kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
 
Volgens een schatting van Bovenkerk werken er op de Wallen op een doordeweekse avond 20 Nederlandse slachtoffers van loverboys, en in het weekend 50 (in 2004 was dat):
We maken ’s nachts de ronde door de wijk. De meisjes die hulpverleenster Toos Heemskerk aanwees (zie het vorige hoofdstuk) zijn voor een deel dezelfde als de prostituees voor Mos Florie. We lopen zo veel mogelijk hetzelfde parcours en tellen een zelfde aantal meisjes die voor Nederlandse pooiers zouden werken als de hulpverleenster. Op een doordeweeks avond ongeveer twintig en in het weekend vijftig. Volgens de politiemensen zijn er doordeweeks twintig à 25 van zulke pooiers, in het weekeind veertig en, gezien de grote mobiliteit, over een heel jaar gerekend wel honderd. Tijdens onze voettocht door de buurt komen we er tenminste tien tegen, maar het is een koude, doordeweekse nacht.
Bovenkerk schat zelf dat er op de Wallen op elk moment in totaal zo'n 400 vrouwen werken (dus ook in het weekend). Die 50 Nederlandse gedwongen prostituees in het weekend maken dus al een achtste uit van het totale aantal prostituees op de Wallen, en dan zijn de buitenlandse slachtoffers nog niet eens meegerekend. Die "50 procent" van het Scharlaken Koord is dan niet eens zo vreemd meer. Een paar bronnen (klanten en ex-prostituee Mariska Majoor) schatten dat ongeveer een kwart van de prostituees op de Wallen Nederlands is. Dat zou betekenen dat ongeveer de helft van de Nederlandse prostituees op de Wallen gedwongen is.
 
Ik heb op dit moment 94 'loverboy'-verhalen kunnen bekijken (zie mijn log over de Casussen) waarbij Nederlandse prostituees worden gedwongen en waarbij bekend is in welke sector(en) ze gewerkt hebben. Van die 94 werkten 65 procent (ook) achter de ramen. Dat is opvallend veel. Ik schat dat in werkelijkheid van alle Nederlandse prostituees nog geen tiende in de raamprostitutie werkt. Maar als dit klopt dan durf ik met behulp van die 50 gedwongen Nederlandse vrouwen op de Wallen een schatting te wagen over het totale aantal gedwongen Nederlandse vrouwen in de prostitutie. Niet alle slachtoffers kunnen tegelijk achter de ramen en in andere sectoren werken. Van de 90 sectoren die naar voren kwamen was iets meer dan de helft in de raamprostitutie (21% was is clubs, en 17% in de straatprostitutie). Als je weet dat buiten de Wallen met zijn 350 ramen er nog 2040 ramen zijn in Nederland (in 2004 bestonden de Poeldijksestraat en het Spijkerkwartier nog), en je veronderstelt dat de Nederlandse gedwongen prostituees ongeveer uniform over die raamgebieden zijn verdeeld, dan gok ik dat er zo'n 50 *2040/350 = ~291 gedwongen Nederlandse prostituees achter de ramen werken. Ik denk wel dat dit iets aan de hoge kant is omdat (als ik de recensies op hookers.nl bekijk) juist op de Wallen vergeleken met andere raamgebieden meer Nederlandse vrouwen werken, en dit zijn trouwens ook jongere Nederlandse vrouwen, (de gedwongen prostituees zijn vaak de jongere prostituees). Ik maak één correctie met de gegevens zoals ik die zag op hookers in 2005. Ik begeef me een beetje op glad ijs omdat ik een getal uit 2004 corrigeer met behulp van gegevens uit 2005. Ik schat dat over de hele raamprostitutie gezien het percentage Nederlandse prostituees 80% (±13) is van het percentage Nederlandse prostituees zoals die is op de Wallen. Ik stel die 291 naar beneden bij naar 240 (±40). Als je uitgaat van die 240 gedwongen Nederlandse raamprostituees en ik waag de gok dat naast die gedwongen raamprostituees er een even grote groep is die nog buiten de raamprostitutie (50% ±10) werkt dan gok ik dat er zo'n 480 (±125) gedwongen Nederlandse prostituees in Nederland moeten zijn op elk moment. Ik begeef me hier weer op glad ijs, bedenk dat ik een cijfer uit het jaar 2004 extrapoleer met behulp van een cijfer over een lange periode die zelfs teruggaat tot de jaren 70. Daarbij is het zo dat die 50 Nederlandse gedwongen prostituees op de Wallen waar ik vanuit ging deels onttrokken kunnen zijn van buiten de Wallen en tijdelijk op de Wallen in het weekend werken, wat zou kunnen zorgen voor een overschatting van het totaal aantal Nederlandse slachtoffers.
Op elk moment moeten er hooguit 15.000 prostituees in Nederland werken (volgens de mr A de Graafstichting zijn op dag of weekbasis ongeveer 12.500 prostituees actief, zie artikel 'Betaalde liefde' door Marieke van Doorninck in "C.V. Koers", Februari 2000, page 6 en verder), waarvan ongeveer een derde Nederlands. Vergelijk dus die ongeveer 500 (beetje afronden) gedwongen Nederlandse prostituees met de 5000 Nederlandse prostituees in totaal. Ongeveer 10 procent van het totaal (het is maar een indicatie).
 
Die getal van 500 is van een totaal andere orde dan de 1500 tot 2000 slachtoffers van loverboys die jaarlijks zouden vallen in Nederland. Dat laatste getal berust trouwens op een misverstand. Oorspronkelijk wordt met de 1500-2000 bedoelt het aantal kindprostituees waar hulpverleners op jaarbasis mee in aanraking komen (zie het onderzoek Aard en omvang van (gedwongen) prostitutie onder minderjarige (allochtone) meisjes uit 1998). Daar zitten ook veel buitenlandse meisjes onder en een deel is geen slachtoffer van een loverboy, en bovendien zijn de meeste slachtoffers van 'loverboys' meerderjarige vrouwen. Volgens tabel 8 op pagina 25 is ongeveer een derde van de minderjarige prostituees Nederlands. Volgens tabel 10 (pagina 28) is van de Nederlandse minderjarige prostituees 37,1% zeker gedwongen en 36,2% misschien.
 
Als mijn rekensommen kloppen dan gaat het aantal Nederlandse slachtoffers van mensenhandel op elk moment de 600 waarschijnlijk niet te boven. Op jaarbasis zal dit aantal wel groter zijn, er is immers een zekere doorstroom. In mijn log over de Casussen bereken ik dat een Nederlandse slachtoffer gemiddeld tussen de 1,5 en 2,5 jaar wordt geëxploiteerd. Als je van die 1,5 jaar uitgaat dan komt bij die maximaal 600 op elk moment nog 400 aan nieuwe recruten op jaarbasis erbij ( 600 / 1,5 ). Dus maximaal zo'n 1000 op jaarbasis. Minimaal kom op zo'n 350 op elk moment. Als je uitgaat dat een slachtoffer gemiddeld maximaal 2,5 jaar wordt geëxploiteerd dan komen daar weer (600 / 2,5 =) 240 bij. Op jaarbasis zijn er dus minimaal zo'n 600 Nederlandse slachtoffers van mensenhandel.
 
Er zijn ook berichten dat Nederlandse slachtoffers van mensenhandel naar het buitenland worden gebracht. Lees bijvoorbeeld het artikel in De Morgen: Loverboys ronselen Nederlandse meisjes voor Antwerpse prostitutie (10 Maart 2007):
Van de 561 prostituees die vorig jaar in Antwerpen werden geregistreerd, zijn er 202 van Nederlandse komaf. Dat blijkt uit cijfers van de Antwerpse politie. De meeste Nederlandse meisjes werden als minderjarige geronseld door een loverboy en moeten de grens oversteken zodra ze meerderjarig zijn.
Dit suggereert dat er zeker nog minstens enkele tientallen Nederlandse vrouwen in België gedwongen in de prostitutie werken. Het hele verhaal kun je trouwens nog lezen in de REVU van 7 Maart t/m 13 Maart 2007, "Nederlandse loverboys exporteren hun meisjes" door Sanne Groot Koerkamp. Het artikel verwijst uitsluitend naar de raamprostitutie in het Schipperskwartier in Antwerpen als het gaat over het probleem van de gedwongen Nederlandse prostituees in België. Nog een detail over de loverboys volgens dat artikel volgens agent Kristiaan:
Ik begrijp gewoon niet wat die jongens hebben. Ze zijn niet eens knap. Soms moeten we ze wel eens uitkleden om helemaal te fouilleren, nou, het zijn vaak scharminkels.
Nog een toevoeging, een paar mannen die in de buurt van het Schipperskwartier wonen zeiden op een forum dat ze vaak avond-wandelingen maken door de buurt en menen dat inderdaad veel vrouwen er voor een pooier werken. Eén van hen schatte het percentage op minstens 80% (wat op zich vreemd is want op hookers.nl kan ik zien dat er ~2004-2006 veel wat oudere vrouwen werken, ongeveer 63% ouder dan 24 en 32% ouder dan 30, ook bij Nederlandse vrouwen). Ze kunnen het zien aan wie ze halen en brengen, ook aan de manier waarop de vrouwen worden behandeld.
 
In het boek ‘Vrouwenmantel’ (2003) van Dieuwke Talma worden 57 (waarschijnlijk) Nederlandse prostituees beschreven die op dat moment nog in de prostitutie werkzaam waren (zij woonden de haptonomiegroepen van Dieuwke Talma bij). Van hen kun je afleiden dat er op dat moment 7 waren die onder invloed van hun vriend of man werkten. Dus ook iets meer dan 10 procent van het totaal. (dit is natuurlijk wel een hele kleine steekproef) Ik vind het trouwens een verassing dat deze vrouwen die duidelijk onder de invloed van hun partner werken toch de vrijheid hebben om de haptonomie-sessies bij te wonen. Van veel prostituees die Dieuwke Talma beschrijft zijn er trouwens ook geen gegevens over eventuele dwang door partners.
 
Maarrrrr.... als het dus klopt dat Nederlandse prostituees die buiten de raamprostitutie werken veel minder vaak slachtoffer zijn van zo'n loverboy dan is dat ook weer een opsteker want dan moet je als klant gewoon een Nederlandse prostituee buiten de raamprostitutie bezoeken. Als ik eens uitga van de schatting dat de helft van de Nederlandse raamprostituees slachtoffer is van mensenhandel dan zou ik misschien een schatting kunnen maken over hoe erg het is in clubs. Door hookers.nl weet ik dat het percentage Nederlandse vrouwen in clubs (en privé-huizen) veel groter is; iets van 50% in clubs tegenover 25% in de raamprostitutie. En dat terwijl het aantal prostituees in totaal in clubs ongeveer 2,5 keer groter is. Dat zou betekenen dat er in totaal 5 keer meer Nederlandse vrouwen in clubs werken dan achter de ramen. En dat terwijl van de slachtoffers van loverboys het percentage van de slachtoffers in de raamprostitutie 2,5 keer groter is dan ik clubs. Dat zou betekenen dat de kans dat een Nederlandse prostituee in een club slachtoffer is van een loverboy toch wel 12,5 keer zo klein is als achter een raam. Dat zou betekenen dat de kans in een club ongeveer 4% is tegenover ~50% in de raamprostitutie. Een (relatief) kleine kans dus. En bedenk ook dat ik het vermoeden heb dat een groot deel van de Nederlandse prostituees die gedwongen in clubs of privé-huizen juist in het illegale circuit werken. Het is alleen jammer vaak niet genoemd wordt of het bordeel illegaal of legaal is. Als ik dus afga op de loverboy-verhalen die ik bijelkaar heb weten te sprokkelen, dan lijkt gedwongen prostitutie onder Nederlandse prostituees in clubs en privé-huizen vrij zeldzaam.
 
Maar zeker weten doe ik dat niet omdat je van prostituees wel eens andere verhalen hoort. Ik hoorde een keer een thuiswerkster zeggen die regelmatig meemaakt dat huisvrouwen van hun man moeten werken (ze refereerde ook naar de escort). En denk ook wat Jeanette zegt:
De weblog van Jeanette (zij heeft in 2 privé-huizen gewerkt)
Ik heb veel meiden ontmoet die gedwongen werden om in deze wereld te werken. Het gros werd gedwongen. Óf door hun partner, vriend, of hun verslaving. Het rare is dat degene die gewoon voor een pooier werkten altijd deden of hij hun vriend was. Nu geloof ik ook wel dat sommige dat werkelijk dachten en niet door hadden in welke ongezonde relatie ze terecht waren gekomen maar ik stond er verbaast van dat meiden zich zelf zoveel wijsmaken. Ik realiseer me dat veel vrouwen die in die wereld terecht komen hier in zullen moeten blijven omdat ze niemand in vertrouwen durven nemen en dus ook niemand hun kan helpen om hier uit te stappen.
Zie ook dit verhaal van Jeanette over het verslaafde meisje en haar pooier in het privé-huis:het verslaafde meisje (van net 18)
En onder de reacties van Jeanette onder dezelfde log (wat weer een reactie is van Jeanette op Den Haagh's verhaal over toen hij als ongediertebestrijder een bordeel in aanbouw binnenkwam en zag hoe de pooier één van zijn vrouwen sloeg):
(...) Ja, helaas moest ook ik concluderen dat de meeste meiden gedwongen werkten. Het absurde is dat men vaak gelooft dat ze er vrijwillig zitten. "we zijn aan het sparen om een huis te kopen, mijn vriend had schulden en ik help hem eraf zodat we een gezinnetje kunnen stichten, mijn vriend vind het geil dat andere mannen op me geilen masar ik van hem ben" Echt ik zat soms met mijn oren te klapperen wat zo'n gast zo'n meisje nu weer op de mouw had weten te spelden. Door het meisje te doen laten geloven dat ze het vrijwillig doet, is ze niet lastig en zal ze haar best doen bij de klanten. Triest. Het meisje waar ik het boven over heb is echt de meest trieste die ik heb meegemaakt. Ze is helaas niet enig, niet uniek maar meestal tippelen dit soort meisjes of zitten ze achter de ramen. (...)
Of zie natuurlijk ook haar verhaal over het slanke meisje:
(...) Toch was dit meisje niet tevreden met haar lichaam. Ze vergelijk haar figuur met een zeer tenger gebouwd meisje, en kwam toen tot de conclusie dat ze te dik zou zijn. Ondanks dat ze goed verdiende konden haar verdiensten beter vond ze en daarin had ze wel gelijk maar had ze beter naar haar manier van werken kunnen kijken dan naar haar figuur. Haar vriend (lees: pooier) was het met haar eens dat de verdiensten wel wat omhoog konden want nu verdiende ze te weinig om een bruiloft en huis bij elkaar te verdienen. (...)
Nu moet het wel gezegd dat Jeanette bij navraag een beetje terug krabbelt over het aantal vrouwen dat door pooiers gedwongen wordt. Ze erkent ook dat naast de drugsgebruikende vrouwen en de door pooiers gedwongen vrouwen ook vrouwen zijn die door omstandigheden worden gedwongen.
 
... of denk aan CarmenElectra op hookers.nl (sorry, ik moest me weer eens in die discussie mengen) (op 19-7-2005):
Hallo heren. Ik ben een voormalig "dame van plezier", dit werk is mij opgedrongen en had er totaal geen plezier aan. Zoals er velen zijn die dit werk doen. Doordat ik, en de vele meisjes in deze branche, drugs kreeg toegestopt was het vol te houden.
Ik ben door behulpzame personen er goed van af gekomen. (...)
De tijd dat ik in clubs werkte heb ik veel meisjes leren kennen, meisjes die gedwongen daar zaten, meisjes die erna niks anders meer konden (meestal de oudere). (...)
Ik heb veel meisjes leren kennen en zeker meer dan de helft zaten daar gedwongen, allen op een eigen manier maar nog altijd tegen hun wil in.
Ga maar eens aan de politie vragen hoeveel pooiers zij weten die meisjes dwingen, ben er eenmaal geweest. Werd bijnaar uitgelachen door die beambte, hij wist zelfs over wie ik het had "een bekende" zei hij zelfs bijnaar lachend!!
Of denk aan de prostituee in dat onderzoeksrapport:
Hoewel de pooiers in clubs en privé-huizen minder zichtbaar zijn, werken ook daar prostituees die voor hen werken: “In elke club waar je komt zitten wel een paar meisjes die voor hun vriendjes moeten werken.”
Of een exploitant van (waarschijnlijk) een club in het rapport van de Rode Draad (op pagina 140):
Rechten van prostituees (Oktober, 2006)
Hij houdt een betoog over, hoe zwak vrouwen in de prostitutie zijn. Hij moet ze regelmatig redden van foute vriendjes. Wanneer zijn acties niet helpen, dan vragen ze erom en moeten ze het zelf maar zien.
En bedenk ook wat Essy van Dijk zegt, dat waarschijnlijk ook de meeste Nederlandse prostituees onder controle staan van pooiers (zie mensenhandel in Nederland 1997-2000):
pagina 21:
(...) Overigens wordt in een onderzoek van de Werkgroep Prostitutie en Mensenhandel het aantal prostituees dat van buiten de EU afkomstig is eveneens op 50% geschat (Luykx en Van Soest, 1999). En al werken deze prostituees niet allen illegaal in de prostitutiesector, de ervaring wijst uit dat dit voor de meesten wel het geval is (Visser, 2000). Verder bestaat er inderdaad redelijke overeenstemming onder sleutelpersonen dat “het grootste deel” van de buitenlandse prostituees in Nederland economisch uitgebuit wordt en dus slachtoffer van mensenhandel is (Visser, 2000). [voetnoot onderaan die pagina:"Dit geldt volgens ingewijden overigens waarschijnlijk ook voor legale, Nederlandse prostituees."](...)
pagina 152-153:
Ten aanzien van binnenlandse mensenhandel wordt opgemerkt dat ook maar een deel van de legale prostituées in Nederland zelfstandig en onafhankelijk werkt. Het grootste deel is, zo leert de ervaring van geïnterviewden, afhankelijk van pooiers. Dit fenomeen zal volgens hen ook met de nieuwe wet blijven bestaan, al zullen de arbeidsomstandigheden in sommige gevallen iets verbeteren. (...)
Interessant is dat Ceciel Brand 12 Nederlandse raamprostituees heeft geïnterviewd in Den Haag. Zie het rapport dat zij schreef "Hulpverlening aan prostituées in Den Haag" (1983, Ceciel de Mol-Brand):
pagina 7:
(...) De wijze waarop zij in het vak terecht zijn gekomen.
Van de ondervraagden zijn er 7 min of meer gedwongen, onder druk van man/vriend in het vak terecht gekomen. Vier van hen hebben eerst in een club gewerkt en zijn daarna overgestapt naar de raamprostitutie.
Ze interviewde ook 6 heroïneprostituees:
pagina 12:
(...) De wijze waarop zij in het vak terecht zijn gekomen.
Vijf zijn als gevolg van heroineverslaving in het vak terecht gekomen; 1 door regelmatig cafébezoek in een prostitutiebuurt; 3 werkten eerst gedwongen als raamprostituee.
Ik ben er dus niet zo optimistisch over. Vreemd dat je dan toch zo weinig hoort over gedwongen prostitutie van Nederlandse vrouwen in clubs en privé-huizen.
 
Ik haal nog eens dat rapport terug waarin aan prostituees werd gevraagd hoe vaak prostituees gedwongen werden, een bemoeizuchtig vriendje hadden of geld moesten overdragen. Zij gaven per sector (raam, club...) geen (statistisch significante) verschillende antwoorden (maar dat kan natuurlijk ook komen omdat de steekproeven klein zijn):
Sociale positie van prostituees (een jaar na de wetswijziging, op pagina 27, 28 en 29)
Aangezien er in clubs en in de escort veel meer Nederlandse vrouwen werken, en gelet op het feit dat in dit rapport de wat nettere clubs en privé-huizen naar voren komen is dit opmerkelijk. Deze informatie suggereert dat kennelijk dwang in andere sectoren dan de raamprostitutie niet veel minder vaak voorkomt, ook niet bij Nederlandse prostituees. Bij mij komt dan de vraag op wie dan de pooiers zijn die die Nederlandse vrouwen dwingen? Zijn dat dezelfde voornamelijk Turkse, Marokkaanse, Antiliaanse en Surinaamse pooiers die vooral in de raamprostitutie actief zijn???? (Ik heb het vermoeden dat het hier dan wel eens om autochtone Nederlandse mannen kan gaan, maar waarom hoor je hier dan zo weinig over?)
 
Dan de vraag wat de waarheid is? Het feit dat de meeste gevallen van Nederlandse slachtoffers van vrouwenhandel betrekking hebben op de raamprostitutie wil nog niet zeggen dat dit ook echt zo is. Daarom zoek ik naar een andere methode om erachter te komen. Eén zo'n methode is door verschillende levensverhalen van Nederlandse prostituees te bestuderen en te kijken, in het geval dat zij gedwongen worden, in welke sectoren zij gedwongen werkten. Voor het boekje Sekswerk (1991) van Sietske Altink werden 60 veelal Nederlandse prostituees geïnterviewd. 26 waren er gedwongen, maar helaas laat het boekje maar van 2 gevallen zien in welke sector het slachtoffer werkte, in beide gevallen was dat (ook) in de raamprostitutie. In het hoerenboek (1987) van Martine Groen vertellen 10 prostituees hun verhaal. 3 van hen waren vroeger gedwongen, 2 in de raamprostitutie, 1 in een privéhuis. In het boek Vrouwenmantel (2003) beschrijft Dieuwke Talma 57 prostituees die haar haptonomiesessies bijwoonden. 1 was vroeger gedwongen en ik leid af uit de verhalen dat 7 op dat moment nog gedwongen in prostitutie werkten door hun man of vriend. Van die 7 wordt helaas ook maar van 1 vermeld waar ze werkte. Dat was in een club. Hoewel deze gegevens anecdotisch zijn, lijken ze toch weer in de richting van de raamprostitutie te wijzen. Dus van 6 gevallen, 4 achter de ramen, 1 in een club, 1 in een privéhuis. Een veel te kleine steekproef.
 
Het rapport "Hoe ex(prostituees) zich zelf redden — Een onderzoek (de afwezigheid van) hulpvragen" (Ine Vanwesenbeeck, Sietske Altink en Martine Groen, 1989) is gebaseerd op dezelfde geïnterviewde vrouwen als in het boekje Sekswerk (1991) van Sietske Altink. Er werden 60 vooral Nederlandse vrouwen (54=88%) geïnterviewd. 14 (23%) van hen werkten voornamelijk in een club, 12 (20%) voornamelijk in een privéhuis, 16 (27%) voornamelijk achter een raam, 4 (7%) voornamelijk op straat, 3 (5%) voornamelijk in de escort, 3 (5%) voornamelijk thuis, 2 (3%) voornamelijk in een SM-huis, en 6 (10%) in een combinatie van sectoren. Van deze 60 werden er 24 gedwongen. Het rapport licht een tipje van de sluier op als het gaat over in welke sector de meeste dwang voorkomt. Er is de vrouwen gevraagd hoeveel ze te maken hadden met victimisatie. Er wordt gezegd dat raamprostituees "significant" vaker te maken hebben met geweld door derden op latere leeftijd, alleen staat er niet bij of ze gedwongen als prostituee werkten, het is dus heel algemeen. Het noemt ook nummers, F=7,04 en p=0,01. Met die p=0,01 willen ze de statistische significantie aangeven (ze bedoelen dan 1% kans dat het verschil op toeval berust). Met F bedoelen ze de F-verdeling. Eigenlijk zeggen de getallen niet zo veel meer dat met 99% zekerheid gesteld kan worden dat er tegen raamprostituees meer geweld gebruikt wordt, alleen niet hoeveel meer geweld. Ik zal gewoon de hele paragraaf maar citeren:
pagina 75-76:
Vergelijken we de totaalscores op de verschillende schalen met het voornamelijk werken in clubs dan wel privehuizen, dan wel achter het raam, op straat, in de escort, thuis, in SM of een combinatie van verschillende vormen, dan vinden we significante verschillen op twee schalen. Om te beginnen zijn er verschillen in druggebruik (F=2.2, p=.05): het druggebruik is lager dan gemiddeld in de escort en bij thuiswerksters en hoger dan gemiddeld op straat en bij de vrouwen die op een combinatie van plekken gewerkt hebben.
Ten tweede scoren vrouwen die achter het raam, op straat en thuis werken of SM-werk doen significant hoger dan het gemiddelde op criminele en seksuele victimisatie op latere leeftijd door bekenden (F=2.6, p=.02).
Vergelijken we de club- en privehuiswerksters met de andere groepen, dan vinden we eveneens een verschil op die scores (F=10.9, p=.00): vrouwen die voornamelijk in clubs en privehuizen werken of gewerkt hebben rapporteren significant minder victimisatie op latere leeftijd door bekenden dan gemiddeld is op die schaal. Bovendien blijken deze vrouwen een lagere totaalscore dan de gemiddelde te hebben op victimisatie (F=5.6, p=.02) en op psychosomatische klachten (F=4.2, p=.05).
Vergelijken we de raamwerksters met de andere groepen, dan vinden we over het algemeen juist hogere scores voor de raamvrouwen: deze vrouwen rapporteren significant meer victimisatie door bekenden op latere leeftijd (F=7.04, p=.01) dan gemiddeld, rapporteren meer lichamelijke klachten (F=6.98, p=.01) en meer psychosomatische klachten (F=7.6, p= .01). Bij de emotionele en psychosociale problematiek en victimisatie in het algemeen doet zich dezelfde tendens voor, maar deze verbanden zijn niet significant.
Algemeen gesteld lijken vrouwen in clubs beter af te zijn dan vrouwen achter het raam. Uiteraard hoeft de oorzakelijkheid hiervan niet bij de werkplek zelf te liggen.
Update: Bij toeval ontdekte ik de boeken van de Amerikaan David Farer, jarenlang heb ik hem over het hoofd gezien. In 1995 schreef hij het boek Bordeellevens. Hij heeft een tijd gewoond in de bordelen van Jan Bik en heeft veel prostituees geïnterviewd. Ook heeft hij een tijdje als manager opgetreden. Wat hij over de prostituees vertelt klinkt niet positief. Veel zijn seksueel misbruikt en hebben foute mannen die hun mishandelen. Zijn boek spreekt het beeld tegen dat Nederlandse prostituees in clubs minder mishandeld worden dan in de raamprostitutie. Zo legt de Latijns Amerikaanse prostituee Catalina uit (pagina 98):
Volgens mij zijn Nederlandse prostituées heel eigenaardig. Ze zijn niet gezond. Velen van hen zijn aan drugs verslaafd. Ik denk dat ze uit slechte gezinnen komen. Ze verdienen zoveel geld, maar ze verspillen het aan drugs en aan vrienden die hen slaan. Ik zie ze binnenkomen, vol blauwe plekken.
David Farer schreef ook een Engelse versie van dit boek (2008) die een wat andere inhoud heeft, Catalina komt er bijvoorbeeld niet in voor, en het heeft wat extra hoofdstukken met commentaar. Op pagina 392-393 vertelt hij:
Most prostitutes in permanent relationships have men who dominate, beat, belittle, insult, and attack them. Even women who dominate clients, other prostitutes, and managers at the brothel go home to men like Valerie’s boyfriend or worse. Valerie's man eventually hospitalized her, but she defended the creature even after the hospital released her.
These boyfriends are men whom the women choose for emotional reasons of their own.
Although perfectly dependent on the women, these men were cruel to them. They played no role in the women's professional lives. Many people call such men pimps, although they were not pimps in the sense of men who found their women customers and "managed" their careers as prostitutes. They had not pushed the women into prostitution. The men had no control over the women whatever, apart from that which the women gave them. Examples abound, but that which comes to mind first was when I spent hours and days explaining to a prostitute that she could and should get rid of her abusive boyfriend and find a nicer one who did not beat her up every night. She then very simply went home, packed his suitcase, drove him to a hotel, and gave him some money.
The next day she told me to pack my books and throwaway my clothes, Because she would drive by my home to pick me up. As my jaw bounced off the floor, the others took her aside and explained to her that David had not intended to apply for a position as her new pimp. She then drove to the hotel where she had deposited her old pimp and took him home. He celebrated their reunion by beating her unconscious that night.
Here is yet another example of my naiveté in intervening in situations that were over my head, and in which I went into battle armed with good intentions, but little sense.
Wat ook naar voren komt in Farer's boek is dat ook oudere prostituees (30+) geweldadige mannen blijken te hebben. Dus ook de truc om uitsluitend oudere Nederlandse prostituees te bezoeken om gedwongen prostituees te mijden zal dus niet werken.
 
***
 
Het lijkt erop dat ook in het verleden souteneurs een voorkeur hebben gehad voor raamprostitutie, maar ook de straatprostitutie, al kwam de raamprostitutie minder sterk naar voren dan nu.
J.F. Hartsuiker laat statistieken zien in het boekje "De Souteneur in het Nederlands recht" (1964) in tabel 20 op pagina 123. De gegevens heeft hij van dossiers over de periode 1951-1961. Hij verdeelt de souteneurs onder in de uitbuiters, de 'genommenen' (de pooiers die door prostituees zelf zijn aangetrokken) en de overigen (de pooiers die niet onder zijn te brengen onder de twee eerder genoemde groepen):
 
Type prostituee
uitbuiter
'genommene'
overigen
totaal
onbekend + niet onder te brengen
1
1
1
3
raam
34
19
27
80
straat en tippelen
35
9
11
55
café
15
6
9
30
auto
2
-
1
3
hotel of privé huis
3
2
8
13
totaal
90
37
57
184
 
Nu is alleen wel het probleem dat ik deze gegevens nog niet echt kan vergelijken met prostitutie in het algemeen zoals die toen was. De informatie van toen is heel vaag en erg onbetrouwbaar. Wat opmerkelijk is is dat de niet-'uitbuiters' zich in verhouding meer concentreren in de raamprostitutie dan de 'uitbuiters'.
 
***
 
'Escort in Amsterdam' (Eysink, Smeets en Etman, 2000)
 
Pagina 6:
De escortwereld is een cokewereld, waarin veel klanten èn escorts gebruikers zijn. Bekend is dat cocaïne via clubs en escort tegen aangedikte prijzen te verkrijgen is, samen met de escort: 'de package-deal'.
Pagina 28:
De meisjes die de prostitutie inrollen of instappen of ze nu hoog of laag zijn opgeleid - zijn 'het spoor bijster', aldus een exploitant van één topescortbedrijf. Ze stappen er met een verleden in en stappen er geschonden weer uit.
Pagina 29:
De inkomsten in clubs zijn deels afkomstig uit de seksuele dienstverlening, deels uit de verkoop van de drank. Een informant meldt: "Ik weet niet waar meer aan verdiend wordt". Meerdere informanten wijzen daarnaast op excessief cocaïnegebruik in clubs en escort door zowel klanten als prostitué(e)s zelf. "Je kunt niet ontkennen dat er in deze business veel mensen met hun neus in de poeiers zitten, ook onze meisjes", is een uitspraak van een exploitant die door escorts bevestigd wordt. "In dit werk raak je verslaafd aan geld en coke", aldus een meisje. Cocaïnegebruik vergemakkelijkt het hebben van urenlange seks, wat voor de exploitant en escort inkomsten betekent. Volgens insiders is het mogelijk om zowel escort als coke te bestellen - een 'package-deal' - waarbij de prijs van cocaïne uiteraard boven de straatwaarde ligt.
Pagina 34:
De meeste escortmeisjes kunnen getypeerd worden als 'gewone' jonge vrouwen met banen of uitkeringen die erbij willen verdienen. Geen 'echte hoeren' - aldus een ervaren prostituée – geen vrouwen die ervoor uit willen komen als prostituée haar geld te verdienen en zichtbaar willen zijn achter het raam. Hoog in de markt gaat het om Nederlandse en legaal, verblijvende buitenlandse jonge vrouwen met een afgeronde opleiding of studenten die een gesprek weten te voeren. In het hogere middensegment gaat het om Nederlandse jonge vrouwen - zowel alleenstaande moeders als jonge vrouwen met of zonder een partner – en jongens, voor wie de inkomsten vaak een aanvulling zijn op de uitkering'. Daarnaast zijn er legaal en illegaal verblijvende buitenlandse meisjes en jongens met variërende opleidingsachtergronden. Hoe meer naar de lagere middenklasse en onderkant van de markt, hoe meer illegaal verblijvende meisjes en jongens er werkzaam zijn.
 
Stap in de escort
 
De meisjes die als escort werken, hebben meestal een 'geschiedenis', aldus meerdere typen informanten, waaronder de meisjes zelf. Dat alle meisjes een incestverleden hebben, zoals vaak verondersteld wordt, is grote onzin, zo stellen enkele informanten'. Sommigen doen het gewoon voor de kick, het avontuur, maar vooral voor het geld. Wel is het zo dat veel vrouwen jeugdervaringen hebben waardoor ze in staat zijn om grenzen en normen te overschrijden, aldus een exploitant. Er is sprake van persoonlijke problemen, er is praktisch altijd sprake van financiële problemen, van schulden die gesaneerd moeten worden en waartoe escort een snelle methode is.
 
Er zijn verschillende manieren waarop de vrouwen in het werk verzeild raken. Een voor de hand liggende manier is meegaan met een vriendin, zoals meerdere vrouwen melden. Anderen zijn afgegaan op artikelen in 'glossy' tijdschriften waarin escorts of eigenaren aan het woord komen. Weer anderen nemen de beslissing snel geld te willen verdienen en bellen enkele advertenties van de Gouden Gids af, lezen advertenties in tijdschriften. Enkele gerenommeerde bureaus houden 'selectie-avonden' waarbij meisjes met belangstelling voor de escort zich kunnen presenteren. Essentieel voor de escort is dat de drempel om erin te stappen minder hoog is dan bij andere - openlijker - vormen van prostitutie. Escort voelt minder aan als prostitutie, escorts zijn minder betrokken bij 'het milieu' dat andere vormen van prostitutie omgeeft. 'Escortseks is discreter voor klanten èn werkers, waarbij het voor de laatsten mogelijk is om ongezien af en toe 'een escortje te draaien'.
zie vervolg:
 
 
Lees meer...   (6 reacties)
 
 
Uitspraken van prostituees
 
Metje Blaak (ex-prostituee in haar boek 'de Trukendoos' uit 1998, werkt nu bij de Rode Draad, in het volgende fragment zit zij te vertellen over prostitutie voor een klas met middelbare scholieren)
Uit de mond van een mooi meisje met een ernstig denkrimpeltje boven haar onschuldige blauwe ogen: 'Is het waar dat de meeste vrouwen die in het leven zitten, zijn misbruikt?' Ik maakte racend snel een optelsommetje en antwoordde: 'Helaas is dat waar. 60% is misbruikt, 30% wordt aangezet door een vriendje en 10% heeft er echt voor gekozen.'
Over pooiers door Metje Blaak in hetzelfde boek:
Souteneurs zijn al zo oud als de wereld en ze opereren zeer fantasieloos. Ze hebben al eeuwen dezelfde tactiek. Pooiers bestaan nog wel degelijk maar ze werken helemaal legaal en doen niets strafbaars. Zelfs vandaag de dag doen ze nog zeer goede zaken. Tot voor kort is er nog tijdelijk een zeer agressieve soort van pooiers geweest. Deze lieden haalden meisjes uit Polen, Portugal of de Oostbloklanden zoals voorheen Joegoslavië. Deze meisjes werkten vaak onder bedreigingen en raakten, doordat ze meestal constant in bordelen en seksclubs opgesloten zaten, compleet aan de drank. Maar dat gaat nu niet meer. Er worden nu regelmatig razzia's gehouden door de plaatselijke politiekorpsen die deze illegale meisjes zonder pardon de grens overzetten. Deze tak van pooiers is nu werkeloos geworden. Deze heren zonder charisma kunnen alleen met hun ijzeren wapen iets bewerkstelligen en hoeven de stoomcursus die ik hieronder even aantip niet te volgen. Daar hebben ze geen aanleg voor.
 
STOOMCURSUS POOIER!
 
Je bent jong, mooi, donker en knap. Je hebt geen werk en daar heb je ook niet veel zin in. Je zoekt een jong meisje, liefst eentje uit een opvanghuis, zo'n kind wat weinig liefde heeft gekend. Geef haar de liefde waar ze haar hele leven al naar verlangt. Vertroetel haar een tijdje zodat ze binnen een paar weken tot over haar oren verliefd op je is. Zet haar achter het raam. Prijs haar als ze goed verdiend en tuig haar af als ze er met de pet naar gooit. Wedt niet op een paard. Laat haar vooral niet het monopolie krijgen, neem meerdere meisjes en je kostje is voor jaren gekocht. Daarbij is er niemand die je wat kan maken. Ze houden van je. Ze werken voor je. Ze doen hun best. Ieder wil de liefste zijn.
 
Vandaar dat de werkeloze pooiers terug moesten naar de eeuwenoude manier van werken. Helaas voor de heren zonder charisma die met lede ogen moeten toezien hoe de nieuwe generatie pooiers, vaak van Marokkaanse afkomst, zeer goede zaken doet. Natuurlijk hoor ik sommige lezers nu zeggen: 'Die meiden zijn hartstikke stom, ze willen het toch zelf!' Zeker nooit in een opvanghuis gezeten en geen vader gehad die alcoholist was of een moeder die nooit thuis was. Of zo eentje die met Jan en alleman de koffer in dook?!
 
Vele meisjes van plezier zijn op deze manier in het vak terecht gekomen. Door toedoen van een vriendje die op deze manier snel geld wilde verdienen. De meesten hebben toch naar enkele jaren deze parasieten weten af te schudden en werken nu zelfstandig achter het raam of in een luxe bordeel. Ze zoeken nog steeds naar warmte en genegenheid en er zijn helaas nog altijd zogenaamde vrienden die daar misbruik van maken.
 
Elène Vis (uit Het Nieuwsblad, 7/3/2005, "Prostituee word je niet voor het geld" ex-escortkoningin, okay eigenlijk off-topic, maar een opmerkelijke uitspraak.)
U noemt mensen die in de prostitutie stappen beschadigde personen.
,,Toen ik er zelf mee begon, wist ik dat natuurlijk niet. Nu weet ik wel beter. Als je je leven echt in balans hebt, als je echt genoeg eigenwaarde hebt, dan stap je toch dit vak niet in? Alleen voor het geld doe je dit volgens mij niet. Er zijn andere manieren om veel geld te verdienen''
,,Eerlijk waar: als ik toen wist wat ik nu weet, dan was ik nooit met een escortbureau begonnen.''
Xaviera Hollander (in haar boek "de Happy Hooker", ze zit in het volgende citaat overigens te kletsen met andere prostituees, had bordelen in de VS in de jaren zeventig)
Het leek me niet van goede smaak getuigen om hier over geld, de klandizie of het vak te praten. Maar aangezien ik nieuwsgierig was, besloot ik een kleine opiniepeiling te houden.
'Wat doet een meisje zoals jij in een oord als dit?'
Carmen, de vurige Braziliaanse, zei: 'Ik haat dit vak. Maar mijn pooier slaat me kreupel als ik niet met geld thuiskom. Hij is de enige met wie ik graag neuk!'
Christa, het Duitse meisje met de lange benen en het hooggeblondeerde haar, lachte: 'Ik ben getrouwd en mijn man weet wat ik uitspook. We kunnen een extraatje goed gebruiken.'
Sunny, een Amerikaanse, snauwde:'Ik heb de pest aan kerels, ik ben lesbisch. Ik doe het alleen voor de verdiensten.'
Ook was er nog een mooi, jong meisje die zei dat ze het niet vervelend vond. Ze bekostigde op deze manier haar universitaire studie. Verder was er niet een die toegaf dat ze van haar beroep hield, laat staan van sex, behalve ikzelf en een beeldschone negerin die Laura heette........
ergens anders in haar boek zegt Xaviera:
De meeste hoeren die niet bij een madam werken houden er een pooier op na.
Ajjjj, zelfs Xaviera zegt het. De waarheid komt soms hard aan. (maar ik twijfel er nog steeds aan. Ik hoop ècht dat Xaviera hier ongelijk heeft. Maar ja, het ging hier natuurlijk om de USA.)
 
Een slachtoffer van vrouwenhandel (hoofdstuk vijf uit het boek "Levende Lading" van Craig McGill, 2003, over een Oost Europees meisje dat werd gedwongen in een bordeel in Brussel te werken.)
Zo nu en dan probeerde een van de meisjes te ontsnappen, of er was sprake van pogingen om hulp te krijgen van de honderden politici die in de stad verbleven, maar de "dames" vertelden de meisjes dat hoewel de politici die bij de Europese organisaties hoorden belangrijk waren, ze dat niet waren op de manier waarop de meisjes dat verwachtten.
"Annie heeft ons eens verteld: 'Ja, ze zijn erg belangrijk. Velen van hen behoren tot onze beste klanten, want ze zijn vaak bij hun vrouw weg en wonen op hotelkamers,' en sommige van de meisjes kwamen tot de ontdekking dat dat waar was. Ze verschilden niet van de anderen, als ze klaar waren behandelden ze ons als vodden. Het kon ze niets schelen en sommigen die beweerden dat dat wel zo was, zeiden dat alleen maar om gratis te krijgen wat je te bieden had."
Een slachtoffer van vrouwenhandel (uit een nieuwsbrief van de SRTV, Sept. 2004, lees het verhaal van Tatjana, meer over Tatjana:De zaak Tatjana V.)
Niet lang na mijn introductie op straat werd ik ook ingezet in de escortservice en zocht ik klanten op in hotels. Deze mannen waren doorgaans minder smerig en bruut dan de klanten op straat, maar in de kern waren ze niet minder walgelijk. ‘Waarom doe je dit?’ was zonder uitzondering de eerste vraag die ze stelden. Ik vertelde altijd precies hoe het zat. Ze vonden het rot voor me, maar uiteindelijk maakte het ze niks uit en gingen ze gewoon met me naar bed, op een enkeling na die me in plaats daarvan mee uit eten nam.
Een (ex-)exploitant
 
http://www.l1.nl/l1/nl/html/algemeen...X574006G42T2PV (ja, eerst stond het hier, maar het is nu weg, zie verder de bron: www.l1.nl)
De campagne 'Meld gedwongen prostitutie' slaat de plank volledig mis. Dat zegt Leo de Klein. Hij is voorzitter van een landelijke belangenvereniging voor bordeelhouders en had in het verleden een club in Linne. Justitie, politie en de Stichting Mensenhandel willen gedwongen prostitutie aanpakken. Bezoekers van prostituees moeten leren herkennen wanneer een vrouw onder dwang in de branche werkt. Dat kunnen ze dan via een anoniem nummer doorgeven. Volgens oud-bordeelhouder De Klein zijn bezoekers van prostituees daar niet in geïnteresseerd. De meesten zijn alleen op zoek naar zo goedkoop mogelijke seks.
Prostitutie in clubs en privé-huizen
 
De weblog van Jeanette (zij heeft in 2 privé-huizen gewerkt midden jaren 90, PS: Jeanette is later weer als prostituee gaan werken en merkt nu op dat dwang sterk is verminderd)
Ik heb veel meiden ontmoet die gedwongen werden om in deze wereld te werken. Het gros werd gedwongen. Óf door hun partner, vriend, of hun verslaving. Het rare is dat degene die gewoon voor een pooier werkten altijd deden of hij hun vriend was. Nu geloof ik ook wel dat sommige dat werkelijk dachten en niet door hadden in welke ongezonde relatie ze terecht waren gekomen maar ik stond er verbaast van dat meiden zich zelf zoveel wijsmaken. Ik realiseer me dat veel vrouwen die in die wereld terecht komen hier in zullen moeten blijven omdat ze niemand in vertrouwen durven nemen en dus ook niemand hun kan helpen om hier uit te stappen.
Een ex-prostituee van bijna 50 die vroeger acht jaar in de prostitutie heeft gewerkt verteld op pagina 54-56:
Mijn man ging heel onvolwassen om met mijn werk in de prostitutie. Soms pushte hij mij om te gaan werken omdat er geen geld was en andere keren kreeg ik naar mijn hoofd dat ik de hoer speelde.
 
(...)
 
Ik heb in clubs gewerkt, daar werden meisjes door pooiers gedwongen en geslagen en ik zag de verschrikkelijkste dingen. Meisjes die werden vastgehouden en die mochten alleen gaan om te gaan werken. Dat heeft me heel erg aangegrepen en af en toe kan ik me daar ook nog heel erg rot onder voelen. En heel machteloos. Ja, dat heeft mijn wereldbeeld heel erg aangetast. Ik had nooit kunnen denken dat mensen zo slecht konden zijn en elkaar zo'n pijn konden doen. Dat heb ik daar pas gezien. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik nu begripvoller ben naar mensen die het moeilijk hebben en dat ik niet meer oordeel over mensen. Dat deed ik vroeger nog wel eens, hoor. Dan had ik overal een mening over. Maar nu niet meer. Ik wil mensen eerst leren kennen. En vaak komt er dan heel iets anders uit dan dat je verwacht.
Anna Ziverte (in de Viva 2005, bekendste slachtoffer van vrouwenhandel, werkte in clubs en ook in de escort. Als je haar boek 'Valse Belofte' leest dan valt op dat de pooiers binnen werden gelaten in de clubs. Dat is zeer ongebruikelijk. Sexclub de Ritz was in 1997 in handen van de bende van de miljardair bekend uit het boek van Chris de Stoop.)
We werden naar een sexclub gebracht in hartje Rotterdam. Achteraf weet ik dat de Ritz een legále club was, maar niet één vrouw zat er vrijwillig.
Hoewel de pooiers in clubs en privé-huizen minder zichtbaar zijn, werken ook daar prostituees die voor hen werken: “In elke club waar je komt zitten wel een paar meisjes die voor hun vriendjes moeten werken.”
Ja, die laatste citaat was van een prostituee.
 
Alle politiemensen waarmee we spreken, zeggen dat de overgrote meerderheid van de prostituees op de Wallen een of andere vorm van pooier-vriend hebben. Dames uit de Dominicaanse Republiek en Colombia zijn eigenlijk de enigen die helemaal onafhankelijk werken (althans onafhankelijk van mannen in Nederland). Maar wat is nu het verschil tussen een loverboy en een pooier? Projectleider van Gelder vertelt: ‘Als een vrouw wil werken in de prostitutie dan regelt ze een kamer, condooms, glijmiddel en dan regelt ze ook een pooier. Dus het gaat hier om een zakelijke overeenkomst. En loverboys, die keren dat om. Die gaan een relatie aan met een meisje, die dwingen haar in de prostitutie, die bedreigen en mishandelen haar. Dus dat is het verschil.’ (.......)
Het is voor alle vrouwen vrijwel onmogelijk om alleen en zelfstandig te werken. Er zijn altijd mannen op de achtergrond en alleen hun rol varieert. De belangrijkste variabele blijkt de etnische groep waartoe de prostituees behoren. Rond ieder etnisch segment cirkelen (netwerken van) mannen die van de prostitutieopbrengst profiteren. De dames zelf verzekeren ons dat werkelijk geen enkele prostituee helemaal zonder man werkt. Wie dat probeert zal geen stand houden tegen de mannen die zich opdringen. De prostitutie is deze vorm van afpersing eigen (.........)
Bij Oost Europese vrouwen zijn mannen op de achtergrond aanwezig die eerder als mensenhandelaar of controleur in dienst van de mensenhandelorganisatie functioneren. Toen een van ons samen met hulpverleenster Toos Heemskerk bij Oost-Europese meisjes aanklopten en binnenstapten (zie hoofdstuk 3), viel op dat de meisjes steeds binnen de twee minuten werden opgebeld. De bellers zaten waarschijnlijk aan de overkant in het café en hielden het raam in de gaten (.........)
We kunnen niet uitsluiten dat ondernemers in de prostitutiebranche soms inderdaad niet weten dat zij voor een pooier werkt. En inderdaad: er zijn er enkelen die hun poot stijf houden. Maar de meisjes die wij spreken, moeten er om gniffelen. De portier van dezelfde club als waarvan wij hierboven de eigenaar aan het woord lieten, weet heel goed wie er buiten staat te wachten. Zij verzekeren ons dat ze bij alle sectoren van de prostitutie zo aan de gang kunnen en dat de ondernemers bliksems goed weten dat ze voor een souteneur werken(.........)
Weliswaar zijn in alle sectoren van de prostitutie wel meisjes aan te treffen die voor souteneurs werken, ook al vinden onderzoekers in de escortbranche of in andere sectoren ze nauwelijks (vergelijk de teleurstellende opbrengst van zulke pogingen over de escortbranche in Amsterdam van Eijsink-Smeets en Etman, 2000 en Goderie, Spierings en ter Woerds, 2002, over de prostitutie van minderjarigen na opheffing van het bordeelverbod), maar zowel de zogenaamde souteneurs zelf die we spraken als de meisjes verwijzen in de eerste plaats naar de ramen. Voor onderzoek heeft deze sector het voordeel dat ze gemakkelijk toegankelijk is (........)
De beheerders doen hun best om zo veel mogelijk van hun ramen te verhuren. Door de week is het rustig, in het weekend druk. Hij heeft er alle belang bij zijn raam (vergelijk het verhuren van een hotelkamer) voor een bepaald dagdeel over een volle week te verhuren. In de praktijk blijkt het gemakkelijker zo’n deal voor een hele week te maken met een souteneur die meer meisjes controleert. De prostituee vervoegt zich in het kantoor (haalt de sleutel enzovoort), maar de huurafspraak wordt telefonisch met hem gemaakt. Dit blijkt uit telefoongesprekken die door de politie zijn afgeluisterd (........)
Nu dan de lastige vraag of dit allemaal loverboys zijn volgens onze definitie. Hiervan is sprak wanneer zulke mannen jonge vrouwen via romantische manipulatie in de prostitutie brengen We zien in de loop van ons onderzoek kans dit aan tenminste twintig meisjes voor te leggen. Ja, ze zijn oorspronkelijk wel vaak via een verliefdheidsrelatie in de prostitutie terecht gekomen. De manier waarop dit gebeurt is, maakt een buitengewoon doortrapte indruk. De hoofdpersonen in hun verhaaltjes komen inderdaad erg dicht in de buurt van het loverboystereotype. Ze vertellen ons ook dat Marokkaanse jonge mannen (en trouwens ook wel Turken) daar magische technieken bij gebruiken. De meisjes noemen dit voodoo (........)
Een anonieme (waarschijnlijk Nederlandse) ex-prostituee (zelf slachtoffer van vrouwenhandel) die in verschillende clubs werkte (op hookers.nl in 2005)
Ik heb veel meisjes leren kennen en zeker meer dan de helft zaten daar gedwongen, allen op een eigen manier maar nog altijd tegen hun wil in.
Ga maar eens aan de politie vragen hoeveel pooiers zij weten die meisjes dwingen, ben er eenmaal geweest. Werd bijna uitgelachen door die beambte, hij wist zelfs over wie ik het had "een bekende" zei hij zelfs bijna lachend!!
'Het is ongelofelijk hoe ze met mij hebben gesold' - Opheffing bordeelverbod nadelig voor slachtoffers vrouwenhandel (verschenen in Opzij januari 2000, Femke van Zeijl)
Over een Tsjechische slachtoffer van vrouwenhandel. Zij werkte in een sexclub in Rotterdam.
'Op een gegeven moment vind je het niet eens erg meer dat ze je slaan. Dat ze je geestelijk kapotmaken, dat is veel erger. Ik probeerde altijd een lichtpuntje te blijven zien, maar soms was dat moeilijk. De hele tijd dat ik in de club zat, heb ik min of meer geloofd dat ik het zelf allemaal schuld was. Die mannen hebben mij wijsgemaakt dat ik er zelf voor gekozen had. Het is ongelofelijk hoe ze met mijn geest hebben gesold.'
Ik heb nu allemaal negatieve voorbeelden gegeven over clubs. Over raamprostitutie hoor je veel negatieve verhalen. Over clubs en privé-huizen niet. Daar hoor je wisselende verhalen over. Een prostituee die in clubs en privé-huizen werkt vertelde:
Ik werk al heel wat jaartjes in deze seksindustrie en alle meiden die ík ken doen het geheel vrijwillig.
Ik snap daar helemaal niets van. Maar als ik het goed heb, dan zijn mensenhandelaren en loverboys veel minder actief in clubs en privé-huizen, bij Nederlandse prostituees althans. Niet bij buitenlandse vrouwen. (ik hou mijn vingers gekruist)
De bordeeleigenares van de Chaplin Club in Den Bosch (www.chaplinclub.nl) die aan het woord komt in "Ga je mee, schat?" van Bert Voskuil en Henk Ruigrok uit 1998
En als ik de indruk krijg dat meisjes worden gedwongen door hun vriendjes of vrouwenhandelaren om in de prostitutie te gaan, dan komen ze bij mij niet aan het werk. Er worden me soms wel buitenlandse vrouwen aangeboden door wat ik de maffia noem. Of ik meisjes wil kopen, echt zo wordt het je dan gezegd. Zulke aanbiedingen sla ik altijd af. En meisjes waarvan ik er later achter kwam dat ze door die vrouwenhandelaars werden gedwongen te werken, heb ik wel geholpen om onder te duiken. Daar heb ik trouwens nog genoeg problemen mee gehad. Ik heb zelfs wel eens een pistool tegen mijn hoofd gehad, omdat ze me wilden laten zeggen waar zo'n meisjes zat. Maar dat weigerde ik.
Uit het weekblad 'Mijn Geheim' (NR 8/19 (2008)), 'Dossier - In de klauwen van loverboys - Vlinder wil weer vliegen...' : De (Nederlandse?) 18-jarige Vlinder ontmoet Wessel en wordt gedwongen/gemanipuleerd om in een club te werken. Opmerkelijk is dat Wessel een goede baan heeft, getrouwd is en kinderen heeft.
(...)
 
De volgende dag [na haar eerst ervaring in de club] ging ik terug en toen werd ik een beetje opgevangen door een vrouw die er al behoorlijk lang werkte. Zij kwam uit het swingerswereldje, met veel wisselende sekscontacten, en ze had van haar hobby haar werk gemaakt. Ze vond het lekker en kon er nog veel geld mee verdienen ook. Zij was een van de weinige vrouwen die ik in die jaren ontmoet heb die er vrijwillig inzat. De anderen waren allemaal gedwongen. Ik ook, besef ik achteraf. Ik zat er omdat ik geen andere manier kon verzinnen om aan geld te komen en omdat Wessel me in die richting had gemanipuleerd.
 
(...)
 
"Ik raakte gehard door mijn werk. Prostitutie is een heel vieze bedrijfstak, waar iedereen aan onderdoor gaat. Wat er gebeurt is soms mensonterend. Je houdt er littekens aan over die nooit meer weggaan. Je wordt er ook kei- en keihard van. Ik heb verschrikkelijke dingen meegemaakt. Ik heb jongens gezien, heterojongens, die tot homoprostitutie gedwongen werden. Soms wisten zij geen andere oplossing voor hun schaamte dan maar een eind aan hun leven te maken. Ik heb kerels van bijna negentig gehad die drie keer in de week langskwamen om het met mij te doen. Dan praten we over een leeftijdsverschil van bijna zeventig jaar. Hoerenlopers zijn schoften, schoften, allemaal. De wereld van de prostitutie is een van de plaatsen waar de onderwereld en de bovenwereld elkaar ontmoeten. Er zijn mannen met mij in zo'n vies, stinkend, schemerig verlicht kamertje geweest die ik later op tv zag in de Tweede Kamer. BN'ers die langskwamen. Leuk, even een hoerenbezoekje, even een meisje pakken. Walgelijk. Huurmoordenaars, waarvan je soms de tronies in de krant ziet, heb ik daar over mij heen gehad. Een klant die me vlug, vlug zonder condoom verkrachtte. 'Over zes maanden weet je wat voor cadeautje je van me gekregen hebt!' riep hij toen hij wegrende. Het was duidelijk wat hij bedoelde: na zes maanden kan pas onderzocht worden of je hiv hebt.
Je moet ook absoluut geen romantisch idee hebben over de relatie tussen de meiden onderling. Die zijn keihard voor elkaar, iedere zwakheid wordt genadeloos afgestraft. Allemaal proberen ze om zo veel mogelijk geld te verdienen met zo weinig mogelijk moeite. Je probeert zelf de beste klanten te krijgen en je stuurt de beesten met de andere meiden naar boven. Wat hun overkomt, blijft jou in ieder geval bespaard. Je bent alleen, je moet alles alleen doen. Je hebt geen besef meer van tijd, je leeft 's nachts. Bij iedere klant brokkelt je ziel verder af, maar op den duur zakt je verdriet weg. Alles draait om geld.
 
(...)
 
Dat ging niet zonder slag of stoot [om te ontsnappen uit de prostitutie], want dan moet je die andere meiden eens meemaken als je dreigt om aan het wereldje te ontsnappen. ledereen zit daar gedwongen, door een pooier of door hun eigen financiele omstandigheden. Ze kunnen niet anders dan zichzelf wijsmaken dat ze er uit vrije wil zitten. Dat heb ik mezelf ook jarenlang voorgehouden. Als iemand dan lijkt te gaan ontsnappen, vinden ze dat ze zelf gefaald hebben omdat het hen al meerdere malen niet is gelukt. Dan komt de jaloezie. Dit alle macht proberen ze te voorkomen dat je ontsnapt, ze maken je het leven zuur. Pesterijen, stalken, doodsbedreiging, mishandeling, noem maar op. Voornamelijk dankzij die gastvrouw ben ik uit dat wereldje gekomen. Zij stimuleerde mij in eerste instantie om te werken aan een terugkeer in de 'normale' maatschappij. En verder was er niks, niemand, zoek het maar uit. Geen hulpverlening, geen instanties waar je terecht kunt."
Straatprostitutie
 
Ik was koningin van de nacht - Rianne 33 werkte jarenlang als prostituée (artikel door Lydia van der Weide, verschenen in de 'vriendin')
De ex-prostituee die in dit artikel wordt beschreven werkte in seksclubs. Daar merkte ze niets van gedwongen prostitutie, totdat ze op straat ging werken
Daar is het heel anders dan in een club. Er veel meer een competitieve sfeer. Er werken ook een ander soort vrouwen. Er zijn veel meisjes die aan de drugs zijn en die zich prostitueren om hun verslaving te kunnen betalen. Ook komt er veel gedwongen prostitutie voor, door loverboys. Dat is afschuwelijk.
Straatprostitutie in Den Haag (Uit ‘The more empowered women, the less violence against women’, Verslag van de 47 ste zitting van de VN Commission on the Status of Women, New York 3-14 Maart 2003
Anje Wiersinga: ‘Ik verzet me ertegen dat prostitutie een normaal beroep is, maar ik wil het wel gedogen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geschrokken ben toen ik onlangs in Den Haag een rondleiding kreeg met leden van de parlementaire commissie Gender Equality van de Raad van Europa. ’s Avonds met de bus naar de tippelzone. Rechts van de weg staan de meisjes, links de pooiers die turven hoeveel klanten er komen. Aan het einde van de straat is een douche, door de gemeente aangelegd, en kunnen de vrouwen koffie drinken. De prijzen staan vast. Toen ik vroeg hoe lang de meisjes hier moesten werken kreeg ik te horen dat ze zeven dagen per week, acht uur per dag moeten werken. Hun inkomsten dragen ze af aan de pooiers en ze houden zelf alleen zakgeld over. En dan denk ik: hoezo arbeidswet, 56 uur per week werken voor zakgeld. Dat was toch niet de bedoeling?’
Onderzoeksrapport van Goderie e.a. ('Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod' uit 2002, in een paragraaf over de tippelzone in Rotterdam)
Veel van de vrouwen vertellen verhalen over de omstandigheid dat ze zijn begonnen met werken via een vriendje. Dit zijn met name de Nederlandse vrouwen. Geen van de geïnterviewden zegt nu voor iemand te werken. Ze werken ‘voor zichzelf’. Het is zeker ‘not done’ om een pooier te hebben. Daar wordt op neergekeken. “En degenen die voor een vriend werken, doen dat meestal uit vrije wil”, aldus een Duitse vrouw.
De Theemsweg (artikel uit 2004 uit de Telegraaf)
Heleen Driessen, ja alweer een Heleen, is vanaf het prille begin medewerkster geweest van het HVO/Querido-project ´De Huiskamer´. Hier konden de vrouwen op adem komen en kregen zij zonodig hulp en medische verzorging. Driessen schreef het onlangs verschenen rapport ´Van Oost naar West, thuis best´ en concludeerde daarin dat ruim tien procent van de hoeren werd gedwongen tot prostitutie.
´Vanwege hun illegale status en de dreiging met gewelddadige wraakacties naar hun kinderen en familieleden in Oost-Europa, is de positie van de prostituee zeer zwak.´ Van de resterende tachtig procent ´vrijwilligen´ gaf twintig procent echter aan vóór de komst naar Nederland niet geweten te hebben dat ze in de prostitutie terecht zouden komen!
De Wallen in de jaren 40 en 50 (citaat uit het boek:Liefde te koop van Annemarie de Wildt en Paul Arnoldussen, 2002)
Aal werkte samen met Greetje in de Enge Kerksteeg. Aal: 'We droegen geld af aan Greetjes man.' In de jaren veertig en vijftig had bijna iedere prostituee een pooier. 'We zeiden altijd dat we minder verdiend hadden en wat we overhielden verstopten we in een oude leren jas die daar in een kast hing. Op een dag ging die man van Greetje vissen en laat hij nou die jas aan doen: "Greetje moet je zien wat ik in mijn zakken heb." Honderden guldens was het en we konden natuurlijk niets zeggen, dan zouden we ons voor eeuwig verraden.' Aal verdiende geld als water. '5 gulden, 10 gulden naakt was het vaste tarief. En dan deed je je rokje omhoog. Als ze je borsten wilden zien, ja dat kan, dat kost nog 10 gulden. En zo kwam je dan op zo'n 20 à 25 gulden per klant. Maar je betaalde niet meer dan 15 gulden huur per dag. Dat was niet zoals nu, per dagdeel, je huurde een kamer en je begon en hield op wanneer je wilde' Het geld verdween net zo makkelijk weer, aan bontjassen, reisjes, uitgaan en sieraden.
Prostitutie in de jaren 60 (citaten uit "De sexhandelaars" door Stephen Barlay, 1968)
 
op pagina 47-48:
Mijn tweede informatie dank ik aan majoor Alida Bosshardt, de organisatrice van het Nederlandse Leger des Heils, die al dertig jaar in de oude stad van Amsterdam heeft doorgebracht, in de haven- en stationsbuurt met als hoofdstraat de Zeedijk te midden van de schilderachtige grachten, kaden en talloze smalle straatjes en stegen. Binnen dit betrekkelijk kleine gebied bevinden zich ongeveer vijftig kroegen, in de omgeving waarvan de ongeveer 3000 prostituées van Amsterdam voor honderden ramen te kijk zitten.
Volgens majoor Bosshardt (die niet lang geleden prinses Beatrix door deze wijk heeft rondgeleid) gebruiken de Nederlandse bewoonsters van deze klassiek-beruchte hoerenbuurt geen verdovende middelen en houden ze zich ook de meisjeshandelaren van het lijf, 'omdat ze niet op avonturen uit zijn'.
'Nederlandse meisjes, prostituées of niet, blijven graag in hun eigen land,' zei hij. 'Een prostituée hier weet wat ze wil. Ze wil graag bij haar familie op bezoek kunnen gaan en een leven naar haar eigen smaak leiden. Haar "minnaar" is meer een huisbewaarder dan een souteneur. Hij doet boodschappen voor haar, houdt het huis netjes en krijgt de bons zodra ze ontevreden over hem is. Meestal beheert zij de kas.
Ze heeft hier dus een zekere mate van geborgenheid. De prostitutie is officieel geoorloofd, het meisje heeft dus niets te verbergen en breekt geen enkele wet, zolang ze rustig voor het raam zit en niemand uitnodigt om binnen te komen.
Het is gebruikelijk dat drie meisjes een raam (en de bijbehorende kamer) delen, waarbij ze precies weten wat dit "zitten" kost. (Ze betalen de huiseigenaar in doorsnee 20 gulden voor een zittijd van 10 tot 16 uur; van 16 tot 22 uur wordt het tarief verhoogd tot 30 gulden en 's nachts van 22 tot 4 uur kost 40 gulden. Bij de prijs inbegrepen zijn de hoofdmaaltijden en koffie en thee naar behoefte). Ze kennen de omvang van hun inkomsten die hier tegenover staan. Waarom zouden ze iets riskeren?
Met de vreemde meisjes - uit Engeland, Duitsland, Azië of Afrika - is het niet zo eenvoudig. Gewoonlijk is hun door een huwelijk verkregen Nederlandse nationaliteit een voorwaarde voor de prostitutie in Nederland. Zij zijn dus in veel grotere mate aan de meisjeshandelaren uitgeleverd.
De houding van de Nederlandse autoriteiten is een verdere reden voor de moeilijkheden van de handelaren in meisjes met betrekking tot de Nederlandse waar. Een klein land als Nederland mag zijn naam in het buitenland niet door kwade elementen in gevaar laten brengen, heet het. Prostituées, die bij de politie bekend staan, krijgen daarom geen paspoort. Wanneer een Amerikaanse GI, die met verlof uit Duitsland overkomt, een Nederlandse prostituée huwt - en er zijn er heel wat die dat doen - dan moet ze eerst nog twee jaar lang een eerzaam leven leiden, voor ze - vaak op grond van onze aanbeveling - een paspoort krijgt.'
Prostitutie eind jaren zeventig/begin jaren tachtig (citaat uit een interview uit 1994 met Margot Alvarez in het boek "Live Sex Acts" door Wendy Chapkis, 1997. Margot Alvarez is één van de oprichtsters van de Rode Draad en werkte eind jaren zeventig en begin jaren tachtig meer dan 5 jaar gedwongen achter de ramen door haar vriend)
 
op pagina 202:
I had seen a lot of bruises, saw women using a lot of speed or coke to be able to work the whole night through because if they came home with less than fl. 500 they'd be beaten. Nowadays, a lot more women work independently. But back then, it was kind of unusual for a woman to work without a pimp. I think it was part of the whole idea that a woman needed a man, whores included. The women's liberation movement has really changed that perception, so now you see a lot more women living and working independently—again, whores included.
Prostitutie in de jaren 80
 
citaten uit "Wiens lijf eigenlijk?" (1986), door Ine Vanwesenbeeck
op pagina 18:
Het aantal prostituées dat zonder een mannelijke partner door het leven gaat is klein. Ook al is er een klein aantal vrouwen dat zegt "niks van mannen te hoeven weten", is het grootste gedeelte op de een of andere manier betrokken in een persoonlijke 'intieme' relatie met een man. Uiteraard nemen die relaties zeer uiteenlopende vormen aan, ook met betrekking tot de plaats van dwang en geweld daarin.
Er zijn pooiers en mannen. Pooiers (in de meest extreme gevallen 'bloedpooiers' genaamd) verleiden of dwingen een vrouw doelbewust tot prostitutie, waarin zij de vruchten plukken van haar verdiensten, terwijl 'mannen' vrienden of echtgenoten van een als prostituée werkende vrouw zijn, die in de loop van zo'n relatie meer of minder pooierachtige posities in kunnen nemen. Mijn bevindingen van de afgelopen maanden wijzen er op dat het aantal vrouwen dat voor een pooier werkt nog steeds aanzienlijk is en dat geestelijk en/of fysiek geweld vaak een onderdeel vormt van deze relaties. Om met een van mijn respondenten te spreken: "Het ouderwetse pooierdom is nog steeds aanwezig en ik begrijp niet waar die geruchten vandaan komen dat dat niet zo zou zijn".
pagina 19:
Vaak zal het geweld 'beheerster' gepleegd worden dan in dit geval, er zal goed gelet worden op waar er geslagen wordt, als er een meisje met twee blauwe ogen zit dan verdient ze ook niks. Hoeveel prostituées er aan dergelijk geweld blootstaan blijft vooralsnog duister. Veldwerksters geven allemaal aan, dat percentages moeilijk te geven zijn. De schattingen die gedaan worden naar het percentage prostituées dat in hun relatie zeer regelmatig met mishandeling te maken heeft, lopen uiteen van tien tot dertig procent en nog eens dertig procent 'af en toe'. De schattingen ten aanzien van de vrouwen die een pooier hebben van veertig tot negentig procent!, verschillend per groep of per stad. Er wordt steeds nadrukkelijk aangegeven dat het om niet meer dan een schatting gaat, omdat de prostituées zelf vaak zo weinig ruchtbaarheid geven aan het geweld dat hen aangedaan wordt, met name als het om hun pooier gaat.
De raam-exploitant "O.J. Timmer" (gefingeerd) in "Beroep: exploitant" door Liesbeth Koenen in het boek "Beroep: prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987). O.J. Timmer heeft/had(?) een bordeel met 4 ramen in de Geleenstraat in Den Haag.
 
pagina 37:
Timmer vindt het ronduit kinderachtig van de belasting om die meisjes lastig te vallen: "Er worden bedragen genoemd... idioot. Het is onzin. Er zijn dagen dat ze niets verdienen. Bovendien gaat het allemaal naar de souteneur. Want waarom zou een meisje dat geen man heeft de hoer gaan spelen? Het is een soort hersenspoeling. Die vriend vertelt ze wat je wel niet allemaal met geld kan doen. En ze hebben allemaal een doel, een streven, maar na vijf jaar hebben ze niks. ja, een dure auto, of een mooie vakantie gehad. Dat is het dan. Ik ken er geen een die iets bereikt heeft".
"Nee, je moet ze gewoon allemaal laten inschrijven bij de zedenpolitie en dan moet je ze een bedrag per week laten betalen. Een normaal bedrag dat iedereen kan betalen. Laten we zeggen honderd gulden per week. Een vast bedrag dus. Ziekengeld en vakantiegeld hoeven ze dan niet, maar dat kunnen ze wel missen. Want als je aan het eind van het jaar komt is er toch niks meer over. Dat is dan allemaal naar die mannen gegaan."
De meeste meisjes bij Timmer werken full-time. Ook hij verhuurt per dag en per avond, inclusief "dagelijks de werkster, schoon goed en dergelijke". In de Geleenstraat in Den Haag en in de straten eromheen, gaat 'het leven' 24 uur per dag door. Het is het gebied dat de gemeente tot wandel promenade en raamprostitutiezone gemaakt heeft. Hier staat Timmers dubbelhuis (vier ramen). Het is er altijd druk, en niemand heeft er een contract. Wat Timmer betreft moet dat ook maar zo blijven.
Even naar het buitenland
 
De Hoerenhandel (HP/De Tijd - 11 Februari 2000, door Matt Dings, over Schipperskwartier in Antwerpen België)
In Payoke, een opvanghuis voor prostituees in het hart van de wijk, verklaart oprichtster en groen Europarlementariër Patsy Sorensen met grote stelligheid dat tachtig procent van de hoeren slachtoffer is van de mensenhandel.
(het volgende hoort hier eigenlijk niet, maar dit is om te benadrukken dat de dingen niet zo eenvoudig liggen)
 
Ik ben Natasja en zit al zo'n 7 jaar in de ramenbranche als prostituee en elke keer valt mijn mond open van verbazing als ik alles lees over vrouwenhandel en loverboys! Natuurlijk moeten uitwassen in de branche worden bestreden en die zullen er best wel zijn maar waarom kom ik nooit een collega tegen die daar het slachtoffer van is?
Al die meiden die ik ken lopen allemaal met de mooiste gsm telefoons rond en dan is een belletje naar een instantie als ze onderdrukt zou zijn toch snel gemaakt? Er zal best wel eens wat mis zijn maar de mate die in de media en politiek (o.a. Karina Schaapman) wordt aangegeven is volgens mij nogal overdreven. Er wordt trouwens ons nooit iets gevraagd,terwijl we toch politie genoeg zien
Overige artikelen
 
Eén op vijf hoerenlopers is verkrachter (artikel van Hester Jansen)
 
Moeten een hoerenloper gestraft? (artikel van Anke Manschot met daaronder een link naar een gezamelijk reactie van o.a. Mariska Majoor en Marjan Wijers [ex-stichting tegen Vrouwenhandel])
 
 
 
Lees meer...
 
 
In het rapport "Gezondheid in de raamprostitutie" (1992) door Dr Licia Brussa worden (vijf) Afrikaanse prostituees op de Achterdam in Alkmaar geïnterviewd. De respons was bijna honderd procent, dus het kan niet gezegd worden dat alleen de geëmancipeerde vrouwen geïnterviewd zijn. Ook hier is het resultaat totaal tegendraads aan eerdere berichten over Afrikaanse prostituees.
De Afrikaanse vrouwen zijn tevreden over hun werkplaats en in het algemeen ook over hun werk. Ze ervaren de sfeer als goed, ontspannen en rustig. Ze vinden de kamers groot en schoon. (...)
De geslotenheid van de groep is ook groot, ze regelen alles met hun landgenoten. De rest van de omgeving (exploitanten, collega's, arts) moet op een afstand blijven. Anderen worden dan wel niet als vijanden ervaren, maar wel als anders. De vrouwen vinden het bovendien een teken van afhankelijkheid als je om hulp vraagt. (...)
De Afrikaanse vrouwen hebben zelf de werkplek gekozen. Informatie over werken in Alkmaar kregen zij van vriendinnen die hen hier introduceerden. Vóór hun vertrek hadden ze al informatie gekregen dat ze hier in de prostitutie zouden gaan werken; ze waren dus op de hoogte van het doel van hun reis.
De werktijden in deze groep zijn redelijk: gemiddeld zes uur per dag. De vrouwen werken dus veel minder dan de Latijns-Amerikaanse vrouwen. Ze zeggen dat ze veel uitrusten en ze bepalen zelf hun werktijden. Ze zijn bovendien tevreden over hun inkomsten: zij hebben geen schulden die nog betaald moeten worden, en zij voelen minder dan de Latijns-Amerikaanse vrouwen de druk van de plicht om hun familie te onderhouden. (...)
De reden om hun land te verlaten, met de kennis dat ze in Nederland als prostituées zouden gaan werken, is ook anders dan die van Latijns-Amerikaanse vrouwen. Voor Latijns-Amerikaanse vrouwen gelden economische motieven: schulden of de zorg voor hun kinderen. Afrikaanse vrouwen zeggen: Ik wilde reizen en kijken hoe het in andere landen is, dat is goed voor je opvoeding, of: Je kan ook leren van andere landen. Het gaat dus om een keuze die ze maken voor zichzelf: om ervaring op te doen of zich persoonlijk te ontwikkelen.
Er wordt in dat rapport niet duidelijk genoemd uit welk land deze prostituees komen, maar ze laat doorschemeren dat dit Ghana moet zijn. Het zou kunnen dat bij Ghanese vrouwen de mensenhandel dus toch minder voorkomt, en het moet gezegd dat die eigenlijk relatief weinig worden geregistreerd bij de STV. (laten we zeggen, de verhouding is in 1997-2003, 70 Nigerianen tegen 14 Ghanezen. Let op, er zijn waarschijnlijk meer Ghanese prostituees in Nederland dan Nigeriaanse.)
 
Een mogelijkheid is dat de Ghanese prostituees in werkelijkheid Nigeriaans zijn. In een artikel in de Nieuwe Revu (nr. 1, 4-10 Januari 2006, "Illegaal in Nederland, van sexslavin tot paria") wordt de Nigeriaanse Patience beschreven:

Al die jaren in Nederland voelt Patience zich een opgejaagd dier; bang voor arrestatie en deportatie terug naar Nigeria. Onbekenden vertelt ze dat ze uit Ghana komt. Ghanezen hebben een betere reputatie dan Nigerianen. Ze leent identiteitspapieren waar ze 300 euro per maand voor betaalt.

Maar eerlijk gezegd lijkt het me toch dat de Ghanese prostituees toch sterk vertegenwoordigd moeten zijn onder de Afrikaanse prostituees in Nederland. In de vroegere bronnen worden Nigeriaanse prostituees namelijk veel minder vaak genoemd. Het zou kunnen dat de grote stroom Nigeriaanse prostituees van latere datum is. Er is een rapport uit 1995 "Tutu, Ghanese prostituées in Nederland" door Babbe de Thouars en Marc van Osch. Volgens dit rapport bevonden zich in 1992 al 15.000 Ghanezen in Nederland waarvan 10.000 in Amsterdam. Veel van deze vrouwen zouden in de prostitutie werken. Het lijkt erop dat bij Ghanese prostituees er geen sprake is van madams en voodoo. Citaten uit dat rapport:
 
pagina 20:
Bij aankomst in Nederland wordt de etnische afkomst niet geregistreerd of vastgelegd in de identiteitspapieren. Om die reden zijn er geen exacte gegevens beschikbaar over de etnische herkomst van de Ghanese migranten. Het is echter aannemelijk dat het merendeel van de in Nederland verblijvende Ghanezen behoort tot de Akan-groepering, waarvan de Ashanti-groep een meerderheid vormt (Van /t Hoff 1992). In Ghana behoort 44 procent van de bevolking hiertoe. (...)
pagina 23:
Uit een exploratief onderzoek onder Ghanese prostituées in Amsterdam uit 1992 komt naar voren dat een naar verhouding groot aantal van de vrouwen prostitueert. Het aandeel prostituées werd relatief hoog genoemd en behelsde een kwart van de ingeschreven vrouwen. Gegeven het feit dat het aantal illegale Ghanezen het aantal legalen ruimschoots overtreft zegt deze verhouding weinig over de daadwerkelijke omvang van het aandeel prostituées. Desalniettemin wordt de stelling dat een verhoudingsgewijs groot deel van de Ghanese vrouwen in de prostitutie werkzaam is onderschreven door veel Ghanezen. (...)
pagina 24:
De Ghanese onderzoeker Akosua Adomako deed in 1991 een onderzoek naar de oorzaken die Ghanese vrouwen in Europa en in Nederland in de prostitutie deed belanden. Zij maakt een onderscheid in drie groepen. Als eerste noemt zij de vrouwen die slachtoffer worden van vrouwenhandel. Handelaren brengen de vrouwen middels misleiding en valse voorwendselen naar Europa met als doel hen te laten prostitueren. De tweede categorie omvat vrouwen die door hun illegale verblijfsstatus, financiële nood en het ontbreken van alternatieven gedwongen zijn tot prostitutie. Een deel van deze vrouwen heeft geldelijke verplichtingen naar hun familie of personen die hun komst naar Europa hebben bekostigd. Moeilijkheden met de schuldaflossing is een probleem waarvoor prostitutie een oplossing lijkt te bieden. De laatste groep behelst de professionele prostituées die naar Europa zijn gekomen omdat zij de Europese prostitutiemarkt als één met meer mogelijkheden beschouwden.
Mathilde Papoe concludeert in haar onderzoek dat van de prostituées in Europa een derde deel reeds in de prostitutie werkzaam was alvorens ze naar Europa migreerden, een derde had een vaag idee wat voor werk hen daar te wachten stond en de overigen verwachtten in Europa een goede baan te vinden of een serieuze huwelijkspartner (De Stoop 1992). (...)
pagina 26:
Uit ons onderzoek blijkt dat bij een groot aantal vrouwen uit Ghana geen sprake is van keuzevrijheid wanneer zij in de prostitutie terechtkomen. De situatie waarin zij zich bevinden laat hen echter geen andere mogelijkheid. Duidelijk is dat de illegale verblijfsstatus van de Ghanese vrouwen hierin een belangrijke rol speelt: zij verzwakt hun positie en beperkt zodoende hun keuzevrijheid en mogelijkheden. Prostitutie wordt dan een middel om te overleven. Daarbij komt dat vrouwen die hier illegaal verblijven een grotere kans lopen het slachtoffer te worden van handelaren en pooiers.
Bijna alle respondenten waren bekend met het gegeven dat Ghanese vrouwen naar Europa worden gehaald met als doel ze in de prostitutie te doen belanden. In veel gevallen worden de vrouwen in Ghana geronseld en uiteindelijk door misleiding, chantage, intimidatie en geweld gedwongen zich in Nederland te prostitueren. (...)
pagina 29:
Alle respondenten bevestigden dat Ghanese prostituées werkzaam zijn in de raamprostitutie en in clubs. Over het prostitutiecircuit dat mogelijkerwijs in Amsterdam Zuidoost zou bestaan zijn veel onduidelijkheden. De meerderheid van de respondenten bleek niet bekend met een grootschalig circuit, doch anderen spraken met stelligheid over een omvangrijk gebeuren waar met name de illegale vrouwen zich prostitueren. Er zouden in de Bijlmer plaatsen zijn waar vrouwen zich aanbieden of aangeboden worden door hun pooiers. (...)

pagina 35:

Voor veel Ghanezen geldt dat men een man of vrouw moet hebben om een gerespecteerd lid van de samenleving te kunnen zijn. Voor de prostituées is het hebben van een man dan ook een manier om hun werkpraktijken te verbloemen. (...)
 
Omdat bijna niemand een prostituée als vrouw wil, wordt gezegd dat de vrouw een man moet kopen. She is dying because nobody loves her, so she has to buy it, aldus een respondente. Andersom geldt ook voor de mannen: ... the men come in to get something. Not love, they only want their money. (...)
 
De boyfriends van deze vrouwen zijn voor een deel de mannen die de vrouwen uit Ghana onder valse beloftes naar Nederland lokken en hen daarna tot prostitutie dwingen. Een andere groep zijn mannen die op deze vrouwen afkomen vanwege het geld wat zij verdienen. Verschillende respondenten noemen hen lazy and cheap. De boyfriends brengen de vrouwen naar hun werk en halen ze op. Ze beschermen de vrouwen niet tijdens hun werk, maar zitten de hele dag thuis voor de tv te drinken en te roken, van het geld dat de vrouwen verdienen.
Bijna alle respondenten maakten melding van het feit dat boyfriends ook verblijfspapieren via de vrouwen proberen te bemachtigen. Wanneer dit gelukt is zouden ze er vaak met een andere vrouw vandoor gaan. Het geld zou vaak gebruikt worden voor de behoeften van de man.
Uit 'De buitenlandse prostituée' door Licia Brussa in "Beroep:Prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987):
pagina 102-103:
In de laatste vier jaar werd de aanwezigheid van Ghanese vrouwen waarneembaar in de Nederlandse prostitutiewereld. Een klein deel van de Afrikaanse prostituées heeft een andere nationaliteit: Somalië, Mozambique, Senegal, Ethiopië. De grootste groep vormen de Ghanese vrouwen. Het aantal illegalen onder de Ghanese prostituées wordt zeer hoog geschat: meer dan zestig procent.
Ook deze groep is moeilijk bereikbaar. Zowel door hun werkplek: voor het merendeel clubs, bars, gesloten huizen, peep-shows en slechts in geringe mate op de Wallen achter de ramen, als door het gesloten karakter van hun gemeenschap en de illegaliteit van hun verblijf in Nederland.
Er zijn weinig gegevens over de handel in Afrikaanse vrouwen. Wel noemden sommige respondenten verschillende connecties tussen Ghana en Europa. De meest voorkomende manier om de vrouwen naar Europa te krijgen is via een 'schijnhuwelijk' in Engeland, Frankrijk, Gibraltar of de Bondsrepubliek. Er zijn ook Ghanese vrouwen die in het bezit zijn van een Nederlands paspoort door een huwelijk met een Nederlander. Evenals bij de Thaise vrouwen
lijkt het hier echter te gaan om een vooral Europees verschijnsel, waarbij
Nederland slechts zijdelings betrokken is. Er zijn wel organisaties die vanuit Nederland opereren met Nederlandse agenten en Nederlandse huwelijkskandidaten. Onderzocht zal moeten worden of het hier om kleine of grote organisaties gaat. Vermoedelijk zitten ook achter deze handel in Afrikaanse vrouwen grootschalige internationale organisaties. Belangrijke connecties schijnen te bestaan met Franse misdaadorganisaties en de onderwereld. Tevens bestaan er enkele gevallen van samenwerking tussen Europese agenten en Afrikaanse onderwereldfiguren in Europa.
 
Kettingmigratie
Dat er onder de illegale migranten veel Ghanezen zijn heeft te maken met hun handelstraditie en hun belang om onderlinge contacten overal ter wereld te onderhouden. Amsterdam en Rotterdam blijken goede (straat)handelsmogelijkheden te bieden, hoe moeilijk hun situatie als illegalen ook is. De contacten met andere kleine Ghanese handelaren in Europa houden het handelsnetwerk in stand.
De migratie van Ghanezen naar Nederland heeft het karakter van een kettingreactie. Volgens dit patroon vertrekt eerst een man, daarna volgen zijn vrouw,de andere familieleden en dorpsgenoten. In deze situatie van illegale gezinshereniging kent men perioden van grote armoede. De man die met kleine, onregelmatige handel vaak maar net in zijn eigen onderhoud kan voorzien, heeft niet steeds genoeg inkomen om voor zijn vrouwen andere familieleden te zorgen.
 
Het prostitutie-circuit waarin met name de Ghanese vrouwen verkeren is voor een deel hetzelfde als dat van de Zuidoost-aziatische vrouwen. Een aantal vrouwen werkt achter de ramen of is tippelaarster.
De vrouwen die via vrouwenhandel naar Nederland komen, bevinden zich meer in het onzichtbare circuit van clubs en bars. De vrouwen uit het meer openlijke circuit hebben soms contact met veldwerkers. Wegens de illegaliteit van hun verblijf in Nederland gaan zij echter niet naar hulpverleningsinstanties. Ze geven er de voorkeur aan naar particuliere artsen en gynaecologen te gaan. In het algemeen heerst onder de Ghanese vrouwen sterk de neiging om hulp en oplossingen voor problemen via informele contacten binnen de eigen gemeenschap te zoeken. Bij het zoeken naar woon- of werkruimte, geneeskundige hulp en bij gevallen van mishandeling of bedreiging wordt uitsluitend de hulp van landgenoten gezocht.
Overigens zijn Ghanese vrouwen door hun achtergrond en sociaal-culturele positie in eigen land, in het algemeen ondernemend en zakelijk ingesteld. Tenopzichte van mannen tonen ze een sterk onafhankelijk gedrag. Ze streven er dan ook na zoveel mogelijk eigen baas te blijven.
Uit 'TAMPEP - final report' (1994, redactie door Licia Brussa):
pagina 47-49:
Sex workers from Ghana and Benin.

The women
The target group of TAMPEP in Holland consists of women from Ghana and Benin. They are mostly Ghanaians who speak English or at least Pidgin English, but they do not speak Dutch.
These women originate predominantly from the town of Kumasi in the Ashanti region while a minority comes from Accra.
We approached these women at the windows in Alkmaar, Arnhem and Nijmegen.
Their reasons for travelling to Europe are always economic, because their backgrounds are usually poor, they come to find work in order to care for their relatives back home and also to be able to live better lives. They find work and earn money they would never be able to get in their own country.
The women try to improve the economic situations of their families by buying them some machinery or cars so they can use it in their countries.
African culture demands that you look after your family, otherwise you are useless. This is especially so when travelling abroad because those who have not been abroad think it is paradise in Europe, and they assume there will be plenty of opportunity to help their families in Africa.
Most of the women have children in Ghana who are being taken care of by the family.
The population of Ghana can be divided into three social groups. The top one consists of the self-employed who are generally rich, the middle one is made up of the civil servants, and on the bottom are the unemployed and poor people. The civil servants, although they have permanent work, do not earn much money.
The social role of Ghanaian women is based on the fact that they have to be able to bear children, otherwise they are worthless. When a woman is infertile, her relationship with her husband is not very stable because the man can always find another woman who can have children for him.
Ghanaians believe - and live - in the extended family, so everyone in a family has to behave well in order to preserve the good name of his/her family.
The women consider Europe to be a paradise where one becomes rich quickly. Many of them become disappointed when they realize that life is not so easy in Europe and feel pity that they left behind their better jobs. They regret coming but cannot go back because they either have debts to settle or have sold all their properties. They cannot go back with bare hands, so they accept any work.
Since prostitution is taboo in Ghana, the women do not consider themselves as prostitutes. Prostitution is for them a way to get big money quickly. None of their relatives back in Africa will ever know what kind of profession they exercised during their stay in Europe.
Some of them wish to bring over their children to Europe, so they are in a hurry to earn sufficient capital to allow them to finish with the profession as soon as their children arrive and show them that their mothers are normal, respectable women who have nothing to do with prostitution.
Many of them have given birth to children in Africa before they set off for Europe. Normally they break up with the father of their children before travelling and find themselves a new boyfriend in Europe. They are afraid that their profession might lead to infertility, so if they do not have children yet, they try to have a child before they get really deeply into the job.

How they arrive in the West
The ways they come here are varied. In most cases they are brought over by their families in order to live with people who have already settled themselves in Europe.
In other cases, they are brought by husbands, relatives, or by someone else on an agreement to take something back like money or a car. The women do not explicitly come to work in prostitution - they would take any job that is available. But as they have no permission to stay, or a work permit, many of them will be compelled to work in prostitution, especially if their transfer is being arranged by a sister who is a prostitute herself, or by a stranger who wishes something in return.
If such a go-between is a stranger who demands a considerable amount of money for her or his services, prostitution is the only way to earn enough to cover debts plus saving some money to return to Ghana.
Their routes to the Netherlands are varied; in most cases they acquire the visa of any European country, and then they travel from one country to another. African women are popularly known to work in windows, so we chose to work in windows and not in clubs, where very few are found.

Ghanaian prostitutes in Holland
The Ghanaian female community can be divided socially into three groups. The top group is formed by women who are not prostitutes, the middle consists of the ex-prostitutes and the bottom group is formed by women who currently work in prostitution.
There is much rivalry and jealousy between these groups. The women working currently as prostitutes feel ashamed and guilty, but at the same time they despise the other women because they have no money. The women of the first group feel themselves superior to the rest. The former prostitutes are despised by all the others.
At the beginning, even if the prostitutes come from different regions and tribes of Ghana, they are friendly to each other provided they have no conflict based on jealousy or rivalry, which happens quite often. In such a situation the women quarrel, accuse each other of using juju (black magic), or even beat each other up.
They like to work with white men, specially with Dutch and some tourists (Germans, Italians etc) because they are generous. On the other hand, other tourists (British) are not very much liked as customers because they are difficult in terms of money.
They find that the white clients have more respect for white prostitutes than for the black ones.
They never work with blacks, unless in very bad times, but then they make sure they are not from Africa or they are not a friend of their husband's.
The Turks and Moroccans who live in Holland are considered as wicked, and the women do not like working with them.

The mobility of the women
African prostitutes are very mobile. They have many contacts in Europe through their relatives and friends. Most of the women we approached circulate continuously between different countries and towns in Europe. Their mobility is due to the fact that they work without pimps so they are free to move. They also want to work far away from their community in order not to be recognised by someone they know.
Some women with a husband living in Amsterdam or elsewhere, go home every couple of weeks and stay there for some time. At the same time they want to keep their workroom and window, so the women have developed something of a network, exchanging the rooms with a girlfriend and keeping their belongings there. So the woman never lets the room go. When she plans to move to another town, she arranges that her colleague takes over the room during her absence.
If the woman works far away from her home, she does not come home often because the distance is so large. She stays away for about three months and then goes home for three or four weeks.

The women from Benin
The Benin women who claim themselves as Nigerians are in many aspects different from the Ghanaians. They are not very numerous in the Netherlands.
They maintain close relations with each other and there are no conflicts between them.
They can read and write well.
They have a great deal of respect for their bodies and they always want to know more facts about safe practices. They are much more open and participate fully and ask questions about anything they do not know. This is probably due to the fact that they feel free in the Netherlands because they are not under the control of their own communities or husbands as would be the case in Belgium or Italy.
They accept themselves as prostitutes (but only in Europe) so they are eager to learn more about their profession. They are willing to learn all sorts of new things from TAMPEP provided they sound reasonable to them. They pass this knowledge quickly to their fellow Nigerians, whichever country they may be in. They are also mobile but only between Belgium and Italy.
Volgens het rapport "Een schijn van voodoo" (2000) door het Afrika Studie Centrum wordt het belang van voodoo sterk overdreven. Er wordt in het Westen vaak gedacht dat "voodoo" een hele angstaanjagende invloed heeft op de Afrikaanse prostituees. Ten eerste is de "voodoo" wat de mensen in Afrika kennen heel anders dan de "voodoo" die wij kennen. Wij denken eerder aan de voodoo in het Caribisch gebied. Wat ze in Afrika kennen heet eigenlijk "Vodun" en is net iets anders. Ten tweede zijn deze rituelen in die landen heel normaal en hoeven geen intimiderende effect te hebben op de prostituees (maar dat kan wel). Vaak worden overeenkomsten tussen personen bekrachtigd door een ritueel in een tempel, en verzamelen de priesters lichaams-eigen materialen die zij verzamelen in een pakketje. Dat veel Afrikaanse prostituees die in Nederland werken een "voodoo"-ritueel hebben ondergaan is dus helemaal niet zo vreemd en hoeft door veel Afrikaanse prostituees helemaal geen nare ervaring te zijn geweest. Wat volgens deze studie ook zo is is dat veel Afrikaanse prostituees helemaal niet zo preuts staan tegenover seks, de seksuele vrijheid in bijvoorbeeld het Edo-gebied in Nigeria is er groot voor vrouwen en meisjes. Veel vrouwen hadden waarschijnlijk al seksuele relaties tegen betaling, maar ze verwachtten misschien niet dat ze onder zulke omstandigheden moeten werken in Nederland.
 
Uit Grenzeloos ziek-ethische wonden in de gezondheidszorg door Nizaar Makdoembaks (2006?), geciteerd uit ‘Als ik geen verdachte in de pot heb zitten, ben ik alleen maar met Westafrikanen bezig’ door Andrea Bosman, De Echo (editie Amsterdam Zuidoost), 15 december 1993:
Politieagent Jacques Schultz, sinds 1978 werkzaam in Amsterdam Zuidoost, gaf een beter beeld: ‘Het zijn over het algemeen goed opgeleide mensen, die taalkundig goed onderlegd zijn en echte wereldreizigers zijn. Nederlanders maakten misbruik van goedgelovige Ghanezen. Schijnhuwelijken werden aangegaan, waarna Ghanese meisjes in de prostitutie terecht kwamen, er werd grof geld aan Ghanezen verdiend door ze valse officiële papieren te verkopen. Ook werden ze uitgebuit door werkgevers.’
Meer in "Inzake opsporing" (1995), "Bijlage VIII.1 Enkele achtergrondgegevens" van die van Traa commisie. Staat wat in over Nigeriaanse vrouwenhandelaren.
In de voorbije jaren zijn vooral de Nigeriaanse criminele netwerken bij herhaling in het nieuws geweest. Zowel naar aanleiding van concrete voorvallen als in algemene reportages werd keer op keer bericht over hun betrokkenheid bij de internationale drugshandel, over hun vrij geraffineerde oplichtingspraktijken en over hun rol in wereldwijde vrouwenhandel. En vooral in verband met deze laatste activiteit werd hun naam nogal eens in één adem genoemd met die van Ghanese criminele netwerken. In het bijzonder gedurende het onderzoek dat een onderzoekscommissie van de Belgische Kamer in de jaren 1992-1994 heeft ingesteld «naar een structureel beleid met het oog op de bestraffing en de uitvoering van de mensenhandel», is deze connectie tussen de Nigeriaanse en Ghanese vrouwenhandel meer dan eens aan het licht getreden (Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, 1994).

Toch is de wetenschappelijke literatuur over deze netwerken, juist ook over de Nigeriaanse, buitengewoon schaars. De reden hiervan moet hoogstwaarschijnlijk worden gezocht in het feit dat in de betrokken landen zelf niet of nauwelijks criminologisch onderzoek wordt gedaan, terwijl geschoolde onderzoekers uit het Westen (of Oosten) traditioneel nogal sterk gebonden zijn aan het doen van onderzoek naar criminaliteit in hun eigen land. Grensoverschrijdend criminologisch onderzoek van enige allure in de Derde Wereld is er zo goed als niet. Hoe dan ook, in internationale politiekringen wordt ervan uitgegaan dat een beperkt aantal «baronnen» met de hulp van «luitenanten» en «bemiddelaars» ettelijke honderden criminele groepen en groepjes aansturen die wereldwijd opereren. De harde kern van deze «cellen» bestaat gewoonlijk uit leden van de met elkaar samenwerkende grote stammen van Nigeria, de Ibo, Hausa en Yoruba. Voor de uitvoering van hun illegale activiteiten maken zij evenwel ook gebruik van andere West-Afrikanen: Ghanezen, Singalezen, Gambianen, Zaïrezen, en anderen. Dezen worden met name ingezet voor de smokkel van verdovende middelen. De smokkel hiervan vormt waarschijnlijk de meest omvangrijke en lucratieve criminele activiteit van de onderhavige netwerken. Niet alleen kopen zij overal in Zuid-Oost-Azië heroïne op om die in het gehele Westen weer op de markt te brengen - veelal met de hulp van groepen die ter plaatse de weg kennen -, zij zijn ook volop betrokken bij de handel in cocaïne vanuit Zuid-Amerika en West-Europa. Hiertoe maken zij zowel gebruik van koeriers die op de meest uiteenlopende manieren de drugs zelf moeten vervoeren (in koffers, vastgetaped op het lichaam, verstopt in condooms in hun maag) als van koeriersdiensten, op het eerste oog gewoon goederenvervoer per schip of per vliegtuig of met import- en exportfirma's. Een andere belangrijke bron van inkomsten vormt nog steeds de vrouwenhandel, gericht op de prostitutie in West-Europa. De al gememoreerde onderzoekscommissie van de Belgische Kamer heeft kunnen vaststellen dat deze handel goed-georganiseerd verloopt via contactpersonen in Nigeria en in België, Frankrijk, Nederland en andere Westeuropese landen. Een van de bekende werkwijzen is, dat de vrouwen in kwestie door toedoen van bemiddelaars in Nigeria naar een van deze landen worden overgebracht, daar onmiddellijk politiek asiel aanvragen en dan door de contactpersonen hier zo snel als mogelijk in de prostitutie worden gestopt. Waarbij het heel vaak zo is dat de contactpersonen hier per vrouw enkele duizenden dollars betalen aan de verkopers in het land van herkomst en haar vervolgens met enkele duizenden dollars winst doorverkopen aan een Nigeriaanse vrouw die ook in het kader van vrouwenhandel naar hier is gekomen, maar die zich inmiddels heeft opgewerkt tot bordeelhoudster. Deze biedt de betrokken vrouw dan de mogelijkheid om zich via prostitutie vrij te kopen, somtijds voor een bedrag van 20.000 dollar of meer.
 
Verder staan de Nigeriaanse criminele organisaties bekend om hun frauduleuze praktijken. Zij zijn bedreven in het plegen van fraude met credit cards, van verzekeringsfraude en van bankfraude, hetzij via het aangaan van leningen, hetzij via het openen van rekeningen. Heel bekend zijn ondertussen ook de manieren waarop zij firma's oplichten die ingaan op hun valselijke voorstellen om tegen veel geld bepaalde schijn-transacties uit te voeren. De firma's die op deze voorstellen ingaan, wordt vervolgens gevraagd om een klein percentage van het totale bedrag van de desbetreffende transacties te storten op een bepaalde rekening (natuurlijk in Nigeriaanse handen). Wanneer deze «aanbetaling» metterdaad gebeurt, wordt het geld bliksemsnel van de rekening gehaald en verneemt de firma nooit meer iets van zijn zakenrelaties in Nigeria. Het ligt voor de hand dat deze wereldwijde illegale activiteiten maar succesvol kunnen worden afgewikkeld wanneer de uitvoerders in kwestie aan alle mogelijke valse documenten kunnen geraken: valse paspoorten, onechte briefhoofden van Nigeriaanse (overheids)bedrijven, valselijk opgemaakte geboorte-aktes, valse verklaringen van advocaten over de politieke vervolging van mensen. De betrokken criminele organisaties zijn dan ook berucht om hun vermogen om al dit soort van documenten te (laten) vervaardigen, zowel in eigen land als in de landen waar ze feitelijk opereren.
zie vervolg op:
 
Lees meer...
 
 
Uit het archief van www.nrc.nl:
Groter aantal prostituees Oost-Europa
Door een onzer redacteuren 
Dinsdag 06-03-2001
AMSTERDAM, 6 MAART., Het aantal prostituees op de tippelzone aan de Amsterdamse Theemsweg is het afgelopen jaar sterk gestegen. Uit cijfers blijkt dat vooral het aantal Oost-Europese vrouwen is toegenomen.
 
Recent stelde burgemeester Cohen dat de tippelzone ,,bomvol'' is. Cijfers van Begeleidingscommissie Tippelzone bevestigen dit. De cijfers zijn gebaseerd op de bezoekersaantallen in de Huiskamer, het opvangcentrum voor de prostituees. Dit steeg van gemiddeld 65 naar 78. Het aantal Oost-Europese vrouwen per avond steeg van 6 in 1997 naar 32 in het jaar 2000.
 
Oost-Europese vrouwen werken meestal met een pooier en het vermoeden is dat veel van hen het slachtoffer zijn van vrouwenhandel. ,,Wij weten eigenlijk wel zeker dat er vaak sprake is van sterke druk op deze vrouwen. Wij vermoeden ook dat zij door heel Europa tewerk worden gesteld'', aldus Jaap Fransman, directeur van HVO-Querido, de instelling die de Huiskamer runt.
 
Zuid-Amerikaanse vrouwen, tot nog toe in de meerderheid op de tippelzone, werken meestal zelfstandig. Zij worden nu `verdrongen' door Oost-Europese en, in mindere mate, Afrikaanse vrouwen.
 
(...)
Uit het archief van de Volkskrant :
Hoerenbeleid Amsterdam bevordert vrouwenhandel
ONBEKEND, WEERT SCHENK
Gepubliceerd op 21 februari 1998 00:00, bijgewerkt op 16 januari 2009 11:24
(...)
 
De rechter heeft de 'kastenbazen' een handje geholpen. In juli vorig jaar bepaalde de rechtbank in Den Haag dat raamprostituees uit landen waarmee de Europese Unie een associatieverdrag heeft, zoals Polen, Tsjechië en Slowakije, hier mogen werken. Zij krijgen een verblijfsvergunning als ze kunnen aantonen zelfstandig ondernemer te zijn.
 
Sindsdien zijn de Wallen overspoeld door Oost-Europese vrouwen met een al dan niet vals paspoort. Voor ingewijden is het duidelijk dat ze niet zelfstandig werken. Ze zien dat aan de auto's die elk drie of vier vrouwen op het werkadres afzetten. Voor de huizen staan vrijwel onafbroken buitenlandse mannen (Turken, Joegoslaven en Albanezen) op wacht.
 
Veldwerkers veronderstellen dat de bewakers van de vrouwen 'loopjongens' zijn van een crimineel netwerk. De vrouwen zijn, zeggen ze, niet op eigen gelegenheid naar Amsterdam gekomen, maar worden tewerkgesteld. Volgens de stichting De Rode Draad, die de belangen van prostituees behartigt, werken de Oost-Europese prostituees tegen het 'mensonwaardig lage' tarief van 35 gulden. Dit dwingt Nederlandse vrouwen tot goedkoper werken.
 
Het vermoeden dat de vrouwen worden geëxploiteerd, sluit nauw aan bij de resultaten van een recent politieonderzoek. Oost-Europese criminelen brengen jaarlijks ongeveer tweeduizend prostituees naar Nederland. De vrouwen worden verhandeld voor bedragen tussen de vijfhonderd en tienduizend gulden.
 
Achter de vele Nigeriaanse en Ghanese vrouwen wordt eveneens een criminele organisatie vermoed. Ze bezitten goede Italiaanse of Griekse papieren, dan wel valse die amper van echt te onderscheiden zijn. Bijkomend probleem is dat deze vrouwen met behulp van pruiken vrijwel dagelijks hun uiterlijk veranderen. De politie kan soms slechts met grote moeite de geldigheid van de paspoorten bepalen.
 
(...)
Als popje in etalage (in het blad 'De Pers', door Merel van Leeuwen, 6 Mei 2009)
(...)
 
Het lukt Maria om zich staande te houden tussen de meisjes in Amsterdam. Ze huurt een kamer in de Gordijnensteeg en krijgt als een van de laatste vrouwen uit Oost-Europa zonder problemen een voorlopige verblijfsstatus. Jarenlang werkt ze als zelfstandig ondernemer en zogenoemd witte illegaal, tot ze in 2005 een verblijfsvergunning krijgt. Als een van de weinigen in Amsterdam heeft Maria geen pooier.
 
‘Ik heb altijd een grote mond gehad dat ze mij niet zouden krijgen, maar het is toch gebeurd, zo stom. Op een avond was er een meisje overvallen, waarna een jongen van de security aanbood mijn spullen te bewaren. Dus ik gaf hem mijn tas, met de papieren van mijn auto, mijn sleutels, paspoort. Aan het einde van de dag vroeg ik mijn spullen terug. Dat kost je duizend gulden, zei hij toen. Bekijk het maar, dacht ik en ben weggegaan zonder spullen. Maar ja, ik moest ze terug. Een dag later zei ik dat ik toch zou betalen. Maar toen was het inmiddels opgelopen tot duizend gulden per voorwerp, en ik ging betalen. Een andere jongen van de bewaking hoorde het verhaal en wilde het voor me oplossen, maar dan moest ik vijfduizend gulden betalen aan die eerste jongen. Die had ik niet, maar dat wilde hij mij wel lenen. Hij zei: ik help je wel. Voel je hem aankomen?’ Maria lacht.
 
De jongen die haar ‘helpt’, haalt haar over om bij hem in te trekken in Hoofddorp en ze krijgen een relatie. Vijf jaar later komt ze erachter dat ze verschrikkelijk belazerd is. Al het geld dat ze verdiende, gaf ze aan hem. Voor hun toekomst, zo had hij haar wijsgemaakt. Het stel kocht van haar geld twee privéhuizen, in Leiden en Schiedam. Maria’s redding is dat haar vriend, een Nederlandse kamper, ‘vergeet’ belasting te betalen, waarna de politie in 2000 een inval doet en hem arresteert.
 
‘Maar ik bleef loyaal aan hem. Ik heb mijn mond gehouden tegen de politie, omdat hij mij ook geholpen heeft. Heel stom, heel krom, want hij was een klootzak. Maar toen ik alle verschrikkelijke verhalen hoorde van andere meisjes, vond ik dat ik het niet zo erg had gehad. Hij sloeg me niet, ik had een eigen auto, ik kon doen wat ik wilde. Het eerste jaar in de bak heb ik hem zelfs nog wekelijks vijftig euro gestuurd.’ Maria lacht weer.
 
(...)
 
‘Die meisjes van het platteland in Oost-Europa weten dat ze hier niet komen om in de horeca te werken of als au-pair. Maar prostituee hier is nog altijd een beter leven dan op het platteland daar. Hun pooier zien ze als hun vriendje. Hij zorgt voor een huis en doet leuke dingen met haar, maar zo’n meid betaalt er verschrikkelijk veel geld voor. Ze voelen zich bijzonder, uitgekozen door zo’n jongen en hebben een grote loyaliteit naar hem toe. Maar ze beseffen niet dat ze het veel beter kunnen hebben zonder hem.’
 
(...)
"Achter het cliché — hulp en dienstverlening aan prostituees in Den Haag — werkmethodiek in ontwikkeling" (1999, Ellie Teunissen [red.], SPP [Stichting Prostitutie Projecten Den Haag])
pagina 31-32:
Voor de vrouwen uit onder meer Rusland, Polen, Litouwen, Oezbekistan en Albanie ligt het anders. De politieke situatie in deze landen heeft de vrouwen in sterke mate beïnvloed in hun houding t.o.v. politie, overheid en hulpverlening. De hulpverlening is daar een door de staat gecontroleerd instituut. Doordat een van de SPP-medewerksters verschillende Oosteuropese talen spreekt, is toch toegang mogelijk. De problematiek van illegaliteit is net als bij de Latijns Amerikaanse prostituees groot. Een aantal van deze prostituees spreekt Engels en is redelijk toegankelijk als het contact eenmaal gelegd is. Veel vrouwen zijn echter geïnstrueerd om met niemand te praten en zij worden bewaakt door pooiers of 'vrienden'. De meeste vrouwen blijken zich echter na verloop van tijd los te kunnen maken en onafhankelijk voor zichzelf of eigen familie te kunnen werken. Informatie over de gezondheidszorg en de verschillende instanties die voor hen van belang is, knopen ze goed in hun oren. Zij weten in toenemende mate de weg te vinden naar de SPP.
TAMPEP - final report (1994, redactie: Licia Brussa)
pagina 43-46:
Since the beginning of the TAMPEP project in September 1993, a few hundred prostitutes from Central and Eastern Europe have been contacted by a member of TAMPEP. The majority come from Poland and the former Soviet Union (most of them from Ukraine, Russia and Lithuania) but also from the Czech Republic, Slovakia, former Yugoslavia, and Bulgaria.
The women are approached on the street where they work, that is to say in the shop windows (one street in Alkmaar), in sex clubs (mostly in Limburg region), or in private apartments (in Hamburg, Germany). From the beginning the women are very open and are willing to talk to the TAMPEP worker who quickly gains their confidence.
Most of them are young women between 20 and 25. They are well educated: more than half of them have had a higher education and used to work in their country in their profession before they set off to the West. Some of them are students or women with a university degree. Some of them are divorced; many have children who are being brought up by grandparents during the absence of their mothers.
The women come from all levels of society. Their socio-economic background is rather varied: we can find representatives of the higher classes as well as of the lower classes. In many cases the level of their education is higher than that of their parents. Most of the women do not speak any foreign language. If they do speak one, it is usually some Russian which they have learnt at school or some German if they happened to work at some time in Germany.
The Polish, Czech, Slovak and Yugoslavian citizens are not obliged to have a visa for the Netherlands or Germany. The women have a right to a three months stay, but they are not allowed to work. The citizens of the former Soviet Union are obliged to have a visa for all western countries.
To be able to understand why specifically the women (and not the men) leave their country in such great numbers in order to find work in the West, one has to know their social backgrounds. First of all they are brought up in a traditional patriarchal society where the man is the dominant factor. At the same time, however, communism has given them opportunity and access to a higher education.
In fact, in Poland there are more women with higher education than men. Their relatively high level of education gives these women an equal opportunity in the labour market in Eastern Europe. So, if the financial need arises, they often take the initiative to look for new opportunities. But due to the poor economic state of their home countries, many of the more ambitious women leave for the West and consequently may end up in the sex business because prostitutes are always in high demand everywhere.
At the same time, the women stay psychologically dependent upon men, because their emancipation is not a result of a long process of gaining independence and becoming self-assertive but actually restricts itself only to the professional field. This is why Polish women are almost always in the power of pimps (in most cases their own countrymen). It is also why they so often depend upon others to the effect that they become victims of trafficking or other exploitation by men.
 
How they arrive in the West
Their means of arrival in the West are rather varied. Generally it can be said that their degree of freedom does not depend on the way they arrived in Holland. Many Polish women had fallen victim to the typical form of trafficking. The women have been recruited in Poland by a go-between to work in a hotel or a restaurant and only upon arrival at the location were they informed that they had to work as prostitutes. Some women immediately refused to cooperate. If they were lucky they were given time to think it over, if not, they were beaten, blackmailed and forced to work anyway.
Some were promised that they would be freed if they could earn enough money. Some women had been working for many months without seeing a single penny. Obviously, it is not known how many women left the Netherlands as soon as they saw the opportunity, but there is a considerable number of women who, after they had freed themselves from their pimps, continued to work in prostitution.
Others knew before their departure that they would work in the sex business. They did not know however, that they were to work for a pimp who would confiscate all their earnings. Sometimes they managed to free themselves from the power of the pimp, but in most cases they were compelled to work for many months for various pimps, often being sold from one man to another for thousands of florins.
The women from the former Soviet Union are in the most precarious situation. All western countries require a visa. To be able to apply for a visa, one needs an invitation from the destination country, which is very difficult to arrange. In this situation the women sell themselves in Russia to an international gang which arranges everything for them. They travel under supervision, are taken over at the borders by other members of the gang and upon their arrival they are welcomed by Dutch, German or Yugoslavian gang members. They are likely never to be able to free themselves from their "bosses," as they call them.
Some of them start their professional career in Poland or in the former Yugoslavia which are much easier countries for them to enter. There they are approached by a member of a criminal gang who in the first instance arranges a false passport for them with the promise that soon they will be transferred to a western country. From this moment they are at the mercy of pimps who can do what they want with them: they beat them, take all their earnings, sell them to other pimps.
Then there are women who come on their own to the West to work in prostitution. Usually a girlfriend has recommended a good place to work. They try to stay independent, but it often happens that, when facing deportation for example, they have to call in the help of a pimp, and this way they tie themselves for a long time or for ever to the man.
The Czech women work in most cases for themselves. Some of them go to their homeland every few months and return to the Netherlands after some time in order to continue their work in prostitution. Many of them started their professional life in Germany and afterwards came to the Netherlands. Others, on the contrary, first worked in the Netherlands and later on left for Germany.
As one can conclude from the above, there are many ways for Eastern European women to arrive in the West. There are direct and indirect channels, the women either coming on their own initiative, being trafficked, or coming as a link in a chain migration.
Control is being exercised over the women in different ways. They may be under the direct control of a pimp who stays in the location and confiscates the money from them and moves them to a different place when he thinks there is need for it. It sometimes happens also that pimps cooperate closely with club owners. In such a situation the girl again never sees any money - the club owner hands it to the pimp behind her back.
Generally speaking it can be said that, in contrast to Germany, in the Netherlands, the sex industry is still in Dutch hands. The owners of sex clubs or shop windows are usually Dutch, and this way they act as some sort of intermediary between the women and their pimps (who are also usually non-Dutch men). In such a situation, the pimp might well be the boss of the woman but he has no influence on her work situation.
 
The goals of the women
The women's motives to look for new opportunities outside their own countries are almost always economic. In most cases they do not come specifically to work in prostitution. But in most cases the work in prostitution is the only solution to their financial problems. There are hardly any women who worked also as prostitutes in their home countries. For most of them this was the only way to improve their standard of living and be able to taste life in the West. At the same time they are very ambitious and courageous: not everyone would dare to do what they have done.
In their conversations with the TAMPEP team member they strongly objected to being identified as a "whore". Prostitution is for them just an activity, a temporary job and not an identity. Therefore none of their relatives back home know the nature of their work. This kind of split identity helps them to proteet themselves - at least at home they are respectable women and mothers.
In Catholic Poland prostitutes are at the very bottom of the social ladder and if the women want to lead a normal life later on in Poland, they should never admit that they ever worked as a prostitute.
The goal of the women is to earn a lot of money, stop working and go home. Some of them have very precise goals: they want to buy a flat in order to free themselves from their parents, or to start a business.
Unfortunately, as may be concluded from the conversations with the women, those plans very rarely succeed, and at best only after a long period of time. This is mainly due to the fact that they spend a lot of money on supporting their families and on their own basic necessities. In most cases they are illegally resident, so they cannot rely on national health care or any part of the social welfare provision.
On the other hand there are many women who admit that they don't really know if and when they will stop the work. They realize that if they were to start working for a normal wage, it would be very difficult to adapt their lifestyle to a more modest level. They admit that they've got spoiled by the money and feel very frustrated about this because they cannot set deadlines for themselves to finish with prostitution.
The women from the former Soviet Union have many problems sending money earned to their home country. It is impossible to transfer the money from the Netherlands by post or by bank, so they are obliged to rely on services of go-betweens who ask a large amount of money for performing the task.
 
Mobility of the women
The women are very mobile. They move constantly from one place to another, from one town to another, from one country to another. There are several reasons for this mobility. One is the fact that the women work for a network of pimps who substitute women and transfer them from one place to another. In such a case the woman is not free to decide about her movements.
Another reason is that the women are afraid of the police and consequently try hard to avoid being caught by them. They are constantly on the move, in search of a safe place to stay.
In some cases the women who have managed to free themselves from the power of the pimp, have to find a new place of work far away from him.
Some women move constantly to find a better place of work where the earnings might be better.
TAMPEP - final report - June 95/June 96
pagina 40-41:
A comparison of the target groups of TAMPEP 1 and 2
If you compare the make-up of the present target group with the one of two years ago, you notice some major changes.
The first change concerns the nationalities of the women. At the time of TAMPEP 1 (1993/1994) Polish women constituted the largest group, while during TAMPEP 2 (1995/1996), the women originating from republics of the former Soviet Union, specially from Ukraine, started dominating the target group.
This phenomenon might be due to a growing poverty in the former SU, where more and more women seek an opportunity to work abroad. These women are recruited by members of international gangs which specialise in trafficking in women. These criminal groups, which are well-organized, form a powerful network covering many countries. They cooperate closely between countries, and the members of the gang have different tasks such as recruiting of the women, organising the passage to Holland and taking care of the women at their destination country.
This expansion of multinational gangs has led to the gradual dissappearance of individually operating traffickers, usually Polish men.
The Polish women normally used to work for single pimps, who operated independentely or in small groups. They are now being pushed aside by powerful gangs from the former SU.
Another change in the make-up of the group concerns the level of professionalism of the women. The target group of TAMPEP 1 consisted of women who were novices in prostitution, while most of the clients of TAMPEP 2 have already worked elsewhere in prostitution (but usually not in their home country) before they came in touch with the streetworkers of TAMPEP.
 
Why are East European women so often victims of trafficking in women

Most of them still believe in the myth of the rich West. Everybody knows somebody who made "lots of money" in the West. However, the chances of legal migration to a wealthy area such as one of the countries of the EU are very small. So if the woman wants to work in the West, she has to find an illegal way to get there. This illegal immigration makes people very vulnerable to exploitation by a go-between.
So it is not only the poverty in their home country, but also the policy of countries of the EU that makes this kind of trafficking possible.
The women are brought up in a traditional patriarchal society where the man is the dominant factor. At the same time, communism has given women the opportunity and access to a higher education. In fact, in Poland for example, there are more women with a tertiary education than men. So, if the financial need arises, they often take the initiative to look for new chances, but due to the poor economic state of their home countries, many of the more ambitious women leave for the West and consequently end up in the sex-business because prostitutes are always in high demand everywhere. At the same time, the women stay psychologically dependent upon men, because their emancipation is not a result of a long process of gaining independence and becoming self-assertive but actually restricts itself only to the professional field. This is why Polish, Ukrainian and Russian women are almost always in the power of pimps (in most cases their own countrymen) and why they so often depend upon others to the extent that they become victims of trafficking or other forms of exploitation by these men.
Another reason why the East European women are so often victims of trafficking is their total naïvetée and blindness. It seems that these persons did not have much opportunity to develop any self-defence mechanism. The housing shortage forces many youngsters to stay with their parents, thus blocking the way to independence. This way they lead overprotected lives and may not be able to experience the harsh facts of their culture.
For many women coming from the republics ofthe former Soviet Union, the fact that they have to share their earnings with the traffickers is completely acceptable. In the conversations with the TAMPEP worker, they emphasize their happiness about having a job in the West. The fact that they have to pay so much money to the traffickers is considered as completely normal. Very often they cannot even imagine that their situation could be different. Prostitution is for them inseparably involved with the pimps.
Het algemene beeld dat geschetst wordt over Oost-Europese prostituees is dus samengevat dat het overgrote deel wel weet wat hun werk ze hier gaan doen, maar in een fuik lopen van pooiers die een sterke grip op hen houden en een groot deel van hun inkomsten innemen. Een deel van de vrouwen lijkt dit zelfs heel bewust te doen en tevreden te zijn met de situatie. Toch kan ik dit niet echt vrijwillig noemen, zelfs als je bedenkt dat veel van deze vrouwen een situatie gewend zijn in hun thuisland die niet echt rooskleurig is. Ik vind dat een prostituee volledige seksuele zelfbeschikking moet hebben over haar eigen lichaam. Dat hebben deze vrouwen niet.
 
Ik wil één bron noemen over Oost-Europese prostituees die lijnrecht ingaat tegen het zwartgallige beeld dat ik hierboven geef. Dina Siegel heeft in 2002 25 Russisch sprekende prostituees geïnterviewd in het kader van een onderzoek naar de positie van illegale prostituees in Nederland die eerst werden gedoogd maar na de legalisering in Oktober 2000 plots de legale seksbedrijven moesten verlaten ("Transnational Crime" [2005], edited by Jay Albanese, zie het hoofdstuk: "women trafficking and voluntary prostitution: Russian-speaking sex-workers in the Netherlands" door Dina Siegel). Hoe vergaat het deze vrouwen? Haar conclusie na aanleiding van deze gesprekken is verassend:
My findings are based on intensive contacts with ten informants: young Russian, Ukrainian, Armenian, Georgian, and Byelorussian women between 16 to 31 years old. Six of them had finished secondary and professional education and four were university graduates. Back in Russia, they were employed as a teacher, a translator, a doctor, an economist, a bank clerk, a model, etc. Most of them were unmarried, one was divorced and two were married to Russian men living in Russia with their children and parents. All of them came to work as prostitutes in the Netherlands voluntarily. In addition, I talked to fifteen other women. These conversations varied from several hours with the same informant on different occasions to short conversations at birthday parties or during mutual activities such as the celebration of the Russian New Year. All conversations were conducted in Russian, my own, native language. The information I gathered was extremely useful: the women told me their life-stories, with an emphasis on their problems in the former Soviet Union and in the Netherlands. They talked about their past, their families, their plans for the future and, of course, about their life and work in the Netherlands. They shared with me their ideas on Dutch prostitution policies and Dutch culture in general, on their clients and contacts with other Russian-speaking sex-workers and other people connected to their trade. They saw me as a compatriot who was far more familiar with the Netherlands than they were, and they often asked me for advice or information on Dutch habits and culture. Sometimes they asked me to translate letters or make telephone calls in Dutch for them, which I usually did.

(...)

Early on during my fieldwork, I realized that the image of trafficked women who are forced to work as prostitutes under the threat of violence, did not fit the women I dealt with. Similar to my previous research on Russian-speaking women and Turkish men [Siegel, D. and Y. Yesilgoz. 2003. "Natashas and Turkish Men: New Trends in Women Trafficking and Prostitution." In Global Organized Crime. Trends and Developments, edited by D. Siegel, H. van de Bunt, and D. Zaitch eds. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.], I found that all my informants presented themselves as businesswomen, namely independent sex-workers. In the group of illegal sex-workers I distinguish two sub-groups:(1) women who had lived in the Netherlands for more than 5 years, were previously employed in brothels, but had to seek employment elsewhere as a result of the new regulations; and (2) newcomers who arrived after October 2000 to work as prostitutes.

(...)

The most popular way for women to travel from Russia is through travel agencies often legitimate-and with the use of (usually) authentic documents. The women travel as tourists, but do not return from Europe. My informants usually travelled alone, or in small groups of three women at most, but never as part of organized tourist trips, in order to "move freely and not be controlled by others." They carried the address of a contact person in the Netherlands (usually Russian or Dutch), provided by the travel agency where they booked their tickets. Later, upon their arrival in the Netherlands, the contact persons turned out to be brothel owners or private persons who either operated an illegal brothel, or mediated between different sex clubs. This was, however, no surprise to them and they hoped to find work in an expensive sex club, where they could earn more money. In some cases they realized that these contacts were unlike regular employers and that their demands were higher and the economic commitments much harder to fulfil than they had expected. Women who travelled privately, without the assistance of travel agencies, described the same pattern. They were given addresses of contacts in the Netherlands (often brothel owners) by friends who already worked there.

All my informants travelled by plane. All of them booked their tickets in one or another travel agency. The role of these agencies goes far beyond selling tickets. Traditionally, Russian criminals operate behind the facade of an employment agency, a travel agency, or modelling or match making agencies. The last two, for example, are used to identify women looking for an opportunity to go abroad. Information is sometimes exchanged with criminal organisations (Hughes and Denisova 2001 ,[http://www.uri.edu/artsci/wms/hughes/tpcnexus "The Transnational Political Criminal Nexus of Trafficking in Women from Ukraine" in "Trends in Organized Crime"]). My informants, however, did not consider the people in the travel agencies to be "traffickers," but rather "agents" or organizatori ("organizers" or "managers"). According to my informants organizatori are "businesspeople," who do not necessarily belong to criminal organisations, but it is true that they rely on krysha, protection, which allows them to run their business. Without krysha no business can survive, according to the women, and they consider this phenomenon an inevitability in the unstable post-reform socioeconomic situation in the former Soviet Union.
Most of the women that I met paid for their own airline ticket and arranged their own visa and hotel reservation or private place to stay. Many were assisted by friends or acquaintances in the destination country beforehand. In a few cases they gave gifts to the organizers in the travel agency (gold chains, French perfume, and/or money) on top of the regular costs of their ticket and visa. One gave a bribe to a travel agent for "arranging" a place on an airplane, when no places were available for that particular flight. According to some informants, the organizers were people you could trust, at least as far as logistic support. They had more problems with the people who met them in the Netherlands.
 
On arrival in the Netherlands
 
As soon as the women arrived, they found themselves connected to a whole network of pimps, brothel owners and even their old friends, who now wanted payment for their assistance and contacts. In addition, they were sometimes asked to do things they were not ready for, such as group sex, extra long hours, etc.
Irina (age 21), who arrived in 2001:
 
I don't mind working extra hours, but I don't want to give my money to these parasites around me. One can earn a lot of money in three illegal sectors: weapon, drugs and women. In all three you earn almost the same, but the first two are full of risks. Let these 'tough guys' deal with the risky things, and leave me alone.
The first few months Irina worked for a brothel owner who "in spite of the new law and controls" was willing to employ her, but then she left the brothel and started work as a call girl, mostly "with the same regular clients," as she put it.
There are a few common features to all my informants: all women were aware of what their future job in the Netherlands entailed (or at least guessed what kind of work they were going to do). Secondly, when they were still in the former Soviet Union, they realized that they had the choice either to travel or not; in the Netherlands they found themselves tied to various dubious figures and under financial obligations. Thirdly, although they were willing to work as prostitutes, there were not always ready for the working conditions and the financial demands made on them.

(...)

During my fieldwork I did not find any evidence of highly organized criminal networks of either Russian or other criminals who were involved in the trafficking of my informants to the West. Neither did I come across information on physical violence against these women or indications that they were forced to work as prostitutes. The highest level of violence I was told about were the threats that were uttered when the cost of a rented apartment were not paid on time.

(...)

In some cases there were attempts by Dutch or other pimps to take advantage of the situation of the prostitutes, especially after they left the brothels. But it seems that the women were able to protect themselves and stay independent.

(...)

It appears from my research that the sometimes overly dramatic presentation of the phenomena of prostitution an trafficking is in many cases groundless and exaggerated.

Ik vind dit vreemd. Aan de andere kant; zij interviewde prostituees die in het illegale circuit werkten, de prostituees die TAMPEP tegenkomt zijn bijvoorbeeld weer raamprostituees. Misschien dat er een verschil is tussen deze twee groepen prostituees. Maar aan de andere kant, geeft ze weer wel aan dat in het begin de vrouwen werden uitgebuit, dus misschien is wat zij zegt weer helemaal niet zo tegenstrijdig met wat anderen zien bij Oost Europese prostituees. Dina Siegel zegt trouwens nog iets opmerkelijks:

Russian-speaking prostitutes who work for themselves, often have to use various strategies to remain independent. It often happens that they present themselves to their clients as working for certain pimps or in specific brothels, implying that they are not working on their own. This kind of lying and "identity manipulation" is typical for Russian-speaking prostitutes in the Netherlands. Siegel and Bovenkerk (2001) described Russian call girls in the Netherlands who used an imaginary Russian Mafia threay to chase away local pimps who bullied them (2000:435-437). These are "survival strategies" used by many prostitutes.
Dan ga ik me afvragen, is dit misschien de reden waarom zoveel hulpverleners denken dat zoveel prostituees in de macht zijn van pooiers terwijl dit misschien helemaal niet waar is? Is dit wat prostituees hulpverleners vertellen?
 
Aan de andere kant. Zij gebruikt informatie uit dit rapport (mede geschreven door haarzelf, zie pagina 435-437):
Crime and manipulation of identity among Russian-speaking immigrants in the Netherlands (2000, Frank Bovenkerk en Dina Siegel)
Zij interviewden 2 Russische prostituees die meerdere malen werden lastiggevallen. Zij vertelden de pooiers dat ze al bescherming hadden van de Russische maffia, toen werden ze met rust gelaten. Dit zegt toch wel dat veel prostituees kennelijk toch wel onder druk moeten staan van pooiers.
 
Wat ook zou kunnen is het om een "sample-bias" kan gaan. Zelfstandig werkende escorts zijn veel gemakkelijker te interviewen dan die die gedwongen worden.
 
In het rapport "Verboden bordelen - evaluatie opheffing bordeelverbod: niet legale prostitutie"(2006) wordt gezegd over Poolse prostituees (pagina 81):
Om vast te stellen dat er geen sprake van uitbuiting of mensenhandel is, kunnen ook enkele aspecten worden geformuleerd. Zo is tijdens het veldwerk een aantal bevindingen gedaan waaruit een redelijke mate van zelfstandigheid, of beter gezegd zelfbeschikking, kan worden afgeleid. Het is bijvoorbeeld een aantal keer voorgekomen dat prostituees, met name afkomstig uit Polen overigens, aangeven dat zij enkele weken in Nederland werken om vervolgens enkele weken naar huis te gaan. Zij bepalen zelf wanneer ze komen en gaan en regelen hiervoor zelf het vervoer.
Aan de andere kant, wordt in het Rode Draad-rapport " Rechten van prostituees..... " beschreven dat (op pagina 61 en 62):
Sinds enige tijd heeft deze zaak een nieuwe naam en een nieuwe eigenaar. Aan de deur hangt de lijst met huisregels. Dit alles moet de lezer doen geloven dat je hier te maken hebt met vrouwen die als zelfstandig ondernemer werken. Een man gaat het pand in om te vragen of de vrouwen ons willen zien.
Wij komen terecht in een piepklein keukentje met een minitafeltje en twee stoeltjes. We zitten er met ons vijven en je kunt je er amper bewegen. De vrouwen zeggen dat zij hier de hele dag bivakkeren. We spreken met een Poolse vrouw. Ze vertelt dat ze hier af en toe een paar weken werkt en dan weer een hele tijd weg blijft. Wij vinden het verhaal vreemd, omdat we haar eerder hebben gezien, hoewel ze zegt er bijna nooit te zijn. Een andere opmerking die vraagtekens oproept is dat ze hier al jaren welkom is om te komen werken. We kunnen dit niet rijmen met het feit dat er net een nieuwe eigenaar is.
Tijdens on gesprek gaat de telefoon en wij zien klanten op de mobieltjes van de vrouwen bellen. De vrouwen adverten ook op internet.
De nieuwe eigenaar vertelt ons dat hij het moeilijk vindt de mentaliteit van de vrouwen te veranderen. Ze waren er aan gewend dat alles voor ze werd geregeld. Dit gezegd hebbend vertekt hij naar een hok waar hij aan het strijken is. Inmiddels is er nog een man de keuken binnengekomen. Hij komt op visite en pakt een hamburger en een biertje.
In het rapport van M.D.E. Averdijk Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit? (2002) wordt geschreven:
pagina 83-84:
Naast bovenstaande verklaringen van slachtoffers is nog een getuigenverklaring afgelegd door een persoon die nauw bij de Twentse prostitutiewereld betrokken was. In deze getuigenverklaring wordt gewezen op een verschuiving wat betreft mensenhandel bij (Centraal- en Oost-Europese) prostituees. Deze verschuiving houdt in dat, waar exploitanten prostituees voorheen via ‘aanvoerlijnen’ van henzelf of via contacten wierven, er sinds 2000 een toename is van het aantal pooiers dat, met name, Centraal- en Oost-Europese prostituees aanbiedt. Uit deze en bovenstaande verklaringen blijkt dat groepen van oorsprong Turkse mannen, soms in samenwerking met Centraal- en Oost-Europese handelaren, een grote rol spelen in de ‘aanvoer’ van vrouwen sinds 2000. Sommige vrouwen worden rechtstreeks uit het thuisland gehaald, anderen worden in Duitsland gekocht en naar Nederland gebracht. In Nederland verblijven de vrouwen soms in het huis van hun pooier (zoals ook uit de casussen blijkt), maar ook worden verblijfplaatsen geregeld via kennissen. De vrouwen worden in verschillende bedrijven tewerkgesteld. Ze moeten de reis terugbetalen en ook voor het verblijf worden hoge kosten in rekening gebracht. Uiteindelijk houden de vrouwen zelf nauwelijks tot niets over van hun verdiensten.
Uit de getuigenverklaring blijkt verder dat veel exploitanten in principe een afkeer hebben van dit soort praktijken. Maar hoewel zij voornamelijk afnemers zijn van de vrouwen, blijken zij ook een rol te spelen in de uitbuiting. Zowel uit verklaringen van vrouwen als uit de getuigenverklaring blijkt dat er vaak afspraken bestaan tussen de pooier en de exploitant aangaande de uitbetaling van de verdiensten.
pagina 89:
De opkomst van deze pooiers houdt verband met de opheffing van het gedoogbeleid aangaande prostituees zonder arbeidsvergunning. Hierdoor droogden de eigen ‘aanvoerlijnen’ en bronnen van exploitanten op, en werden zij afhankelijk van pooiers en handelaren voor de ‘aanvoer’ van prostituees.
Escort in Amsterdam Revisited: De Amsterdamse Escortbranche Anno 2007 (2007, Marnix W.B. Eysink Smeets, Leon van Lier, Renée Römkens, Margreth Egelkamp, Jenneke van Ditzhuijzen, m.m.v. Peter Klerks, Pauline Naber en Annet Speelberg):
pagina 25:
(...) Veruit de meeste ondernemers in de middenklasse en lager waarmee wij spraken, bleken wel degelijk in de gaten te hebben dat nogal wat werkers aan een ‘pimp’ vastzitten, waarbij zij ook regelmatig signalen van drang en dwang krijgen.

“Ik werk vrijwel alleen met Roemeense meisjes, die domineren op dit moment immers de markt. Maar echt hoogte van ze krijg je niet, ze laten nauwelijks iets los. Maar als zo’n meisje opeens blauwe plekken heeft, of niet naar beneden komt als je bij haar voor komt rijden, dan snap je natuurlijk wel dat het niet helemaal koosjer zit.”
“Als zo’n meisje elke keer voor of na een klus meteen begint te sms’en, dan weet je dat er een vent achter zit.”
“Tot voor kort zat 80% van die meisjes aan een pimp, nu schat ik dat het iets beter is, pakweg 60%. En ik zie ook wel dat er een aantal huizen zijn waar die meisjes vaak onder begeleiding zitten. Ook dat is de laatste tijd wel minder geworden, maar ze zijn er nog steeds.”
 
Enkele betrokkenen, waaronder escorts zelf, maken er overigens melding van dat de intake nog wel eens verder gaat dan het louter administratieve: van het soms geheel moeten ontkleden tot, in een enkel geval, het ‘eerst door de ondernemer uitproberen van de aangeboden waar’.
pagina 26:
Via de bureaus worden nog maar op zeer beperkte schaal Nederlandse vrouwen in de escort bemiddeld. Een uitzondering vormt de bovenkant van de markt, waar Nederlandse vrouwen nog wel degelijk werkzaam zijn. Ook onder zelfstandige escorts troffen wij relatief veel Nederlandsen aan.
Aan de midden- en onderkant van de bureaumarkt zijn het echter al enige tijd vrouwen uit de Balkanlanden die de markt domineren, waarbij met name de Roemeense vrouwen in het oog springen. Dat wordt bevestigd door diverse typen bronnen: betrokkenen uit de markt zelf, scans van de websites van bureaus, ervaringen van klanten en ervaringen van opsporingsinstanties.
Het landelijk prostitutiebeeld zoals recent beschreven door Daalder, dat aangeeft dat mede als gevolg van verscherpte controle en handhaving het aantal vrouwen uit landen als Roemenië zou zijn gedaald, lijkt in de Amsterdamse escort dus niet zichtbaar (Daalder, 2007, p. 14), eerder is van het omgekeerde sprake.
Binnen de twee onderscheiden clusters springt een verschil in het oog in leeftijd. Bij de escorts in de midden- en onderkant van de bureaumarkt heeft de grootste groep een leeftijd van rond de 20. Bij de zelfstandigen en de topbureaus ligt dit hoger en is de spreiding ook groter.
Volgens insiders zou zich, met de toename van de vrouwen uit de Balkan, ook een trendbreuk hebben voorgedaan waar het gaat om het opleidingsniveau. Zij merken op dat de eerste lichting vrouwen uit Oost-Europa die in de escort actief was relatief hoogopgeleid was; op dit moment zou echter vooral sprake zijn van laag-opgeleide vrouwen. Bij de zelfstandigen en vrouwen in het hoger segment zien wij een gevarieerd opleidingsniveau, waaronder ook hoogopgeleiden.
pagina 28:
“Ik ben naar Nederland gekomen omdat ik van een vriend hoorde dat ik hier in de sex-business veel geld kon verdienen. Ik heb twee maanden met vijf andere Roemeense meisjes in een huis gezeten. Ik mocht daar niet naar buiten, behalve om te werken, mijn paspoort was afgenomen, van mijn verdiensten moest ik veel afdragen. Op een gegeven moment vond ik mijn paspoort toch. Ik ben toen ogenblikkelijk weggegaan. Eerst terug naar Roemenië, daarna op eigen kracht weer naar Nederland. Want ik wil wel geld verdienen, maar niet onder druk. Jullie hebben geen idee hoe groot, corrupt en wijdverbreid het systeem is dat hierachter zit.”
Een ander: “Geen enkel Roemeens meisje zal zeggen dat ze een pimp heeft of dat ze gedwongen wordt. Ik ook niet. Ik wil dus ook niets zeggen wat zich hiervoor heeft afgespeeld. Maar dat Roemeense meiden op grote schaal onder druk worden gezet is wel duidelijk. Ook door de familie thuis te bedreigen of nog erger. Het is dat ik geld moet verdienen voor mijn kind en dat ik het op een andere manier niet kan. Maar ik vind dit werk verschrikkelijk en stop er liever vandaag dan morgen mee.”

Pagina 30:
De bij de internationale opsporing van mensenhandel betrokken Nederlandse opsporingsexperts wijzen op een toegenomen en hoge mate van activiteiten door Roemeense mensenhandelaren. De in Boekarest gevestigde Nederlandse liason officer schat in dit licht dat 70 – 80% van alle Roemeense en Bulgaarse prostituees het slachtoffer is van mensenhandel. De werving zou vooral door materiële verleiding gebeuren (als duidelijk is dat het om sexwerk gaat worden heel hoge verdiensten voorgespiegeld, of er wordt ander soort werk in het vooruitzicht gesteld). In Nederland worden deze schattingen nog eens bevestigd door de experts bij het Nationale Expertisecentrum Mensenhandel. De mate van verwevenheid met de escortbranche blijft daarbij onduidelijk, maar deze is wel aanwezig.
pagina 31:
Het zal geen verbazing wekken dat ondernemers aan de bovenkant van de markt inschatten dat het type escorts waar zij mee werken, vooral vrijwillig aan de slag is. Zodra iets lager in de markt wordt gesproken veranderd het beeld echter drastisch. De ondernemers daar werken, zoals eerder aangegeven, met name met Roemeense vrouwen. En “met die Roemeense vrouwen zit het helemaal fout”, zoals één ondernemer het verwoordde.
 
(...)
 
Het beeld dat daaruit ontstaat is er een van een meerderheid van Roemeense vrouwen die nog aan een pimp vasthangt of anderszins onder supervisie staat. Daarbij zou soms sprake zijn van een ‘businessdeal’: de pimp of de betrokken organisatie heeft geld voorgefinancierd dat met een stevige rente moet worden terugbetaald. Daarbij wordt ook melding gemaakt van absurde prijzen die de betreffende dames voor bepaalde zaken moeten vergoeden.
Bij een ander deel is, zo wordt door meerdere bronnen aangegeven, geen sprake van een businessdeal, maar van daadwerkelijke dwang, via meerdere methoden, waaronder geweld of bedreiging van familie thuis. Daarbij wordt ook gesignaleerd dat er in en rond Amsterdam sprake is van een aantal huizen waarin de Roemeense vrouwen in kleine groepjes wonen, nogal eens onder toezicht van een mannelijke (of vrouwelijke) pimp. Dit wordt consistent gemeld door betrokkenen in en om de branche (ondernemers, ex-ondernemers, escorts zelf), maar ook plausibel gemaakt door incidentele waarnemingen van opsporingsinstanties.
pagina 32:
Veel wordt benadrukt dat de vrouwen nauwelijks bereid zijn over hun omstandigheden te praten. De twee Roemeense vrouwen die wij toch spraken bevestigden echter zowel in hoofdlijnen als in diverse vervelende details de hierboven aangegeven hoofdlijnen.
In toenemende mate zouden vrouwen zich overigens inmiddels aan de druk weten te ontworstelen en dan in kleine groepjes samenwonen. De wijziging van de regelgeving op 1 januari jl., waardoor Roemeense vrouwen vanaf die datum gerechtigd zijn om als zelfstandig ondernemer in de prostitutie actief te zijn, zou deze tendens versterken, zo signaleren betrokkenen in het veld.

Meer in "Inzake opsporing" Bijlage VIII - IX. 4. "Enkele concrete voorbeelden van de Nederlands-Russische criminele betrekkingen" door die van Traa commisie.
 
Zie deel 6 over de Afrikaanse prostituees.
 
zie vervolg:
 
Lees meer...   (2 reacties)
 
OPZIJ, November 2002

Moet een hoerenloper gestraft?
Tekst: Anke Manschot

In Zweden wordt prostitutie als geweld tegen vrouwen beschouwd. Geweld dat net zoals incest bestreden moet worden. Is Nederland met de legalisering van prostitutie op de verkeerde weg? Moet er niet een nieuwe normen- en waardendiscussie komen over het lichaam als handelswaar?

'Welkom bij Hookers.nl. Alles over dames van plezier.' Zo worden bezoekers op de website van Nederlandstalige- hoerenlopers begroet. Het binnentreden in het domein van deze heren is behalve leerzaam ook een onthutsende ervaring. 'Ik ben op zoek naar dames met zeer grote natuurlijke borsten,' luidt een van de vele oproepen. 'Wie weet waar er vrouwen zijn die pijpen zonder condoom. Met klaarkomen in de mond,' wil een ander weten. Harm uit Rotterdam zoekt slanke, blanke vrouwen voor de lotuskus. 'Dit is het oraal bevredigen van de anus (kontlikken),' legt hij de sitebezoekers uit. 'Daarbij hoort natuurlijk ook pijpen zonder condoom, ballen en billen likken en de anus diep likken.' Harm kent wel enkele dames die dit doen, maar hij wil weer eens nieuwe ontmoeten. Websitegebruikers attenderen hem onder andere op magere Jenny in de Antwerpse Atheneumbuurt, die 'voor amper 50 euro aan je poepertje likt. je mag ook in haar mond klaarkomen.' Weer een ander roemt een lang Russisch meisje in de Haagse Hunzestraat. 'Ze is aardig en likt behoorlijk je kont (... )' De bewuste Russin heeft nog een pluspunt: 'Ze pijpt behoorlijk diep en dus goed.' De hele website is gevuld met dit soort oproepen en tips. Ook is er de rubriek 'Te mijden meiden'. Het is onweerlegbaar: dit is een handel in vrouwenvlees, een 'vergelijkend warenonderzoek' dat te denken geeft.

Prostitutiedeskundige Sietske Altink toonde het al aan in haar in 1997 verschenen boek Handel in hartstocht. Het prostitutiebedrijf in Nederland: de hedendaagse hoerenloper is niet meer dezelfde als die uit de jaren vijftig. Toen waren het vooral zielige, alleenstaande mannen die van hun hospita geen damesbezoek mochten ontvangen. Met gespaarde dubbeltjes en kwartjes kwamen ze bij Hollandse Sjaan of Keetje op de Wallen aan hun gerief. De Nederlandse hoerenloper-van-nu heeft in 68 procent van de gevallen een vrouw of vriendin, blijkt uit het proefschrift Prostitutes and Their Clients van Ron de Graaf. Prostituees in de tippelzones vertelden meermalen in kranten dat auto's met kinderzitjes af en aan rijden. Slechts 15 procent van de prostituanten is te schuchter om met een 'gewone vrouw' in contact te komen, toont een Duits onderzoek uit 1994 aan. Veel hoerenlopers gaan voor de sensatie en de kick, of voor een seksuele variant waar vrouwlief of vriendin niet happig op is. Varianten waar onze televisie ook nog eens reclame voor maakt. Wanneer Sex voor de Buch op de buis is geweest, is de vraag naar plas- en poepseks beduidend hoger dan normaal, vertelde een tippelaarster onlangs in de Volkskrant. Andere drijfveren om naar een hoer te gaan: wisselende sekspartners begeren; macht over een vrouw willen uitoefenen; het als zakencadeau krijgen voor bewezen diensten zoals bij de bouwfraude het geval was; het genoegen hebben om als onappetijtelijke man met een beeldschone vrouw te kunnen vrijen; er dwangmatig naartoe moeten. Twee en twintig procent van de 559 mannen uit De Graafs onderzoek noemt zich verslaafd aan prostitutiebezoek. Ze ervaren het niet als prettig, schamen zich achteraf, maar blijven het toch doen. 'Mijn diepste hunkering is dat ze op mij geilen, dat is waarom ik telkens weer ga,' bekende een hoerenloper in de Volkskrant.

Het is ook allang een achterhaald cliché: de prostituee als maatschappelijk werkster met wie je zo fijn kunt praten. Driekwart van de naar schatting 17.500 tot 25.000 prostituees in Nederland komt uit het buitenland en spreekt vaak weinig meer dan enkele woorden vakjargon in onze taal: 'Paipen, 25 euro, noiken, 50 euro' et cetera. Het prostitueebezoek is er bepaald niet minder om geworden, integendeel. 'Tachtig procent van de mannen maakt het niet uit of ze gepijpt worden door een paard of door een koe,' vertelde een directrice van een escortservice onlangs in Het Parool. Slechts een klein aantal klanten kijkt volgens haar nog of het een leuk meisje is met wie een gesprekje te voeren valt. En dan gaat het hier nog om escortgirls. Klanten van straatprostituees zitten al helemaal niet om een praatje verlegen. Het afwerken blijkt gemiddeld tien minuten te duren.

De Amerikaanse radicaal-feministe Andrea Dworkin noemde in de jaren zeventig prostitutie betaalde verkrachting. Desondanks kwam in diezelfde tijd in de Verenigde Staten, en in West-Europa iets later, de prostitution rights movement op. Leden van deze feministische beweging ijverden ervoor dat de prostituee bevrijd zou worden van haar stigma van gevallen vrouw, van slechte vrouw. Ze vonden dat prostiturees als een normale beroepsgroep gezien moesten worden met dezelfde rechten en plichten als de overige werkende bevolking.
In 1991 werd in Frankfurt het eerste Europese hoeren Congres gehouden. Vertegenwoordigers uit zestien landen maakten zich sterk voor een verbetering van de arbeidsomstandigheden van sekswerkers. Ze beargumenteerden ook dat het oudste beroep ter wereld gelegaliseerd en uit de criminele sfeer gehaald moest worden. Ook Vakwerk/De Rode Draad, de belangenorganisatie voor prostituees in Nederland, probeert nog steeds dit beroep een positief imago te bezorgen. (voor vervolg zie bericht hieronder)

Opschrift foto: Niet één moeder hoopt vurig dat haar dochter via betaalde seks de kost gaat verdienen
 
Feministen in Scandinavische landen hebben vanaf de Tweede Golf totaal andere standpunten verkondigd dan hun zusters in WestEuropa en Noord-Amerika. Zij zien prostitutie als een vorm van seksueel misbruik, als een schending van de menselijke waardigheid en lichamelijke integriteit. Iedere vrouw die in de prostitutie werkt, is er een te veel, is hun motto. Zij geloven niet in een vrije keuze voor dit beroep. Want geen enkel meisje droomt ervan om hoer te worden. Niet één moeder hoopt vurig dat haar dochter via betaalde seks de kost gaat verdienen. Medewerkers van beroepskeuzebureaus of sociale diensten zullen dit vak nooit of te nimmer aanbevelen. Vrijwel elke prostituee is door nare omstandigheden in dit beroep verzeild geraakt, al dan niet gedwongen.

Mannen die van hun diensten gebruikmaken, onderdrukken deze vrouwen en buiten hen uit, is de volgende stap in de redenering van deze feministen. En een overheid die dit beroep legaliseert, accepteert dat het menselijk lichaam handelswaar is. Kortom: 'In een moderne samenleving waarin de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen als een groot goed wordt beschouwd, moet prostitutie niet gelegaliseerd, maar juist met alle mogelijke middelen bestreden worden.' Zweden is de voortrekker op dit gebied. Daar werd sinds 1 januari 1999 een door feministisch politica Inger Segelström voorgestelde wet van kracht die hoerenlopers strafbaar stelt. Deze wet is overigens een klein onderdeel van de strijd tegen de afschaffing van de prostitutie in dit land. Zo is de Zweedse politie sinds afgelopen mei bezig met een campagne op scholen om jongens ervan bewust te maken dat het kopen van seks een vorm van uitbuiting is. Deze campagne wordt dit jaar uitgebreid naar Denemarken, Finland, Noorwegen en de Baltische Staten. Verder probeert de Zweedse overheid prostituees te helpen hun vak te verlaten door herscholingstrajecten aan te bieden. Daarnaast is er voor prostituanten die willen afkicken ook een hulpverlenersproject.

Wat heeft dit alles opgeleverd? Er zijn tot nog toe maar enkele hoerenlopers beboet. Het bewijs leveren bleek te moeilijk. Prostituees beweerden steevast tegen de politie dat ze de geliefde waren van hun klant. Wel is de straatprostitutie in steden als Stockholm en Göteborg nagenoeg verdwenen. Maar dat is helaas een Pyrrusoverwinning: de rosse bedrijfstak is in dit land ondergronds gegaan. Hoeren en hun klanten blijken elkaar nu via internet, mobiele telefoons en hotellobby's te vinden. Nadeel hiervan is dat prostituees voor hulpverleners die hen willen opvangen en op een nieuw levensspoor zetten, nog moeilijker bereikbaar zijn geworden In een verleden jaar verschenen evaluatie worden toch enige pluspunten van de nieuwe aanpak genoemd. De aanwas van jonge prostituees zou verminderd zijn. Ook stappen publieke vrouwen nu sneller naar de politie na mishandeling of verkrachting. De Zweedse overheid ziet hen immers als slachtoffers die alle mogelijke steun en hulp verdienen.

In Le Monde is deze zomer een discussie losgebrand tussen feministische boegbeelden of het Zweedse model in Frankrijk navolging verdient. Of feministen niet massaal de afschaffing van dit vrouwonwaardige beroep moeten bepleiten. Schrijfster en filosofe Elisabeth Badinter voelt daar niet voor. 'Vrijen zonder plezier is niet per se verkrachting. Als een vrouw ervoor kiest om in twee nachten met haar lichaam te verdienen wat ze in een fabriek nog niet in een maand ontvangt, wie kan dan beslissen of dit misbruik van haar lichaam is.' (Hierbij moet even opgemerkt dat in Nederland 70 procent van de hoeren minder dan modaal verdient.) Feministisch juriste Gisèlc Halimi betoogt gepassioneerd dat prostitutie moderne slavernij is, waarvan vrouwen bevrijd moeten worden. Schrijfster Florence Montreynaud stelt een soortgelijke campagne als in Zweden op Franse scholen voor om jongens duidelijk te maken dat het een slecht machoritueel is een lichaam te kopen.

Zijn we in Nederland met de opheffing van het bordeelverbod van twee jaar geleden op de goede weg? Door de prostitutie legaal te maken, hebben we dit beroep geaccepteerd. Hebben we 'ja' gezegd tegen het vak met het grootste risico op geestelijk en lichamelijk geweld. Vorig jaar zijn in ons land 23 tippelaarsters vermoord. Volgens een Noors onderzoek lopen prostituees door hun werk een zeer grote kans op psychische schade, vergelijkbaar met de schade die incest aanricht. Om het vol te houden, moeten de vrouwen dissociëren, hun gevoel uitschakelen. Straatprostituees zijn vaak verslaafd aan drugs, vrouwen die in bordelen en sekshuizen werken, raken meer dan gemiddeld in de ban van alcohol. De drugs en drank helpen niet alleen om de wachttijd te doden, maar vooral ook om het werk te kunnen doen.

Moet in Nederland niet net als in de Scandinavische landen een discussie over afschaffing van de prostitutie worden gehouden? Moeten we ons niet afvragen of de legalisering wel een goed idee is geweest? Prostituees zonder geldige verblijfsvergunning worden nu als criminelen gezien. Onlangs werden ze in Amsterdam hardhandig van de Theemsweg verwijderd. Beter zou het zijn om, zoals de Zweedse overheid doet, hen als slachtoffers te beschouwen, die als er sprake is van vrouwenhandel aangemoedigd moeten worden hiervan aangifte te doen. Waarom niet aan vroviwen uit landen buiten de EU tijdelijke werkvergunningen aanbieden om hier via een gewone baan de kost te verdienen? Zodat ze op een menswaardiger manier financieel zelfstandig kunnen worden.

Zouden hoerenlopers niet eens goed ingepeperd moeten krijgen dat zij de vrouwenhandel in stand houden door hun consumentengedrag? Een op de vijf prostituees in Nederland is slachtoffer van deze vermaledijde handel. Een man op hoerenbezoek heeft 20 procent kans een vrouw te treffen die met geweld of onder bedreigingen gedwongen wordt haar diensten te verlenen. Fatsoen betekent 'niet doen' in dit geval. Want alleen als er minder vraag naar prostituees is, zal het aanbod dalen. Hoerenlopers straffen blijkt niet echt te werken - ook al geeft een overheid die dit doet wel een signaal dat een prostituee bezoeken een inferieure daad is. Campagnes op scholen en in de media om prostitutiebezoek te diskwalificeren lijken toch meer aanbevelenswaardig.
Ook zouden in Nederland meer projecten moeten komen om prostituees te helpen uit het leven te stappen. Rotterdam heeft via het Keetje Tippelproject 27 drugsverslaafde vrouwen uit het vak gekregen. Meer van dit soort projecten zijn dus zinvol. Last but not least: zou de Jellinekkliniek niet een aparte afdeling voor prostitutieverslaafde mannen kunnen opzetten?
De hoogste tijd voor een herbezinning.
 
Zie de reactie van Marjan Wijers, Marieke van Doorninck, Jacqueline Waterman en Mariska Majoor op:
 
Lees meer...   (4 reacties)
 
Sorry, sorry, sorry, maar ik heb geen zin om nog een keer een link te plaatsen naar hookers.nl (dit artikel is trouwens uit 2004)
 
ER ZITTEN HEEL VEEL JONKIES TUSSEN...´

door MARJOLEIN SCHIPPER

AMSTERDAM, dinsdag
Minderjarige meisjes uit voormalige Oostbloklanden, gedwongen prostitutie, vrouwenhandel, drugs, geweld en criminaliteit: de tippelzone aan de Amsterdamse Theemsweg, volgens de politie een favoriete ´hang-out´ van Rob Oudkerk in het najaar van 2002, was niet bepaald een verzamelplek van vrolijke vrouwtjes en dito klanten.
„Gisteravond op de Theemsweg geweest. Na betaling werden mijn zuurverdiende euro´s gecontroleerd met een hand-blacklight op echtheid. Op zich natuurlijk goed, maar gaf een slecht gevoel. Is dit een criminele achtergrond? Was wel een vrouwtje met Oostblokachtergrond. Wees erop bedacht, mocht je hier je ´zwarte geld´ willen gebruiken...”

Politie: ´De jongste die wij hebben opgepakt is veertien jaar´

Een internetrecensie van ene ´Piercing Pierre´ over zijn bezoek aan de tippelzone Theemsweg in het najaar van 2002, dezelfde periode dat PvdA-kopstuk Oudkerk er volgens de Amsterdamse politie placht te komen. Het was er in die tijd bepaald geen gezellige boel, mocht het dat al ooit geweest zijn. De heroïnehoertjes, voor wie de plek oorspronkelijk was bedoeld, hadden het al vrij snel na de opening in ´96 laten afweten: te ver, te geïsoleerd. Hun plekken werden onmiddellijk ingenomen door voormalig-Oostblokdames.
Eind september 2002 arresteerde de politie er als onderdeel van een mega-actie 97 prostituees, van wie er slechts twee legaal waren. Er zaten ook heel veel minderjarige meisjes tussen. Politiecommandant Frank van der Streek zei toen in deze krant: „Er zitten heel veel jonkies tussen, ja. (...) De jongste die wij hebben opgepakt op de tippelzone aan de Theemsweg is veertien jaar. Naast Bulgaarse en Roemeense vrouwen zaten er ook veel Afrikaanse dames tussen. Ook nog een aantal omgebouwde mannen, die we bij de herenafdeling hebben ondergebracht.”
Heleen Driessen, ja alweer een Heleen, is vanaf het prille begin medewerkster geweest van het HVO/Querido-project ´De Huiskamer´. Hier konden de vrouwen op adem komen en kregen zij zonodig hulp en medische verzorging. Driessen schreef het onlangs verschenen rapport ´Van Oost naar West, thuis best´ en concludeerde daarin dat ruim tien procent van de hoeren werd gedwongen tot prostitutie.
´Vanwege hun illegale status en de dreiging met gewelddadige wraakacties naar hun kinderen en familieleden in Oost-Europa, is de positie van de prostituee zeer zwak.´ Van de resterende tachtig procent ´vrijwilligen´ gaf twintig procent echter aan vóór de komst naar Nederland niet geweten te hebben dat ze in de prostitutie terecht zouden komen!


Mensenhandel dus, concludeert Driessen, die tevens tot de slotsom komt dat een tippelzone criminele activiteiten met zich meebrengt.
En dat in ieder geval de dames er echt niet allemaal uit eigen vrije wil rondliepen, blijkt uit een stuitende recensie op de inmiddels zeer roemruchte site Hookers.nl over een circa 20-jarige Servische. ´Honza´ had eind augustus 2002 op de Theemsweg een contact voor 25 euro. Na een uiterst onsmakelijke omschrijving van zijn voorbereidende activiteiten laat hij weten: „....Met veel pijn en moeite kreeg ik haar benen uit elkaar (...). Omdat ik haar niet wilde verkrachten, heb ik het maar zo gelaten.”

Klopjacht
Na de klopjacht van de politie was er in de laatste maanden van 2002 ´niet veel meer aan´, aldus de vaste klanten. „Het is inderdaad niets meer en ik kwam er zeer regelmatig. De vrouwen hebben bij na allemaal kleine borsten”, laat ene Maurizio teleurgesteld weten. Ondanks dat wil ´Slettentester´ toch graag weten of er voor hem als wandelaar/fietser ook nog iets te halen valt op de Theemsweg. Jawel: voor fietsers zijn er twee ´extra smalle´ afwerkplekken.
En dan al die vervelende politiecontroles; niet alleen Rob Oudkerk werd daarmee geconfronteerd. In oktober laat ene Erik verbolgen weten dat oom agent op zijn ruit klopte: „Rijbewijs en legitimatie inleveren, welke ik na mijn rondje bij hem diende op te halen. Bij het ophalen kreeg ik twee keer een boete voor 180 graden draaien bij een keerverbod!” Drie keer gepakt en dan nóg klagen...

bron: De Telegraaf.
 
Lees meer...
 
 
 
Nu wat sterke bewijzen dat er een grootschalige vrouwenhandel in Nederland is en dat veel prostituees worden uitgebuit.
 
Er moet eigenlijk gezegd dat ik hier natuurlijk bezig ben met 'cherry-picking', er zijn ook hele sterke bewijzen dat het wel meevalt met die mensenhandel (waarbij natuurlijk elk slachtoffer er één teveel is). Het is moeilijk om deze paradox op te lossen (ik ben er volop mee bezig).
 
Mensenhandel in de prostitutie in het Algemeen
 
Mensenhandel in Nederland (rapport door Essy van Dijk [van het Korps landelijke politiediensten] in 2002 over mensenhandel in 1997-2000)
(...) Overigens wordt in een onderzoek van de Werkgroep Prostitutie en Mensenhandel het aantal prostituees dat van buiten de EU afkomstig is eveneens op 50% geschat (Luykx en Van Soest, 1999). En al werken deze prostituees niet allen illegaal in de prostitutiesector, de ervaring wijst uit dat dit voor de meesten wel het geval is (Visser, 2000). Verder bestaat er inderdaad redelijke overeenstemming onder sleutelpersonen dat “het grootste deel” van de buitenlandse prostituees in Nederland economisch uitgebuit wordt en dus slachtoffer van mensenhandel is (Visser, 2000). [voetnoot onderaan die pagina:"Dit geldt volgens ingewijden overigens waarschijnlijk ook voor legale, Nederlandse prostituees."](...)
Ten aanzien van binnenlandse mensenhandel wordt opgemerkt dat ook maar een deel van de legale prostituées in Nederland zelfstandig en onafhankelijk werkt. Het grootste deel is, zo leert de ervaring van geïnterviewden, afhankelijk van pooiers. Dit fenomeen zal volgens hen ook met de nieuwe wet blijven bestaan, al zullen de arbeidsomstandigheden in sommige gevallen iets verbeteren. (...)
Er moet trouwens wel bij worden gezegd dat een aantal Oost-Europese landen inmiddels (begin 2004) tot de EU zijn toegetreden. Denk aan Polen, Tsjechië, Slovenië, Hongarije, Estland, Letland en Litouwen. Veel Oost Europese prostituees in Nederland komen juist uit die landen, met name Polen en Tsjechië. Zij kunnen nu als zelfstandig ondernemer in Nederland werken (in de escort kan dat niet, daar maken ze te weinig uren voor.) Volgens plan zouden deze prostituees in 2007 sowieso legaal hier kunnen werken, en bovendien treden ook nog eens Bulgarije en Roemenië tot de EU toe (tenminste, als alles volgens plan verloopt).
 
Niet echt spijt (Metje Blaak in een interview in 2002, 7 jaar nadat ze stopte met haar werk als prostituee, ze werkte van 1970 tot 1995. Interview door Tanya Wijngaarde op Maart 2002 in de MUG-magazine)
(...) En tegenwoordig worden acht van de tien meisjes gedwongen. Dat ’s een ellende, daar heb je geen idee van. Die mannen eromheen worden pooiers genoemd, maar dat zijn gewoon vette criminelen. De pooiers van vroeger waren een lachertje vergeleken met wat er nu gebeurt. Je stopte ze wat toe als ze wat voor je deden, en dan dachten ze dat ze pooier waren. In feite had je ze gewoon in de hand. Maar nu worden die meisjes bedreigd met hun leven, dat is een heel ander verhaal geworden. (...)
(Nu moet gezegd dat Metje Blaak zichzelf ontzettend kan tegenspreken. In andere interviews kan zij bijvoorbeeld zeggen dat gedwongen prostitutie niet zo groot is als wordt aangenomen.)
 
Anna Ziverte in "Valse Belofte"(2005). Zij was zelf slachtoffer van vrouwenhandel en werkte daarna een tijdje voor een hulpverleningsorganisatie (o.a. op de Achterdam in Alkmaar ) in ~2000. Ze schrijft op pagina 135-136:
Hoe langer ik in het veldwerk zat, hoe verwarrender de wereld werd. Handelaren zijn sluw en onvoorspelbaar. Het ene circuit is opgerold of een volgend dient zich alweer aan. Door mijn vrijwilligerswerk werd me heel goed duidelijk dat er veel meer vrouwen onder valse voorwendselen in handen van een mensenhandelaar waren gevallen dan ik voor mogelijk had gehouden. Ik was zeker niet de enige. In de jaren die achter me lagen, had ik vaak gedacht dat zoiets alleen mij had kunnen overkomen. Niet dus! Sommige vrouwen waren, net als ik, voor heel ander werk naar het buitenland gereisd. Anderen kwamen bewust naar Nederland om in de prostitutie te werken, maar ook zij hadden geen idee dat ze hun verdiensten aan een exploitant zouden moeten afdragen. Ik kwam erachter dat vrouwenhandel overal en dagelijks voorkwam.
"reportage Mistanden in de prostitutie - Gevangen achter het raam" (Volkskrant, Menno van Dongen, 5 Mei 2007)
De meeste zedenrechercheurs zijn opgeleid door Henk Werson, dé specialist op het gebied van slachtoffers van mensenhandel. Hij werkt bij het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel in Zwolle; een onderdeel van de Nationale Recherche. Werson is daarnaast landelijk co-coördinator mensenhandel bij de politie; hij omschrijft zichzelf als de 'aanjager en adviseur' van het team dat onderzoek doet naar de activiteiten van de broers B. en hun handlangers.
Volgens Werson voldoen weinig raamprostituees aan het ideaalbeeld van de vrouw die vrijwillig in het vak is gestapt, haar geld niet hoeft af te staan en zelf kan kiezen wanneer ze werkt en welke klanten ze ontvangt. 'Dat geldt voor maximaal 1 of 2 procent van de prostituees. En dan zijn er nog vrouwen die zo lang tegen hun wil hebben gewerkt, dat ze aan het beroep gewend zijn geraakt. Ze worden niet gedwongen maar denken dat ze niets anders meer kunnen.'
Toch zegt een ruime meerderheid van de prostituees dat ze vrijwillig met hun vak zijn begonnen, bleek onlangs nog uit een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie. Werson zegt dat de verlkaringen van prostituees op dit punt onbetrouwbaar zijn. 'Ze zullen bijna allemaal ontkennen dat ze worden gedwongen, ook al is dat wel zo. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat zeker 70 tot 80 procent van de vrouwen dit niet vrijwillig doet. Dat horen we ook van ex-prostituees.' [Ik moet eerlijk zeggen dat ik nooit zo'n onderzoek ben tegengekomen, maar misschien ligt er één in een politie-la]
De politie-expert stelt dat veel vrouwen goede redenen hebben om te zwijgen over dwang. 'Veel prostituees worden mishandeld, bedreigd of ingepalmd door een pooier. Sommigen zijn misschien vrijwillig begonnen, maar wat je vaak ziet, is dat er al snel een pooier verschijnt die zegt: als jij me jouw inkomsten niet geeft, ga ik je familie vertellen dat je in het vak zit. Dan heb je een probleem, want prostitutie is nog steeds taboe.'
De Wallen
 
Hamid B. in het boek "loverboys een publieke zaak" (door Linda Terpstra en Anke van Dijk, ex-loverboy, geïnterviewed in de gevangenis)
'Natuurlijk had die kamerverhuurder wel door dat ze voor mij werkte, maar wat kan hem dat schelen? Tachtig procent van de meisjes die daar werken, doen dat echt niet voor zichzelf maar hebben een pooier. Legale prostitutie, noemen ze dat. Zoals ik er nu tegenaan kijk, zouden ze het gewoon weer helemaal moeten verbieden. Door prostitutie te legaliseren speel je loverboys en mensenhandelaren alleen maar in de kaart.'
Een Nederlandse slachtoffer van mensenhandel in het artikel 'Toch weer verliefd op een pooier' (19-5-2007, Menno van Dongen, Volkskrant):
'Na die nepvakantie moest ik in Amsterdam achter het raam zitten, op de Wallen. Ik kende daar maar twee meisjes die voor zichzelf werkten. Anderen werden gedwongen of ze waren daar neergezet door een loverboy. Het was er vreselijk.'
Slavenhandel op de Wallen(uit "Ik laat je nooit meer gaan" van Ruth Hopkins, over het werk van 2 agenten op de Wallen)
'We praten over compensatie aan Ghana voor het slavernijverleden, maar we zitten hier midden in de moderne slavernij!' Ron, zedencontroleur op de Amsterdamse Wallen, heft dramatisch zijn handen ten hemel en laat ze weer vallen (...)
Manuela heeft een Spaans accent en een snelle Amsterdamse tongval als ze praat. Ze is een kleine vrouw met geblondeerd haar en een manische babbel. Zij houdt 'de kasten' bij, maakt ze schoon, haalt de huur op en kent zodoende iedereen die woont en werkt op de Wallen. 'Mannen mogen geen kamer voor een vrouw huren, dat moeten ze zelf doen. Op die manier hoopt men pooiers te weren.' Ze trekt er een cynisch gezicht bij. 'Maar de pooiers hebben hier de zaken in handen.' Manuela huurt een appartement op de Oudezijds Achterburgwal, ze kijkt uit over de gracht waar de toeristen, drugsdealers, junkies, pooiers en hoeren door elkaar lopen. 'Mehmet heeft me vaak gebeld omdat hij een kamer voor een nieuw meisje wilde regelen. Dan kwam hij terug uit Duitsland of het Oostblok met een meisje. Een keer kwam hij met een andere man en een Bulgaars meisje. Zij nam haar tassen met spullen mee de kast in. Dat was raar. Ik zag dat zij niet wilde werken. De hele avond wachtten die mannen voor haar raam, controleerden of zij wel genoeg klanten kreeg. 's Ochtends moest ze weer met hen mee. Als er eens wat gebeurt met die meiden, dan weet Mehmet het meteen. Toen er een keer een portemonnee gestolen was, was hij kwaad en eiste hij opheldering van mij. "Waar bemoei jij je eigenlijk mee?" vroeg ik hem toen. Daar had hij niet van terug.' (...) Als Manuela's bazin langskomt tijdens het gesprek, krijg ik een afkeurende blik. Ze geeft Manuela te verstaan dat ze niet te veel moet vertellen aan een journalist. Dat is slecht voor de zaken. Kamerverhuurders zitten in een lastig parket, zegt een andere kamerverhuurder die anoniem wenst te blijven.
Valt het je niet op dat exploitanten dus weten dat er vrouwen misbruikt worden in hun bordelen zonder daar iets tegen te ondernemen?
 
"Inzake opsporing" (Bijlage XI - Deelonderzoek 4, Hoofdstuk 3.3, "Prostitutie, Vrouwenhandel en (kinder-)pornografie", volgens mij zijn de schrijvers Cyrille Fijnaut en Frank Bovenkerk, 1995)
Het team decentrale controle prostitutie, dat in maart 1994 aan het bureau Warmoesstraat is opgericht, tracht een vertrouwensband op te bouwen met de prostituées op de Wallen, zodanig dat zij bereid zijn zich vrijwillig te laten registreren. Door dit team waren begin april 1995 in het Wallengebied 934 raamprostituées geregistreerd (...) Het team decentrale controle prostitutie heeft de indruk dat een aanzienlijk percentage van de geregistreerde vrouwen niet (geheel) vrijwillig haar werkzaamheden uitoefent. Het vermoeden bestaat dat nogal wat vrouwen een zogenaamde «werkovereenkomst» hebben met een pooier, waarbij sprake is van een uitbuitingssituatie. Het team komt echter pas in actie als de betrokkenen zelf aangeven problemen te hebben. Het zal dan bijvoorbeeld het projectteam prostitutie en vrouwenhandel inschakelen.
Een topattractie gebouwd op onderdrukking (Artikel uit de Volkskrant van Menno van Dongen op 3 December 2005)
Op het eerste gezicht ogen de Wallen vredig. Maar dat is schijn, zegt Ruth Hopkins, die vijf jaar onderzoek heeft gedaan naar mensenhandel, onder andere in Amsterdam. Onlangs publiceerde ze een boek daarover. 'Je ziet veel jonge vrouwen achter de ramen, die er best goed uitzien en lachen naar voorbijgangers. Maar achter dat beeld gaat heel veel ellende schuil.'
Sinds de opheffing van het bordeelverbod, in 2000, is prostitutie legaal. Dat heeft niet geleid tot betere werkomstandigheden. Er zijn vrouwen die vrijwillig in het vak zitten en zelfstandig werken maar dat is een minderheid, stelt Hopkins. Veel vrouwen worden achter de schermen uitgebuit. 'Pooiers houden precies in de gaten hoeveel klanten een prostituee krijgt. En ze zorgen ervoor dat ze al het geld dat ze verdient afstaat.'
Lovergirl on 27 September 2004, 01:51:00 (op hookers.nl)
Jullie zijn echt ranzige mannen!
Ik ben twee jaar lang gedwongen tot prostitutie in Amsterdam op de wallen en ik was niet de enige die werd gedwongen.
Voor zover ik weet zijn alle meiden daar door hun pooiers en niet omdat ze het zelf willen, ook al zeggen ze van wel en doen ze alsof ze het geld zelf houden.
Doe hier niet aan mee!!!
Uit het donker opgelicht (manifest van een aantal Christelijke hulporganisaties)
Onvrijwillige prostitutie heeft in Nederland de afgelopen twee jaar een grote vlucht genomen. Er lijkt een verschuiving plaats te vinden in het criminele circuit van de met hoge risico’s omgeven handel in drugs naar het vrijwel risicoloos exploiteren van vrouwen. Juist vanwege het ontbreken van toezicht door de overheid op de enorme jaarlijkse geldstroom in de prostitutie, is het voor criminelen zeer aantrekkelijk over te stappen naar deze lucratieve ‘bedrijfssector’. Het kwam dan ook als geen verassing dat van een steekproef onder 439 Nederlandse raamprostituees op de wallen in 2001 en 2002, meer dan 380 vrouwen aangaven dat ze door een loverboy in de prostitutie terecht waren gekomen (...)
Uit ons eigen onderzoek blijkt dat 93% geen belasting betaalt en van de 892 contacten van Scharlaken Koord met prostituees in 2002 gaven er slechts 19 (dus 97% betaalt geen belasting) aan belasting te betalen of de bereidheid aan om te betalen als ze voldoende verdiend hadden. Meer dan 450 vrouwen hadden zelf geen zeggenschap over hun verdiende geld. Alles droegen zij af aan hun pooier dan wel loverboy.
Loverboys: Moderne pooiers? (planet.nl, door Yuri Visser, 27-8-2007)
Hoeveel (slachtoffers van) loverboys er precies zijn is onduidelijk. Zo nu en dan doen organisaties schattingen, maar de uitkomsten daarvan verschillen enorm. Dát gedwongen prostitutie voorkomt en een reëel probleem is, daar zijn de organisaties het wel over eens. Mariska Majoor schat dat hooguit 20 procent van de vrouwen in de seksindustrie gedwongen werkt. “In ieder geval niet de 80 procent waarover je ook wel hoort in allerlei rapporten. Maar het irriteert me dat er continu over percentages gesproken wordt, want 20 procent op ongeveer 20.000 prostituees is natuurlijk nog hartstikke veel.”

Toos Heemskerk, die veel straatwerk verricht op de Wallen en vrouwen die uit de prostitutie willen stappen helpt, is het niet eens met de schatting van Majoor. “Het is moeilijk vast te stellen hoeveel vrouwen gedwongen in de prostitutie werken. Het gaat natuurlijk ook om vrouwen die ooit onder dwang de prostitutie in zijn gekomen, maar er inmiddels zo lang werken dat ze, als je ze vraagt of ze gedwongen worden, zeggen dat dat niet zo is. Ze kennen inmiddels geen ander leven meer. Ik denk dat ongeveer driekwart van de vrouwen onder dwang in de prostitutie is beland.”
ALMELO - Het was in de tijd dat de gebroeders B. de scepter zwaaiden over de Wallen voor prostituees onmogelijk daar te werken zonder geld aan deze mannen af te dragen. Dat heeft een van de vermoedelijke slachtoffers van de bende mensenhandelaren tegen de politie gezegd.
 
De rechtbank in Almelo behandelt deze weken de rechtszaak tegen zes verdachten van mensenhandel, de 'Groep B.'. Jarenlang zou het netwerk tientallen vrouwen op gewelddadige wijze hebben gedwongen zich te prostitueren.
(...)
Aan het front op de Wallen een hoofstuk uit 'Chaos aan de Amstel - Fraude en corruptie in Amsterdam' (Jos Verlaan, 1999)
In het beste geval worden de bovenverdiepingen van coffeeshops voor hoge prijzen verhuurd als slaapadres voor in de buurt werkende, veelal illegale prostituees. De omzet die met deze logeerplekken – vaak niet meer dan wat matrassen in een kamer – wordt binnengehaald, is zelfs hoger dan de geschatte omzet in de raambordeelexploitatie: jaarlijks zo’n tien miljoen gulden voor de 350 ramen die de Wallen drie jaar geleden nog telde. ‘Grijze panden’, zo wordt veel onroerend goed op de Wallen in het jargon van de politie en de gemeente aangeduid.
De slager van dat pand aan de Oudezijds stelt zich in de buurt bescheiden op, maar was jarenlang zo’n ondernemer die etages boven zijn bordelen aan illegalen verhuurde. ‘Een onverwachte nieuwkomer in dit gezelschap’, zo wordt hij door de commissie-Van Traa omschreven. ‘Een kleine middenstander uit de buurt die zich heeft opgewerkt via ontduiking van importheffingen, de investering in zogenaamde telehouses, en die verder de woonruimten boven zijn zaken ook zo op zijn eigen manier exploiteert.’
In het verleden was de slager al eens gepakt in verband met gesjoemel met vleesinkoop. In de jaren negentig breidde hij zijn imperium op de Wallen verder uit met bordelen en de verhuur van etages aan illegalen. Daarvoor werd hij in 1995 veroordeeld tot een boete van 50.000 gulden, waarvan de helft voorwaardelijk. De verhoren na zijn aanhouding geven een beeld van zijn manier van zaken doen.
Eerst de slager zelf, Jan, op het politiebureau: ‘Ik herinner u aan een vergadering waarbij leden van de politietop aanwezig waren en is verklaard dat de verhuur aan illegale prostituees rustig door zou kunnen gaan zonder dat er tegen opgetreden zou worden. Als de politie illegale prostitutie toestaat, weet je dat die mensen ook ergens moeten kunnen wonen. Op de verhuur maak ik winst. Ik heb ook een slagerij.’
Een voormalige huurder: ‘Ik woon sinds 29 maart 1994 in de Beursstraat 25. Ik deel een kamer met een vriendin. Samen betalen we elke week 350 gulden. Dat geld wordt opgehaald door een man die zich Roberto noemt. Ik heb mij nooit bij de politie gemeld. De verhuurder heeft mij niet gevraagd om mijn identiteitspapieren te tonen.’
Een andere huurder: ‘Ik ben direct na mijn aankomst in Amsterdam naar perceel Warmoesstraat 56 gegaan. Ik woon nu op de Warmoesstraat 74 en betaal 500 gulden per week voor een kamer die ik met vier personen deel. Ik huur van een neger die werkzaamheden verricht in perceel Warmoesstraat 47 te Amsterdam. Ik heb mij in Nederland niet gemeld bij de politie.’
Nog zo’n huurder: ‘Veertien dagen geleden ben ik teruggekomen naar Nederland. Roberto en een Marokkaan komen de huur ophalen. Ik weet dat de eigenaar van de panden een blanke man is en een slagerij heeft. Ik ben illegaal in Nederland. Ik betaal 500 gulden per week huur. De verhuurder heeft me niet gevraagd om mijn identiteitspapieren te tonen.’
Een medewerker van de slager: ‘Jan wist precies wie er op de kamers verbleven. Hij hield dat allemaal bij. In de slagerij van Jan hangt een bordje waarop in het Spaans geschreven staat dat hij kamers verhuurt. Op de kamers waar ik geweest ben staan meestal drie bedden per kamer. De meeste mensen die in de huizen van Jan wonen, verblijven en werken illegaal in Nederland. Bijna alle kamers van Jan zijn verhuurd aan mensen die in Nederland in de prostitutie werken.’
 
(...)
 
Een vertrouwelijke rapport ‘voor intern gebruik’ van bureau Warmoesstraat uit 1996 over de prostitutiebranche legt bloot wat met zo’n imperium, waarnaast de overheid haar zeggenschap verloren heeft, in de praktijk allemaal mogelijk was. ‘Rood licht, valse hoop’ was de naam van het rapport dat handelt over de onderbuik van het prostitutiecircuit op de Wallen, gebaseerd op achttien maanden praten met illegale prostituees, bewerking van processen-verbaal en observaties in de buurt. Het is een verhaal over vrouwenhandel, uitbuiting, paspoortvervalsing en omkoping. Uitingsvormen van een Derde-Wereldeconomie – midden in Amsterdam. Het rapport legt de relatie bloot tussen het circuit van honderden illegale prostituees achter de ramen en de verharding van de criminaliteit op straat waar Noord-Afrikaanse ‘beschermers’ in het kielzog van de vrouwen het straatbeeld bepalen en zich behalve met prostitutie ook met drugshandel, berovingen en vechtpartijen onledig houden. Illegale vrouwen die naar Amsterdam waren gehaald, werden in het circuit voor drieduizend gulden doorverkocht aan andere handelaren als ze niet snel genoeg rendement opleverden. Ook werd levendig gehandeld in vervalste verblijfspapieren, drugs, wapens en medicijnen. De recherche trof vrouwen achter de ramen aan die in het land van herkomst torenhoge schulden bij vrouwenhandelaren hadden gemaakt om hier te mogen werken en die bij aankomst hun paspoort aan bordeeleigenaren hadden moeten afgeven. Pesterijen of zelfs mishandeling volgden als er te weinig geld binnenkwam en schulden niet op tijd werden afgelost. De politie sprak met vrouwen die zeven dagen in de week zestien uur per dag achter het raam stonden. In het rapport wordt het Wallencircuit afgeschilderd als een schijnwereld, die zo bedrieglijk was dat zelfs eigen collega’s bij de politie op corruptie in het prostitutiecircuit werden betrapt.
Na legalisering ging seksbranche verder ondergronds (NRC Handelsblad, Jos Verlaan, 22 Augustus 2008)
Paspoortvervalsing, uitbuiting, mishandeling en vooral een goed georganiseerd maffiacircuit van vrouwenhandel. Tien jaar geleden omschreef een speciaal team van de Amsterdamse politie in een vertrouwelijk rapport de wereld van het prostitutiecircuit op de Wallen bloot. Er waren daar toen minstens 27 netwerken van vrouwenhandelaren actief. En een uitgebreid netwerk van straatpooiers.
Vrouwen die vaak zeven dagen per week en zestien uur per dag achter de ramen stonden. Die voor een paar duizend euro aan andere handelaren werden doorverkocht. Hun zogenaamde ‘beschermers’ handelden in vervalste identiteitspapieren, drugs, wapens en medicijnen.
Het vertrouwelijk rapport daarover, Rood licht valse hoop verscheen aan de vooravond van legalisering van de raamprostitutie. Legalisering zou aan die wantoestanden een einde maken, was toen de hoop van de politie.
Zandpad
 
raamprostitutie op boten in Utrecht.
 
Signalen Mensenhandel Zandpad - openbare versie (29 Mei 2008, Afdeling bestuursinformatie, Sector Bestuurs- en Concernzaken)
 
pagina 3:
De Politie Regio Utrecht heeft in een operationele analyse van registratiegegevens in een tijdspanne van acht maanden negen concrete signalen van mensenhandel aangetroffen op het Zandpad.
pagina 8:
In het kort ziet de GG&GD de volgende signalen op het Zandpad: een snel wisselende populatie (30- 40% van de vrouwen) van veelal Oost-Europese meisjes, die nauwelijks de Nederlandse taal spreken. De GG&GD zet vraagtekens bij de leeftijd van deze meisjes, net wel of net niet 18. Bij navraag naar de reden van aanwezigheid op het Zandpad hebben ze opvallend vaak hetzelfde verhaal. Vrouwen zijn regelmatig in gezelschap van ‘vriend’ of ‘broer’, welke onder meer chauffeuren. Een enkele keer worden lichamelijke tekenen gezien die kunnen wijzen op geweld (blauwe plekken etc.).
pagina 9-10:
Ook vrijwilligers kerkelijke organisaties zien opvallend veel angstige Oost-Europese meisjes Vrijwilligers van verschillende kerkelijke organisaties zijn vaak al jarenlang actief op het Zandpad. Ze gaan langs bij de woonboten en proberen met de vrouwen in contact te komen. Ze komen ook in de nacht op het Zandpad.
Ze komen opvallend veel jonge meisjes tegen uit Oost-Europa die de Nederlandse taal nauwelijks spreken. Meisjes maken een angstige indruk en worden vaak vergezeld door ‘vage’ mannelijke types die controlerend gedrag vertonen (meeluisteren etc.) en de vrijwilligers in enkele gevallen ook fysiek belemmeren om bij de meisjes te komen. De bevolking van de woonboten wisselt razendsnel, prostituees geven aan veel voor hun werk te reizen en zijn niet gebonden aan een vaste werkplek. Tijdens gesprekken met vrouwen op drie vrijdagavonden, treft één van de kerkelijke organisaties twee Oost-Europese vrouwen aan waarbij ze de situatie niet pluis achten (slecht uitzien, verdrietig, gesloten). Ze spreken in totaal op deze avonden ongeveer 40 vrouwen, waaronder ook veel vrouwen niet afkomstig uit Oost-Europa (veel uit Santo Domingo).
 
(...)

Het HAP zag in 2007 874 vrouwen op het Zandpad. In de 2e helft van 2007 kwamen er 47 op eigen initiatief bij het HAP praten over dwang (al dan niet bij henzelf). Bij het outreachend werken ziet het HAP per ronde enkele tientallen vrouwen. Bij de helft hiervan plaatsen ze vraagtekens. Binnen deze groep zien ze veel Oost-Europese vrouwen. Opvallend is ook een snel wisselende populatie ‘piepjonge’ Bulgaarse meisjes, waarvan veel afkomstig uit Alkmaar (gesproken wordt van een ‘Bulgaarse golf uit Alkmaar’). Deze groep maakt een angstige indruk, vertonen schichtig gedrag, zijn vaak veel te mager en bij het uitspreken van het vermoeden mishandeling ‘klappen ze dicht’.
Op www.hookers.nl worden door klanten recensies geschreven over de dienstverlening van prostituees. MGZ inventariseerde afgelopen december alle recensies met betrekking tot het Zandpad. Gescreend werd op herkomst van de vrouwen, werkverleden en meldingen van dwang/misstanden. De maanden daarna is de website ten aanzien van het Zandpad alleen gescand op de herkomst van vrouwen en op meldingen van misstanden.
Uit de analyse van december bestaat het beeld van een sterk wisselende populatie op het Zandpad met veel vrouwen uit Oost-Europese landen. Over vijf vrouwen zijn meldingen van misstanden (van de 88, echter klanten hebben voorkeur voor vaste vrouwen waardoor de snel wisselende vrouwen niet veel worden besproken). In deze meldingen wordt gesproken van nervositeit, uitputting, lange werktijden, onvrije keuze van standplaats en expliciet van gedwongen prostitutie (twee meldingen). Het betrof alle keren Oost-Europese vrouwen en een enkele keer wordt wederom een relatie met Alkmaar gelegd.
Pagina 21-22:
In de nulmeting prostitutie worden cijfers uit 2005 vermeld: de afdeling Commerciële Zeden van de politie Regio Utrecht heeft in 2005 75 signalen van mensenhandel ontvangen. In 24 zaken is het tot een aangifte gekomen. Uiteindelijk zijn 14 dossiers naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Een groot deel van de zaken betrof mensenhandel op het Zandpad. De politie gaf toentertijd aan dat het ging om het topje van de ijsberg en dat bij nader onderzoek veel meer zou worden gevonden. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft bij de politie een reorganisatie plaatsgevonden: het Team Commerciële Zeden werd gevormd. De nulmeting rapporteert een schatting van de politie dat tussen de 50 en 85% van de prostituees in Utrecht het werk niet vrijwillig doet (Bestuursinformatie, 2006 [ze bedoelen de Nulmeting prostitutiebeleid]).
Spijkerkwartier
 
raamprostitutie in Arnhem, ramen zijn gesloten.
 
Gebiedsagente (een agente in het Spijkerkwartier, uit het boek "Verlicht kwartier, 40 jaar Arnhemse Spijkerbuurt" uit 2003 door Kees Crone)
Als gebiedsagent c.q. sociaal werker heeft zij dikwijls vertrouwelijk contact met de 'meisjes'. Velen van hen zeggen voor zich zelf te werken, maar er blijken dan toch bepaalde mannen om hen heen te hangen. 'Als ik zo iemand vraag hoe zij hier verzeild raakte, hoor ik meestal een zelfde verhaal. Ze werd op achttienjarige leeftijd in de disco verliefd op een donkere jongen, juist toen het thuis niet zo lekker liep. Van het een kwam het ander om uiteindelijk achter het raam te belanden. Dat is dan soms al jaren geleden. Ik kan het niet bewijzen, maar ik denk dat de meeste meisjes zo in de prostitutie raken.'
Prostituee (prostituee Biance in het Spijkerkwartier, uit het boek "Verlicht kwartier, 40 jaar Arnhemse Spijkerbuurt" uit 2003 door Kees Crone)
Ze schat dat er al met al nog honderd prostituees in de Spijkerbuurt actief zijn. Van hen is de helft zelfstandig zoals zij. De anderen zijn dat niet en hebben een betaalde beschermer (...)
Ze geeft toe dat het contact met buitenlandse vrouwen moeilijk is. De taal is een barrière. Oostblokmeisjes hebben ook allemaal een pooier en krijgen nauwelijks de kans met anderen te praten. Als ze het al proberen, krijgen ze snel met hem te maken. Een grote bek is het minste dat ze krijgen kunnen. Heel vervelend, vindt ze.
Raamprostitutie in Den Haag
 
Prostitutiebeleid failliet (artikel uit 2004 van Hester Jansen met daaronder de reactie van Marieke van Doorninck van de mr A de Graaf Stichting)
Het is erg moeilijk om prostituees te interviewen over hun werk. Een negentienjarige vrouw uit de Haagse Geleenstraat wil wel praten: zij vindt prostitutie een normaal beroep, maar loopt er niet mee te koop. Ze verdient honderd à tweehonderd euro per dag, waarvan ze per dag vijfentachtig euro aan raamhuur moet betalen. Zelf doet ze het uit vrije wil, maar ze schat in dat meer dan de helft van haar collega's gedwongen in de prostitutie zit. Het meisje dat in het raam tegenover haar staat, moet meteen haar geld afstaan aan een loverboy zodra ze een klant heeft gehad.
"reportage Mistanden in de prostitutie - Gevangen achter het raam" (Volkskrant, Menno van Dongen, 5 Mei 2007):
 
'In Den Haag is grofweg 70 procent van de raamprostituees slachtoffer van mensenhandel', zegt de 33-jarige zedenrechercheur Anita (uit privacyoverwegingen mag haar achternaam niet in de krant). Ze werkt al jaren voor de Ploeg Commerciële Zeden en begon haar carrière als wijkagent op de tippelzone.
'Veel vrouwen zijn slachtoffer, maar dat weten ze zelf niet, of ze willen het niet weten', stelt de rechercheur. 'Het is voor hen een grote stap te erkennen dat ze erin zijn getuind, bijvoorbeeld via de loverboy-methode. Ze schamen zich, zijn bang of ze denken dat ze verliefd zijn op hun pooier.'
(Ik wil hier nog iets aan toevoegen. Ik heb begin 2006 de cultureel antropoloog Paul van Gelder gesproken. Hij vertelde me dat hij de situatie in Den Haag goed kent. Volgens hem werken veel prostituees in Den Haag zelfstandig. Ik weet niet wie ik moet geloven. Nu moet ook gezegd dat Paul van Gelder me het advies gaf om te gaan kijken in de prostitutiebuurten op het moment dat raamprostituees een lunchbreak hebben, dan gaan ze bijelkaar zitten om te eten en dan kun je dus zien of ze het vrijwillig doen. Kennelijk gaat hij ervan uit dat alle gedwongen prostituees 24 uur per dag bewaakt worden, wat misschien ook kan verklaren waarom hij zegt dat veel raamprostituees in Den Haag zelfstandig werken.)
 
Sandra (moeder van twee kinderen) kwam op haar 21ste via een vriendin in de Haagse prostitutie terecht. Puur voor de commercie: dure kleren en een huurappartement van 1400 euro. In het begin had ze het naar haar zin, maar de sfeer veranderde snel. „Tegen het einde was er zoveel ellende. Ik had een raam in de Geleenstraat en kon in zo’n hoekspiegel de hele straat overzien. Zo zag ik elke dag zeker tien dikke Mercedessen of BMW’s komen aanrijden waar dan meisjes uitstapten. Het wemelde van de pooiers, want dat zijn de loverboys. Ik schat dat er zeker vijftien van die gasten op een dag langskwamen. Sommigen ranselden ook geregeld collegaatjes van me af.”
Raamprostitutie in Groningen
 
Onderzoeksrapport van Goderie e.a. ('Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod', uit 2002)
De groep Bulgaren blijkt in Groningen een redelijk constante factor te zijn. Gedurende reeds enkele jaren is de groep aanwezig binnen de raamprostitutie in Groningen. Volgens één van de geïnterviewden bestond 75 procent van de meisjes achter de ramen uit Bulgaren ten tijde van het interview in november 2001. Men doelt daarmee op de groep Bulgaarse prostituees, vaak met ook de aanwezigheid van Bulgaarse mannen. Ze zijn grotendeels uit hetzelfde dorp of dezelfde regio in Bulgarije afkomstig. Ze worden vaak geassocieerd met 'problemen' waarbij gedoeld wordt op groepen Bulgaren die zich bezighouden met mensenhandel, mensensmokkel en andere vormen van criminaliteit. De aanwezigheid van deze mannen op straat wordt als bedreigend ervaren. Het is de inschatting van geïnterviewden dat het meestal jonge meisjes betreft die onder controle staan van pooiers' of 'loopjongens'. (...) Het viel de onderzoekers op, al lopend door de straat, dat er een man rondliep die de kamers langsging en daar met een notitieboekje in de hand geld inde.
Raamprostitutie in Leeuwarden
 
De Rode Draad beschrijft raamprostitutie in Leeuwarden in hun rapport "Voor de draad ermee" (2005):
We zijn in Leeuwarden eerst naar het raamgebied getogen. Aldaar hadden we het vermoeden dat in het raamgebied veel vrouwen werken zonder de juiste papieren. We zagen  bijvoorbeeld vele Bulgaarsen en wij weten dat zij geen reële kans hebben op grond van de associatieverdragen van de Europese Unie legaal in Nederland te werken. Enkelen onder hen konden legaal werken nadat ze een advocaat voor veel geld het vereiste document – een Machtiging tot Voorlopig Verblijf bij de Nederlandse ambassade in Bulgarije hebben laten aanvragen.
Daarnaast viel ons de aanwezigheid op van vele mannen die de vrouwen controleerden. Zij probeerden bijvoorbeeld te verhinderen dat wij met de vrouwen spraken. Zij versperden ons de weg en intimideerden ons door ons te betasten. Zij zitten bij de vrouwen in de kamers en wij meenden te zien dat onze komst net voorkwam dat een vrouw mishandeld werd. Wij constateerden ook dat veel vrouwen geen benul hadden van wat het zelfstandig ondernemerschap inhoudt.
Dat geldt overigens ook voor de verhuurders. Zij geven geen bonnen af van de huur en laten de vrouwen op de werkplek hun domicilie kiezen. Veel vrouwen slapen en wonen daar en kunnen ‘s nachts niet naar buiten omdat de bedrijven op slot gaan. Wij moeten er niet aan denken dat daar ooit brand zal uitbreken Welke zelfstandige ondernemer woont bij de verhuurder en heeft diezelfde verhuurder als adres van haar bedrijf? Wij vinden dat een kwalijke zaak. De vrouwen zijn daardoor volstrekt afhankelijk van de verhuurder en kunnen ook niet protesteren tegen onverwachte huurverhogingen. Door de hoogte van de huur worden vrouwen gedwongen om zes of zeven dagen per week te werken en moeten zij zwaar concurreren, door bijvoorbeeld onveilige seks aan te bieden. Dat er vooral onveilige, orale diensten worden geboden kunt u zelf constateren als u de verhalen van klanten op internet leest.
Wij vinden het van belang dat het zelfstandig ondernemerschap in de raamgebieden door de exploitanten serieus wordt genomen. Wij vertellen de vrouwen dat als de exploitanten ze als zelfstandig ondernemer behandelt ze ook nota’s van de raamhuur moeten afgeven, voorzien van naam en adres van de verhuurder en een behoorlijk huurcontract moeten overleggen. Dat gebeurt lang niet overal.
We moesten ons bezoek aan het raamgebied in Leeuwarden echter afbreken omdat een van de verhuurders wilde voorkomen dat de ‘zelfstandige ondernemers’ zelf konden bepalen of ze met ons wilden spreken. Met andere woorden, wij zijn op een nogal grove wijze weggejaagd. Een exploitant die wel toestaat dat loverboys in de hofjes rondlopen maar ons tegenhoudt, geeft geenszins blijk van de bereidheid prostituees als zelfstandige ondernemers te zien, laat staan ze als zodanig te behandelen.
Raamprostitutie in Alkmaar (Achterdam)
 
Een reactie van een lezer op een artikel in het Noordhollands Dagblad, "PVDA: 'Verhuurders van Achterdam maken uitbuiting mogelijk'" (23 September 2007). Ze bedoelen Nool en Oyen:
Hier heeft de pvda fractie wel een punt. Ik heb 5 jaar op de achterdam gewoond en kon dus dagelijks zien hoe het daar verloopt. Er loopt daar elke dag een klein morsig mannetje met snor rond die regelmatig Oost-Europeaanse meisjes naar een kamertje brengt. Ik heb de stellige indruk dat deze meisjes geen woord Nederlands spreken en volledig afhankelijk zijn van deze 100% pooier. De heren beheerders o.l.v. Nollen vragen dit miserabel figuur regelmatig hoe het met "de zaken" gaat... "koet, hiel koet" zegt die smeerlap dan vervolgens. Voor mij is het wel duidelijk dat ondanks die nobele bedoelingen met videobewaking en medische voorzieningen voor de dames aldaar er een grote, grote hoop rottigheid plaatsvind op de achterdam. [een lezer: 23-9-2007]
'Veel gedwongen prostitutie Achterdam', Noordhollands Dagblad, 27-6-2007:
De politie schat in dat een groot aantal prostituees op de Alkmaarse Achterdam er gedwongen werkt. Volgens Jan Keller, afdelingschef van de Alkmaarse politie ontwikkelt de verborgen criminaliteit achter de raamprostitutie zich naar een 'niet acceptabel' niveau.

Keller deed zijn uitspraken gisteravond tijdens een vergadering van de commissie bestuur en middelen waarbij de notitie 'Aanpak prostitutie Alkmaar' werd besproken. (...)
"Rijke familie gijzelt en besteelt advokaat", Noordhollands Dagblad, 15-2-2006 (de advokaat is trouwens Arie van Driel die ook heeft samengewerkt met Anna Ziverte, zie ook het artikel 'Van vrouwenhandel beslist geen sprake', Noordhollands Dagblad, 2-3-2006):
(...) De met zijn gezin in Luxemburg woonachtige S. noemt zich adviseur van een groot aantal ondernemingen. Een daarvan, First in Line, kocht in oktober 2003 een kantoor voor vreemdelingenadvocatuur aan het Luttik Oudorp in Alkmaar. Bedoeling was dat jongste dochter J.S. na haar rechtenstudie die praktijk zou runnen.
Achterdam
Vijf maanden werkte ze onder begeleiding van de vorige eigenaar, een alom bekende advocaat. Ze zag dat 80 procent van de klanten prostituees waren. Meisjes uit Oost-Europa die op de aanpalende Achterdam de betaalde liefde bedreven en voor wie het kantoor papieren, peeskamers, lingerie en condooms regelde. Ze werkten zogenaamd als zelfstandige, maar werden uitgebuit door keiharde pooiers van Zuid-Europese afkomst. (...)
Overige raamprostitutie
 
Rapport van TAMPEP (2000-2002) (TAMPEP is een Europese hulpverlenersorganisatie voor prostituees. Zij richten zich vooral op SOA-bestrijding. Zij verrichten veel veldwerk onder raamprostituees in Nederland)
Ninety percent of the women from Central and Eastern Europe are - some way or the other - in the power of pimps, madams or traffickers. Many women accept it without much protest, but some of them want to change the situation. This means that the TAMPEP worker is regularly asked for advice on how to be liberated from the power of pimps.
De Finse raamprostituee Lisa (die werkt in een provinciestad) die aan het woord komt in het boek 'Ga je mee, schat?' van Bert Voskuil en Henk Ruigrok uit 1998.
Ik heb altijd alleen voor mezelf gewerkt. Ja, er zijn wel eens mannen bij me geweest om te vragen of ik hun vriendin wilde worden. Maar die waren alleen op mijn geld uit. Dat was een Turk en later een Marokkaanse man. Maar ik ben niet zo gek als veel andere meisjes in dit vak, die bijna al hun geld aan hun vriendjes geven. Ik vind dat, als ik een vriend heb, hij mij geld moet geven en niet andersom.
Een raamprostituee op hookers.nl (30-1-2007 en 31-1-2007):
Ik denk dat zo'n 90% van de meiden, werkt voor een ander ze portemenee om het het maar netjes te zeggen.. zodra ze het woordje ''vriendje'' ook wel pimp noemen weet je hoe laat het is.
Ik heb het zelf ervaren en zie het nog steeds om me heen. Het is oud nieuws. En het gaat al eeuwen zo, en ik zie er geen oplossing voor zo 1,2.3.. spijtig maar helaas waar
Dus die boycotlijst van meiden die onder dwang werken.. haha
Nou astjeblieft zeg wat een onzin .. sluit dan maar gelijk de gehele wallen
Wat in bepaalde clubs gebeurt gaat je fantasie nog te boven, want dat is veel afgeschermder. (...)
Ik sta met jonge meiden om me heen. En tja in het algemeen zijn er weinig meiden die op hun 18e verjaardag denken : weet je wat, ik ga de **** spelen. Bijna ieder huisje heeft z'n kruisje. De meeste zijn er niet vrijwillig ingekomen. Maar met mooie praatjes of simpelweg bedreigingen.Maar ik ken wel een stuk of 3 meiden die er om de verkeerde redenen in zijn gekomen maar nu zelfstandig en zonder dwang nog in het vak zitten .. dus ze zijn er wel
Een raamprostituee in het artikel De overheid is nu mijn pooier (2007) uit de het dagblad De Trouw, door Ludette el Barkany:
Mij wordt dagelijks door Marokkanen, Turken of Oost-Europeanen gevraagd of zij mijn pooier mogen zijn. Ik ken voorbeelden van meisjes die verliefd worden op zo’n man die misbruik van ze maakt, maar ik snap niet waarom die vrouwen niet naar de politie gaan.
Uit het boek 'Een haar per dag — Dertig maanden in de prostitutie' (1988) door Jody Peter en ghostwriter Michiel Hegener. Jody werkte (waarschijnlijk) eind jaren zeventig, begin jaren tachtig gedwongen in de prostitutie door een man op wie ze verliefd was. Dat gebeurde in clubs en achter het raam.
Pagina 123:
Er waren veel zaken waarover ik alleen met haar [een andere prostituee] praatte – niet dat het veel oplossingen bracht, want zij had haar eigen problemen. Aan haar en nog een paar meisjes had ik toevertrouwd hoe Carlos me behandelde en zij hadden mij over hun eigen pooier verteld. Achter het raam naast me werkte een tijdje een gescheiden vrouw die een zoon als pooier had. Als het nodig was, sloeg hij haar ook – één keer zelfs waar ik bij was.
Er waren ook pooiers die hun meisjes zo goed onder de duim hadden met psychologische dreigementen en manipulaties, dat ze hen niet hoefden slaan. Met de pooiers die dat wel deden, hadden ze gemeen dat ze voor hun meisje veel of zelfs alles betekenden. Als je verder niets hebt, geef je zelfs om iemand die je uitzuigt, intimideert en mishandelt. Ik kwam erachter dat bijna ieder meisje in de straat wel een pooier had aan wie ze haar geld moest afstaan.
Pagina 165:
Ik heb dit boek al heel lang willen schrijven, omdat er naar mijn mening in het algemeen grote misverstanden over prostitutie bestaan. Het beeld van de Happy Hooker dat velen van prostituées hebben, bijvoorbeeld. Dit beeld is naar mijn gevoel schadelijk: het verdoezelt de rol van de pooiers, de uitbuiting en de grove mishandeling waarmee zij een grote meerderheid van de prostituées in hun greep houden. In de jaren dat ik zelf in de prostitutie zat, ben ik nog nooit een Happy Hooker tegengekomen.
De wereld van de prostitutie is nog steeds ondoorzichtig en duister. Informatie naar buiten toe wordt belemmerd – in de eerste plaats door pooier-intimidatie, maar ook doordat veel prostituées zelf moeite hebben de rotsituatie waarin ze zich bevinden te erkennen. Het gevolg is dat er vaak misdadige en onmenselijke dingen gebeuren waar de rest van de maatschappij geen weet van heeft.
Met de hulp van Michiel Hegener hoop ik een boek te hebben samengesteld dat veel mensen de ogen zal openen voor de pure slavernij die de prostitutie in de meeste gevallen is.
Uit het archief van www.nrc.nl:
Bordelen worstelen met gedoogbeleid
Door onze redacteur ANNEKE VISSER
Donderdag 07-11-1996
Bordeelhouders op de Wallen in Amsterdam worstelen met de harde aanpak van hun negotie door de gemeente. Zij vrezen dat de illegale prostituees daardoor de straat op worden gejaagd.
 
(...)

De tegenwerping van de bordeelhouders dat door het optreden van Patijn de illegale prostituees de straat op worden gestuurd, pareert de gemeente met het argument dat deze vrouwen nu niet minder dan de gevangenen van de desbetreffende bordeelhouders zijn. "Ze moeten hun paspoort inleveren en kunnen vaak geen kant op", aldus een woordvoerder. Badoux op zijn beurt: "Dat is een gotspe. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor deze praktijk. Soms houden bordeelhouders paspoorten in, omdat zij ervoor opdraaien wanneer de vrouwen zich niet kunnen identificeren."
 
(...)
zie vervolg op:
 
Lees meer...   (2 reacties)
 
 
Zaterdag, 3 December 2005
 
Profiel
Een topattractie gebouwd op onderdrukking
 
Van onze verslaggever Menno van Dongen

AMSTERDAM - Het oogt zo vrolijk, al die rode lichtjes en die glimlachende meisjes. Maar achter de ramen op de Amsterdamse Wallen gaat veel ellende schuil. De gemeente en de politie willen het echter niet altijd zien.
 
Gedwongen seks, vrouwenhandel, mishandeling. Er is veel mis op de Amsterdamse Wallen. Over de rosse buurt verschijnt het ene na het andere kritische rapport. De veelbezongen romantiek van vroeger is verdwenen.
 
Zeker nadat Lodewijk Asscher, PvdA-fractievoorzitter in Amsterdam, de aandacht vestigde op het gebied, door per ongeluk de indruk te wekken dat hij de Wallen wil sluiten. Dat is niet zo, maar raamprostitutie is volgens hem wel een vorm van ‘moderne slavernij’ die moet worden ontmoedigd.
 
Tot in de jaren zeventig was de sfeer op de Wallen nog vrij gemoedelijk. Er werkten vooral Nederlandse prostituees, die zich lieten ‘beschermen’ door relatief nette criminelen als Frits van de Wereld en Haring Arie. Dat is veranderd. Tegenwoordig zitten er veel buitenlandse vrouwen achter de ramen, en keiharde mensensmokkelaars maken de dienst uit.
 
De Wallen tellen 180 officiële seksbedrijven, met enkele duizenden prostituees. Het relatief kleine gebied – de seksbedrijven zijn gevestigd in zo’n twintig straten – is een van de grootste toeristische attracties van de stad. Élk jaar komen er een paar miljoen mensen op af. Alleen de rondvaartboten trekken meer bezoekers.
 
Op het eerste gezicht ogen de Wallen vredig. Maar dat is schijn, zegt Ruth Hopkins, die vijf jaar onderzoek heeft gedaan naar mensenhandel, onder andere in Amsterdam. Onlangs publiceerde ze een boek daarover. 'Je ziet veel jonge vrouwen achter de ramen, die er best goed uitzien en lachen naar voorbijgangers. Maar achter dat beeld gaat heel veel ellende schuil.'
 
Sinds de opheffing van het bordeelverbod, in 2000, is prostitutie legaal. Dat heeft niet geleid tot betere werkomstandigheden. Er zijn vrouwen die vrijwillig in het vak zitten en zelfstandig werken maar dat is een minderheid, stelt Hopkins. Veel vrouwen worden achter de schermen uitgebuit. 'Pooiers houden precies in de gaten hoeveel klanten een prostituee krijgt. En ze zorgen ervoor dat ze al het geld dat ze verdient afstaat.'
 
De werkomstandigheden van buitenlandse vrouwen zijn vaak slecht, constateert ook Anneke Bouwman van HVO-Querido in Amsterdam – ze helpt slachtoffers van mensenhandel. ‘Vrouwen worden gedwongen om seks te hebben met een klant of het te doen zonder condoom. En als ze niet luisteren naar hun pooier, worden ze mishandeld.
 
Prostituees doen zelden aangifte tegen hun pooiers. Veel buitenlandse vrouwen worden bedreigd en durven niet te praten met de politie. Nederlandse prostituees hebben vaak een relatie met de man door wie ze worden uitgebuit.
 
Vertegenwoordigers van prostituees en exploitanten vinden dat er een overdreven slecht beeld wordt geschetst van de rosse buurt. 'Veel mensen zijn vooringenomen', stelt Mariska Majoor, de oprichtster van het Prostitutie Informatie Centrum. 'Een vriend van een prostituee hoeft geen pooier te zijn. De politie ziet het toch vaak zo, omdat ze denken dat een goede man niet toestaat dat zijn vrouw achter de ramen zit. Dat is onzin.'
 
Maar er is meer mis op de Wallen. Het gebied is in handen van een kleine groep criminelen, suggereerde Asscher deze week. Daarbij verwees hij naar een gebouw dat eigendom was van de onlangs geliquideerde John Mieremet. Meerdere bronnen bevestigen tegenover de Volkskrant dat porno-ondernemer ‘dikke’ Charles Geerts veel panden heeft opgekocht op de Wallen. Geerts werd vaak in verband gebracht met grote drugscriminelen, maar hij is nooit veroordeeld.
 
De prostitutie is altijd een schimmige branche geweest. Maar toen seksbedrijven legaal werden, zouden misstanden hard worden aangepakt door de politie. 'Dat is niet gebeurd', zegt Hopkins. 'Prostituees moeten steeds hun papieren laten zien, om aan te tonen dat ze niet illegaal of minderjarig zijn. Maar verder treedt de politie veel te slap op.'
 
Criminoloog Frank Bovenkerk trok eerder dezelfde conclusie. 'In Amsterdam wordt de moderne pooiers geen strobreed in de weg gelegd.' Het stadsbestuur spreekt dat tegen. Burgemeester Cohen wil dat minister Donner van Justitie een onderzoek instelt naar misstanden in de seksindustrie.
 
Toch kan de gemeente ook meer doen. 'Als prostituees eindelijk aangifte durven te doen van mishandeling, wordt daar niets mee gedaan', stelt Hopkins, 'het heeft geen prioriteit. Dat is het echte probleem op de Wallen: de onverschillige manier waarop de overheid zich opstelt.'
 
Lees meer...
 
Van illegale prostituee gebruik maken moet strafbaar worden, want Nederland is luilekkerland voor mensenhandelaars
Het Parool, dinsdag 25 januari 2005, p. 99
 
Eén op vijf hoerenlopers is verkrachter
 
Hester Jansen
 
Minister Piet Hein Donner beloofde 18 januari uit te zoeken of klanten van illegale prostituees strafbaar kunnen worden gesteld en de Tweede Kamer stemt vandaag over een motie van ChristenUnie, SGP, CDA, VVD en D66 die hetzelfde beoogt. Vorig jaar besloten CDA en PvdA al dat seks met verslaafde prostituees strafbaar moet worden. Het parlement lijkt steeds meer tot de logische conclusie te komen dat mensenhandel de keerzijde van prostitutie is. Deze lijn moet worden doorgezet.
 
Bijna vijf jaar geleden werd het bordeelverbod afgeschaft. Sinds 1 oktober 2000 is het toegestaan vrouwen seksueel te exploiteren en is het beroep van pooier genormaliseerd. De wet gaat ervan uit dat iedere prostituee haar werk uit vrije wil doet en dat gedwongen prostitutie nauwelijks voorkomt. Volgens de wet is de gemiddelde prostituee een zelfstandige, niet-verslaafde, Nederlandse vrouw, die geld verdient met sekswerk en bovendien een nette boekhouding heeft en belasting afdraagt.
 
Sinds datzelfde jaar 2000 heeft Nederland een nationale rapporteur mensenhandel. Deze rapporteur brengt elk jaar de uitbuiting in de seksindustrie in kaart. Een omvangrijke klus, want seksuele uitbuiting komt niet alleen in afgelegen dorpen als Kraggenburg voor, waar een bende Afrikaanse vrouwen in een loods in Flevoland misbruikte, maar overal in Nederland. Gedwongen prostitutie is big business.
 
De gegarandeerde afzet van vrouwen en het minimale risico voor de criminelen maken Nederland een luilekkerland voor mensenhandelaars. Zeker één op de vijf prostituees werkt onder dwang, schat de rapporteur mensenhandel. Andere organisaties komen tot nóg hogere schattingen. In cijfers uitgedrukt: van de circa 25.000 prostituees in Nederland worden er vijf- tot tienduizend door pooiers gedwongen seks met klanten te hebben.
 
Die vrouwen hebben te maken met fysiek geweld, verkrachting en opsluiting, worden geregeld doorverkocht aan andere pooiers en verdienen zelf nauwelijks iets. Het woord slaaf komt aardig in de richting om de situatie van deze vrouwen te omschrijven.
 
De politiek dacht lang dat prostitutie en mensenhandel twee totaal verschillende onderwerpen waren, die je niet op één vergadering kon bespreken. Hier lijkt verandering in te komen. In de praktijk hebben prostitutie en mensenhandel immers veel met elkaar te maken. Zo valt in de rapporten van de rapporteur mensenhandel te lezen dat veel 'legale' seksbazen tot over hun oren in de mensenhandel zitten.
 
Ook hulpverleners bevestigen de verwevenheid: juist de laatste vier jaar zien zij een flinke toename van gedwongen prostitutie.
 
En hoerenlopers maken al helemaal geen onderscheid tussen vrijwillige en onvrijwillige prostituees. De bezoekers van websites zoals hookers.nl hebben alleen belangstelling voor de borstomvang, de prijs en of het ook zonder condoom mag. Eén van de slachtoffers van de Kraggenburgse bende had een hoerenloper om hulp gesmeekt. Zijn reactie was onverschillig: hij wilde slechts waar voor zijn geld.
 
Wie vraagtekens zet bij het liberale prostitutiebeleid in Nederland wordt altijd de mond gesnoerd met het oudste cliché ter wereld: prostitutie is er altijd geweest en zal er altijd zijn. Maar is dat wel een goed argument? Ziekte en geweld zijn ook onuitroeibaar, maar toch proberen we ze uit te bannen.
 
Ik stel dan ook voor het vreselijke cliché van 'het oudste beroep' overboord te gooien en eens eerlijk na te denken over prostitutie. Een paar vragen die dan we echt moeten stellen:
 
* Is het wel zo normaal dat vrijwel de gehele Nederlandse seksindustrie op buitenlandse - en vaak illegale - meisjes drijft? Kennelijk is prostitutie geen gewoon beroep: zelfstandige, niet-verslaafde Nederlandse vrouwen willen het werk niet doen.
 
* Is het wel normaal dat tienduizenden Nederlandse mannen seks hebben met een slachtoffer van mensenhandel? Maakt het betalen voor seks met zo'n slaaf de hoerenloper niet medeplichtig aan mensenhandel?
 
* Is seks met een vrouw onder dwang niet gewoon verkrachting? Als één op de vijf prostituees tot prostitutie gedwongen is, maakt één op de vijf hoerenlopers zich schuldig aan verkrachting. In het Wetboek van Strafrecht staat hier een celstraf van maximaal twaalf jaar op; mensenhandelaars komen er met een gemiddelde straf van twee jaar van af - als ze al worden gepakt - en hoerenlopers gaan altijd vrijuit.
 
* Mag iemand zich eigenlijk wel seksueel laten exploiteren door anderen? De wet verbiedt mensen zichzelf als slaven te verkopen en ook de verkoop van je eigen lichaamsdelen is verboden.
 
* Bestaat eigenlijk wel zoiets als vrijwillige prostitutie? Wie zich in de achtergrond van prostituees verdiept, vindt armoede, misbruik, verslaving en psychische problemen. De happy hookers die men zo graag wil zien, zijn buitengewoon dun gezaaid.
 
Het oudste beroep ter wereld is waarschijnlijk de oudste vorm van vrouwenonderdrukking. Het zou alleen maar een teken van beschaving zijn - niet meer - als het exploiteren van vrouwen opnieuw strafbaar wordt gesteld en het hoerenlopen erbij. Niet alleen voor wat betreft verslaafde of minderjarige, maar voor álle prostituees.
 
De auteur is publiciste. Voor onderzoek werkte zij vorig jaar in een opvanghuis voor slachtoffers van mensenhandel.
 
(c) Parool 2005 alle rechten voorbehouden
 
Waarom heb ik dit artikel eigenlijk op mijn weblog staan? Bovendien klopt het niet wat ze zegt. Veel klanten hebben meer dan 1 prostituee bezocht, dus is de kans groter dan die 20% dat ze een slachtoffer van vrouwenhandel zijn tegengekomen.
 
Lees meer...   (4 reacties)
 
Prostitutiebeleid failliet 
 
Door: Hester Jansen
 
Het is erg moeilijk om prostituees te interviewen over hun werk. Een negentienjarige vrouw uit de Haagse Geleenstraat wil wel praten: zij vindt prostitutie een normaal beroep, maar loopt er niet mee te koop. Ze verdient honderd à tweehonderd euro per dag, waarvan ze per dag vijfentachtig euro aan raamhuur moet betalen. Zelf doet ze het uit vrije wil, maar ze schat in dat meer dan de helft van haar collega's gedwongen in de prostitutie zit. Het meisje dat in het raam tegenover haar staat, moet meteen haar geld afstaan aan een loverboy zodra ze een klant heeft gehad. Bij Afrikaanse prostituees is de problematiek anders: veel vrouwen uit bijvoorbeeld Nigeria prostitueren zich onder de vloek van een voodoo-priester. Ze hebben beloofd om nooit de naam van hun handelaar prijs te geven. Wie dat wel doet, wordt gek of sterft. De dreigementen van de tovenaar wordt kracht bijgezet door voodoo-rituelen.
 
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel, mr Anna Korvinus, schat het aantal slachtoffers van mensenhandel in het jaar 2000 op 3500 personen. Afgezet tegen het totale aantal prostituees (circa 25.000) zou dit betekenen dat minstens een op de zeven hoeren in Nederland een seksslaaf is. De cijfers van het wetenschappelijk bureau van het ministerie van Justitie suggereren veel hogere aantallen. Volgens dit WODC is ongeveer de helft van alle prostituees in Nederland van buitenlandse afkomst, meestal van buiten de EU. Geen van deze vrouwen heeft een tewerkstellingsvergunning, zo blijkt uit navraag. Het ligt voor de hand dat deze illegale hoeren zeer afhankelijk van hun pooier zijn: dat zij niet hun eigen werkuren kunnen bepalen en niet over hun eigen geld kunnen beschikken. Vaak wonen ze en slapen ze in de bordelen. In ons beschaafde, liberale land zijn er minimaal 3500, maar misschien zelfs wel 12.500 seksslaven.
Volgens de gangbare opvatting is betaalde seks het toppunt van emancipatie van de vrouw. De vrijgevochten prostituee heeft een sofinummer, een boekhouder, betaalt belasting en geniet ervan mannen seksueel te bevredigen. Het verkopen van seksuele diensten is niet vernederend, zeggen de invloedrijke organisaties voor prostitutie. De Rode Draad vindt het woord 'hoer' een geuzennaam.
 
Ook de Mr A. de Graaf Stichting, hét expertisecentrum op het gebied van prostitutie en de adviseur van het ministerie van Justitie, beoordeelt prostitutie positief. Doelstelling van de stichting is 'het bevorderen van de acceptatie van prostitutie'. Andrew de Graaf (1867-1945), de naamgever van de stichting, wilde de exploitatie van vrouwen juist met wortel en tak uitroeien.
 
Bestreed de stichting aanvankelijk de misstanden in de seksindustrie, vanaf de jaren zeventig wordt de acceptatie van prostitutie de doelstelling. De huidige De Graaf Stichting staat mijlenver af van de oorspronkelijke organisatie die zich fel kantte tegen handel in vrouwen en kinderen. Anno 1900 werd mensenhandel als een groot probleem gezien de cijfers zijn intussen geëxplodeerd, maar het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse overheid haalt er de schouders over op. Seksslavernij is een anomalie in de ogen van De Rode Draad en de Mr A. de Graaf Stichting.
 
Wie de feiten onder ogen ziet, kan maar tot één conclusie komen: het Nederlandse prostitutiebeleid moet op een andere leest worden geschoeid. De duizenden onvrijwillige prostituees moeten beter beschermd worden tegen misbruik. De blinde vlek voor dit probleem kan alleen verdwijnen als we het dogma van vrijwilligheid loslaten. Hoeren zijn vaak juist niet 'vrij en zelfstandig', ook al zouden beleidsmakers en hoerenlopers dat graag willen. De keerzijde van het liberale prostitutiebeleid in Nederland is seksslavernij. Het is hoog tijd dit onder ogen te zien.
 
Drs Hester Jansen is historicus, lid van Derde Kamer, forum voor discussie over internationale samenwerking, www.dederdekamer.org, en heeft een communicatiebureau in Den Haag, hesterjansen@usa.net

Bron: Het Financieel Dagblad, woensdag 24 maart 2004 / pagina 9 
2004-03-26 15:26:57
 
reactie van Marieke van Doorninck (van de Mr A de Graaf Stichting, bestaat niet meer)
 
Acceptatie van prostitutie is iets anders dan misstanden daarvan accepteren
 
Bron: Het Financieele Dagblad, woensdag 5 mei 2004 / pagina 6
 
In haar artikel 'Prostitutiebeleid failliet' in Het Financieele Dagblad van 24 maart stelt Hester Jansen dat de legalisering van de Nederlandse seksindustrie is mislukt en heeft geleid tot een situatie van seksslavernij. Zij wijst daarbij met een beschuldigende vinger naar Stichting de Rode Draad en de Mr A. de Graaf Stichting, die geen oog zouden hebben voor misstanden als mensenhandel en gedwongen prostitutie in de seksindustrie.
 
Acceptatie van prostitutie is echter heel iets anders dan het accepteren van misstanden binnen de prostitutiesector. De Mr A. de Graaf Stichting is van mening dat juist de erkenning van prostitutie als arbeid en decriminalisering van de seksindustrie bij uitstek de instrumenten zijn om de rechten van prostituees te waarborgen. De bestrijding van dwang, uitbuiting en geweld in de seksindustrie is gebaat bij een sterke positie van sekswerkers, zowel op de werkplek als in de maatschappij.
 
De erkenning van prostitutie als arbeid en het bestrijden van misstanden in de seksindustrie is niet tegenstrijdig maar complementair. Met de opheffing van het bordeelverbod werd de uitbating van vrijwillige prostitutie gelegaliseerd, waardoor arbeidswetgeving in de prostitutiesector van toepassing is. Alle vormen van uitbuiting, dwang en geweld in de prostitutie staan nog steeds in het Wetboek van Strafrecht, maar sinds 2000 staan daar veel zwaardere straffen op. Sindsdien hebben prostituees dezelfde rechten als andere werkende burgers en is het mogelijk allerlei vormen van uitbuiting, machtsmisbruik en willekeur aan te pakken met het instrument dat we daarvoor sinds het begin van de 20ste eeuw ontwikkeld hebben: het arbeidsrecht. Hester Jansen noemt het merendeel van de prostituees seksslaven en roept op om het dogma van vrijwilligheid los te laten omdat hoeren niet vrij en zelfstandig zijn. In de discussie wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen onvrijwillige prostitutie en uitbuiting in de prostitutie. Dit verschil bestaat wel degelijk, en bepaalt voor veel prostituees over de hele wereld zelfs hun leef- en werkomstandigheden. Hoewel zij vrijwillig hebben gekozen seksuele diensten te verlenen om in hun levensonderhoud te voorzien, kunnen zij door de antiprostitutie- wetgeving hun werkzaamheden niet vrij en zelfstandig uitvoeren. De criminalisering van de prostitutiesector heeft in de wereldgeschiedenis nog nooit geleid tot de afschaffing of zelfs vermindering van prostitutie maar vrijwel altijd tot uitsluiting, marginalisering en rechteloosheid van prostituees. Seksslavernij is niet de keerzijde van liberaal prostitutiebeleid, maar van de rechteloosheid van prostituees in een verboden seksindustrie.
 
Het Nederlandse prostitutiebeleid is ontwikkeld om aan die ambiguïteit, waarbij wetgeving is ontwikkeld om vrouwen te beschermen maar die in de praktijk vrouwen hun rechten ontneemt, een eind te maken. Juist in een legale seksindustrie is het mogelijk de arbeidsrechtelijke positie van sekswerkers te versterken. Daar komt bij dat door gemeentelijke regelgeving de prostitutiesector is gereguleerd en transparanter is geworden, waardoor misstanden eerder zijn te detecteren en onvrijwilligheid kan worden bestreden. Personen die minderjarigen, illegalen of slachtoffers van mensenhandel in de prostitutie te werk stellen, worden zowel bestuursrechtelijk (het verlies van de exploitatievergunning) als strafrechtelijk vervolgd.
 
Dat de legalisering niet onmiddellijk een duidelijke verbetering van de positie van prostituees heeft opgeleverd is teleurstellend maar niet onverwacht. Het is immers een illusie te denken dat honderd jaar uitsluiting van arbeidsbescherming en arbeidsrechten in twee jaar ingehaald zou kunnen worden. Bovendien heeft de Nederlandse overheid nagelaten de erkenning van prostitutie als arbeid consequent door te voeren door de Wet Arbeid Vreemdelingen gesloten te houden voor de prostitutiesector. De uitsluiting van migrantenprostituees van de legale arbeidsmarkt, en daarmee van de arbeidsrechtelijke bescherming die hun collega's inmiddels wel hebben, maakt hen, zoals Hester Jansen ook stelt, extra kwetsbaar voor mensenhandel en andere vormen van dwang en uitbuiting. Het creëren van legale werkplekken voor migrantenprostituees kan een belangrijk instrument zijn in de strijd tegen mensenhandel. Daarnaast moet er meer en betere bescherming worden geboden aan hen die onder dwang of ontoelaatbare omstandigheden in de prostitutie te werk zijn gesteld. Niet omdat zij, zoals nu, in de eerste plaats een bruikbare getuige zijn voor het strafrechtelijk onderzoek, maar omdat hun mensenrechten op grove wijze zijn geschonden.
 
Net als Nederlandse prostituees zijn migrantenprostituees en slachtoffers van mensenhandel gebaat bij het verkrijgen van rechten en niet bij het predikaat (willoze) seksslaven. Zij hebben er recht op gehoord te worden en betrokken te zijn bij elk debat dat hun leven aangaat. Stichting de Rode Draad zorgt er met anderen al bijna twintig jaar voor dat de stem van sekswerkers wordt gehoord.
De discussie over prostitutie is, door de verschillende morele visies, complex maar ook van groot belang. Naast de door Jansen aangehaalde doelstelling, 'de acceptatie van prostitutie bevorderen', hanteert onze stichting de doelstelling 'de discussie over prostitutie stimuleren'. In onze visie is prostitutie een maatschappelijk verschijnsel dat pragmatisch kan worden benaderd zonder de morele bezwaren uit het oog te verliezen. De discussie met diegenen met een andere visie op prostitutie gaan wij graag aan, met wederzijds respect.
 
De beschuldiging van Hester Jansen aan ons adres waarbij wordt getwijfeld aan onze intenties getuigt niet van respect en is ook niet terecht. De Stichting heeft zich altijd ingezet voor de belangen van prostituees. In de eerste jaren van haar bestaan door middel van het 'reddende werk', sinds halverwege de jaren zeventig door te pleiten voor positieverbetering die prostituees zélfredzaam maakt.
 
MARIEKE VAN DOORNINCK
 
Marieke van Doorninck is historicus en beleidsmedewerker Mr A. de Graaf Stichting, instituut voor prostitutievraagstukken in Nederland.
 
Lees meer...
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl