verhaal en komen in verband met hun (voorgewende) minderjarigheid in de AMA-procedure terecht. In de meeste gevallen vertrekken de AMA’s binnen enkele dagen ‘Met Onbekende Bestemming’ uit het opvangcentrum. In het opvangcentrum aangekomen bellen zij namelijk een uit het hoofd geleerd telefoonnummer van een handelaar in Nederland. Die haalt hen op en de meisjes worden vervolgens verhandeld aan een ‘hoerenmadam’ voor wie zij moeten werken om de schulden af te betalen (Vellinga, 1999).

Opmerkelijk genoeg is de informatie over Afrikaanse vrouwen in het rapport van Liesbeth Venicz volstrekt tegengesteld aan alles wat ik hiervoor noemde. Zie "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen"(1998). Er staat in dat Afrikaanse (net als Latijns Amerikaanse prostituees) zich op het gebied van pooiers veel onafhankelijker opstellen dan Europese vrouwen. Misschien komt dit omdat de handelaren niet direct zichtbaar zijn. Als je bijvoorbeeld sommige verhalen leest over Afrikaanse (Nigeriaanse) slachtoffers van mensenhandel (zie bijvoorbeeld het boekje "whom to trust" (2003) van het Scharlaken Koord, en het artikel in de nieuwe Revu van 4-10 Januari 2006, nr. 4) dan valt op dat deze vrouwen zich vrij kunnen bewegen. De madam geeft gewoon de opdracht om een bepaald bedrag binnen een bepaalde termijn te verdienen om de schuld af the betalen. Het slachtoffer voelt zich verplicht hieraan te voldoen en regelen de rest zelf. Misschien dat de vrouwen naar buiten toe goed de indruk zelfstandig te werken. Dat wordt ook (deels) bevestigd in het rapport "Handel in Nigeriaanse meisjes naar Nederland"(1999) door Terre des Hommes en de NDMN (De Nigeriaanse Vereniging Nederland), pagina 21:

Bierhuizen van het team Mensenhandel en Prostitutie: "Het lijkt alsof de Nigerianen niet zo'n druk op de meisjes hoeven uit te oefenen. Vaak gaan de meisjes zelfstandig naar hun werkplek en staat er niemand buiten die ze in de gaten houdt. Door het gebruik van voodoo hoef je ze verder niet te bedreigen en kun je ze maanden of jaren uitbuiten." Venicz van het NISSO: "Nigerianen hebben nauwelijks belangstelling voor geweld. Door geweld werken de meisjes niet goed en zien ze er bovendien niet goed uit. Het gaat de Nigerianen niet om seks maar om geld. Een maagd zullen ze dus niet inwijden door haar te verkrachten, maar door haar voor extra geld te verkopen. Je kunt Nigerianen wel de 'soft-maffia' noemen. Oost-Europese maffia bewaken de meisjes, zijn sterker georganiseerd en gebruiken meer seks en geweld."

Meer details over Afrikaanse prostituees in het rapport van Liesbeth Venicz, "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" uit 1998 (ze had contact met 18 Afrikaanse prostituees: 12 Ghanese, 5 Nigeriaanse en 1 Soedanese):

De meeste Afrikaanse vrouwen komen uit Ghana en Nigeria. Ook zij werken vaak voor familie in het herkomstland. Het is soms moeilijk om de Afrikaanse vrouwen te bereiken. Een probleem dat ook in andere plaatsen in het land gesignaleerd wordt. Zij wisselen net als de Latijns-Amerikaanse vrouwen veel van werk- en woonplaats en zijn niet altijd even toegankelijk. Zeker niet wanneer hun verblijfstitel nog niet helemaal in orde is. Vooral officiële instanties worden gewantrouwd, wat gezien de ervaringen in het herkomstland, niet verwonderlijk is. Ook Afrikaanse vrouwen zijn geneigd om problemen binnen de eigen groep op te lossen.
"Achter het cliché — hulp en dienstverlening aan prostituees in Den Haag — werkmethodiek in ontwikkeling" (1999, Ellie Teunissen [red.], SPP [Stichting Prostitutie Projecten Den Haag])
pagina 32:
De Afrikaanse vrouwen vormen een zeer gesloten groep, die bovendien intern sterk verdeeld is tussen de verschillende nationaliteiten en culturen. Ze blijken veelal niet over een paspoort te beschikken en zijn er vast van overtuigd dat ze door de blanke wereld om hun huidkleur gediscrimineerd worden. De meesten hebben een lange vluchtreis achter de rug. Ze hebben uitstekende overlevingsstrategieen gevonden en zullen deze niet prijs geven. De hulpverlening heeft moeilijk toegang tot deze vrouwen. De Afrikaanse vrouwen kunnen door de kerken benaderd worden en vinden hier steun voor hun geestelijke nood, in hun relatie tot God. Hun relatie met maatschappelijke instellingen is minimaal. Doordat onvoldoende duidelijk is welke nationaliteit ze hebben, is Engels of Frans weliswaar de voertaal, maar maken de gesprekken niet duidelijk waar behoefte aan is. Doordat er zoveel nationaliteiten/stammen zijn, is het ook moeilijk vast te stellen welk soort veldwerkster ingezet zou moeten worden om vertrouwen te winnen. Het verkrijgen van een Nederlandse verblijfsvergunning is de belangrijkste vraag.
zie vervolg op:
 
Lees meer...   (1 reactie)
Ik vind in een boekje zomaar een lijstje met prostitutiemoorden in Nederland 1953-1964. Maar er is nog steeds een groot gat tusen 1965 en 1991, dat wel. Zie het boekje “HET OUDSTE BEROEP geschiedenis van de prostitutie in Nederland” door H.W.J. Volmuller (1966), op pagina 57-59: (trouwens nog beste wensen)
 
Na 1953 heeft de prostitutie in Nederland er een aspect bij ge-
kregen, dat beangstigend genoemd kan worden, nl. moord op pro-
stituées. Terwijl er vóór de Tweede Wereldoorlog ook wel prosti-
tuées werden vermoord, dateert de grote toeneming van 1953 af.
Van dat jaar af kan de volgende lijst opgesteld worden:*
1953 'Dronken Jet' (Henriëtte van der Linden), 29 jaar, in haar
kamer te Rotterdam (Katendrecht) gewurgd door een 22-jarige
Poolse marconist.
'Surinaamse Beppie' (Betty Mentjox), 28 jaar, gewurgd op
haar kamer te Rotterdam (Katendrecht). De dader is nooit gevonden.
1956 'Chinese Annie' (Anna Z.), 32 jaar, gewurgd in een huis aan
de Achterburgwal te Amsterdam. De dader is nooit gevonden.
1957 'Magere Josje' (Johanna S.-Oudes), 33 jaar, gewurgd in een
huis aan de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam. Haar echtgenoot
Joop S., anderhalf jaar later gearresteerd, werd door de
rechtbank tot tien jaar veroordeeld, door het Hof vrijgesproken.
1958 'Finse Henny' (Henny Hijarvinen), 27 jaar, in haar kamer
aan de St. Olofsteeg te Amsterdam met messteken gedood door
een 36-jarige Noorse zeeman.
1959 'Blonde Marietje' (M. G. van Es), 47 jaar, in haar huis aan
de Nieuwe Haven te Den Haag gewurgd door een 26-jarige
huisschilder.
'Zwarte Truus' of 'Zwarte Judith' (Judith Krieger-Buddingh),
45 jaar, gewurgd in haar kamer aan de Bergstraat te Amsterdam.
Een 28-jarige tuinman uit Maarsbergen, na vier jaar gearresteerd,
werd door de rechtbank tot vier jaar veroordeeld, door het
Hof vrijgesproken.
'Blonde Dolly' of 'Donkere Molly' (Sybille Niemans), 32 jaar,
gewurgd in haar huis aan de Nieuwe Haven te Den Haag. De
dader is nooit gevonden.
1960 'Dikke Alie' of 'Blonde Jopie' (Alida Johanna Meyer), 40
jaar, in haar woonschuit aan de Vecht te Utrecht gewurgd door
een 28-jarige chauffeur.
'Tijger-Annie' (Anna van der Spek), 28 jaar, in een hotel te
Rotterdam gewurgd door een zeeman-inbreker.
1962 'Zwarte Jeanne' (Ineke V.-B.), 35 jaar, langs de rijksweg
Amsterdam-Den Haag spoorloos verdwenen. Haar lijk werd
drie maanden later uit de Schinkel opgehaald. De dader is nooit
gevonden.
1963 Sonja Kulsdom-van der Meijden, 18 jaar, gewurgd in een
huis aan de Achterburgwal te Amsterdam door een 47-jarige
bankwerker.
1964 Jennie Deinum-Boomsma, 42 jaar, in haar huis te Leeuwarden
gewurgd door een 26-jarige chauffeur.
Voorts zijn er in de pers een aantal pogingen tot wurging van
prostituées gepubliceerd.
Een kwalijke kant van deze zaak is, dat, terwijl uit de statistiek
blijkt, dat ongeveer 5 procent van de misdrijven tegen het leven,
welke ter kennis van de politie komen, onopgehelderd blijven, dit
percentage voor wat betreft gewelddadig omgekomen prostituées
veel hoger ligt. In die gevallen, waarin de zaken wel opgehelderd
werden, bleek de dader dikwijls tot het milieu te behoren en in
dit verband moet bij de niet opgehelderde zaken aan terreur van
de onderwereld gedacht worden.
 
* Ontleend aan H. van Straten. Moordenaarswerk en aan Prostitutie en Straf-
recht ; zie geraadpleegde literatuur.
Lees meer...
Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit? (Margit Averdijk, 2002, pagina 63)
Bovengenoemde redenen veroorzaakten in 2000 aanvankelijk een daling van het aantal Nederlandse prostituees dat werkzaam was in de Twentse prostitutiebedrijven. Volgens exploitanten en prostituees ging het hierbij echter niet om een groot deel van de Nederlandse prostituees. Veel Nederlandse prostituees zijn volgens deze respondenten drugsgebruiker.
 
Handel in hartstocht (Sietske Altink, 1995, pagina 134-135)
Bordeelhouder Huub: 'Negen van de elf vrouwen die hier werken komen uit Oost-Europa. Nederlandse en Duitse vrouwen hoef ik niet meer. Dat zijn allemaal verslaafden (...)
 
Who the fuck is Daatje Smit? (Metje Blaak, 1997, pagina 353)
We vierden sinterklaasavond in Didi's seksclub. Het was 5 December 1991. Al vier jaar verzorgde ik hier op dinsdag- en donderdagavond voor de wachtende klanten de show. Er zaten tien dames van plezier, maar er waren maar vijf kamers. Dus het entertainment tussen de bedrijven door was niet altijd leuk maar ook noodzakelijk en functioneel.
Zodoende had ik al veel vrouwen en meisjes zien komen en gaan. Het roulerende gedeelte was grotendeels junk en bleef meestal niet langer dan een week of drie. Dan waren er ook nog de zeer trieste gevallen. Ze kwamen met al hun schamele bezittingen in een vuilniszak, en vroegen om werk, kost en inwoning. Deze categorie hoorde eigenlijk in een psychiatrische inrichting thuis...
    De vaste kern bestond uit echte meisjes van plezier, die net als ikzelf geld wilden verdienen en ondertussen een hoop lol met elkaar hadden. (...)
op pagina 60
Ik had ze in de club zien sterven als ratten.
 
Rechten van prostituees ..... (Rode Draad, 2006, pagina 62-63)
Het is 2004. De deur van het bedrijf wordt opengedaan door een dame die De Rode Draad vrolijk binnen laat. (...) De eigenaresse wordt ondertussen op de bank gemasseerd door een ander meisje. (...) Ze klaagt dat alle vrouwen aan de coke zitten, ook bij haar in de zaak.
 
Escort in Amsterdam (2000, Eysink, Smeets & Etman, pagina 6)
De escortwereld is een cokewereld, waarin veel klanten èn escorts gebruikers zijn. Bekend is dat cocaïne via clubs en escort tegen aangedikte prijzen te verkrijgen is, samen met de escort: 'de package-deal'.
Lees meer...
 
 
 
Statistieken over Nederlandse slachtoffers van mensenhandel spreken elkaar sterk tegen. Is in de ene statistiek, ongeveer 5% van de slachtoffers Nederlands, in andere is dat 27%. Ik zal voorbeelden noemen, neem de derde rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel; zie tabel 4.2 op pagina 124 en 125. Het gaat over het aantal slachtoffers waar hulpverleners-instellingen mee in aanraking kwamen in het jaar 2002. Het zijn 56 instellingen die in aanraking kwamen met 625 slachtoffers van mensenhandel waarvan 169 Nederlands, dus 27%. Maar bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel was het percentage van de slachtoffers van mensenhandel dat Nederlands was 5% (80/1483, hoewel als je de 'onbekenden' wegdenkt dan is dat percentage 6%, zie pagina 86, tabel 3.1 in diezelfde rapportage). Een dergelijk tabel over hulpverleningsorganisaties staat ook in de eerste rapportage van de nationaal rapporteur mensenhandel voor het jaar 2000. Zie tabel 4.2 op pagina 76. Toen was 23% (138/608) van de slachtoffers Nederlands. Als je kijkt naar de opsporingsonderzoeken in de vierde rapportage (zie tabel 3.1 op pagina 13) dan zie je ook weer dat in de periode 2000-2003 een kwart (43 van de 170) opsporingsonderzoeken betrekking heeft op binnenlandse mensenhandel (Nederlandse vrouwen dus), door de jaren heen schommelt het percentage nauwelijks. Maar daarentegen is in de statistieken van het IKP-S registratiesysteem (zie ook weer de vierde rapportage maar dan op tabel 2.5 op pagina 10) het percentage van de Nederlandse slachtoffer ook weer relatief laag (7%, maar wat hoger in 2003; 12%)
Het percentage Nederlandse slachtoffers dat de Stichting Tegen Vrouwenhandel registreerde is (relatief gezien) nooit echt hoog geweest en schommelde tot 2003 zo rond de 5 procent met soms wat uitschieters naar boven of beneden. In 2004 was het ineens 12 procent en plots had in 2005 23% van de bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel geregistreerde slachtoffers van mensenhandel de Nederlandse nationaliteit. Waarschijnlijk komt dat omdat door de media-aandacht rond loverboys Nederlandse slachtoffers van mensenhandel sneller als zodanig herkend worden als vroeger.
Aan de andere kant moet natuurlijk gezegd worden dat de statistieken met betrekking tot slachtoffers van mensenhandel waarschijnlijk niet een representatief beeld geven. Grote groepen komen er niet in voor. En de (59) Nederlandse slachtoffers van mensenhandel werden in 2004 voor het overgrote deel gemeld door 2 hulpverleners-organisaties: Bureau Jeugdzorg Overijssel (51 gevallen) en Prostitutie Maatschappelijk Werk Rotterdam (9 gevallen). Dit geeft aan dat een groot deel van de hulpverleners-organisaties slachtoffers van mensenhandel niet of nauwelijks melden, inclusief zulke belangrijke organisaties als het Scharlaken Koord die veel in aanraking komen met Nederlandse slachtoffers van mensenhandel. De STV zegt ook in haar jaarverslag 2005 (zie www.mensenhandel.nl):
De aandacht voor slachtoffers van loverboys en het groeiende bewustzijn dat het hier ook om (binnenlandse) mensenhandel gaat, veroorzaakt dat er steeds meer loverboy slachtoffers worden aangemeld bij STV. Toch vermoedt STV dat er door een heleboel organisaties nog niet aangemeld wordt. Dit laat ook de tabel van de aanmelders zien. Jeugdzorginstellingen leveren slechts een klein aandeel van de aanmeldingen.
***
 
Het lijkt erop dat de meeste Nederlandse raamprostituees door foute vriendjes in de prostitutie zijn gekomen, maar nu veelal zelfstandig werken. Er zijn 3 onafhankelijke bevestigingen van:
-Een agente in het Spijkerkwartier, uit het boek "Verlicht kwartier, 40 jaar Arnhemse Spijkerbuurt" uit 2003 door Kees Crone:
Als gebiedsagent c.q. sociaal werker heeft zij dikwijls vertrouwelijk contact met de 'meisjes'. Velen van hen zeggen voor zich zelf te werken, maar er blijken dan toch bepaalde mannen om hen heen te hangen. 'Als ik zo iemand vraag hoe zij hier verzeild raakte, hoor ik meestal een zelfde verhaal. Ze werd op achttienjarige leeftijd in de disco verliefd op een donkere jongen, juist toen het thuis niet zo lekker liep. Van het een kwam het ander om uiteindelijk achter het raam te belanden. Dat is dan soms al jaren geleden. Ik kan het niet bewijzen, maar ik denk dat de meeste meisjes zo in de prostitutie raken.'
-Het onderzoek door Frank Bovenkerk (e.a.):
Volgens de eerder genoemde Toos Heemskerk, medewerkster van Het scharlaken koord, zijn loverboys erg actief op de Amsterdamse Wallen. Zij meent op basis van haar praktijkervaring te weten dat een groot deel van de Nederlandse meisjes op de Wallen – vooral wanneer het meisjes betreft in de leeftijd van achttien tot twintig jaar - daar via loverboys terecht zijn gekomen. Zij baseert zich op gesprekken die zij de laatste jaren met de meisjes heeft gevoerd. Overigens betekent het niet dat alle Nederlandse prostituees op de Wallen in opdracht van loverboys werken. Uiteindelijk gaan nogal wat meisjes, wanneer ze wat ouder worden, op den duur immers voor zichzelf werken. Maar bij aanvang zouden de meesten daar via loverboys terecht komen. (...)
Tijdens die derde wandeling met de hulpverleenster op de Wallen luisteren we vooral naar de verhalen die de meisjes vertellen. Het is duidelijk, of het lijkt uit de gesprekken in ieder geval aannemelijk, dat van degenen die we spreken zes van de zeven meisjes via een of andere loverboy constructie in de prostitutie terecht zijn gekomen. Na de eerste avond vragen we ons af of dat toeval is. (.......)
Nu dan de lastige vraag of dit allemaal loverboys zijn volgens onze definitie. Hiervan is sprak wanneer zulke mannen jonge vrouwen via romantische manipulatie in de prostitutie brengen We zien in de loop van ons onderzoek kans dit aan tenminste twintig meisjes voor te leggen. Ja, ze zijn oorspronkelijk wel vaak via een verliefdheidsrelatie in de prostitutie terecht gekomen. De manier waarop dit gebeurt is, maakt een buitengewoon doortrapte indruk. De hoofdpersonen in hun verhaaltjes komen inderdaad erg dicht in de buurt van het loverboystereotype. Ze vertellen ons ook dat Marokkaanse jonge mannen (en trouwens ook wel Turken) daar magische technieken bij gebruiken. De meisjes noemen dit voodoo (........) Veel van de meisjes werken nu echter zelfstandig (met een ander, zelfgekozen vriendje op de achtergrond), ze zijn van souteneur gewisseld of ze zijn van de een op de ander overgedaan. Ze vertellen soms voor ettelijke tienduizenden Euro’s verhandeld te zijn.
-Het manifest Uit het donker opgelicht (manifest van een aantal Christelijke hulporganisaties)
Onvrijwillige prostitutie heeft in Nederland de afgelopen twee jaar een grote vlucht genomen. Er lijkt een verschuiving plaats te vinden in het criminele circuit van de met hoge risico’s omgeven handel in drugs naar het vrijwel risicoloos exploiteren van vrouwen. Juist vanwege het ontbreken van toezicht door de overheid op de enorme jaarlijkse geldstroom in de prostitutie, is het voor criminelen zeer aantrekkelijk over te stappen naar deze lucratieve ‘bedrijfssector’. Het kwam dan ook als geen verassing dat van een steekproef onder 439 Nederlandse raamprostituees op de wallen in 2001 en 2002, meer dan 380 vrouwen aangaven dat ze door een loverboy in de prostitutie terecht waren gekomen (...)
Eén ding snap ik niet in het manifest. Er wordt verderop weer ingegaan op de Nederlandse raamprostituees op de Wallen. Er staat:
Van de 427 Nederlandse vrouwen die het Scharlaken Koord aantrof op de wallen in 2001/2002 en die er door een loverboy in waren gekomen, was er geen sprake van een normale arbeidsverhouding. In 7 van de 10 contacten gaat binnen 2 minuten de mobiele telefoon en heeft de vrouw achter het raam per direct uit te leggen waarom er niet gewerkt wordt en wie er bij haar op bezoek is.
Dat snap ik niet. Er waren toch 439 contacten met Nederlandse raamprostituees en toch niet 427??? En er waren er toch 380 die er oorspronkelijk door een loverboy waren ingekomen? Bij welke groep ging in 7 van de 10 contacten binnen 2 minuten de mobiele telefoon af? Bij die 439? Bij die 427? Bij die 380?? Of bij die vrouwen die nu nog voor een loverboy werken?? Ik snap het niet.
 
Maar als ik het wel goed begrijp dan staan volgens het Scharlaken Koord de meeste Nederlandse raamprostituees (in 2001/2002) nog steeds onder controle van die pooiers.
 
Liesbeth Venicz beschrijft Nederlandse prostituees in haar rapport "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998) (Ze heeft met 21 Nederlandse prostituees gesproken)
Over Nederlandse prostituees die voor pooiervriendjes werkt zegt ze:
Het gaat om vrij jonge meisjes, van net 18 tot een jaar of 25, die vaak afkomstig zijn uit de volkswijken van de grote steden. De meesten zijn op aandrang van hun vriendjes in de prostitutie geraakt, soms nadat ze samen met hem van huis zijn weggelopen. Een ander deel is hun vriendje op de werkplek tegen gekomen. Het gaat hier niet om meisjes met een gewone liefdesrelatie, maar om meisjes die een liefdesrelatie hebben met jongens die vooral geïnteresseerd zijn in de verdiensten van de meisjes. Om deze verdiensten te verkrijgen, nemen de pooiers hun toevlucht tot emotionele manipulatie en zeker in het begin van de relatie tot fysiek geweld. De relatie is nogal eens enkel tot stand gebracht om het meisje in de prostitutie te krijgen. Sommige jongens houden er meerdere meisjes op na. De combinatie van verliefdheid, bedreigingen en isolement maakt het voor meisjes moeilijk om hier uit te breken.
Het betreft hier met nadruk niet alle Nederlandse meisjes. Er zijn ook meisjes die wel zelfstandig werken, soms na enige tijd voor een pooiervriendje te hebben gewerkt, of die er voor kiezen om hun vriendje te onderhouden en zelf het bedrag bepalen wat ze aan hem af staan. Door het rookgordijn dat vrouwen om zich heen creëren, is het niet eenvoudig om precies te bepalen wie wel en wie niet tot deze groep behoort.
Over zelfstandig werkende Nederlandse prostituees zegt ze:
Deze vrouwen zijn meestal boven de 25. Een deel heeft vroeger voor een pooier gewerkt en wil nu nog een tijdje voor zichzelf werken. Een ander deel werkt deeltijd (bijvoorbeeld in de weekenden) of om een bepaald doel te verwezenlijken (om schulden af te betalen of een studie te financieren bijvoorbeeld) of gewoon omdat dit ze de beste manier lijkt om in hun onderhoud te voorzien.
Wat Liesbeth Venicz zegt over de herkomst van de door pooiers gerecruteerde meisjes is opmerkelijk. Ze zegt dat ze dus voornamelijk uit de volkswijken van de grote steden komen. Volgens Bovenkerk geldt er iets anders voor de Nederlandse raamprostituees in Amsterdam:
Het is opvallend dat geen van deze meisjes uit Amsterdam zelf afkomstig lijkt te zijn. Ze komen uit Groningen, Gouda, Harderwijk, Zwolle enzovoort. Let wel: op zichzelf is dit niets nieuws. De prostituees van Amsterdam in de zeventiende en achttiende eeuw kwamen uit de nabijgelegen provincies en uit Noord-Duitsland (Van de Pol, 1996: 103) en niet uit de stad zelf. (...)
De moderne souteneurs zijn in vergelijking met de oudere generatie ondernemender en ‘outreaching’. Zij gaan er zelf op af om in de provincie meisjes te werven. De nieuwe jeugdige prostituees komen helemaal niet alleen meer uit de laagste maatschappelijke milieus zoals tot in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw het geval was, prostitutie is geen armoedeverschijnsel meer.
Ik heb zelf een aantal prostituees gevraagd (via internet) of inderdaad de meeste Nederlandse raamprostituees door een fout vriendje in de prostitutie zijn gekomen. 3 bevestigden het, maar 2 benadrukten wel dat de meesten zich ook weer losmaken van hun pooier en dan voor zichzelf gaan werken. Eén van die twee zei dat de meisjes die voor een pooier werken vaak wel gewaarschuwd worden door de prostituees die voor zichzelf werken. Interessant is dat ook 1 prostituee zei dat op de Wallen gedwongen prostituees vaak op de Dollebegijnensteeg, Trompettersteeg, Sint Annendwarsstraat en de Stoofsteeg zitten. De laatste zou zelfs bekend staan als pooiersteeg (er is daar ook een café waar veel pooiers verzamelen). Een prostituee die ooit was gedwongen zei ook dat ze inderdaad in die stegen werkte (niet de Stoofsteeg), haar mening was ook dat meer dan 80 procent van de prostituees gedwongen is. Het grappige ook is dat de laatste prostituee die ik bezocht en die me vertelde dat veel meisjes er een pooier hebben naar ik meende in de Dollebegijnensteeg werkte. Ook de berucht Turkse mensenhandelbende zou in de stegen actief zijn geweest. In een artikel in het Parool (zoek "Turks-Duits Netwerk bediende zich van grof geweld", 7 September 2007 op www.parool.nl) worden een aantal stegen genoemd:
Op de Wallen zetten de broers de vrouwen bij voorkeur op populaire plekken zoals de Trompettersteeg, de Sint Annenstraat en de Sint Annendwarsstraat, de omgeving van de Monnikenstraat en de Oude Kennissteeg - plus uiteraard aan de burgwallen.
Twee prostituees waar ik contact mee had ontkenden überhaupt dat er gedwongen prostitutie is. Een ander zei dat jonge prostituees meestal slachtoffer zijn van een pooier, maar ook oudere prostituees zijn het. Lastig........ Volgens een aantal prostituees die ik sprak is er inderdaad een groot vrouwenhandel-probleem in de raamprostitutie, al weten ze niet de precieze omvang. Percentage's die ze noemden (ik hou van percentage's) waren 0%, 15%, 20%, 30% ,50%, 75-80%.
 
De ex-prostituee Metje Blaak schat in haar boek de trukendoos (1998) dat 30 procent van de prostituees wordt aangezet door haar vriend (pagina 173, hoofdstuk 33). Al weet ik niet of ze bedoelt dat ze vroeger door een vriend erin zijn gekomen of dat dit nu nog zo is (waarschijnlijk bedoelt ze het eerste). Merk op dat zijzelf nooit in de raamprostitutie heeft gewerkt (ze zegt dat in het hoofdstuk over de raamprostitutie, ze werkte vooral in de privé-ontvangst, maar ook als stripteasedanseres in een club). Kennelijk komen de bemoeizuchtige vriendjes dus door de hele prostitutie-branche voor (maar wellicht het meest in de raamprostitutie). Metje Blaak zegt ook in het hoofdstuk over de pooiers dat veel dames van plezier door een vriendje in de prostitutie zijn gekomen (volgens haar zijn dat tegenwoordig vooral Marokkanen die dat doen), maar na een paar jaar weer voor zichzelf gaan werken. Vreemd genoeg ontkent ze in haar boek wel de internationale vrouwenhandel. Ze was (in 1998!!!) van mening dat de grenzen goed waren gesloten en dat vrouwenhandelaren geen kans meer kunnen maken.
 
Metje Blaak lijkt van ideëen te zijn veranderd, in een interview een paar jaar later zegt ze:
Niet echt spijt (in 2002, 7 jaar nadat ze stopte met haar werk als prostituee, werkte van 1970 tot 1995. Interview door Tanya Wijngaarde in Maart 2002 in MUG-magazine)
(...) En tegenwoordig worden acht van de tien meisjes gedwongen. Dat ’s een ellende, daar heb je geen idee van. Die mannen eromheen worden pooiers genoemd, maar dat zijn gewoon vette criminelen. De pooiers van vroeger waren een lachertje vergeleken met wat er nu gebeurt. Je stopte ze wat toe als ze wat voor je deden, en dan dachten ze dat ze pooier waren. In feite had je ze gewoon in de hand. Maar nu worden die meisjes bedreigd met hun leven, dat is een heel ander verhaal geworden. (...)
Ze erkent dus hier impliciet dat de meeste prostituees slachtoffer zijn van mensenhandel. Ik heb hier wel het idee dat ze voor de Rode Draad veldwerk heeft verricht, wellicht in de raamprostitutie.
 
In het boekje Sekswerk (1991) door Sietske Altink zijn 60 prostituees geïnterviewd. 11 zijn er buitenlands: 3 Surinaamse, 2 Indonesische, 2 Latijns Amerikaanse, 2 Françaises, een zigeunerin en een Duitse vrouw. Het overgrote deel is dus Westers. Opmerkelijk: 26 van de geïnterviewde vrouwen hebben ooit gedwongen in de prostitutie gewerkt. Dat is 43 procent van het totaal. Er moet wel gezegd dat er veel raamprostituees meededen aan dit onderzoek. Het waren er 16 (van de 60).
 
In het onderzoek Er gaat iets veranderen in de prostitutie (2000, Liesbeth Venicz, Ine Vanwesenbeeck) zijn 24 van de 105 geïnterviewde vrouwen oorspronkelijk gedwongen in de prostitutie gekomen. Volgens de ondezoekers:
Deze ‘loverboys’ lijken een belangrijke stempel te zetten op deze jongere generatie Nederlandse prostituees. Ook de andere prostituees op de werkplekken waar zij aanwezig zijn, hebben met hen te maken. (...)
Onder de jongste generatie prostituees speelt dwang door pooiervriendjes (in recente publicaties ook wel aangeduid worden als ‘loverboys’) een belangrijke rol in hun 'keuze' voor de prostitutie. Mede onder druk van deze loverboys lijkt de jongere generatie respondenten op jongere leeftijd in de prostitutie te beginnen dan de oudere generatie.
***
 
Het lijkt overigens niet altijd zo te zijn geweest dat Nederlandse prostituees gedwongen werden door hun vriend of pooier. Majoor Bosshardt beschrijft prostituees in de raamprostitutie in Amsterdam in de jaren 60, zie het boek "De sexhandelaars" (1968) door Stephen Barlay:
op pagina 47-48:
Mijn tweede informatie dank ik aan majoor Alida Bosshardt, de organisatrice van het Nederlandse Leger des Heils, die al dertig jaar in de oude stad van Amsterdam heeft doorgebracht, in de haven- en stationsbuurt met als hoofdstraat de Zeedijk te midden van de schilderachtige grachten, kaden en talloze smalle straatjes en stegen. Binnen dit betrekkelijk kleine gebied bevinden zich ongeveer vijftig kroegen, in de omgeving waarvan de ongeveer 3000 prostituées van Amsterdam voor honderden ramen te kijk zitten.
Volgens majoor Bosshardt (die niet lang geleden prinses Beatrix door deze wijk heeft rondgeleid) gebruiken de Nederlandse bewoonsters van deze klassiek-beruchte hoerenbuurt geen verdovende middelen en houden ze zich ook de meisjeshandelaren van het lijf, 'omdat ze niet op avonturen uit zijn'.
'Nederlandse meisjes, prostituées of niet, blijven graag in hun eigen land,' zei hij. 'Een prostituée hier weet wat ze wil. Ze wil graag bij haar familie op bezoek kunnen gaan en een leven naar haar eigen smaak leiden. Haar "minnaar" is meer een huisbewaarder dan een souteneur. Hij doet boodschappen voor haar, houdt het huis netjes en krijgt de bons zodra ze ontevreden over hem is. Meestal beheert zij de kas.
Ze heeft hier dus een zekere mate van geborgenheid. De prostitutie is officieel geoorloofd, het meisje heeft dus niets te verbergen en breekt geen enkele wet, zolang ze rustig voor het raam zit en niemand uitnodigt om binnen te komen.
Het is gebruikelijk dat drie meisjes een raam (en de bijbehorende kamer) delen, waarbij ze precies weten wat dit "zitten" kost. (Ze betalen de huiseigenaar in doorsnee 20 gulden voor een zittijd van 10 tot 16 uur; van 16 tot 22 uur wordt het tarief verhoogd tot 30 gulden en 's nachts van 22 tot 4 uur kost 40 gulden. Bij de prijs inbegrepen zijn de hoofdmaaltijden en koffie en thee naar behoefte). Ze kennen de omvang van hun inkomsten die hier tegenover staan. Waarom zouden ze iets riskeren?
Met de vreemde meisjes - uit Engeland, Duitsland, Azië of Afrika - is het niet zo eenvoudig. Gewoonlijk is hun door een huwelijk verkregen Nederlandse nationaliteit een voorwaarde voor de prostitutie in Nederland. Zij zijn dus in veel grotere mate aan de meisjeshandelaren uitgeleverd.
De houding van de Nederlandse autoriteiten is een verdere reden voor de moeilijkheden van de handelaren in meisjes met betrekking tot de Nederlandse waar. Een klein land als Nederland mag zijn naam in het buitenland niet door kwade elementen in gevaar laten brengen, heet het. Prostituées, die bij de politie bekend staan, krijgen daarom geen paspoort. Wanneer een Amerikaanse GI, die met verlof uit Duitsland overkomt, een Nederlandse prostituée huwt - en er zijn er heel wat die dat doen - dan moet ze eerst nog twee jaar lang een eerzaam leven leiden, voor ze - vaak op grond van onze aanbeveling - een paspoort krijgt.'
De arts Dr. J.W. Groothuyse die jarenlang een praktijk had op de Wallen heeft twee boeken geschreven over prostitutie.
Zie "De arbeidsstructuur van de prostitutie" (1970, J.W. Groothuyse)
 
Pagina 12:
Aangezien de prostitutie op het beperkte gebied dat wij in deze studie kunnen betrekken overgegaan is van een slavernijstructuur in een steeds nuchterder arbeidsstructuur op basis van vrijwilligheid, zullen we ook kunnen vragen naar de moraal. Waar, zoals in de ons bekende omgeving, de uitwendige dwang tot prostitutie steeds meer afneemt, daar komt plaats voor vrijheid en moraliteit.
Pagina 124-125:
De prostitutie in het verleden was meer hiërarchisch en dwangmatig gestructureerd. Zelfs het kind uit de strenge opvoedingsgesticht van destijds aanvaardde de nieuwe autoriteiten c.q. machthebbers in dit souteneursmilieu. ‘Als toen een van de bekende pooiers langs kwam (en er vallen hier namen als: Buck Jonas, de Tijger, Jopie Boefie en anderen) dan leek het wel of  de vrouwen in de steeg in de houding gingen staan, maar nu lachen we ze uit bij wijze van spreken.’ Dit is waar, want de jonge hoer heeft geen respect meer voor klinkende namen, die er overigens ook nauwelijks meer zijn. We stellen dan ook, dat het gemoderniseerde hoertje een meer open vorm van opvoeding gehad heeft, ook als zij uit een tehuis komt. Daarvoor kent zij te veel van de wereld, die voor haar niet meer beperkt is tot een stukje oude binnenstad in het heden en een dorpsplein in het verleden.
Pagina 159:
Persoonlijk prefereren wij deze toestand van vrije vrouwen in een bijzonder vrij land boven de georganiseerde dwang, die de prostituées  in andere Westeuropese landen ervaren, maar willen uitdrukkelijk het volgende stellen: de conventionele vrouw zou voor de prostitutie terugschrikken om morele redenen en omdat zij er te astheen voor is (asthenie is gebrek aan durf, lef zou men hier beter kunnen zeggen) en omdat zij haar erotische macht gebruikt voor het gezin.
Een ander boek is "Het menselijk tekort van de pooier" (1973, J.W. Groothuyse)
Op pagina 16 verdeelt hij de souteneurs in drie groepen. De dupe (passieve) pooier, de werkende pooier (die gewoon een baan heeft) en de crimineel ingestelde souteneur. Het percentage dupe pooiers schat hij op 75%, de werkende pooiers op 15% en de criminele groep op hooguit 10%. Onder de criminele groep rekent hij onder andere (zie pagina 20): de actieve souteneur, de zware souteneur, de harde souteneur, de gemene meester van de vrouw, de meer geharde souteneur-vrouwenhandelaar, bloedpooier, antisociale souteneur (tegen de maatschappij gericht), de criminele souteneur, de ‘beschermer’, ‘het gevaarlijke type souteneur’.
 
Pagina 156-157:
Vooreerst een beperking: zuivere dwang tot prostitutie bij een vrouw die dat niet wil, kennen wij in Nederland nauwelijks, evenmin als vrouwenhandel. Wat ons daarvan bekend is, is afkomstig uit citaten in de literatuur en de dagbladpers.
Pagina 161:
Tot ongeveer 1970 leek het erop dat de bloedpooier aan het verdwijnen was; nu, twee jaar later, zien we echter een toename van mishandelingen, verwondingen, blauwe ogen. De voor de hand liggende conclusie, namelijk dat door import het aantal psychopaten relatief toeneemt, is fout; wat relatief vermeerdert is het aantal displaced persons en gefrustreerden.
Dwang en agressie komen onder invloed van de huidige omstandigheden op een ander niveau te liggen, alles verloopt veel harder, feller en ongecontroleerder. Toch blijven we vasthouden aan de stelling dat in een vrije gemeenschap man en vrouw in de prostitutie aan elkaar gewaagd zijn. Zolang onze samenleving zich te weer weet te stellen tegen corruptie en intimidatie, zolang ook zal de prostituée zich als ‘vrije’ sex-worker kunnen handhaven.
Groothuyse noemt ook uitspraken van prostituees en anderen die soms weer een ander beeld geven dan hij hierboven geeft:
 
Pagina 134:
[H 37-19] [hij bedoelt een prostituee van 37 die 19 jaar in het vak zit] Het ontvangen van geld door een pooier. Hij ziet niet meer dat het eigenlijk haar geld is; zij ziet het zelf ook niet, of liever, ze ziet het (en verwijt het hem natuurlijk) wel, maar zij wil het niet meer zien. Kijk dat moet je (als arts) voor de aardigheid eens doen: dan vraag je gewoon aan zo’n vrouwtje: ‘Hé wat heb je een mooie mantel’ en dan zegt ze: ‘Nou die heb ik van mijn man gehad’. Alleen als ze kwaad zijn dan zeggen ze: ‘Nou, je leeft toch van mijn geld.’ Zo vanmiddag bij voorbeeld: ‘Ik heb van mijn man een mooie trui met een col gehad. Ik had hem al zien staan in de etalage,’ zegt die vrouw. Die vrouwen, die moeten er echt om vragen als ze wat hebben willen, want uit zijn eigen geeft een man sporadisch maar wat. Wel zegt de man: ik heb mijn vrouw getracteerd op een bontjas of een armband.
Pagina 85:
[verpleegster]: Ik heb de pest aan souteneurs, de meiden zelf vind ik wel aardig en pittig. Als die kerels in het ziekenhuis liggen, commanderen ze hun vrouwen nog als die met bloemen en gebak komen. Zo van: ‘Ja, naar huis meid; je moet weer gaan zitten; het is je tijd weer.’
Pagina 58:
[H x-x] Er wordt in de buurt veel geslagen door de kerels; je ziet de vrouwen vaak met een blauw oog; maar het is geen jaloezie, want je weet het toch als man wat je doet. Maar het is van zijn kant stoerdoenerij; wat je als vrouw met de klanten doet weten ze toch nooit.
Pagina 140:
[H 22-1,5] Die pooiers zij af en toe net achterlijk. Er zijn van die periodes bij, dat je je huur niet verdient en dan heb je herrie met je man en dan gaat hij schreeuwen: ‘Je zult wel weer de enige zijn die niet verdient, daar maak ik me druk om.’
Hier een merkwaardige uitspraak van een prostituee die het heeft over het overkopen van zwarte pooiers door prostituees zelf:
 
Pagina 142:
[H x-x] (…) Die meisjes hier uit de buurt kopen die zwartjes van elkaar over; wie er het meeste voor biedt; en de meisjes tippelen erop omdat de zwarte veel mannelijker zijn; het is altijd wel ergens een kerel; het oerachtige van de kerel zit in ze.
Ook F.J.H. Wong Lun Hing had ook een dokterspraktijk in de tijd van Majoor Bosshardt en Dr. Groothuyse , maar dan in de Rosse Buurt van Rotterdam (Katendrecht). Ook hij schreef boeken over prostitutie.
Waaronder “Prostitutie” (Dr. F. J. H. Wong Lun Hing, 1962)
Pagina 121-122:
De man, die financieel voordeel heeft van de status prostitutionis en met wie de PP [puella publica=prostituee] intieme seksuele relaties onderhoudt, is de souteneur (S). De publieke opinie is geneigd in de persoon van de S de uitbuiter bij uitstek te zien. In oppervlakkige gesprekken met PP wordt deze opinie door haar zelf dikwijls bevestigd. Bij een ernstiger en diepgaander onderzoek blijken de uitlatingen van deze PP echter niet uit te komen boven de clichéopvattingen van het merendeel van het publiek. In haar rationalisatie van de door haar zelf niet doorgronde eigen situatie beschouwt zij de S aan haar zijde dikwijls als de man, die haar in deze verderfelijke situatie heeft gelokt en haar thans exploiteert ten bate van zijn eigen portemonnaie. Zij is dus niet de schuldige, zo legt zij uit, maar hij, de man, die haar ertoe bracht. Door middel van chantage en lichamelijk geweld dwingt hij haar deze inferieure rol te spelen. Tenslotte, als er geen uitkomst meer is, berust zij moede in haar harde levenslot en gaat zij voort zich te prostitueren om 's avonds laat doodop thuis te komen om haar loon af te dragen aan haar half dronken meester in ruil voor een pak slaag. Deze publieke opinie gaat van de naïve veronderstelling uit, dat als men iets te weten wil komen van verschijnselen als prostitutie en soutenage, men dit het beste aan de personen in kwestie zelf kan vragen. Door een oppervlakkig journalistiek interview, liefst in een café of bar genomen, wordt dan de algemene opinie bevestigd en in de courant verschijnt een artikel dat menigeen met afschuw vervult. Hetzelfde populaire motief vindt men ook in de en masse vervaardigde films over dit onderwerp, waarbij het zielige 'meisje van het trottoir' door de brute souteneur wordt afgeranseld. Ernstiger wordt het, als de politie in haar maatregelen volgens hetzelfde simpele procédé te werk gaat. Bij de ambtsaanvaarding van een nieuwe commissaris werden op tamelijk grote schaal souteneurs gearresteerd in de kennelijke verwachting hiermede de prostitutie in de kiem te smoren. Als men de aandrijver van het kwaad elimineert, zal degene, die zijn slachtoffer is, van zelf ophouden zich te prostitueren. Bij een enkele razzia of hoogstens twee is zo het prostitutieprobleem ineens opgelost…
Het behoeft geen betoog, dat hiermede de prostitutie in geen enkel opzicht werd beïnvloed. De brieven van de PP aan de gedetineerde S en zijn antwoord aan haar, die ik vaak lezen mocht, getuigden van niets anders dan van een verstoorde liefdesrelatie tussen twee mensen aan de zelfkant van de maatschappij, die elkaar node misten en door de arrestatie nog ongelukkiger waren dan tevoren. Het is van weinig principieel belang, of de PP de door de politie aan haar voorgehouden verklaring, die zij tekenden wel of niet begrepen. Bij velen was het puur argeloosheid, bij anderen juist onderdeel van de S-PP-relatie, dat zij zijn vonnis tekenden, maar het resultaat is in de meeste gevallen hetzelfde. Na de vrijlating van de S hetzij na maanden, hetzij na jaren, worden de relaties al of niet weer aangeknoopt en gaat het leven op de oude voet voort met slechts een droeve ervaring rijker, een ervaring, die deze mensen nog verder van een reclasseringskans heeft afgebracht dan ooit te voren.
Vergeleken met de situatie zoals Bosshardt, Groothuyse en Wong Lung Hing die beschreven, lijkt de situatie in de jaren zeventig daarentegen compleet veranderd zoals beschreven door Margot Alvarez in het boek "Live Sex Acts" door Wendy Chapkis, 1997. Margot Alvarez is één van de oprichtsters van de Rode Draad en werkte eind jaren zeventig en begin jaren tachtig ongeveer 4,5 jaar gedwongen achter de ramen (in Den Haag), zij werd door haar vriend gedwongen:
 
op pagina 202:
I had seen a lot of bruises, saw women using a lot of speed or coke to be able to work the whole night through because if they came home with less than fl. 500 they'd be beaten. Nowadays, a lot more women work independently. But back then, it was kind of unusual for a woman to work without a pimp. I think it was part of the whole idea that a woman needed a man, whores included. The women's liberation movement has really changed that perception, so now you see a lot more women living and working independently—again, whores included.
Margot Alvarez lijkt bijval te krijgen van Ceciel Brand in het tweede hoerencongres in Brussel (Oktober 1-3, 1986), zie het boek "A vindication of the Rights of Whores" (ed. Gail Pheterson, 1989):
op pagina 163:
Ceciel Brand (Netherlands): I am a social worker and I work with prostitutes in The Hague in the Netherlands. I have to say something. I am not just sitting here for the hell of it. Last year I met many women who are in prostitution. Very often they are under pressure and they experience violence. A number of these women are aware of the fact that this congress in being held and they asked me to report back because they are unable to attend themselves. I just wanted to tell that because I think it is very important to go back to them. I hope that all of us sitting here, this large group of women, can support each other and other prostitutes. I think that is of essential importance.
Margot Alvarez (Netherlands): Can I add something briefly? I once worked in The Hague and I know Ceciel as a social worker; in fact, I ended up in the center where she works. The Hague is rather an aggressive city for prostitutes. I know most of the women working there pretty well. I have also noted that many of the women who were abused came out of The Life for some years and then years later went back into the same situation and sometimes it was even worse. I think it's very difficult to save yourself from this kind of situation. I myself had to make a certain decision and say, "Look, it's just too much and I'm not going to do it anymore." Too often women are depicted as victims. I have tried to talk many women out of violent situations and they said, "Okay, fine," and then a week later they are back again. I do think there are lots of abused women in The Hague, very many.
Ceciel Brand heeft ook 12 Nederlandse raamprostituees geïnterviewd. Zij haar rapport "Hulpverlening aan prostituées in Den Haag" (Ceciel de Mol-Brand, 1983).
pagina 8:
(...) Werken ze voor zichzelf of voor iemand anders?.
In 7 gevallen is de partner de "souteneur", degene die ze tot prostitutie aanzet, 5 werken er geheel zelfstandig.
Ook de raam-exploitant "O.J. Timmer" (gefingeerd) laat zoiets doorschemeren (als wat Margot alvarez vertelt) in het hoofdstuk "Beroep: exploitant" door Liesbeth Koenen in het boek "Beroep: prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987). O.J. Timmer heeft/had(?) een bordeel met 4 ramen in de Geleenstraat in Den Haag.
 
pagina 37:
Timmer vindt het ronduit kinderachtig van de belasting om die meisjes lastig te vallen: "Er worden bedragen genoemd... idioot. Het is onzin. Er zijn dagen dat ze niets verdienen. Bovendien gaat het allemaal naar de souteneur. Want waarom zou een meisje dat geen man heeft de hoer gaan spelen? Het is een soort hersenspoeling. Die vriend vertelt ze wat je wel niet allemaal met geld kan doen. En ze hebben allemaal een doel, een streven, maar na vijf jaar hebben ze niks. ja, een dure auto, of een mooie vakantie gehad. Dat is het dan. Ik ken er geen een die iets bereikt heeft".
"Nee, je moet ze gewoon allemaal laten inschrijven bij de zedenpolitie en dan moet je ze een bedrag per week laten betalen. Een normaal bedrag dat iedereen kan betalen. Laten we zeggen honderd gulden per week. Een vast bedrag dus. Ziekengeld en vakantiegeld hoeven ze dan niet, maar dat kunnen ze wel missen. Want als je aan het eind van het jaar komt is er toch niks meer over. Dat is dan allemaal naar die mannen gegaan."
De meeste meisjes bij Timmer werken full-time. Ook hij verhuurt per dag en per avond, inclusief "dagelijks de werkster, schoon goed en dergelijke". In de Geleenstraat in Den Haag en in de straten eromheen, gaat 'het leven' 24 uur per dag door. Het is het gebied dat de gemeente tot wandel promenade en raamprostitutiezone gemaakt heeft. Hier staat Timmers dubbelhuis (vier ramen). Het is er altijd druk, en niemand heeft er een contract. Wat Timmer betreft moet dat ook maar zo blijven.
In het boek "Van de liefde kun je niet leven — Interviews met hoeren en hoerenjongens" (Marcel Bullinga e.a, 1982) worden Koos en Coby geïnterviewd die seksshops beheren. Er werken ook prostituees, wat zij vertellen zet ook te denken over de situatie in de jaren 80:
zie pagina 30-31:
Koos zegt heel goed op te letten om wat voor redenen de meisjes willen werken. Als er sprake is van dwang, zoals Coby vroeger is overkomen, neemt hij ze bij voorkeur niet. Toch werkt hij ook samen met pooiers. De peeskamertjes in 'zijn' straatje worden alleen aan mannen verhuurd, die er dan op hun beurt weer vrouwen in zetten. 'Je moet niet alle pooiers op een hoop gooien. Er zijn er niet zoveel meer die vrouwen ronselen, zoals vroeger wel gebeurde. Vrouwen weten wel beter tegenwoordig! Ik heb in ieder geval niets te maken met pooiers die vrouwen hardhandig dwingen te werken of die jonge meisjes aan de heroine zetten.'
Maar pooiers zijn geen lieverdjes. Al mishandelen ze de vrouwen niet, ze hanteren allerlei gore trucjes. Coby: 'Ze spelen de vrouwen tegen elkaar uit. Ze spekuleren op de wens van iedere hoer om er mee op te houden. Dan zeggen ze tegen een van hun meisjes dat ze extra hard moet werken, want dan kunnen ze bijvoorbeeld samen naar Spanje om daar iets te beginnen. Dat meisje doet dat en heeft ook het idee dat die anderen min of meer voor haar werken. Ondertussen zegt die vent tegen alle meisjes hetzelfde.' Coby slaat ook de hoeren niet hoog aan: 'Ze trappen overal in, ze zijn veel te romanties en sentimenteel. En ze zoeken allemaal een vaste vent. Als ze die gevonden hebben, gaan ze hem verwennen, kado's geven, geld toestoppen en zo. Ze proberen hem over te halen op te houden met werken, want zij verdient toch genoeg. Zo maken ze een pooier van hem.'
Er zijn dus vrouwen die uit zichzelf de business ingaan. Wat voor vrouwen zijn dat en hoe gaat dat in zijn werk? Koos: 'Ze komen gewoon langs in de shops. Sinds er zoveel shops zijn met relax-mogelijkheden is de prostitutie wat meer opengegooid. De shops hebben dikwijls bordjes voor het raam met: assistente gevraagd. Een meisje dat wil, kan naar binnen stappen en zich aanmelden.' Volgens Koos zijn het allerlei vrouwen, jong en oud, sommigen met een vast beroep. Er zouden veel verpleegsters tussen zitten en meisjes van de kunstakademie. Maar Coby zegt: 'Achter iedere hoer zit een probleem. Je moet het beschouwen als een beroep, dat vind ik tenminste, maar het is niet een beroep waar je zomaar in terecht komt. Als je met ze praat hoor je van alles, de een heeft een te hoge hypotheek, de ander heeft gewoon schulden, de derde wil snel een zaak beginnen. En ze doen het allemaal maar tijdelijk, dat blijven ze jaren achter elkaar zeggen. Maar als ze eenmaal aan het geld verslaafd zijn, stappen ze er nooit meer uit.'
Die situatie in de jaren 80 lijkt ook te worden bevestigd door Ine Vanwesenbeeck in haar studie "Wiens lijf eigenlijk?" — Een onderzoek naar dwang en geweld in de prostitutie (1986):
 
op pagina 18:
Het aantal prostituées dat zonder een mannelijke partner door het leven gaat is klein. Ook al is er een klein aantal vrouwen dat zegt "niks van mannen te hoeven weten", is het grootste gedeelte op de een of andere manier betrokken in een persoonlijke 'intieme' relatie met een man. Uiteraard nemen die relaties zeer uiteenlopende vormen aan, ook met betrekking tot de plaats van dwang en geweld daarin.
Er zijn pooiers en mannen. Pooiers (in de meest extreme gevallen 'bloedpooiers' genaamd) verleiden of dwingen een vrouw doelbewust tot prostitutie, waarin zij de vruchten plukken van haar verdiensten, terwijl 'mannen' vrienden of echtgenoten van een als prostituée werkende vrouw zijn, die in de loop van zo'n relatie meer of minder pooierachtige posities in kunnen nemen. Mijn bevindingen van de afgelopen maanden wijzen er op dat het aantal vrouwen dat voor een pooier werkt nog steeds aanzienlijk is en dat geestelijk en/of fysiek geweld vaak een onderdeel vormt van deze relaties. Om met een van mijn respondenten te spreken: "Het ouderwetse pooierdom is nog steeds aanwezig en ik begrijp niet waar die geruchten vandaan komen dat dat niet zo zou zijn".
pagina 19:
Vaak zal het geweld 'beheerster' gepleegd worden dan in dit geval, er zal goed gelet worden op waar er geslagen wordt, als er een meisje met twee blauwe ogen zit dan verdient ze ook niks. Hoeveel prostituées er aan dergelijk geweld blootstaan blijft vooralsnog duister. Veldwerksters geven allemaal aan, dat percentages moeilijk te geven zijn. De schattingen die gedaan worden naar het percentage prostituées dat in hun relatie zeer regelmatig met mishandeling te maken heeft, lopen uiteen van tien tot dertig procent en nog eens dertig procent 'af en toe'. De schattingen ten aanzien van de vrouwen die een pooier hebben van veertig tot negentig procent!, verschillend per groep of per stad. Er wordt steeds nadrukkelijk aangegeven dat het om niet meer dan een schatting gaat, omdat de prostituées zelf vaak zo weinig ruchtbaarheid geven aan het geweld dat hen aangedaan wordt, met name als het om hun pooier gaat.
Dit is apart. Het lijkt dus zo dat in de jaren 60 de Nederlandse (raam)prostituees heel vrij waren, na een periode van veel dwang en slavernij. Die trend lijkt te veranderen waarin na 1970 volgens J.W. Groothuyse langzaam weer meer dwang lijkt voor te komen. In de jaren 70-80 werden prostituees vaak gedwongen, waarna volgens Margot Alvarez prostituees weer redelijk vrij werden, en nu (~1995-2007) is er dus kennelijk weer de situatie dat veel Nederlandse (raam)prostituees gedwongen worden. Aan de andere kant is het mogelijk dat er een verschil is tussen prostitutiebuurten. Majoor Bosshardt en J.W. Groothuyse hebben het over Amsterdam en Margot Alvarez en de exploitant Timmer hebben het over Den Haag.
 
In de tweede rapportage van de Profeitstudie wordt een mogelijke verklaring gegeven voor de opkomst van de loverboys.
pagina 36:
Er lijken aanwijzingen dat de pooiers van jonge Nederlandse prostituees, die in de media worden aangeduid als loverboys, profiteren van het verdwijnen van een groot deel van de buitenlandse prostituees en de leegstand die daar het gevolg van is.
zie vervolg:
 
 
Lees meer...
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl