kris2.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Laatste artikelen
Welkom op mijn weblog. Hier gaat alles over prostitutie in Nederland. Ik probeer te achterhalen hoe het nou zit met die vrouwenhandel en of er manieren zijn voor klanten om te kunnen onderscheiden wie de vrijwillige prostituees en wie de gedwongen prostituees zijn. Hoe dat allemaal komt? Lees dat hier:
 
 
Ik houd dit blog niet meer bij. Ik ben een tijdlang verdergegaan op mijn Engelstalig blog over prostitutie, maar ook die houd ik niet meer bij. Hier is mijn Engelstalige blog:

Hier wijd ik wat verder uit over hoe het opgelost zou kunnen worden:
Probleem + oplossing (ik leg hier ook uit wat me vooral dwarszit)
 
En hier de onderzoeksresultaten, maar om alvast vooruit te lopen kom ik tot de conclusie dat het in principe gewoon niet mogelijk is voor klanten om gedwongen van vrijwillig te onderscheiden, behalve heel misschien voor wat oudere Latijns Amerikaanse prostituees waarvan min of meer wel vast staat dat die zelfstandig werken. Verder denk ik dat prostitutie stomweg gewoon niet te reguleren is.
Definities en moraal (eerst begin ik met wat definities)
deel 1.1 (over onderzoeksmethodes, over de vraag:is een prostituee aan haar gedrag te herkennen?)
deel 1.2 (iets over aantal en schatting, over de werksituatie)
deel 2 (meer over aantallen en schattingen, over de leeftijden)
deel 3.1 (over Oost-Europese prostituees - deel 1)
deel 3.2 (over Oost-Europese prostituees - deel 2)
deel 4 (over de sectoren waar mensenhandelaren actief zijn)
deel 5.1 (over Nederlandse (gedwongen) prostituees - deel 1)
deel 5.2 (over Nederlandse (gedwongen) prostituees - deel 2)
deel 6.1 (over Afrikaanse prostituees - deel 1)
deel 6.2 (over Afrikaanse prostituees - deel 2)
deel 7 (over Thaise, Chinese en Westerse prostituees, over privé-ontvangst, over de werksituatie in bordelen, drugs)
deel 8 (over Latijns Amerikaanse prostituees)
deel 9.1 (overzicht van bewijzen van een grootschalige mensenhandel in Nederland + meer)
deel 9.2 (overzicht van bewijzen ..... - deel 2)
deel 10 (geschiedenis)
 
Hieronder wat analyses van hookers.nl:
Onderzoek1.6 (hier probeer ik mijn statistieken te redden, door op overeenkomsten te wijzen met een onderzoek uit 1999)
Onderzoek1(conclusies) (ja, deze is interessant want daar maak ik schattingen over welke groepen prostituees het meest slachtoffer zijn van mensenhandel en zo......Oké, oké, wat ik hier doe slaat helemaal nergens op, alleen dat met die leeftijden klopt misschien een beetje....Vergeet wat ik hier zeg.)
 
Ik heb ook nog een sekssite bekeken waarin prostituees adverteren.
 
Onderzoek2.1(klik hierop)
 
En ik heb nog een schatting proberen te maken van het aantal prostituees dat werkt in clubs en privé-huizen.
 
 
En ik heb nog een nieuwe poging gedaan om de raamprostituees wat beter en zorgvuldiger dan eerst te bekijken.
 
 
En ik heb ook prostituees in België bekeken die in clubs, privéhuizen en in massagesalons werken (en ook achter ramen). Opvallend ook dat daar veel prostituees gewoon Belgisch zijn.
 
Wat over de massagesalons die ik ben vergeten:
 
En, oh ja, nog wat schriftelijke voorbeelden uit recensies van klanten die mensenhandel opmerken:
 
En een analyse van meer dan 200 vrouwenhandel-casussen uit de media, boeken, artikelen, forums, etc.....:
 
Polls
 
Rudimentaire resten  
 
Oké, hier komen allemaal oude waanideeën van mij die ik aan de kant heb geschoven. (Ik wil de zoekmachines niet in de war sturen)
 
 
Mijn verhaal(oude versie met de punch-line aan het begin)
 
DE OPLOSSING(klik hier)(of eigenlijk toch niet de oplossing....)

Lees meer...   (87 reacties)
 
 
Ik verdiep me ook in de geschiedenis van de prostitutie in Nederland. Het lijkt erop dat in de eeuwen voor de twintigste eeuw prostituees over het algemeen slaven waren. De kentering lijkt zich in te zetten in de jaren 1960.
 
Uit het boek "Het Amsterdams Hoerdom - Prostitutie in de zeventiende en achttiende eeuw" (Lotte van der Pol, 1996).
 
Een korte uitleg: speelhuizen zijn bordelen waar muziek wordt gespeeld. De prostitutie vind niet in de speelhuizen zelf plaats. De meeste bordelen waren geen speelhuizen. Wel was er een overlap tussen de twee vormen; veel prostituees werkten in beide vormen.
 
Lotte van der Pol verwijst ook veel naar het 17de eeuwse boekje T'Amsterdamsch hoerdom. Behelzende de listen en streken, daar zich de hoeren en hoere-waardinnen van dienen; benevens der zelver maniere van leeven, dwaaze bygeloovigheden, en in 't algemeen alles 'tgeen by dese juffers in ghebruick is (1681) geschreven door een anoniem persoon. Lotte van der Pol ziet het boekje als zeer betrouwbaar.
 
Pagina 34 (quote):
In de periode van de laat-middeleeuwse regulering bestond er een woord voor souteneur: in vele keuren komt ‘poytier’ in die betekenis voor. In de vroegmoderne periode ontbreekt een apart woord voor souteneur. Er is in die periode een duidelijke onwil om mannen te zien als actief betrokken bij de organisatie van de prostitutie: vrouwen, niet mannen werden als de instigatoren van dit kwaad beschouwd. Maar het type van de souteneur lijkt ook in werkelijkheid weinig voor te komen. Een enkele keer verschijnt er een ‘hoerenbeschermer’ voor de rechtbank, die door kruishoeren betaald wordt om hen in nood bij te springen. En in de achttiende eeuw hebben sommige prostituées een man die zij hun ‘liefste’ noemen, met wie ze samen wonen en die van hun verdiensten leeft. In het algemeen is er in de prostitutie van deze periode voor hen echter geen grote en duidelijke rol weggelegd.
Pagina 87 (quote):
Succesvolle waardinnen hadden weinig moeite om een man te vinden, wat blijkt uit het gegeven dat de hoerenwaarden vaak jonger, soms vele jaren jonger waren dan de waardinnen met wie ze leefden. De verdiensten uit de prostitutie in een hoerhuis waren het werk van de waardin; dit soort koppelarij was immers vrouwenwerk, evenals het toezicht houden op vrouwelijk personeel en de kleinhandel. (…) De rol van de waard diende zich te beperken tot schenker van drank en uitsmijter van lastige klanten. Dat de waard in feite leefde van de verdiensten van zijn vrouw, en dat dit ook nog in zekere zin besmet geld betrof, was voor de man vernederend. Mannen die ervan beschuldigd worden hoerenwaard te zijn, verklaren voor de rechtbank vaak dat ze er niets van weten en er niets mee te maken hebben, want dat het huishouden en dus ook het hoerhuishouden alleen hun vrouw aangaat.
Pagina 120 (quote):
Het kwam regelmatig voor dat een vrouw een hoerhuis verliet voor een man die haar wilde mainteneren. Meestal moest hij haar dan ‘lossen’, ofwel haar schulden betalen.
Pagina 199 (quote):
De confessieboeken in deze periode [1578-1650] geven een beeld van een prostitutie die kleinschalig is en nog weinig geprofessionaliseerd, en van prostituées die vrij onafhankelijk opereren.
Pagina 214 (quote):
Ook wezen genoten speciale bescherming van de stad. De burgemeesters hadden immers de ‘oppervoogdij over weduwen en weezen’ en legden bij ambtsaanvaarding een eed af dat ze ‘der stede poorteren, weduwen ende weezen’ zouden beschutten en beschermen. Wanneer een kind was verlaten door de ouders, wordt de formule gebruikt dat de ‘Heren Burgermeesters het kind hebben aanvaard’ en dat het ‘op ordre van de Heren Burgermeesters’ naar het Aalmoezeniershuis is gebracht. De overheid nam de plaats van de ouders in en het ‘debaucheren’ van een meisje uit een weeshuis werd dan ook extra waar opgenomen. De overheid was betrokken bij de twee stedelijke weeshuizen, het Burgerweeshuis en het Aalmoezeniersweeshuis, waarin de kinderen uit de armste en minst in Amsterdam gewortelde families zaten (…)
De bescherming van meisjes die nog in een weeshuis woonden, lijkt redelijk effectief te zijn geweest. De vele arme en familieloze aalmoezeniersmeisjes hadden een gemakkelijke prooi voor de prostitutie kunnen zijn, maar aan de confessieboeken te zien hebben de hoerenwaardinnen hen met rust gelaten, zoals ze zich ook liever niet brandden aan meisjes die familie in de stad hadden.
Pagina 223 (quote):
Een van de voornaamste instrumenten die de overheid in haar strijd ter beschikking staan, is het treffen van de bedrijfstak in zijn kapitaal. Toen in de zeventiende eeuw de hoerhuizen voortduren werden ‘gestoort’ en opgejaagd, bleven de prostitutiebedrijven klein. Door de grote kans op invallen en gedwongen verhuizingen was het niet verantwoord investeringen te doen; bovendien ontsnapt een grote zaak minder aan de aandacht van de justitie dan een kleine. Toen de speelhuizen in zwang kwamen, omstreeks 1675, liet de overheid deze zaken en hun waarden veelal ongemoeid. Alleen de prostituées werden er gearresteerd. Dit leidde tot grote zaken die heel zichtbaar opereerden; het is dan ook een bloeiperiode van de prostitutie geweest.
Pagina 223-224 (quote):
Het was veel effectiever de hoerenwaardinnen en –waarden te treffen dan de prostituées. De grootschalige arrestaties van prostituées in speelhuizen in het laatste kwart van de zeventiende eeuw hielpen nauwelijks om prostitutie te verminderen, zeker niet waar deze meisjes licht gestraft werden en snel weer in de business terugkeerden. De organisatoren beschikken over meer middelen om zich aan de vervolging te onttrekken dan prostituées, en de eersten hebben hun uiterste best gedaan de risico’s af te wentelen op de laatsten.
Pagina 272 (quote):
Tot 1670 kwam het vaker voor dat een huis waar prostituées woonden, veeleer een ‘oneerlijk slaaphuis’ was dan een bordeel. Prostituées waren toen minder persoonlijk gebonden aan een waardin en prostitutie was in het algemeen minder beroepsmatig van karakter. De prostituée had daardoor meer vrijheid en kon gemakkelijker uit het leven stappen.
Pagina 282 (quote):
In de betere speelhuizen werden ze slechts toegelaten als ze mooi gekleed waren, maar voor die kleren hadden ze zich niet zelden bij een hoerenwaardin in de schulden gestoken. Deze liet hen dan ook niet uit het oog, en veel prostituées gingen slechts onder geleide van hun waardin of haar meid naar de speelhuizen.
Pagina 300-301 (quote):
Het thema schulden loopt als een rode draad door de geschiedenis van de prostitutie. Misschien meer nog dat diepe armoede en honger komt dit door de eeuwen heen naar voren als reden om zich te prostitueren én als belemmering daarmee op te houden. Dit geldt ook voor vroegmodern Amsterdam. De hoerenwaardin had de connecties die nodig waren om aan klanten te komen en kon de bescherming leveren om deze ook daadwerkelijk te laten betalen. Maar haar belangrijkste kapitaal was materieel. De waardin onderscheidde zich van de hoer doordat zij geld of krediet had. Daarmee kon ze een huis huren en zaken als voedsel en kleren verschaffen, maar vooral bracht het haar in de positie een hoer geld voor te schieten of haar schulden over te nemen. Een vrouw die zwanger was, kon in een hoerhuis bevallen; een vrouw die ziek was, kon er verpleegd worden; wie werkloos was, kon er de tijd naar een nieuwe dienst overbruggen. De rekening moest echter vroeger of later via prostitutie voldaan worden.
Pagina 301 (quote):
Schulden werden ook opgebouwd aan het begin van een hoerenbestaan, voor de aanschaf van kleren en opschik. Mooie kleren waren nodig als beroepskleding, maar vormden voor meisjes uit de arme bevolkingsgroepen tegelijk een belangrijke verleiding om prostituée te worden. Kleren waren echter zeer duur en de schulden die zo gemaakt werden, konden slechts met grote moeite worden afbetaald.
Veel hoeren stonden al hun verdiensten af om hun schulden te betalen of opdat de waardin hen van kleren zou voorzien. (…) Juist jonge en beginnende prostituées vertellen dat ze zelf weinig of niets in handen kregen. Hun onervarenheid zal hen hierbij parten hebben gespeeld; tegelijkertijd was aan deze nieuwelingen het meest te verdienen.
Pagina 302 (quote):
In de jaren 1692-1694 werden bijvoorbeeld de volgende schuldbedragen opgegeven [in de confessieboeken]: 9, 10, 11, 12, 20, 30, 40, 40 à 57, 50 en 87 gulden. In de helft van de gevallen was dit meer dan het jaarloon van een dienstmeid. (…)
De schulden maakten dat de prostituées in de macht waren van de hoerenwaardin, die hen dan ook met schuld en al aan een andere waardin of waard kon overdoen (‘lossen’). Aaltje van Arnhem, gehaald uit de hoerenkelder van Anna Vlam in de Wijde Kapelsteeg, vertelde dat ‘haar kameraat voorlede sondag is gelost en alsdoen gegaan is na het hoerhuis op de Zeedijk bij Magteld’. De rechtbank vroeg toen ‘wat het te seggen is gelost te zyn’, waar Aaltje op antwoordde ‘dat Magteld voor haar schulden aan de waard en waardin betaald heeft.’ Vaker nog werden bij deze transacties ‘kopen’ en ‘verkopen’ gebruikt: de vrouw die voor 60 gulden gelost was, was een maand tevoren voor 80 gulden door Magteld ‘gekogt’. Dit waren normale transacties om aan de behoefte aan nieuwe gezichten te voldoen. De hoerenbesteedsters die zelf geen vrouwen hielden maar alleen bemiddelden, ontvingen hiervoor een commissie die eenvoudigweg weer bij de schuld van de meisjes werd opgeteld.
Pagina 305 (quote):
Het dwangmiddel tot prostitutie was echter vrijwel altijd de schuld van de hoer aan de waardin, en het lenen van geld was natuurlijk niet strafbaar. Volgens Het Amsterdamsch Hoerdom lukte het de vrouwen die door schulden in de macht van de waardin waren nooit om daar op eigen gelegenheid uit te komen: ze moesten zien te vluchten, of anders een man vinden die hen wilde vrijkopen, in de woorden van dit boek ‘dat ze een Zot by’t been krygen, die de schuld voldoet, en hen vorders van alle noodwendigen verzorgt, om een stinkend pis-gat voor sich alleen te hebben.’

Pagina 305 (geen quote) !!!!:
De schulden werden door de overheid erkent.

Pagina 306 (quote):
Toen de Duitser [Johann] Beckmann in 1762 in allerlei speelhuizen de meisjes naar de reden van hun oneerlijk leven vroeg, kreeg hij als standaardantwoord dat het meisje naar familieleden in Amsterdam was getrokken maar dat die waren gestorven en zij vervolgens door schulden in handen van een hoerenwaardin was geraakt [Kernkamp G.W., ‘Johan Beckmann’s dagboek van zijne reis door Nederland in 1762’, Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap 33 (1912), pp. 311-473]. Dat lijkt dus een vast punt ter verontschuldiging te zijn geworden, maar inderdaad lijken de schulden juist in de achttiende eeuw als een vanzelfsprekendheid beschouwd te zijn.
Pagina 307 (quote):
In de prostitutie heeft kleding een zeer belangrijke rol gespeeld. Juist door kleren en andere opschik zijn prostituées in de schulden geraakt. Mooie kleren behoorden tot de uitrusting, het arbeidskapitaal van de prostituée. In de boedelinventarissen van het achttiende-eeuwse Delft werden in de armste groepen bij prostituées veel en mooie kleren aangetroffen. De kleding was ook een belangrijk lokmiddel om vrouwen tot prostitutie te verleiden. Een meisje uit het volk bezat een heel beperkte garderobe, met als basis tot ver in de achttiende eeuw een simpele bruine of zwarte rok. De mooie kleren, vrolijke kleuren en opschik van de vrouwen van de hogere klassen die zie in het rijke Amsterdam volop zag, kon zij zich nimmer veroorloven; zelfs een goedkope imitatie van de mode lag buiten haar bereik. Kledingstukken van elke soort waren kostbaar maar waren ook van een kwaliteit die heel lang meeging.
Pagina 308 (quote):
Het systeem van schulden door kleren bleef  tot het einde der negentiende eeuw in zwang; vermoedelijk is hier een eind aan gekomen met het goedkoper worden van stoffen en de opkomst van de confectie-industrie, waardoor een variatie aan leuke kleren ook voor gewone vrouwen binnen bereik kwam.
Pagina 312 (quote):
Zo’n dure uitrusting lijkt pas in zwang te zijn gekomen met de ontwikkeling van de speelhuizen. Tot 1680 wordt slechts twee keer melding gemaakt van het verschaffen van kleren, vanaf 1680 wordt dat heel vaak genoemd.
Pagina 314 (quote):
De tabbaards, samaren en fontanges hebben de meeste aandacht van tijdgenoten en justitie getrokken, maar zullen alleen al door de kosten niet tot de normale dracht van de gemiddelde prostituee hebben behoord. Ook Het Amsterdamsch Hoerdom beschrijft naast hen die pretenderen juffers te zijn, veel ‘burgerlijk’ geklede, en zelfs al boerinnen uitgedoste hoeren, zodat er verschillende soorten volk werd aangelokt.
Pagina 326 (quote):
Binnen een hoerhuis lijken gewoonlijk slecht één of enkele klanten per dag of zelfs per week te zijn ontvangen. De organisatie en de omgang met een klant kostten op zich al veel tijd: vaak moest een vrouw gehaald worden, werd er samen gedanst, gedronken en gegeten, en soms bleef de man de hele nacht slapen of ging zelfs dagenlang met hetzelfde meisje op stap.
Pagina 329 (quote):
Pedofiele wensen van klanten blijven in het duister; er werden ook zeer zelden prostituées aangetroffen die jonger waren dan vijftien jaar. Kinderprostitutie op enige schaal is er niet geweest, al zijn er ook verhalen, geruchten en beschuldigingen die doen vermoeden dat iets dergelijks wel voorkwam.
Pagina 336 (quote):
De reisbeschrijvingen uit de tweede helft van die [17e] eeuw melden dat bezoekers bij binnenkomst van een speelhuis een fles wijn van een gulden voorgezet krijgen, of men die nu opdrinkt of niet. Een prostituée had de taak de man tot drinken aan te zetten en zelf op zijn kosten zoveel mogelijk te drinken; een goede hoer, die veel geld in het laatje brengt, kan volgens Het Amsterdamsch Hoerdom vooral ‘afgryselyk zuipen.’
Pagina 339-340 (quote):
De 6 à 8 gulden die een modale prostituée per week verdiend moet hebben, waren ongeveer gelijk aan het weekinkomen van een geschoolde arbeider in Amsterdam en twee of drie keer zoveel als wat een vrouw met gelijke arbeid kon verdienen. Na aftrek van kostgeld en afdracht aan de waardin zou ze wekelijks enkele guldens hebben kunnen oversparen; jaarlijks 100 à 150 gulden, drie- tot vijfmaal het jaarloon van een dienstmeid. Veel prostituees hadden schulden, en dan nog is het de vraag of er in dit milieu gespaard werd. Het Amsterdamsch Hoerdom schrijft dat de hoeren het verdiende geld heel gemakkelijk weer uitgeven, een observatie die ook in de negentiende- en twintigste-eeuws prostitutieonderzoek te vinden is.
Pagina 351 (quote):
Om de gasten te geven waarvoor ze kwamen – waar ze over  gelezen hadden -, werden investeringen gedaan in de huur van ruimten en muzikanten, in de aanschaf van meubilair, kleren en opsmuk. Deze investeringen hebben het prostitutiebedrijf geprofessionaliseerd en de prostituées in de schulden gestort.

Uit ‘Het Mysterie van de Verdwenen Bordelen – prostitutie in Nederland in de negentiende eeuw’ (Martin Bossenbroek en Jan H. Kompagnie, 1998):

Even een korte uitleg; Ottho Gerhard Heldring was een plattelandsdominee en richtte de Heldring-stichtingen op na een bezoek in 1847 van de enige vrouwengevangenis in Nederland in Gouda (p. 103). Hij was geschokt hoe jonge vrouwen er werden gerekruteerd voor de prostitutie; de jonge vrouwen zaten samen met hoerenmadammen (p. 103). Hij opende in 1848 Asyl Steenbeek te Zetten om gevallen vrouwen op te vangen (niet alleen prostituees) (p. 110). De dagelijkse leiding stond in handen van Petronella Voûte (p. 111). Heldring stierf in 1876 en werd begin 1877 opgevolgd door Hendrik Pierson (p. 129). Op 14 April 1877 ging trouwens Asyl Steenbeek in vlammen op waarin ook Petronella Voûte om het leven kwam (p. 123). Het werd wederopgebouwd.

Pagina 117-118 (quote):
Gelukkig voor Heldring kende hij in andere opzichten minder twijfel – en meer publieke bijval. Zo wist hij in 1859 de juiste snaar te treffen door het lot van prostituees in de bordelen nadrukkelijk te vergelijken met dat van slavinnen. (…) Zijn brochure met als titel de retorische vraag Is er nog slavernij in Nederland? heeft sindsdien een zekere faam verworven, niet alleen vanwege de signaalfunctie, maar zeker ook vanwege het politieke effect dat dit keer wel werd bereikt. Wederom draaide het om schuld en boete, maar nu in een totaal andere betekenis.
‘De schuld’, dat was het bedrag waarvoor een prostituee doorgaans in het krijt stond bij een bordeelhoudster, de ‘boete’ was het slavenbestaan waartoe zij daardoor veroordeeld was. Zo’n vijf jaar voordat Jacob van Lennep zijn Klaasje Zevenster in zo’n val zou laten lopen, schetste Heldring op basis van ‘de lotgevallen en berichten der asylisten’ in Steenbeek alvast het dramatische scenario: jonge dochter wordt door koppelaarster op slechte pad gebracht, uit ouderlijk huis verstoten, waarna een ‘juffrouw’ – geen juffrouw Voûte, maar een Mama Canaille – zich over haar ontfermt, haar in ‘de fraaiste toiletten’ steekt, ‘de goede vrouw schiet alles voor’, maar alras blijkt juist die ‘pracht van kleederen’ de eerste schakel van de slavenketting, niet alleen wordt ze nu opgediend aan ‘de rijken verfijnden wellusteling’, maar ook loopt haar schuld steeds hoger op, want alles kost geld, kost en inwoning, kleding en bewassing, reparaties en medisch onderzoek, alles twee-, driemaal de gewone prijs, zodat aflossing van de schuld, ontsnapping aan de slavenketting onmogelijk is, of een van die rijke verfijnde wellustelingen moet haar vrijkopen, dat wil meestal zeggen als privé–slavin misbruiken, of een andere madam moet haar willen overnemen, waarna er over haar onderhandeld wordt als over een stuk vee, en zij haar slavenbestaan voortzet in een ander bordeel, en na een tijdje in weer een ander, net zolang totdat ze vroegoud en versleten is en geen waarde meer heeft en wordt afgedankt, en eindelijk haar vrijheid herkrijgt, de vrijheid om te creperen als bedelares of landloopster. ‘Dat er zulk een handel in menschen bestaat (…) [(…) in book ‘Het mysterie….’] in het beschaafde Nederland,’ concludeerde Heldring afgemeten, ‘dat is onverantwoordelijk.’
Pagina 152 (quote) [Hendrik Pierson reageert op een wet die bordeelhouders verplicht bekend te maken aan vrouwen wat voor werk ze gaan doen in aanwezigheid van de burgemeester of één van z'n ambtenaren]:
Uit zijn Steenbeekse ervaring wist hij [Hendrik Pierson] welke ‘tooverkracht’ de bordeelhouder ‘of nog meer de bordeelhoudster’ over een ‘pensionnaire’ uitoefende, om haar te laten zeggen wat de burgemeester wilde horen. Nee, de enigen die voortaan ‘een steun in de wet’ zouden kunnen vinden, dat waren de bordeelhouders zelf. Hun beroep was nu, helaas, wettelijk erkend.
Pagina 214-215 (quote):
Op voorstel van de medicus A. Voûte werd besloten dat er een nader onderzoek naar aard en omvang van de prostitutie zou worden ingesteld, en wel – een landelijke primeur – door leden van de gemeenteraad [van Amsterdam] zelf. Naast Voûte en collega-arts en wethouder C.F.J. Blooker werden in de commissie ook Fabius en J.G. Schölvinck, twee van de elf initiatiefnemers, en P. Nolting benoemd.
Was de instelling van de raadscommisie al opmerkelijk, door de ambitieuze werkwijze werd haar onderzoeksrapport helemaal bijzonder. Cijfers verstrekt door politie en bevolkingsregister, werden aangevuld met informatie van middernachtzendelingen. Ook gingen enkele leden van de commissie zelf op pad, de bordelen langs, gewapend met vragenlijsten in het Frans, de moedertaal van de meeste daar werkzame prostituees.
(…)
Het kostte de commissie op deze manier ruim een jaar, maar haar conclusie gepresenteerd op 20 Januari 1897, liet toen aan duidelijkheid niet te wensen over. ‘De openlijke huizen van ontucht moeten verdwijnen,’ luidde haar eensgezinde oordeel. De achterliggende argumentatie was samengebald in één van emotie trillende zin: ‘dat bestendiging der bordeelen beteekent bestendiging van den mensch-onteerende handel in vrouwen; bestendiging van de ergerlijkste verleiding tot de gemeenste vormen van ontucht; bestendiging eindelijk van de aan slavernij grenzende afhankelijkheid, waarin medemenschen door het uitvaagsel der maatschappij worden gebracht en gehouden.’
Het waren vooral de antwoorden van prostituees die indruk bleken te hebben gemaakt op de commissieleden. De werkomstandigheden in de bordelen, met hun dictatoriale gouvernantes, hun leugenachtige placeurs en hun vastgestelde hoge prijzen voor van alles, waren je reinste uitbuiting; (…)

Uit “Kuisheid voor mannen, vrijheid voor vrouwen” (Petra de Vries,1997)

Pagina 252-253:
In het najaar van 1901 ging de politieman J. Balkenstein, een man die sympathiek stond ten opzichte van het werk van de Middernachtzending, op bezoek in de Amsterdamse bordelen. Deze opmerkelijke stap hield verband met de opdracht die hij van het Nationaal Comité gekregen had om een onderzoek in te stellen naar 'de aard en omvang' van het probleem van de handel in vrouwen en kinderen. Onder de dekmantel 'klant' hield hij gesprekken met prostituees, als politieman ging hij tot in het buitenland de gangen na van bepaalde verdachte 'besteedsters', 'placeurs' en 'handelaren', en hij zette zich persoonlijk in om meisjes los te krijgen uit bordelen waar zij tegen hun wil terecht gekomen waren. Het resultaat van zijn inspanningen legde hij neer in een gedetailleerd rapport dat beschouwd kan worden als een uniek historisch document over de vrouwenhandel rond 1900. Het onderzoek had een sterk empirisch karakter waarin duidelijk de hand van de politieman, gewend aan objectieve beschrijving van 'gevallen', te herkennen is, en waarin zonder veel ideologische opsmuk een antwoord kwam op de vraag die abolitionisten dwars zat: hoe het nu toch mogelijk was dat misleide meisjes niet onmiddellijk rechtsomkeert maakten wanneer ze merkten in een bordeel terecht te zijn gekomen. Het rapport Balkenstein liet bijvoorbeeld zien hoe jonge, minderjarige Franse meisjes via misleiding en valse papieren in het luxe bordeel Maison Weinthal in Amsterdam terecht kwamen, hoe de vrouwen geïntimideerd werden, hoe velen van hen in de zogenaamde gesloten bordelen daadwerkelijk zelden of nooit alleen buiten kwamen en dat sommigen geen kleding hadden om zich mee op straat te vertonen, hoe onverschillig de politie reageerde op geweld tegen de vrouwen. Ook wat tegenwoordig 'trauma' heet klonk door, sommige vrouwen wisten niet eens dat zoiets als een bordeel bestond voordat ze er terechtkwamen; in een geval was er een meisje dat voortdurend 'schreide' en met hulp van de andere vrouwen letterlijk wist te ontsnappen. Een beproefde methode scheen ook te zijn om de vrouw angst voor de politie in te boezemen, juist omdat haar 'papieren' niet in orde waren. In dit verband werd later door verschillende abolitionisten dezelfde vrouwelijke zwakte gesignaleerd: "Iedere vrouw, maar vooral een onbeschaafde heeft een natuurlijken schrik voor 'papieren en stukken'"
Het rapport van Balkenstein werd vanwege 'kieschheid' tegenover de Nederlandse regering, die zo'n 'loyale medewerking had verleend', niet gepubliceerd, maar het kreeg desondanks door de Franse en Duitse vertalingen grote internationale bekendheid. Voor de abolitionisten was het rapport belangrijk voor de politieke propaganda, omdat nu definitief aangetoond was dat er in heel Europa een 'georganiseerde handel' bestond.
Uit ‘Het rosse leven en sterven van de Zandstraat’ (M.J. Brusse, oorspronkelijk 1912, tweede vermeerderde druk 1917, met illustraties). Zie een online versie op: www.dbnl.org

Korte uitleg: dit is een heel interessant boek over de oude Zandstraat in Rotterdam waar veel prostitutie plaatsvond. Veel informatie komt van een oud-majoor van de politie en een rechercheur die een rondleiding geeft. Met de "Polder" bedoelen ze volgens mij het gebied rond de Zandstraat.

Pagina 9 (volgens M.J. Brusse):
En 'k heb menige oude madam, die wie weet hoeveel onschuldige meisjes afgericht heeft, met tranen in de oogen over Juliaantje hooren lispelen.
Pagina 22:
Een oud-majoor van de politie vertelde mij over 't verleden van den Polder:
,,In 77 maakte ik mijn eerste ronde in de Zandstraat, en sedert heb ik er jaren geloopen, maar nooit een klap of stoot gehad. Want 't was er immers altijd gemoedelijk. En wanneer 't eens noodig was, deed je met een grooten mond veel meer dan met je sabel of pen en inkt voor 'n verbaal.
"T och is 't er nu doodsch, vergeleken bij toen. Haast iederen avond kon je d'r wel over de hoofden loopen. Moet u ook niet zuinig over denken, als daar aan de Boompjes zeilschepen vijf, zes dik lagen, en al die matrozen waren jaren weg geweest. Dan kwamen ze met een zak vol geld de Zandstraat in en zochten d'r troost en weligheid in 't Paard in de Wieg, in Londen’s Piket, de Fontein, of bij Daatje in de korte rokjes. Je had er nog zoo'n danshuis in de Trouwsteeg ook. En Hasko in de Peperstraat, en in de Raamstraat de Ooievaar, o ondeugend symbool! - Maar dat was daar toen alles nog degelijk werk. Tjonge ja, hoor... En nou, - elk huis, waar een fIesch bier op tafel staat, noemt zich meteen maar danshuis, tegenwoordig.
“Ook in de knipjes had je behoorlijk hoornmuziek; heele orkesten. Een orgel hoorde je niet. Toen Dirk Paternot 't eerst een draaiorgel nam in z’n zaak, was dat een wonder van geweld. En pas later volgden Vater Rhein en Charli in 't Engelsche cafe~chantant 'm na; - toen Bertus Henning, op 't Roode Zand, waar later Posthuma, de burgemeester van den Polder, in kwam."
Pagina 26 (volgens de majoor):
Maar die ellendige schande van souteneurs was nog totaal onbekend, en dus ook de chantage, de roof!
Pagina 29 (volgens de majoor):
"Maar wat 't ergste is? - Ja, hoe ging dat vroeger jaren? Dan waren 't vooral meiden, die te lui waren om te werken, en uit eigen wil maar liever in de Zandstraat gingen zitten. Nu is 't veelal dat jonge goed van dagmeisjes en fabrieksmeisjes, die je in mijn tijd nog niet zoo had. Zij zijn 's avonds vrij, gaan dan maar dansen in de Zandstraat, of 't voor een burgerdochter geen schande meer is. Hoeveel ouders gaan de gangen van hun kinderen nog streng genoeg na? Hoeveel kinderen storen zich nog aan dat strenge toezicht, aan 't uur van thuiskomen 's avonds? - Net zoo lang tot ‘t te laat is, en ze in handen vallen van die gewetenlooze slampampers, wie 't er immers alleen om te doen is juist zulke meisjes af te richten, dat ze weldra voor hen in schande den kost gaan verdienen..."
Pagina 30-32:
Voor ik mijn onderzoekingstochten onder de Poldermenschen en in en door den doolhof van hun Polderwoningen begon, ben ik eerst om raad gaan vragen aan enkele autoriteiten, die door hun ambt met de toestanden in dat donkere wereldje vertrouwd zijn geraakt. Onze hoofd commissaris van politie stond mij aanstonds welwillend te woord. De Zandstraatbuurt heeft zijn volle belangstelling; en niet alleen omdat zij zich daar dag en nacht voort in opdringt door haar misdaden en vergrijpen. De heer Roest van Limburg beziet dezen lastpost ook nog wat dieper. Hij tracht op allerlei wijzen door te dringen in den aard van de bevolking, zoekt naar de psychologie. En uit de sociale wanverhoudingen, de woningmisstanden, die daar samengaan met ontucht en criminaliteit, tracht hij zich een oordeel te vormen, dat hem in staat stelt zijn taak nog wat idealer op te vat ten dan als alleen om de openbare orde te bewaren. Hij staat er niet uitsluitend tegenover als het hoofd der politie, die met alle gestrengheid waakt tegen de overtredingen van strafwet en verordeningen; de heer Roest is overtuigd, dat het ernstig waarnemen van oorzaken en gevolgen ook aan hem en zijn korps een invloed van vertrouwelijker, van humaner aard zal geven, waardoor wellicht op den duur heel wat leed van misdaad en prostitutie kan word en voorkomen en de immoreele besmetting ingeperkt.
Maar daarvoor is meevoelen en begrijpen, vooral ook vertrouwen wekken, een eerste voorwaarde. En uit die overweging was de hoofdcommissaris mijn plan wel gezind. Laat de menschen maar eens naar waarheid lezen van wat er omgaat in die onderste lagen. Daar door zullen scheeve voorstellingen recht gezet kunnen worden, en het kan voor alles tot waarschuwing strekken.
Om tot die juiste inzichten te geraken, heeft de heer Roest van Limburg toen eerst zelf met mij gesproken; mij geïntroduceerd bij den chef van de zedenpolitie, om op de hoogte te komen van haar kiesche roeping ; heeft hij mij ‘t geleide meegegeven van een bezadigd en plaatselijk wel vertrouwd rechercheur, die mij in den Polder den weg kon wijzen, en van eigen dagelijksche ervaringen vertellen, opdat ik nu dan ook ònder het oppervlak door zou kunnen dringen in dit moeras. Van den directeur der bouwpolitie ondervond ik dezelfde welwillende medewerking. Het "Stadstimmerhuis" was tot inlichtingen omtrent de plannen van de groote onteigening bereid. Een der meest ervaren doctoren op het gebied van venerische ziekten deelde mij enkele conclusies mee uit zijn jarenlange praktijk...
Want zij allen waren het er over eens, dat het wel degelijk zijn nut kan hebben om het publiek ook eens ernstig voor te houden wat er zoo al onder de menschen in den Polder leeft; om de averechtsche begrippen wat juister te stellen; het oordeel in sommige opzichten misschien milder te stemmen, en in ieder geval om onverholen de velerlei gevaren aan te duiden, die daar dreigen op moreel, hygiënisch en sanitair, en op maatschappelijk gebied. Want het zijn immers verschijnselen in onze groote samenleving, van zeer ver strekkende oorzaken en gevolgen, die waarlijk, door ze maar altijd te verheimelijken, niet minder diep doorzieken. Een aanzienlijk percentage van de stadsbevolking veel talrijker dan gij zoudt durven vermoeden is er direct bij betrokken, en warempel niet altijd door eigen schuld of eigen verdorven wil alleen. En het overige deel der burgerij, van wat stand dan ook of van welken leeftijd, is toch min of meer blootgesteld aan de kwade kansen van allerlei aard, die in deze besmuikte toestanden hun oorzaak vinden.
T oen ben ik dienzelfden avond dan meteen maar met mijn leidsman op stap gegaan naar den Polder. En 't was wonderlijk, zooals ik daar, onder den invloed van den rechercheur naast mij, alles aanstonds anders ging zien dan toen ik er vroeger maar zoowat rond had gezworven met gretige schildersoogen en licht gevoelig voor de stemmingen van 't geval.
Pagina 44-46 (volgens de rechercheur):
En de gehaaide polderklanten vigileeren op ‘t onverstand van veel ouders, die soms al gauw de knip op de deur doen, en hun loszinnige dochter dan maar eens 'n nacht niet binnen laten, tot haar straf! - Je hebt van die souteneurs-typen, die daar een stelsel van maken. Zij doen zich aanvankelijk voor als de eerbaarste galanten, die een "nette verkeering" aan willen gaan; spreken van trouwplannen, als echte "verleiders", waarvan je wel leest in afleveringenromans... Maar onder 't dansen maken ze 't later en later... Tot vader eindelijk wit van drift uit ’t bovenraam buldert: "Jaan, hier en ginder, je blijft er maar buiten vannacht!"
Dàn heeft de slampamper z'n zin... Onderdak voor den nacht genoeg in al die logementjes en rendez-vous van den Polder, voor zulke verstooten schapen met haar beschermers. Of als 't meisje dat nog niet wil, heb je bier en daar wel een goedige moeke, die zich teederlijk over zoo'n minderjarige deern ontfermt in haar knipje, 't zij daar boven op 'n leegstaande kamer... En moeke, zij 't dan Belze Jeanette of Scheele Dien, belooft ’t bij haar ziel en zaligheid, dat ze de verloren dochter nóóit zal verraden, als Jaan dan ook maar aan niemand "verkotst", wat ze bij geval in moeke's zaakje mocht zien en... zêlf ondervinden, bij geval.
Maar in den regel stelt de ridderlijke galant toch wel voor om den boel nu maar bij elkander te doen, en vast op zoo' n gemeubeld Polderwoninkje te gaan zitten, in afwachting van al 't gemier om zoo gauw mogelijk samen te trouwen... Dat is wel de meest normale gang. De jongen verdient weliswaar oogenblikkelijk geen cent - hij is stereotyp “loswerkman” - maar och, daar valt nog zoo wel 's wat af, wanneer ie met de kameraden is...
Totdat dan eerst de gevolgen van ’ t samenwonen komen, die 't meisje nog hechter binden aan haar “knul”, en hij langzaam aan de dressuur begint, om haar schaamtegevoel wat te harden, met behulp gewoonlijk van z'n eigen bedorven makkers, of met dreigementen en geweld. Want dat is maar de bedoeling. 't Is om niets anders begonnen, dan dat zij, hoe eer hoe liever, voor hem den kost, en liefst wat heel ruim en lekker, gaat verdienen. Daarvoor drijft hij z'n liefje de Blaak op; volgt haar zelf aan den overkant... En als ze geen durf genoeg heeft, in 't begin; niet schaamteloos de taak vervult, waar hij haar op afgericht heeft, dan zwaait er wat 's nachts... Maar in den regel is de methode wel beproefd, en binnen een week of wat kan hij haar ‘s avonds alleen laten vigileeren op straat; brengt zij wel geregeld de taxe mee naar huis, dien hij haar gesteld heeft...
Dan is de Polderbevolking weer met een gehaaide lichte vrouw meer aangevuld. En och, onder diezelfde leiding, onder dat vertrouwelijke verkeer met zakkenrollers, ladenlichters, kwartjesvinders, dieven en inbrekers - waarin ' t gilde van de souteneurs meegaat, zooal voor tijdverdrijf buiten den Polder, als ze schaailoos loopen, omdat hun meiden immers bezet zijn op de woning, - och, in die misdadige sfeer is de overgang van prostitutie op ‘t berooven van de klanten veelal óók maar een stapje.
Wordt haar “knul” dan soms al eens gesnapt voor een onfortuinlijken slag en meest voor jaren opgeborgen, wel dan treurt en simpt ze gewoonlijk een poosje om zijn ellende en haar gemis aan wreed liefdegeweld, - maar onder de gabbers zijn er genoeg bereid haar te troosten en 't bedrijf gaande te houden op denzelfden voet. Want 't is een gewoon verschijnsel, dat de makkers onder elkaar – zij ‘t dan in de brieven naar de gevangenis verzwegen - de liefjes zoo lang overnemen, voor wie momenteel hun straf weer eens uit moeten zitten. Een heel enkelen keer blijft de meid in zooverre trouw, dat zij geen vasten plaatsvervanger verkiest, maar zelfstandig, of samen met een vriendin, gestoffeerd gaat wonen, om ’t eigen zaakje te drijven tot hij weer loskomt. 't Zij eenigerlei waardin haar tijdelijk "een kamer verhuurt", zooals dat sedert ’t bordeelverbod heet, tot ‘r "vent" dan weer vrij raakt... Maar in den regel is die slaafsche behoefte aan een mannelijken "steun" in ’t lichte leven wel zóó onbedwingbaar, dat ze vandaag of morgen dan tòch maar liever een "noodhulp" neemt. En zoo groeit 't verfoeilijke souteneursdom - vooral na de uitvoering van ’t voorstel – Van Staveren - steeds onrustbarender aan: en waarlijk niet alleen in den Polder ! Want de opheffing van de bordeelen drijft de vrouwen er meerendeels toe om bij zulk slag kerels "bescherming" te zoeken.
Pagina 61-63 (volgens de rechercheur):
(…) maar die smerige kerels wikkelen er zoo' n meisje heelemaal in, en 't is soms warempel of ze door die souteneurs betooverd zijn.

“Daar heb je er onder, van die slampampers, meest in den leeftijd zoo tusschen de achttien en de vier en twintig jaar - je zoudt ze je eigen dochter te biechten sturen. Fijn aangekleed, net van gezicht soms, zoo heel ordentlijk in 't praten, als ze maar willen. Want er zitten er dan ook uit allerlei stand in den Polder; van bekende families, heele heeren, die daar nu maar luieren
en verliederlijken op kosten van zoo'n arme meid. En je begrijpt niet wat dat jonge goed er soms aan vindt; wat die souteneurs soms over zich hebben, waar ze zoo dol op worden, die meisjes. Maar de politie houdt er 't oog op, en zoodra we van zulke argelooze deerntjes met die joppers zien staan praten, worden ze gewaarschuwd en op de hoogte gebracht.
“Want zulke kerels, dat is al wel mee 't grootste gevaar. Er zijn er onder, waarvan we weten, dat ze zoo al vijf, zes meisjes na elkaar van buiten den Polder in ’t lichte leven hebben gebracht. 't Is een fabriek van prostituees; en dan die massa's onechte kinderen. Maar die worden in den laatsten tijd, dank zij de Kinderwetten, gelukkig zoo gauw mogelijk door de overheid aan ’t verderf onttrokken... Och, en aan de meiden zelf, als ze eenmaal samenhokken met zoo'n souteneur, dan is er gewoonlijk met veel meer aan te doen. Dan zijn ze zoo heelemaal ingesponnen; soms door de liefde, soms uit vrees, meestal door allebei tegelijk. Want ’t gebeurt vaak genoeg, dat ze bij de zedenpolitie haar nood komen klagen... Een meisje: zwarte Sien, 'n jong ding nog, heeft zelf verteld, dat die Macaroni iederen avond vijf gulden van haar eischt, of ze krijgt onerbarmelijk slaag. Maar da's nog niet genoeg. Als ze soms nog wel 's met heeren is geweest, met getrouwden vooral, dan verlangt hij van Sientje, dat ze hun sommen geld af zal persen, bijvoorbeeld van zoo' n vijftig gulden, - of dat hij anders aan hun huizen zal gaan. En dat wil Sientje niet, daar is zij nog te fatsoenlijk voor. Maar wat moet ze nu doen? Want die Macaroni heeft 'r heelemaal in z'n macht. Van 'm wegloopen wil ze en durft ze niet, zoo doodelijk bang en toch ook zoo dol verliefd als ze van dien vent schijnt te zijn.
“En 'n prachtig middel van die slampampers om de meisjes gek te maken: dat zijn dan de danshuizen. – “Wat steekt er nu in ’n dansje?" – denken die daghitjes, die fabriekswerksters, strijkstertjes, waschmeisjes, en al zulk jong goedje, dat 's avonds nog al eens vrij heeft. Dansen is een pretje; wordt immers bij iedere gelegenheid, bij alle feestjes en in alle kringen gedaan? - Maar 't verderfelijke van 't dansen hier is, dat 't de meisjes van soms pas veertien, vijftien jaar den Polder inlokt, onder de Polderbevolking, in een gewarrel en gezwier met publieke vrouwen, met aangeschoten zeelui, die er niet anders verwachten dan lichte meiden; en met die sluwe vogelaars: de souteneurs ! Want voor die allen is 't dansen immers geen doel; ‘t is enkel maar middel tot 't ergste moreele kwaad..."

Uit “Kind onder de hoeren – Herinneringen uit de rosse buurt van Amsterdam van 1913-1937” (Nel Hoenderdos, 1976)

Korte uitleg: Nel Hoenderdos groeide op in de rosse buurt van Amsterdam.

Pagina 151:
Die mooie dames, die hoeren hadden maar weinig geld. Ze ontvingen veel maar er bleef maar bitter weinig voor hen zelf over. Ze zaten op het halfje, dit wil zeggen dat de hoerenmadam, die de kast gehuurd of gekocht had, meteen al de helft van de inkomsten inpikte. Dan hadden ze haast allemaal een zogenaamde beschermer die geregeld een groot deel van het restant op kwam eisen om er goede sier mee te maken. Zodoende hadden deze gekooide vrouwen, deze blanke slavinnen zelf haast niets.
“Doden spreken niet – Veertig onopgeloste moorden” (A.C. Baantjer, 1981) [Baantjer werkte als rechercheur op de Warmoestraat vanaf 1955, 38 jaar lang]
Pagina 37:
Prostitutie is een simpel bedrijf met weinig exploitatiekosten en relatief hoge verdiensten. Het zou dus te verwachten zijn, dat vele prostituees tot de klasse der welgestelden behoren. Niets is echter minder waar. De meesten van hen bezitten geen duit en leven van de ene dag in de andere. Ze geven hun geld weer net zo snel uit als zij het verdienen. En vaak nog sneller.
Bovendien zijn er vele kapers op de kust. Gewiekste hoerenwaardinnen/bordeelhoudsters en handige souteneurs zijn de profiteurs bij uitstek. Zij manoeuvreren het 'lichte' meisje meestal in een positie, waarbij van zelfstandige exploitatie geen sprake meer is. Zij wordt geëxploiteerd. Van de vele verdiensten blijft voor de feitelijke bedrijfster van de ontucht in de regel maar bitter weinig over.

Lees meer...
 
Op deze pagina staat het derde deel van de lijst met casussen die ik heb bestudeerd. De resultaten van mijn analyses staan in:
Hier is deel 2 met de lijst met casussen:
 
#283: "Jong", EO, 11-7-2007. Daniëlle kwam door mooie verhalen van een jongen achter de ramen terecht. Ze had schulden en dacht dat dit werk haar uit de problemen zou helpen. Maar de jongen had andere plannen en Daniëlle raakte verstrikt in een spiraal van geweld en angst. Op dit moment probeert ze met vallen en opstaan haar leven op de rit te krijgen. Jennifer werd in de prostitutie 'gepraat' door een aantal vrienden. In het begin vond ze het smerig werk, maar langzaam begon haar werk als prostituee te wennen. Toen haar familie erachter kwam dat ze niet studeerde maar achter de ramen stond stopte Jennifer en kreeg ze hulp. In deze aflevering horen we de schrijnende verhalen van Daniëlle en Jennifer over hun leven in de prostitutie. bron
#284: 'Loverboy martelde met vleesspies', 11 Juli 2007, AD. Een 27-jarige vrouw uit Gouda wordt door haar vriend gemarteld en vijf jaar gedwongen als prostituee te werken. Er waren ook twee andere slachtoffers waarvan één met een schuld zit van 38.000 euro (mede door geld voor een auto te lenen) en de andere is ingestord na de vele verkrachtingen en mishandelingen. bron Andere bronnen: 'Twaalf jaar celstraf voor loverboy', 25 Juli 2007, Telegraaf. bron En 'Wrede loverboy krijgt 12 jaar cel', 26 Juli 2007, AD. bron
#285: 'Loverboy kreeg vrij spel op Zwolse school', 15 Juli 2007, De Stentor. Een moeder uit Zwolle houdt de school van haar dochter verantwoordelijk voor het feit, dat het meisje in het loverboycircuit terecht is gekomen. Ze stelt het schoolbestuur financieel aansprakelijk voor wat haar dochter is overkomen. bron
#286: Uit het boek 'Van de liefde kun je niet leven — interviews met hoeren en hoerenjongens' (Marcel Bullinga e.a., 1982). De oorspronkelijk Duitse prostituee Lena wordt geïnterviewd. Ze wordt gedwongen in club te werken. In de jaren 80. Ze had een goede baan in Duitsland maar werd door vriend gedwongen als prostituee te werken. Ze werkt al 13 jaar in de seksindustrie, in bordelen, clubs en achter de ramen. Op dit moment werkt ze als bedrijfleider in een Nederlandse seksboetiek maar werd na het interview weer gedwongen als prostituee te werken, ditmaal in een club om schulden terug te betalen.
#287: Uit het boek 'Van de liefde kun je niet leven — interviews met hoeren en hoerenjongens' (Marcel Bullinga e.a., 1982). Coby runt samen met haar man Koos seksbedrijven waar prostituees werken. Zelf was ze vroeger op haar 17de gedwongen als prostituee te werken. 'Ik ben er toe gedwongen toen ik nog maar net zeventien was en ik vond het vreselijk.' Coby's eigen ervaringen met 'het leven' zijn kort maar hevig. Ze ontsnapte samen met een vriendin uit het tehuis, geholpen door een personeelslid. 'In zo'n tehuis word je gewoon hoer gemaakt. Alle meiden hebben het erover hoeveel geld je kunt verdienen in korte tijd. De personeelsleden profiteren van je, die helpen je met wegkomen in ruil voor seksuele diensten.' Na de ontsnapping worden ze door een auto opgepikt. 'Bij die tehuizen rijden altijd kerels rond, die loeren op ontsnapte meisjes. Zoiets overkwam ons ook, we werden door vier mannen meegenomen.' Het was een lift met bijbedoelingen, het viertal verkrachtte de meisjes op de achterbank en dwong hen de hoer te spelen in een stad in het noorden. In beroepskleding, hotpants en minimaal bloesje, wisten ze ook daar weg te komen. Coby ging terug naar haar geboorteplaats en ontmoette Koos.
#288: 'Vrouwenhandel; vier arrestaties', 17 Juli 2007, Noorhollands Dagblad. De politie heeft maandag vier uit Oost-Europa afkomstige personen in de leeftijd van 19 tot 24 jaar oud aangehouden als verdachten van vrouwenhandel. Op de Rondebreek wist een 18-jarige vrouw uit Roemenië zaterdag de aandacht te trekken van buren en hen duidelijk te maken dat zij zat opgesloten. De buren hebben haar daarop bevrijd en belden ook gelijk de politie. De vrouw vertelde dat zij naar Nederland was gekomen om in de horeca te werken. Zij kwam er evenwel al snel achter dat men haar in de prostitutie wilde laten werken. Om aan dat lot te ontkomen, probeerde ze uit haar kamer te ontsnappen. De politie heeft vervolgens een onderzoek ingesteld en kon het viertal, twee mannen en twee vrouwen, later in de woning in Landsmeer aanhouden. De verdachten zitten nog vast. bron
#289 en 290: 'Vijf mensen aangehouden voor mensenhandel', 20 Juli 2007, AD. Vijf personen uit Zwolle en Kampen van 18 tot 25 jaar zijn aangehouden op verdenking van mensenhandel. Drie vrouwen zijn door de groep volgens de loverboy-methode in de prostitutie gebracht. De zaak kwam aan het licht nadat voor het 18-jarige slachtoffer in Amsterdam werd geprobeerd werkruimte te krijgen. De kamerexploitant tipte de politie omdat hij haar wel erg jong vond en het vermoeden had dat zij in de prostitutie gedwongen werd. De hoofdverdachten, twee 19-jarige mannen uit Zwolle, zitten nog vast. De slachtoffers van 16, 18 en 20 jaar komen uit Zwolle en omgeving. Een van hen was als raamprostituee aan het werk, een tweede als escortdame. De slachtoffers hebben maanden gewerkt voor de loverboys, aldus een woordvoerder. bron Andere bron: 'Loverboys opgepakt na aangifte jonge slachtoffers', Meppeler courant, 20 Juli 2007, bron
#291: Een reactie op de blog van SP-er Jan de Wit van een voormalig slachtoffer van mensenhandel. Geachte heer de Wit, ik heb uw ideeën gelezen en ik ben met u eens. Dat is mijn eigen situatie. Ik kwam in Nederland uit Rusland 3 jaar geleden. Uit Rusland was ik verkocht in Duitsland en dan in Nederland door Russische en Albanese pooiers. Acht maanden moest ik als prostituee werken onder die mensen. Toen heb ik hulp van de politie gevraagd, en van mijn kant heb ik aangifte gedaan. Deze 2,5 jaar wachtte ik op resultaten. En nu heb ik antwoord van Justitie gekregen dat ik naar Rusland moet terugkomen. Maar dat kan ik niet. Het is erg gevaarlijk voor mij. Dit systeem werkt nu ongeveer 7 jaar. Deze mensen hebben goede relaties met de politie in Rusland, met reisbureaus en overheden, omdat de vrouwenbusiness brengt veel geld. Politie in Rusland is erg gekorrumpeerd. Maar bijvoorbeeld heb ik geen bewijzen. Rechts hier niet denken over mijn toekomst in mijn land... dus zij gebruiken mij en dan weggooien... Nu wat moet ik doen? Ik weet, ik ben niet alleen in deze situatie, veel meiden hebben dezelfde problemen. Wanneer de misdadigheid wordt verwijderen, de slachtoffers moeten ook zorgen krijgen. Dus over alle kanten moet denken. Ik vraag bij u een begrip en support. bron
#292: De 17-jarige Kim Feenstra tekent een wurgcontract en wordt gedwongen door de eigenaar van massagesalon Merody in Groningen om in pornofilms te spelen. Bron: Geenstijl.nl, 26-7-2007, bron
#293: Op www.lover-boys.nl: ik ben Shirley van 17 jaar. Ik was ook ten prooi gevallen aan een Loverboy. Twee jaar lang heb ik in de prostitutie gewerkt. Toen realiseerde ik het me nog niet zo. Ik leefde in een roes. Ik was verdooft van angst en pijn. Ik vind het goed dat er veel aandacht besteed word aan het inlichten van jonge, labiele meisjes. Want je gaat echt door een hel. Shirley op 23-04-2007. bron
#294: Op www.lover-boys.nl: Ik ben 2 maanden geleden bevallen van de loverboy die ik ongeveer een jaar geleden heb ontmoet en de reden dat ik myn lieve dochtertje heb gehouden is omdat ik hem wil laten zien dat ik het zonder hem ook kan redden! en jullie meiden kunnen het ook blijf doorzetten!vertel het zoveel mogelyk mensen! myn exvriend(loverboy) heeft 8 maanden vast gezeten en dat is niet genoeg! er zyn nog genoeg loverboys die daarbuiten lopen en waar niks tegen wordt gedaan! dit kan niet! (...) Kim op 13-04-2007. bron
#295:Op www.lover-boys.nl: mijn zusj is pas in zown situatie geweest ik vind het heel zielig voor haar ik wil haar steunen voor alles dit is niet het eenige dat zij mee maak er speelt nog veel meer ik zouw graag meer mensen willen die meer over loverboys praten wat ze er mee moeeten doen die meisjes zijn zo onzekker ze durven niet eens namen te noemen omdat ze denken dat er wat gebeurt mensen denk altijd na want hoe het nu gaat kan niet meer er worden te veel meisje pijn gedaan en dat kan tog niet het is een vrij land het is hier nu nog vrede maar denk na mischien is het over een jaar ofzo wel oorlog maja ik wil jullie helpen veel groetjes van my xx meisj op 11-04-2007. bron
#296:Op www.lover-boys.nl: hey ik ben een meisje van 15 jaar. ik vind het moeilijk om hierover te praten want ik ben net uit de wereld van loverboy.ik hoop dat al die boys de doodstraf krijgen als ze opgepakt worden het is zo vreselijk wat ze doen!! het begon allemaal met een vriendin van me die stelde hem aan me voor en we gingen samen op msn enzo toen was ik op een middag thuis en ineens stond hij voor me deur zonder dat ik had verteld waar ik woonde het was allemaal wel gezellig en hij wilde allemaal dingen voor me kopen op een gegeven moment zaten we op de bank en wilde hij me drugs geven ik heb geweigerd toen bood hij het nog een keer aan en ik weigerde weer toen sloeg hij me heel hard en ik werd bang toen heb ik het ingenomen en het werd steeds vaker dat ik ging gebruiken op een gegeven moment werd ik verslaafd en begonnen mensen te zien dat er wat was me zusje/mn beste vriendin heb ik het toen aan verteld ik was bang dat ze me zou laten vallen maar dat heeft ze niet gedaan maar ik ben bang dat ze me nog steeds raar vind ik heb haar beloofd te stoppen met de drugs ik heb het beloofd maar het is zooooo moeilijk.. ik heb elke keer de neiging om weer een pil in te nemen ik doe het niet maar af en toe neem ik er stiekem nog 1 in als ik me heel kut voel van die jongen heb ik al 2 weken niks meer gehoord gelukkig ik hoop dat het over een tijdje helemaal ophoud want ik doe mensen er alleen maar pijn mee en wil mensen niet kwijtraken en vooral me zusje niet als ik haar kwijtraak heeft mijn leven totaal geen zin meer!! meiden die dit meemaken en lezen sterkte en kom op wees sterk en praat er met iemand die je heel erg vertrouwd over net zoals mij ik ben er iets sterker door geworden gelukkig. xxx snoes. snoes op 29-03-2007. bron
#297:Op www.lover-boys.nlhallo ik ben cindy ik ben 30 ik heb het zelf ook mee gemaakt. ik heb het 10 jaar bijna 11 jaar verborgen gehouden en dan moet je het tegen je vriend vertelle. je bent bang dat je word afgewezen en dat hij mij niet meer aantrekkelijk vind. want ik loop ook nog met zo veel woede rond want je wild liefs zelf stappe ondernemen. maar dat schiet ook niet op ik heb soms dagen dat ik veel huil alleen om die woedde door die gore loverboys die mij dat hebben aangedaan... groetjes cindy. meiden jullie ook veel sterkte xxx
cindy op 02-02-2007
 bron
#298:Op www.lover-boys.nlhallo allemaal, ik ben monique en ben 17 jaar en ben laatst ook in de handen gevallen van een loverboy ik heb zelf altijd hard geroepen als er zoiets op tv kwam dat je daar toch niet intrapt maar dat is makkelijk gezegd wan als je het zelf mee maakt is het heel anders ik word door iedereen altijd als een hele leuke lieve spontane meid beschouwd maar daar is op dit moment niet veel meer van over ik werd verliefd op een jongen hij is voetballer in het begin was hij kei lief maar later kwam hij aanzetten met al zijn schulden ik ben nu straatarm en heb ouders die me niet meer vertrouwen maar het stomste van alles is dat ik niet weet waarom ik het gedaan heb. ik heb hem niet meer gesproken sinds mijn ouders erachter zijn gekomen ik heb wel nog steeds de neiging om hem te smsen of bellen over hoe ik me voel en waarom ie het heeft gedaan ik was en ben gewoon verliefd op die jongen! ik zou graag met iemand willen praten die het ook mee heeft gemaakt. ik ben door mijn ouders uit de prostitutie gered en daar zal ik ze eeuwig dankbaar voor zijn. ik zou graag spreken met meisjes uit noord brabant. liefs, monique. monique op 27-12-2006 bron
#299:Op www.lover-boys.nlheey ik ben 27 jaar oud. ik ben toen ik rond de 19 was misbruikt door een loverboy hij heeft veel geld van me afgepakt en me leven kapot gemaakt. Je kan ze aan 1 ding herkenen als je verliefd word en de jongen wil met je naar bed dan is hij niet verliefd op je so iets komt van zelf. Dus let daar in ieder geval op hoop datjullie me vertouwen!! ANTI LOVERBOY nathasja op 30-11-2006 bron
#300:Op www.lover-boys.nlik reageer op Sara op 21-09-2005.... hoi ,ja ik ken ze jammer genoeg allemaal die iranese jongens uit rotterdam.... ali,babak,ahmad,amir ..3 zijn broers van elkaar en ali is een vriend ... ze zijn allemaal zo opschepperig ik kreeg er 8 jaar geleden meetemaken en sindsdien heb ik er nog naweeen van vreselijk.. en nog het allerergste is dat ik niet alleen slachtoffer ben geweest maar dat er in totaal tot wanneer ik daar was zo n 10 meiden hun leven verwoest is door zo n klein kut groepje sorry voor taalgebruik maar ja ... wat mij het meeste is opgevallen aan die tyd met die meisjes was dat het allemaal meisjes waren waarvan de ouders uit elkaar waren en of dat een van de ouder op vroege leeftyd is overleden ..en tja dat is een makkelijke prooi voor die beesten ! ik hoop dat er heel wat meiden wakker gaan worden en of dat ze meer hulp krijgen want het verwoest je leven als je dit allemaal mee moet gaan maken .... het is jammer dat je geen website bestaat dat er foto s en of namen van loverboys zijn /bestaat dan zouden er al heel wat meiden geholpen zijn van tevoren maar een ding is zeker ga nooit met die iranese lullen uit rotterdam eentje heeetf een autoschadebedrijf in waardepolder is klein en de andere zijn patsertjes die s avonds altyd hun slachtoffers zoeken in holland casino en barretjes en kroegen dus meiden wees gewaarschuwd plaese,groetjes p priserena op 04-11-2006 bron
#301: Op www.lover-boys.nlhallo ik wil zeggen dat ik ook in de handen van een loverboy, S. Amsterdam West ik denk nog steeds aan die Gun :| en ben geslagen ik vindt dit zelf heel naar maar ook voor andere meiden die dit mee maken of mee gemaakt hebben, en Meiden die dit lezen die dit zelfde hebben of twijfelen aan hun vriend . hou je hoofd er altijd bij Jullie zijn Slim. denk na! Dat is wat me vader tegen mij zei,en daardoor ben ik weg gegaan heb voor me zelf een kans gecreerd om me spullen te pakken en weg te gaan ( zat al achter het raam niet zo lang) ik heb die meiden daar het ook verteld en hun hebben ook tegen mij gezegdt VLUCHT! EEn hele dikke knuffel aan alle meiden die dit moeten doorstaan OPEN JE OGEN EN VLUCHT STIEKEM NAAR JE OUDERS OF VRIENDINNEN ZORG DAT JE WEG GAAT ! k heb dat ook gedaan, kus Lady Lady op 20-10-2006 zelfs nu het afgelopen is bij mij voel ik me nog steeds verschrikkelijk vies, en ik denk zelf dat het het beste is om er zoveel mogelijk erover te praten en het niet opte kroppen want dat gaat alleen maar meer pijn doen.ik heb nu nog steeds dromen en soms heb ik ook nog wel het gevoel alsof ik door zijn vriendjes bekeken wordt gewoon ergens op straaat,:Sik heb Sanne Toegevoegd maar je hebt me niet geaccepteerd!. komt wel. Respect en heel veel steun naar de andere meiden ! (K)(K) Lady op 26-10-2006 bron
#302: Op www.lover-boys.nl: ik werd verliefd op een leuke jongen..hij was ouder dan mij en spraak niet mijn taal..we werden verliefd en het liep uit de hand..ik was stappel op hem en hij niet op mij..maar ik wist niet beter en luisterde naar hem..hij had zo veel schulden en ik wilde helpen..daar stond ik dan als travestie achter het raam..ja meisjes er zijn ook jongens die gedwongen werden door loverboys..ben nu nog in therapie hier voor en weet me geen raad er mee. rich`ke op 18-06-2007 bron
#303: Op www.lover-boys.nl: Hallo allemaal , Ik ben Lotte en 27 jaar oud . Zit nu ongeveer 2 jaar n de prostitutie. Ook ik ben indirect in handen gevallen van een loverboy .Mede dankzij het escort-bureau waar ik werk . Ben ik een aangifte of een zaak begonnen . Dit houd in dat ik al dik 20 uur aan verhoor er op heb zitten . En ben er nog niet . Uit een zelfde ervaring tien jaar geleden . Weet ik dat het aangepakt wordt , alleen toen was er nog geen benaming voor en vooral geen erkenning . Nu absoluut wel en staan er zware straffen op . In een aangifte procces wordt jij als slachtoffer in bescherming gebracht .En alles wat jij meldt wordt discreet en zeer vertouwelijk mee om gegaan . Dus als je de stap zet om een procces te beginnen . Het prostitutie-team is juist gericht om dit soort zaken op te lossen voor zijn slachtoffers . groetjes Lotte. lotte op 13-02-2007 bron
#304: Op www.lover-boys.nl: hoi, ik ben ook slachtoffer van een loverboy en lovergirl, alleen zij is eigenlijk ook vanaf het begin slachtoffer. ze waren goeie vrienden van mij en me vriendinnen. mijn vriendinnen kwamen al veel langer bij hun thuis. ze hebben me verslaafd gemaakt via speed en ghb. ik kon niet zonder hun en de drugs dus ik bleef daar naar toe gaan. ik hoefde nooit iets te betalen voor die drugs, maar op een gegeven moment moest ik toch wat terug doen. op een valse manier hebben ze mij in de prostitutie laten werken. vooral via escort.( geen escortbureau) hij regelde het allemaal zelf. op een dag werd ik opgenomen in het ziekenhuis, er zat te veel drugs in me lichaam. toen kwam alles naar buiten en heb ik alles verteld. ik heb aangifte gedaan, wegens mishandeling, verkrachting en seksueel misbruik, uitbuiting en overdosisen geven waar ik nix van wist. ze zitten nu vast, me vriendinnen hebben me als een baksteen laten vallen. maar ik kom er wel, ik ben beter af zonder hun. lot op 20-03-2007 bron
#305: Op www.lover-boys.nl: hoi ik ben sandra ik ben 10 jaar een hoer geweest en dat was ook voor een marokaan hij was de liefe de van me leven todat hij me verslaafd heeft gemaakt en toen ik eenmaal zo verslaafd was heeft hij me ingeruild voor een nieuw exemplaar!!!meisjes begin er niet aan niemand geeft je aandacht,liefde,geld,en kdoos.voor niets uiteindelijk moet je er wat voor terug doen en dan is het al te laat je komt er heel erg moeilijk uit maar het lukt je wel maar een lange moeilijke weg dus let op jezelf en hou je lichaam in ere groetjes sandrasandra op 29-01-2007  bron
#306: Op www.lover-boys.nl: Hallo. Ik ben dewi en ben nu 24 jaar. toen ik 10 was zat ik ook in de loverboy situatie daardoor heb ik nu een dochter van 11. ik heb 4 jaar voor hem gewerkt maar toen vond ik dat het afgelopen moest zijn. hij dreigde ermee dat hij mijn familie zou vermoorden of mij of een van mijn vriendinnen. daarom duurde het ook zo lang. ik heb nu dan wel een liefe dochter maar ik was nog zo jong. dus meiden pas goed op voor ze want je wilt echt niet dit leven leiden! Dewi op 08-01-2007 bron
#307: Op de website www.bewareofloverboys.nl: Op 27 Jul 2006, schreef Wendy: Heey allemaal, ik ben wendy een meisje van bijna 17 jaar... ik ben ook in aanmerking gekomen met loverboys, en daardoor zit ik nu 13 maanden vast in een jji... ik heb het onzettend moeilijk en mijn moeder heeft het er ook moeilijk mee, ze zit er erg mee dat ik in een jji zit. ik zou graag hulp willen voor haar en voor mijzelf, ik kan in de jji mijn verhaal gewoon niet kwijt, ik hoop snel wat te horen, ik ben nu namelijk met verlof tot zaterdag... veel liefs, wendy alvast bedankt. Reactie: Hoi Wendy, we sturen je een mailtje.Voor de gene die niet weten wat een jji is, dat is een gesloten inrichting. http://www.bewareofloverboys.nl/reacties.php
#308: "Politie pakt bende Albanese mensensmokkelaars op", 1-Augustus-2007, Volkskrant. Een Albanese mensenhandelbende wordt opgerold. Een 36-jarige vrouw uit Kosovo wordt bevrijd. bron
#309: Op jongbloedonline.nl wordt een zaak beschreven (AWB 04/10539, 04/10122, AO7277). Een Guinese vrouw wordt beschreven die gedwongen is geweest zich te prostitueren. bron
#310: "Rapport Mensenhandel 2006 — slachtoffers in beeld", Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, Juli 2007. Op pagina 77 staat: "In het Nederlands onderzoek was er ook sprake van het kopen van meisjes en het afbetalen van smokkelschuld
via prostitutie. Ee´n van de trafikanten had een Thaise dame via Zweden naar Nederland gebracht. Hij had alles voor haar geregeld, waaronder een verblijfsvergunning voor Nederland, en hiervoor 5000 euro kosten gemaakt. Het slachtoffer moest hem die terugbetalen en daarvoor zocht hij werk voor haar in de prostitutie. Een andere trafikant verklaarde dat hij een aanbod had gekregen om twee meisjes te kopen voor 8000 euro per persoon, wat nadien ook moest terugverdiend worden door de meisjes."
bron
#311 en 312: nu.nl, "Politie pakt verdachten van mensenhandel op", 9 augustus 2007, LEIDEN - De politie heeft drie mannen opgepakt die worden verdacht van mensenhandel. De mannen zouden met mooie verhalen twee jonge vrouwen uit Brazilië naar Leiden hebben gehaald, om ze daar in de illegale prostitutie te laten werken. De diensten van de vrouwen, 19 en 20 jaar, werden op internet aangeboden. Dat maakte de politie donderdag bekend. De vrouwen hebben aangifte gedaan en zijn op een veilige plaats ondergebracht. De verdachten, een 27-jarige Leidenaar en twee mannen uit Noordwijkerhout (27 en 29 jaar) zijn aangehouden. Ze zitten voorlopig drie maanden vast. BRON:ANP bron
#313 en 314: "Loverboy tatoeëert naam op rug", 13 Augustus 2007, AD. De 18-jarige Amersfoortse Marokkaanse 'Shaira' wordt gedwongen als prostituee te werken. Na een paar maanden vlucht ze. Ze werd gedwongen in een Haags bordeel. Ze bedoelen waarschijnlijk raambordelen in de Geleenstraat die mede om die reden voor drie maanden gesloten worden. Ook een 17-jarig meisje wordt gedwongen door dezelfde pooier, het is een Zwolse. Ook zij wordt gedwongen in een Haags bordeel te werken. Ook een 19-jarige vrouw uit Den Haag wordt genoemd. bron Andere bronnen zijn: "Bordelen dicht om 17-jarige prostituee", 16 Augustus 2007, AD. bron, "'Loverboy?, dat geloof ik niet'", 16 Augustus 2007, AD. bron, "Amersfoorts meisje in Haags bordeel", 16 Augustus 2007, bron
#317: "Prostitutie, zo d'r uit, zo d'r in", 21 Augustus 2007, Het Juridisch Dagblad. Een pooier dwingt twee vrouwen in de prostitutie te werken. Eén vrouw werd medio 2004 geworven toen ze als prostituee werkte in Utrecht. Na een maand werd gedwongen te werken achter de ramen ('een prostitutiestraat') in Den Haag. Rond Januari 2005 besloot de verdachte dat zijn weer in Utrecht zou werken. Rond September 2005 maakte ze zich van hem los. Ze deed aangifte. bron
#318: "Drie aanhoudingen in zedenzaak", AD, 9 September 2007. Een 50-jarige Hagenaar wordt ervan verdacht seks te hebben gehad met vier Utrechtse scholieres van onder de 16.Een 50-jarige Hagenaar wordt ervan verdacht seks te hebben gehad met vier Utrechtse scholieres van onder de 16. bron "Man (50) betaalt scholiere voor seks", AD, 13 September 2007. bron
#319: "Nijverdaller dwingt jonge vrouwen tot prostitutie", De Twentsche Courant,  26 September 2007. Een 43-jarige man uit Nijverdal heeft jarenlang jonge vrouwen tot prostitutie gedwongen. De man legde contact met zijn slachtoffers in een aantal horecagelegenheden in de omgeving van zijn woonplaats. Hij nodigde ze bij hem thuis uit en bouwde op die manier een vertrouwensband op. Na verloop van tijd liet hij hen daarna als prostituee in zijn woning werken. Het gaat om zeker acht vrouwen, afkomstig uit diverse plaatsen in Overijssel. De slachtoffers zijn nu tussen de 15 en 21 jaar. bron
#320: "Alkmaarder (36) verdacht van vrouwenhandel", Noordhollands Dagblad, 25 September 2007. Een man wordt verdacht 2 Oost Europese vrouwen te dwingen als prostituee te werken op de Achterdam in Alkmaar, en Utrecht. bron
#321: Video RTL-nieuws (RTL 4): “Aanpak mensenhandel faalt” Maandag, 1 Oktober 2007: (…) Dit is Evelien. Van haar 18de tot haar 21-ste heeft ze gewerkt in de prostitutie. Evelien: “Hij heeft mij een keer meegenomen naar de Wallen in Amsterdam, om daar gewoon een rondje te rijden zeg maar, enne ehh, ja, hij zei toen, dacht ik, tenminste voor de grap, nou, zal ik een kamer voor je huren, zeg maar. En ehhh, nou, dat heb, toen moest ik er een beetje om lachen en achteraf toch gedacht toch wel raar dat ie dat zeg maar vraagt.” Kort daarna zat ze 6 nachten per week achter de ramen. Haar pooier liet Evelien 10 tot 20 mannen per nacht afwerken. Evelien: “Ja, dan zijn er een aantal mannen die weten wanneer er een meisje nieuw op de Wallen is, zeg maar. Ehhm, dus die hebben er flink misbruik van gemaakt, eh eehmm, ja, het onderste uit de kan proberen te halen natuurlijk.” Duizenden vrouwen worden uitgebuit in de prostitutie. Evelien wist er 2,5 jaar geleden uit te stappen en ze deed aangifte tegen haar loverboy. Maar tot op de dag van vandaag heeft de politie nog niets aan haar zaak gedaan.
Evelien: “Ik word eigenlijk constant aan het lijnte gehouden van ja er zijn te weinig mensen. Er zijn andere zaken die een hogere prioriteit hebben.” Robert Moszkowicz: “De opmerking werd gemaakt dat nu Evelien niet meer in die wereld zit, d’r wat minder prioriteit is, ik begrijp dat niet, want eh, deze man kan natuurlijk nog andere dames weer voor zijn karretje spannen.” (…) Tegen Evelien heeft de politie gezegd dat haar zaak nog deze maand wordt opgepakt. Evelien: “Voor mijn eigen gevoel is het ook wel heel belangrijk dat zij gewoon, echt, zeg maar iets doen, dat je echt serieus genomen wordt, en niet, aan ja, niet aan de kant geschoven eigenlijk.” Hoe dan ook, als het aan Evelien ligt ontspringt haar loverboy de dans niet. Samen met haar jurist is ze bezig een forse schadeclaim tegen hem in te dienen. (…)

 
Ja, en hier stopte ik. Ik ben te lui om er nog wat extra aan toe te voegen. Ik ben intussen wel doorgegaan, maar dan gewoon in een WORD-document, ik ben inmiddels al over de 700. Maar zoals we nu wel weten bestaat gedwongen prostitutie helemaal niet, en zo'n geval als Evelien hierboven is gewoon die van een jaloerse meid die het niet kan uitstaan dat haar vriend vreemd is gegaan, en dan maar aangifte tegen hem doet.
Luister maar naar Marion van San (zij heeft onderzoek gedaan naar loverboys en zij weet precies te vertellen dat loverboys helemaal niet bestaan!)
 
Lees meer...   (3 reacties)
 
 
De omvang van mensenhandel is moeilijk in cijfers uit te drukken. Essy van Dijk heeft een hele slimme rekenkundige truc om het aantal slachtoffers van mensenhandel op jaarbasis te berekenen (over het jaar 2000):
 
uit paragraaf 5.2 (pagina 59)
(...) Hoe groot de aangiftebereidheid onder slachtoffers is, kan bij benadering worden vastgesteld door het aantal slachtoffers van mensenhandel in een periode te relateren aan het aantal aangiften in dezelfde periode. Nu blijkt dat in de periode 1997–1999 671 slachtoffers zijn aangemeld bij de Stichting tegen Vrouwenhandel (STV) en dat zowel in het onderhavige onderzoek als in een eerdere inventarisatie van de NRI (zie paragraaf 3.3) in dezelfde periode 161 aangiften van mensenhandel zijn geregistreerd. Dit zou betekenen dat ongeveer een kwart van de slachtoffers van mensenhandel (24%) aangifte doet. Nu vormen de registraties van beide instellingen een onderschatting, omdat niet alle slachtoffers bij de Stichting tegen Vrouwenhandel worden aangemeld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000) en niet alle aangiftes bij de NRI, maar in elk geval vormt dit een indicatie van de aangiftebereidheid.(...)
verder op pagina 124
(...) Omdat maar een deel van de dader(s) wordt aangehouden, is het werkelijke aantal slachtoffers in Nederland natuurlijk hoger. Hoe hoog kan bij — zeer voorzichtige — benadering worden geschat door een aantal gegevens te combineren. Zo wordt geschat dat 75% van de door de politie aangehouden illegale prostituees terug naar hun geboorteland wordt gestuurd, alvorens een onderzoek naar mensenhandel kan worden ingesteld (Van Dijk en De Savornin Lohman, 2000). In paragraaf 5.2 is becijferd dat de aangiftebereidheid 24% zou kunnen zijn, dat wil zeggen dat van alle ontdekte slachtoffers 24% bereid wordt gevonden om aangifte te doen. Dit zou betekenen dat achter de 203 aangiftes in het jaar 2000 3.383 slachtoffers kunnen schuilgaan. [in voetnoot: {(203 x 100) : 24} x 100 : 25 (25% versus 75% heenzendingen)] Dit cijfer is discutabel, maar geeft wel enigszins een indicatie — waarschijnlijk een onderschatting — van de omvang van het probleem. (...)
Ze maakt een denkfout. Ze heeft ten eerste geen rekening gehouden met niet-illegale slachtoffers van mensenhandel. Die worden immers niet meteen het land uit gezet. Verder lijkt ze te veronderstellen dat driekwart van alle illegale prostituees het land worden uitgezet door de politie (voordat ze aangifte zouden kunnen doen). In werkelijkheid worden waarschijnlijk veel illegale prostituees niet eens ontdekt. Ze heeft ook geen rekening gehouden met de vrouwen die al slachtoffer waren aan het begin van het peiljaar. En ook houdt ze geen rekening met het feit dat veel prostituees rouleren tussen Nederland en het buitenland.
 
Maar ik denk op zich dat ze warm is. Ik zal zelf een poging wagen om een schatting te maken. Neem het getal X. Ik noem X het aantal slachtoffers dat zich vanaf het begin van het jaar tot het eind van het jaar losmaakten van de mensenhandelaar. Dat getal zegt niks over het aantal slachtoffers die er op elk moment of op jaarbasis zijn. Er is nog een darknumber van slachtoffers die zich nog niet hebben losgemaakt en ik neem aan dat het aantal slachtoffers op elk moment recht evenredig is met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen in de prostitutie werkt. Ik stel dat als er op elk moment een aantal van Z slachtoffers zijn, en het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld onder dwang werkt is Y, dan maken er zich elk jaar ongeveer Z/Y = X slachtoffers los van de mensenhandelaar. Oftewel, het aantal slachtoffers op elk moment is gelijk aan X keer Y, oftewel, dat is het aantal slachtoffers dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar, vermenigvuldigd met het aantal jaren dat een slachtoffer gemiddeld gedwongen werkt.
 
Als ik dus X en Y weet kan ik dus uitrekenen hoeveel slachtoffers er op elk moment zijn. Maar dan moet ik nog een extra aanname doen. Niet alle slachtoffers zijn altijd in Nederland. Slachtoffers komen vaak Nederland binnen terwijl ze al gedwongen werkten, en omgekeerd verlaten ze Nederland ook terwijl ze al gedwongen werkten. Als ik veronderstel dat deze twee stromen elkaar exact opheffen en elk slachtoffer keurig aangifte doet in het land waar ze ontsnapt is van de mensenhandelaar, dan heeft dit geen invloed op X, Y en Z. Ik zal verder kijken of X en Y bekend zijn.
 
De schattingen over hoe lang slachtoffers van vrouwenhandel (gemiddeld) worden uitgebuit lopen sterk uiteen van 3 maanden tot iets meer dan een jaar gemiddeld. Het onderzoeksrapport "Mensenhandel vanuit centraal- en Oost-Europa" (IPIT & IRT Noord en Oost Nederland, 1997) schat dat Oost Europese slachtoffers van mensenhandel relatief kort aan het werk worden gezet, zo'n 3 maanden gemiddeld, en zelden langer dan een jaar. In het onderzoek van de EU ("Research based on case studies of victims of trafficking in human beings in 3 EU Member States, i.e. Belgium, Italy and The Netherlands" [2001], waaronder Ruth Hopkins en Jan Nijboer aan hebben meegewerkt) worden 80 buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in Nederland bestudeerd (zie pagina 290):
The average time between departure in country of origin and entrance at reception centre is a little more than 1 year and 3 months. However this average is strongly influenced by one victim who entered the reception centre some 18 years after she left her home country. Without this victim, the average time between departure and entrance is about one year.
Zelf heb ik aan de hand van verhalen van slachtoffers van vrouwenhandel (in de media, uit boeken en op forums) een schatting kunnen maken over de periode dat ze onder controle staan van hun pooier(s). Uit een steekproef van 114 gevallen waarvan zo'n periode bekend is (zie Casussen) kan ik afleiden dat dit gemiddeld tussen de 1,3 en de 2,2 jaar moet zijn (1,72±0,44, de foutmarge is natuurlijk groot). Ik ga uit van het getal dat ik zelf heb berekend, want de schatting van 3 maanden heeft betrekking op alleen de Oost Europese prostituees, en de schatting van 1 jaar en drie maanden alleen op buitenlandse slachtoffers. Nu maak ik wel eerst een correctie, want in mijn steekproef zijn de Nederlandse slachtoffers oververtegenwoordigd (57 Nederlandse tegenover 54 buitenlandse vrouwen) en Nederlandse vrouwen worden gemiddeld veel langer geëxploiteerd (2,25±0,65 jaar tegenover 1,17±0,60). Dit zorgt voor een probleem, want het is niet bekend hoeveel van de slachtoffers Nederlands zijn. In de cijfers van de STV schommelde dit percentage in 2005 en 2006 rond de 25% van de geregistreerde slachtoffers maar in eerdere jaren was dit veel minder. In de eerste rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in tabel 4.2 op pagina 76 staat dat hulpverleners in 2000 in contact kwamen met 608 slachtoffers van mensenhandel waarvan 138 Nederlands. Laat ik hier maar vanuit gaan. Na de correctie toe te hebben gepast meen ik dat een slachtoffer van vrouwenhandel in Nederland gemiddeld 1,42±0,49 jaar wordt uitgebuit. Y is nu dus bekend. Nu ga ik er overigens wel vanuit dat dit getal altijd constant is.
 
Nu heb ik een getal nodig om het aantal slachtoffers te bereken dat zich gedurende een jaar losmaakt van de mensenhandelaar. Ik gebruik daarvoor een gedeelte van de berekening van Essy van Dijk, maar dan zonder de correctie van de illegale prostituees. Er zouden in het jaar 2000 203 aangiftes zijn geweest van slachtoffers van mensenhandel. Nu is het punt dat dit eigenlijk het enige getal waarvan ik weet dat dit het totaal aantal aangiftes is. In de vijfde rapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel staat dat er 91 aangiftes en getuigenverklaringen waren van slachtoffers van mensenhandel in het jaar 2000 die waren ingestuurd naar het OM (zie tabel 5.2 op pagina 143). Dat is een heel ander getal dan de 203 die Essy van Dijk voor dat jaar noemde, maar dat kan natuurlijk omdat niet alle aangiftes zijn meegerekend. Gedurende de periode 2001-2004 is dit aantal 199 per jaar, geen groot verschil met de 203 genoemd door Essy van Dijk. Helaas zijn ook het aantal getuigenverklaringen hierin meegerekend dus die getallen zijn niet echt vergelijkbaar. Alleen de Stichting Tegen Vrouwenhandel (www.mensenhandel.nl) geeft extra hints hoe groot het aantal aangiftes is, maar alleen van de slachtoffers die werden geregistreerd bij die stichting. Voor de jaren 2003-2006 zouden dat er 157,5 per jaar zijn geweest gemiddeld, vaak was niet eens bekend of het slachtoffer aangifte deed. Laten we ons maar richten op de 203 aangiftes in 2000 en dat dit ook klopt voor latere jaren.
 
Ik zie het zo, er zijn dus 203 slachtoffers van mensenhandel geweest die zich los maakten van de mensenhandelaar en daarna aangifte deden. Essy van Dijk schat dat een kwart (24%) van het totaal aantal slachtoffers aangifte doet en het grappige is dat ik in mijn media-analyse (zie Casussen) ook ongeveer vind dat een kwart van de slachtoffers aangifte doet (51 van de 234 gevallen). Maar misschien is die schatting te hoog, want dat kan natuurlijk een effect zijn van de steekproef, de slachtoffers die naar buiten treden doen misschien sneller aangifte, maar het kan ook te laag zijn want van niet alle slachtoffers is bekend of ze aangifte hebben gedaan. Het valt trouwens op dat buitenlandse slachtoffers veel sneller geneigd lijken te zijn om aangifte te doen (in 36 van de 116 gevallen = 31%) dan Nederlandse slachtoffers (in 15 van de 118 gevallen = 13%). In de tweede rapportage (2003) van de nationaal rapporteur mensenhandel wordt (op pagina 84) door diverse politie functionarissen die zich bezig houden met mensenhandel (onder andere uit PPM/DNP) en Stichting Hulpverlening en Opvang Prostituees (SHOP) de aangiftebereidheid onder de slachtoffers geschat op tussen de 5 en 10 procent.
 
Maar als ik dus uitga van die 24% (±3,23) dan kom ik op 203 * 100 / 24 =~ 846 (±114) slachtoffers in totaal dat zich in het jaar 2000 losmaakten van de mensenhandelaar. Nu is X dus ook bekend. Nu ging ik er hier trouwens ook weer van uit dat het percentage dat aangifte doet altijd constant is.
 
Ik schat dus dat er op elk moment in Nederland (in 2000) X * Y = 846 * 1,42 = 1201 (±445) slachtoffers van mensenhandel waren op elk moment.
 
Als je het aantal slachtoffers op jaarbasis wil berekenen dan komen daar nog een X aantal weer bij. Dus dan wordt dit getal 2047 (±498). Maar wanneer de roulatie van de slachtoffers tussen Nederland het buitenland wordt meegerekend dan wordt dit getal hoger. De nationaal rapporteur mensenhandel noemt in haar vierde rapportage (op pagina 23) in tabel 3.13 dat in 44% van de opsporingsonderzoeken in de periode 2000-2003 de slachtoffers ook buiten Nederland tewerkgesteld zijn gesteld, voor de grensoverschrijdende mensenhandel is dit 51% en voor de binnenlandse 23%. Er staat niet hoeveel procent van de tijd de slachtoffers in het buitenland waren. Dit is een probleem want het kan een groot verschil maken. Maar als je bijvoorbeeld gokt dat elk jaar 44% van de slachtoffers naar het buitenland wordt getransporteerd en omgekeerd komt er een even grote groep voor terug, dan kun je bij het resultaat nog een X * Y * 44/100 optellen. Dan kun je de schatting van 2047 eenvoudig oprekken naar 2600 (±540).
 
Natuurlijk zijn deze schattingen maar een "educated guess". Als je veronderstelt dat een slachtoffer gemiddeld 3 maanden wordt uitgebuit dan verandert de schatting naar 200 op elk moment en 1300 op jaarbasis. Ga je uit van 2 jaar gemiddeld dan kom je op een schatting van 1600 op elk moment en 3100 op jaarbasis. Ga je er dan ook nog vanuit dat 10% van de slachtoffers uiteindelijk aangifte doet dan kom je op 4000 op elk moment en 8000 op jaarbasis. En als je uitgaat van 5% dan wordt het 8000 op elk moment en 16000 op jaarbasis.
 
Maar zelfs als je het aantal slachtoffers van vrouwenhandel zou kunnen uitrekenen dan moet je beseffen dat het aannemelijk is dat er een geleidelijke overgang is tussen een situatie van mensenhandel en vrijwillige prostitutie. Dus als je zou kunnen zeggen dat bijvoorbeeld "10 procent" van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel, wil dat nog niet zeggen dat 90 procent vrijwillig in de prostitutie zit. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat veel prostituees een groot percentage van hun inkomsten af moeten staan aan hun pooiers, en zelf weinig overhouden, maar toch "kiezen" om in zo'n situatie te leven omdat ze in hun thuisland in een nog veel slechtere situatie zouden hebben gezeten. Bijvoorbeeld in het rapport "Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de Nederlandse prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" door Goderie, Spierings en ter Woerds uit 2002 staat op pagina 59:
Er lijkt sprake te zijn van een soort schaal die loopt van ernstige vormen van mensenhandel (grove misleiding en ernstige vormen van geweld) tot lichte vormen die bijna onder mensensmokkel vallen, ware het niet dat het werk in de prostitutie betreft. Prostituees van buiten de EU voelen zich zelf in dat laatste geval niet per definitie slachtoffer van mensenhandel. Het werk in de prostitutie in Nederland kan ook een beredeneerde keuze zijn. Het kan zelfs een emancipatoire keuze zijn (economische zelfstandigheid, geslachtsverandering transseksuelen, ). Er zijn grote individuele verschillen in de situatie waarin prostituees verkeren en in de mate van misleiding, geweld en dwang waarmee zij geconfronteerd worden.
Zelf heb ik meer pogingen gewaagd om uit te rekenen hoeveel of hoeveel procent van de prostituees slachtoffer is van mensenhandel. Het is me nooit gelukt. Wat me wel opvalt is dat nationaliteiten die zo goed opvallen op lijsten van de Stichting Tegen Vrouwenhandel (zie www.mensenhandel.nl), vaak relatief zeldzaam zijn onder prostituees in het algemeen. Dat weet ik door een onderzoek door EUROPAP ('Prostitutie in Nederland', uit 1999) en een telling van mezelf op hookers.nl. Ik schat dat van alle prostituees bijvoorbeeld iets van 1,5 procent Bulgaars is (1,54 met een foutwaarde van 0,37). Maar op de lijsten van de STV is dat iets van 1 op de 8. Als je er bijvoorbeeld vanuit zou gaan dat alle Bulgaarse prostituees slachtoffer zijn van mensenhandel, en je veronderstelt dat alle statistieken goed representatief zijn, dan is hooguit iets van 12% (foutwaarde 3%) van de prostituees slachtoffer van mensenhandel. Maar het is nog maar de vraag of alle statistiekjes die ik bijelkaar heb weten te sprokkelen ook écht representatief zijn. Het is moeilijk om erachter te komen. Aannemelijk is dat alleen de ergste gevallen worden aangemeld bij de STV, de minder erge gevallen kunnen wel eens hele andere nationaliteiten hebben dan de ergste. En het zou kunnen zijn dat Bulgaarse prostituees hun nationaliteit niet prijsgeven (noemen zichzelf misschien Italiaans of Grieks, bijvoorbeeld ongeveer 1% van de prostituees noemt zich Italiaans, mogelijk is een deel hiervan Bulgaars). Turkse koffiehuizen en animeerbars worden trouwens ook niet beschreven op hookers.nl en daar zouden veel Bulgaarse vrouwen werken (zie het rapport "Prostitutie in Rotterdam" door Boutellier, Goderie, Dekker en ter Woerds uit 2007 op pagina 71 en 72).
 
Ook bij Afrikaanse prostituees is het zo dat er relatief weinig van zijn in Nederland. Terwijl in de statistieken van de STV zo'n 25-33% van de slachtoffers Afrikaanse is. Bovendien zijn zoals ik het kan overzien de meeste Afrikaanse prostituees Ghanees, terwijl die groep juist relatief weinig wordt geregistreerd bij de stichting tegen vrouwenhandel. Grappig is dat dit al een tijdje zo is dat 25-33% van de geregistreerde slachtoffers Afrikaans is, en dat terwijl het aantal Afrikaanse prostituees sinds eind jaren negentig fors is teruggelopen. In 1998/1999 waren het er nog 13 procent van het totaal aantal prostituees. Dat is nu nog maar een paar procenten als ik de recensies op hookers.nl bekijk en ook nog eens afga op een aantal ooggetuigeverslagen van klanten. Ook Tom Marfo van CARF zegt dat het aantal flink is teruggelopen. Grappig is dat het percentage Afrikaanse slachtoffers in de statistieken van de STV dus min of meer gelijk is gebleven. Ik vraag me af hoe dat komt. Is vrouwenhandel in het geheel teruggelopen? Wat ook zou kunnen is dat Afrikaanse prostituees die in 2001/2002 nog slachtoffer waren pas gemeld werden in 2003/2004/2005 en dat het daardoor lijkt dat er in die jaren veel Afrikaanse slachtoffers waren.
 
Zie hier het artikel over Tom Marfo waar hij dit zegt over de Afrikaanse prostituees:
Volgens de pastor werkten in 2001 en 2002 ongeveer 3000 Afrikaanse meisjes in de Amsterdamse prostitutie. [PS: dat geloof ik niet - K2] ''Als je bij het ochtendgloren op het Centraal Station bij de metro kwam, zag je honderden Afrikaanse meisjes die allemaal vanaf de Wallen kwamen en op weg waren naar hun verblijfplaats in de Bijlmer.'' Mede door de keiharde strijd van de Ghanese pastor, die vanuit zijn organisatie Christian Aid and Resource Foundation (CARF) allerlei projecten heeft opgezet om deze vrouwen op te vangen, is dit aantal geslonken tot ongeveer 250. Maar ook strengere politiecontroles en de ingezakte economie hebben een rol gespeeld, want er viel ineens niet meer zoveel te verdienen als in de jaren negentig.
Volgens een paar klanten van prostituees die ik heb gesproken concentreren Afrikaanse prostituees op de Wallen zich vooral op het Oudekerksplein en zijn het er inderdaad niet zoveel (meer).
 
Het enige duidelijke percentage over het aantal slachtoffers van vrouwenhandel die ik heb gezien is van het Scharlaken Koord. Zij hebben in 2002 een telling gehouden en kwamen uit op:
Uit het donker opgelicht (manifest van een aantal Christelijke hulporganisaties)
(...) van de 892 contacten van Scharlaken Koord met prostituees in 2002 gaven er slechts 19 (dus 97% betaalt geen belasting) aan belasting te betalen of de bereidheid aan om te betalen als ze voldoende verdiend hadden. Meer dan 450 vrouwen hadden zelf geen zeggenschap over hun verdiende geld. Alles droegen zij af aan hun pooier dan wel loverboy.
Als dat waar is dat de helft (450/892) van de prostituees (op de Wallen, het Scharlaken Koord is overwegend daar actief) alles afdraagt aan haar pooier dan kan ik alleen maar concluderen dat minstens de helft van deze vrouwen slachtoffer is van mensenhandel (volgens mijn eigen definitie). Maar dat is alleen voor de periode 2002 en alleen (voor het overgrote deel) op de Wallen. Maar als dit nu nog steeds zo zou zijn dan kun je ervan uitgaan dat dit ook zo is bij veel prostituees die in andere raamgebieden en andere sectoren werken; er wordt immers ook vastgesteld dat naast de raamprostitutie ook veel slachtoffers van mensenhandel in clubs werken of in de escort. Alleen vraag ik me af hoe het Scharlaken Koord aan haar getallen komt, ze noemen geen methodiek. Wat ik weet is dat prostituees niet zo snel dat soort details aan vreemden zullen onthullen. Ook neem ik aan dat het Scharlaken Koord met veel prostituees slechts een paar minuten contact heeft. Zo'n groot percentage dat aan het Scharlaken Koord onthult dat ze alles aan haar pooier afdraagt vind ik daarom heel opmerkelijk.
 
Als je weet dat ongeveer 20% van alle prostituees achter de ramen werkt (zie mobiliteit in de Nederlandse prostitutie), en je veronderstelt dat het getal 20% (uit 1998/1999) ook geldt voor 2002, en je veronderstelt dat voor alle raamprostituees geldt dat minstens de helft alles afdraagt aan haar pooier, dan kom je al op een percentage van 10% en dat is al bijna de 12% die ik eerder schatte. Zou het dan zo zijn dan het overgrote deel van de "slachtoffers van mensenhandel" achter de ramen werkt? (later zullen we zien dat dit niet zo is, waarschijnlijk werken de meeste slachtoffers van mensenhandel niet achter de ramen, sterker nog, er lijkt geen verschil tussen de verschillende sector wat betreft mensenhandel)
  
Op zich hoeft er geen paradox te zijn. Wat zou kunnen is dat sinds prositutie is gelegaliseerd (in 2000) dat veel prostituees die in de raamprostitutie werkten zijn gaan werken in het illegale circuit (dat wordt vaak beweerd). Die 20% die in de raamprostitutie zou werken (de schatting is uit 1998/1998) zou in 2002 veel lager kunnen zijn. Misschien wel iets van 10 of 15 procent. Ook valt het mij op dat (als ik recensies op hookers.nl bekijk) dat prostituees op de Wallen vaak wat jonger zijn gemiddeld dan in andere raamgebieden, wat zou kunnen betekenen dat slachtoffers van vrouwenhandel op de Wallen oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van andere raamgebieden. Aan de andere kant kunnen veel slachtoffers die ook in de raamprostitutie hebben gewerkt ook in andere sectoren hebben gewerkt, wat de schatting weer wat hoger kan doen uitkomen.
 
vervolg:
 
Lees meer...
 
 
Volgens een schatting van Bovenkerk werken er op de Wallen op een doordeweekse avond 20 Nederlandse slachtoffers van loverboys, en in het weekend 50 (in 2004 was dat):
We maken ’s nachts de ronde door de wijk. De meisjes die hulpverleenster Toos Heemskerk aanwees (zie het vorige hoofdstuk) zijn voor een deel dezelfde als de prostituees voor Mos Florie. We lopen zo veel mogelijk hetzelfde parcours en tellen een zelfde aantal meisjes die voor Nederlandse pooiers zouden werken als de hulpverleenster. Op een doordeweeks avond ongeveer twintig en in het weekend vijftig. Volgens de politiemensen zijn er doordeweeks twintig à 25 van zulke pooiers, in het weekeind veertig en, gezien de grote mobiliteit, over een heel jaar gerekend wel honderd. Tijdens onze voettocht door de buurt komen we er tenminste tien tegen, maar het is een koude, doordeweekse nacht.
Bovenkerk schat zelf dat er op de Wallen op elk moment in totaal zo'n 400 vrouwen werken (dus ook in het weekend). Die 50 Nederlandse gedwongen prostituees in het weekend maken dus al een achtste uit van het totale aantal prostituees op de Wallen, en dan zijn de buitenlandse slachtoffers nog niet eens meegerekend. Die "50 procent" van het Scharlaken Koord is dan niet eens zo vreemd meer. Een paar bronnen (klanten en ex-prostituee Mariska Majoor) schatten dat ongeveer een kwart van de prostituees op de Wallen Nederlands is. Dat zou betekenen dat ongeveer de helft van de Nederlandse prostituees op de Wallen gedwongen is.
 
Ik heb op dit moment 94 'loverboy'-verhalen kunnen bekijken (zie mijn log over de Casussen) waarbij Nederlandse prostituees worden gedwongen en waarbij bekend is in welke sector(en) ze gewerkt hebben. Van die 94 werkten 65 procent (ook) achter de ramen. Dat is opvallend veel. Ik schat dat in werkelijkheid van alle Nederlandse prostituees nog geen tiende in de raamprostitutie werkt. Maar als dit klopt dan durf ik met behulp van die 50 gedwongen Nederlandse vrouwen op de Wallen een schatting te wagen over het totale aantal gedwongen Nederlandse vrouwen in de prostitutie. Niet alle slachtoffers kunnen tegelijk achter de ramen en in andere sectoren werken. Van de 90 sectoren die naar voren kwamen was iets meer dan de helft in de raamprostitutie (21% was is clubs, en 17% in de straatprostitutie). Als je weet dat buiten de Wallen met zijn 350 ramen er nog 2040 ramen zijn in Nederland (in 2004 bestonden de Poeldijksestraat en het Spijkerkwartier nog), en je veronderstelt dat de Nederlandse gedwongen prostituees ongeveer uniform over die raamgebieden zijn verdeeld, dan gok ik dat er zo'n 50 *2040/350 = ~291 gedwongen Nederlandse prostituees achter de ramen werken. Ik denk wel dat dit iets aan de hoge kant is omdat (als ik de recensies op hookers.nl bekijk) juist op de Wallen vergeleken met andere raamgebieden meer Nederlandse vrouwen werken, en dit zijn trouwens ook jongere Nederlandse vrouwen, (de gedwongen prostituees zijn vaak de jongere prostituees). Ik maak één correctie met de gegevens zoals ik die zag op hookers in 2005. Ik begeef me een beetje op glad ijs omdat ik een getal uit 2004 corrigeer met behulp van gegevens uit 2005. Ik schat dat over de hele raamprostitutie gezien het percentage Nederlandse prostituees 80% (±13) is van het percentage Nederlandse prostituees zoals die is op de Wallen. Ik stel die 291 naar beneden bij naar 240 (±40). Als je uitgaat van die 240 gedwongen Nederlandse raamprostituees en ik waag de gok dat naast die gedwongen raamprostituees er een even grote groep is die nog buiten de raamprostitutie (50% ±10) werkt dan gok ik dat er zo'n 480 (±125) gedwongen Nederlandse prostituees in Nederland moeten zijn op elk moment. Ik begeef me hier weer op glad ijs, bedenk dat ik een cijfer uit het jaar 2004 extrapoleer met behulp van een cijfer over een lange periode die zelfs teruggaat tot de jaren 70. Daarbij is het zo dat die 50 Nederlandse gedwongen prostituees op de Wallen waar ik vanuit ging deels onttrokken kunnen zijn van buiten de Wallen en tijdelijk op de Wallen in het weekend werken, wat zou kunnen zorgen voor een overschatting van het totaal aantal Nederlandse slachtoffers.
Op elk moment moeten er hooguit 15.000 prostituees in Nederland werken (volgens de mr A de Graafstichting zijn op dag of weekbasis ongeveer 12.500 prostituees actief, zie artikel 'Betaalde liefde' door Marieke van Doorninck in "C.V. Koers", Februari 2000, page 6 en verder), waarvan ongeveer een derde Nederlands. Vergelijk dus die ongeveer 500 (beetje afronden) gedwongen Nederlandse prostituees met de 5000 Nederlandse prostituees in totaal. Ongeveer 10 procent van het totaal (het is maar een indicatie).
 
Die getal van 500 is van een totaal andere orde dan de 1500 tot 2000 slachtoffers van loverboys die jaarlijks zouden vallen in Nederland. Dat laatste getal berust trouwens op een misverstand. Oorspronkelijk wordt met de 1500-2000 bedoelt het aantal kindprostituees waar hulpverleners op jaarbasis mee in aanraking komen (zie het onderzoek Aard en omvang van (gedwongen) prostitutie onder minderjarige (allochtone) meisjes uit 1998). Daar zitten ook veel buitenlandse meisjes onder en een deel is geen slachtoffer van een loverboy, en bovendien zijn de meeste slachtoffers van 'loverboys' meerderjarige vrouwen. Volgens tabel 8 op pagina 25 is ongeveer een derde van de minderjarige prostituees Nederlands. Volgens tabel 10 (pagina 28) is van de Nederlandse minderjarige prostituees 37,1% zeker gedwongen en 36,2% misschien.
 
Als mijn rekensommen kloppen dan gaat het aantal Nederlandse slachtoffers van mensenhandel op elk moment de 600 waarschijnlijk niet te boven. Op jaarbasis zal dit aantal wel groter zijn, er is immers een zekere doorstroom. In mijn log over de Casussen bereken ik dat een Nederlandse slachtoffer gemiddeld tussen de 1,5 en 2,5 jaar wordt geëxploiteerd. Als je van die 1,5 jaar uitgaat dan komt bij die maximaal 600 op elk moment nog 400 aan nieuwe recruten op jaarbasis erbij ( 600 / 1,5 ). Dus maximaal zo'n 1000 op jaarbasis. Minimaal kom op zo'n 350 op elk moment. Als je uitgaat dat een slachtoffer gemiddeld maximaal 2,5 jaar wordt geëxploiteerd dan komen daar weer (600 / 2,5 =) 240 bij. Op jaarbasis zijn er dus minimaal zo'n 600 Nederlandse slachtoffers van mensenhandel.
 
Er zijn ook berichten dat Nederlandse slachtoffers van mensenhandel naar het buitenland worden gebracht. Lees bijvoorbeeld het artikel in De Morgen: Loverboys ronselen Nederlandse meisjes voor Antwerpse prostitutie (10 Maart 2007):
Van de 561 prostituees die vorig jaar in Antwerpen werden geregistreerd, zijn er 202 van Nederlandse komaf. Dat blijkt uit cijfers van de Antwerpse politie. De meeste Nederlandse meisjes werden als minderjarige geronseld door een loverboy en moeten de grens oversteken zodra ze meerderjarig zijn.
Dit suggereert dat er zeker nog minstens enkele tientallen Nederlandse vrouwen in België gedwongen in de prostitutie werken. Het hele verhaal kun je trouwens nog lezen in de REVU van 7 Maart t/m 13 Maart 2007, "Nederlandse loverboys exporteren hun meisjes" door Sanne Groot Koerkamp. Het artikel verwijst uitsluitend naar de raamprostitutie in het Schipperskwartier in Antwerpen als het gaat over het probleem van de gedwongen Nederlandse prostituees in België. Nog een detail over de loverboys volgens dat artikel volgens agent Kristiaan:
Ik begrijp gewoon niet wat die jongens hebben. Ze zijn niet eens knap. Soms moeten we ze wel eens uitkleden om helemaal te fouilleren, nou, het zijn vaak scharminkels.
Nog een toevoeging, een paar mannen die in de buurt van het Schipperskwartier wonen zeiden op een forum dat ze vaak avond-wandelingen maken door de buurt en menen dat inderdaad veel vrouwen er voor een pooier werken. Eén van hen schatte het percentage op minstens 80% (wat op zich vreemd is want op hookers.nl kan ik zien dat er ~2004-2006 veel wat oudere vrouwen werken, ongeveer 63% ouder dan 24 en 32% ouder dan 30, ook bij Nederlandse vrouwen). Ze kunnen het zien aan wie ze halen en brengen, ook aan de manier waarop de vrouwen worden behandeld.
 
In het boek ‘Vrouwenmantel’ (2003) van Dieuwke Talma worden 57 (waarschijnlijk) Nederlandse prostituees beschreven die op dat moment nog in de prostitutie werkzaam waren (zij woonden de haptonomiegroepen van Dieuwke Talma bij). Van hen kun je afleiden dat er op dat moment 7 waren die onder invloed van hun vriend of man werkten. Dus ook iets meer dan 10 procent van het totaal. (dit is natuurlijk wel een hele kleine steekproef) Ik vind het trouwens een verassing dat deze vrouwen die duidelijk onder de invloed van hun partner werken toch de vrijheid hebben om de haptonomie-sessies bij te wonen. Van veel prostituees die Dieuwke Talma beschrijft zijn er trouwens ook geen gegevens over eventuele dwang door partners.
 
Maarrrrr.... als het dus klopt dat Nederlandse prostituees die buiten de raamprostitutie werken veel minder vaak slachtoffer zijn van zo'n loverboy dan is dat ook weer een opsteker want dan moet je als klant gewoon een Nederlandse prostituee buiten de raamprostitutie bezoeken. Als ik eens uitga van de schatting dat de helft van de Nederlandse raamprostituees slachtoffer is van mensenhandel dan zou ik misschien een schatting kunnen maken over hoe erg het is in clubs. Door hookers.nl weet ik dat het percentage Nederlandse vrouwen in clubs (en privé-huizen) veel groter is; iets van 50% in clubs tegenover 25% in de raamprostitutie. En dat terwijl het aantal prostituees in totaal in clubs ongeveer 2,5 keer groter is. Dat zou betekenen dat er in totaal 5 keer meer Nederlandse vrouwen in clubs werken dan achter de ramen. En dat terwijl van de slachtoffers van loverboys het percentage van de slachtoffers in de raamprostitutie 2,5 keer groter is dan ik clubs. Dat zou betekenen dat de kans dat een Nederlandse prostituee in een club slachtoffer is van een loverboy toch wel 12,5 keer zo klein is als achter een raam. Dat zou betekenen dat de kans in een club ongeveer 4% is tegenover ~50% in de raamprostitutie. Een (relatief) kleine kans dus. En bedenk ook dat ik het vermoeden heb dat een groot deel van de Nederlandse prostituees die gedwongen in clubs of privé-huizen juist in het illegale circuit werken. Het is alleen jammer vaak niet genoemd wordt of het bordeel illegaal of legaal is. Als ik dus afga op de loverboy-verhalen die ik bijelkaar heb weten te sprokkelen, dan lijkt gedwongen prostitutie onder Nederlandse prostituees in clubs en privé-huizen vrij zeldzaam.
 
Maar zeker weten doe ik dat niet omdat je van prostituees wel eens andere verhalen hoort. Ik hoorde een keer een thuiswerkster zeggen die regelmatig meemaakt dat huisvrouwen van hun man moeten werken (ze refereerde ook naar de escort). En denk ook wat Jeanette zegt:
De weblog van Jeanette (zij heeft in 2 privé-huizen gewerkt)
Ik heb veel meiden ontmoet die gedwongen werden om in deze wereld te werken. Het gros werd gedwongen. Óf door hun partner, vriend, of hun verslaving. Het rare is dat degene die gewoon voor een pooier werkten altijd deden of hij hun vriend was. Nu geloof ik ook wel dat sommige dat werkelijk dachten en niet door hadden in welke ongezonde relatie ze terecht waren gekomen maar ik stond er verbaast van dat meiden zich zelf zoveel wijsmaken. Ik realiseer me dat veel vrouwen die in die wereld terecht komen hier in zullen moeten blijven omdat ze niemand in vertrouwen durven nemen en dus ook niemand hun kan helpen om hier uit te stappen.
Zie ook dit verhaal van Jeanette over het verslaafde meisje en haar pooier in het privé-huis:het verslaafde meisje (van net 18)
En onder de reacties van Jeanette onder dezelfde log (wat weer een reactie is van Jeanette op Den Haagh's verhaal over toen hij als ongediertebestrijder een bordeel in aanbouw binnenkwam en zag hoe de pooier één van zijn vrouwen sloeg):
(...) Ja, helaas moest ook ik concluderen dat de meeste meiden gedwongen werkten. Het absurde is dat men vaak gelooft dat ze er vrijwillig zitten. "we zijn aan het sparen om een huis te kopen, mijn vriend had schulden en ik help hem eraf zodat we een gezinnetje kunnen stichten, mijn vriend vind het geil dat andere mannen op me geilen masar ik van hem ben" Echt ik zat soms met mijn oren te klapperen wat zo'n gast zo'n meisje nu weer op de mouw had weten te spelden. Door het meisje te doen laten geloven dat ze het vrijwillig doet, is ze niet lastig en zal ze haar best doen bij de klanten. Triest. Het meisje waar ik het boven over heb is echt de meest trieste die ik heb meegemaakt. Ze is helaas niet enig, niet uniek maar meestal tippelen dit soort meisjes of zitten ze achter de ramen. (...)
Of zie natuurlijk ook haar verhaal over het slanke meisje:
(...) Toch was dit meisje niet tevreden met haar lichaam. Ze vergelijk haar figuur met een zeer tenger gebouwd meisje, en kwam toen tot de conclusie dat ze te dik zou zijn. Ondanks dat ze goed verdiende konden haar verdiensten beter vond ze en daarin had ze wel gelijk maar had ze beter naar haar manier van werken kunnen kijken dan naar haar figuur. Haar vriend (lees: pooier) was het met haar eens dat de verdiensten wel wat omhoog konden want nu verdiende ze te weinig om een bruiloft en huis bij elkaar te verdienen. (...)
Nu moet het wel gezegd dat Jeanette bij navraag een beetje terug krabbelt over het aantal vrouwen dat door pooiers gedwongen wordt. Ze erkent ook dat naast de drugsgebruikende vrouwen en de door pooiers gedwongen vrouwen ook vrouwen zijn die door omstandigheden worden gedwongen.
 
... of denk aan CarmenElectra op hookers.nl (sorry, ik moest me weer eens in die discussie mengen) (op 19-7-2005):
Hallo heren. Ik ben een voormalig "dame van plezier", dit werk is mij opgedrongen en had er totaal geen plezier aan. Zoals er velen zijn die dit werk doen. Doordat ik, en de vele meisjes in deze branche, drugs kreeg toegestopt was het vol te houden.
Ik ben door behulpzame personen er goed van af gekomen. (...)
De tijd dat ik in clubs werkte heb ik veel meisjes leren kennen, meisjes die gedwongen daar zaten, meisjes die erna niks anders meer konden (meestal de oudere). (...)
Ik heb veel meisjes leren kennen en zeker meer dan de helft zaten daar gedwongen, allen op een eigen manier maar nog altijd tegen hun wil in.
Ga maar eens aan de politie vragen hoeveel pooiers zij weten die meisjes dwingen, ben er eenmaal geweest. Werd bijnaar uitgelachen door die beambte, hij wist zelfs over wie ik het had "een bekende" zei hij zelfs bijnaar lachend!!
Of denk aan de prostituee in dat onderzoeksrapport:
Hoewel de pooiers in clubs en privé-huizen minder zichtbaar zijn, werken ook daar prostituees die voor hen werken: “In elke club waar je komt zitten wel een paar meisjes die voor hun vriendjes moeten werken.”
Of een exploitant van (waarschijnlijk) een club in het rapport van de Rode Draad (op pagina 140):
Rechten van prostituees (Oktober, 2006)
Hij houdt een betoog over, hoe zwak vrouwen in de prostitutie zijn. Hij moet ze regelmatig redden van foute vriendjes. Wanneer zijn acties niet helpen, dan vragen ze erom en moeten ze het zelf maar zien.
En bedenk ook wat Essy van Dijk zegt, dat waarschijnlijk ook de meeste Nederlandse prostituees onder controle staan van pooiers (zie mensenhandel in Nederland 1997-2000):
pagina 21:
(...) Overigens wordt in een onderzoek van de Werkgroep Prostitutie en Mensenhandel het aantal prostituees dat van buiten de EU afkomstig is eveneens op 50% geschat (Luykx en Van Soest, 1999). En al werken deze prostituees niet allen illegaal in de prostitutiesector, de ervaring wijst uit dat dit voor de meesten wel het geval is (Visser, 2000). Verder bestaat er inderdaad redelijke overeenstemming onder sleutelpersonen dat “het grootste deel” van de buitenlandse prostituees in Nederland economisch uitgebuit wordt en dus slachtoffer van mensenhandel is (Visser, 2000). [voetnoot onderaan die pagina:"Dit geldt volgens ingewijden overigens waarschijnlijk ook voor legale, Nederlandse prostituees."](...)
pagina 152-153:
Ten aanzien van binnenlandse mensenhandel wordt opgemerkt dat ook maar een deel van de legale prostituées in Nederland zelfstandig en onafhankelijk werkt. Het grootste deel is, zo leert de ervaring van geïnterviewden, afhankelijk van pooiers. Dit fenomeen zal volgens hen ook met de nieuwe wet blijven bestaan, al zullen de arbeidsomstandigheden in sommige gevallen iets verbeteren. (...)
Interessant is dat Ceciel Brand 12 Nederlandse raamprostituees heeft geïnterviewd in Den Haag. Zie het rapport dat zij schreef "Hulpverlening aan prostituées in Den Haag" (1983, Ceciel de Mol-Brand):
pagina 7:
(...) De wijze waarop zij in het vak terecht zijn gekomen.
Van de ondervraagden zijn er 7 min of meer gedwongen, onder druk van man/vriend in het vak terecht gekomen. Vier van hen hebben eerst in een club gewerkt en zijn daarna overgestapt naar de raamprostitutie.
Ze interviewde ook 6 heroïneprostituees:
pagina 12:
(...) De wijze waarop zij in het vak terecht zijn gekomen.
Vijf zijn als gevolg van heroineverslaving in het vak terecht gekomen; 1 door regelmatig cafébezoek in een prostitutiebuurt; 3 werkten eerst gedwongen als raamprostituee.
Ik ben er dus niet zo optimistisch over. Vreemd dat je dan toch zo weinig hoort over gedwongen prostitutie van Nederlandse vrouwen in clubs en privé-huizen.
 
Ik haal nog eens dat rapport terug waarin aan prostituees werd gevraagd hoe vaak prostituees gedwongen werden, een bemoeizuchtig vriendje hadden of geld moesten overdragen. Zij gaven per sector (raam, club...) geen (statistisch significante) verschillende antwoorden (maar dat kan natuurlijk ook komen omdat de steekproeven klein zijn):
Sociale positie van prostituees (een jaar na de wetswijziging, op pagina 27, 28 en 29)
Aangezien er in clubs en in de escort veel meer Nederlandse vrouwen werken, en gelet op het feit dat in dit rapport de wat nettere clubs en privé-huizen naar voren komen is dit opmerkelijk. Deze informatie suggereert dat kennelijk dwang in andere sectoren dan de raamprostitutie niet veel minder vaak voorkomt, ook niet bij Nederlandse prostituees. Bij mij komt dan de vraag op wie dan de pooiers zijn die die Nederlandse vrouwen dwingen? Zijn dat dezelfde voornamelijk Turkse, Marokkaanse, Antiliaanse en Surinaamse pooiers die vooral in de raamprostitutie actief zijn???? (Ik heb het vermoeden dat het hier dan wel eens om autochtone Nederlandse mannen kan gaan, maar waarom hoor je hier dan zo weinig over?)
 
Dan de vraag wat de waarheid is? Het feit dat de meeste gevallen van Nederlandse slachtoffers van vrouwenhandel betrekking hebben op de raamprostitutie wil nog niet zeggen dat dit ook echt zo is. Daarom zoek ik naar een andere methode om erachter te komen. Eén zo'n methode is door verschillende levensverhalen van Nederlandse prostituees te bestuderen en te kijken, in het geval dat zij gedwongen worden, in welke sectoren zij gedwongen werkten. Voor het boekje Sekswerk (1991) van Sietske Altink werden 60 veelal Nederlandse prostituees geïnterviewd. 26 waren er gedwongen, maar helaas laat het boekje maar van 2 gevallen zien in welke sector het slachtoffer werkte, in beide gevallen was dat (ook) in de raamprostitutie. In het hoerenboek (1987) van Martine Groen vertellen 10 prostituees hun verhaal. 3 van hen waren vroeger gedwongen, 2 in de raamprostitutie, 1 in een privéhuis. In het boek Vrouwenmantel (2003) beschrijft Dieuwke Talma 57 prostituees die haar haptonomiesessies bijwoonden. 1 was vroeger gedwongen en ik leid af uit de verhalen dat 7 op dat moment nog gedwongen in prostitutie werkten door hun man of vriend. Van die 7 wordt helaas ook maar van 1 vermeld waar ze werkte. Dat was in een club. Hoewel deze gegevens anecdotisch zijn, lijken ze toch weer in de richting van de raamprostitutie te wijzen. Dus van 6 gevallen, 4 achter de ramen, 1 in een club, 1 in een privéhuis. Een veel te kleine steekproef.
 
Het rapport "Hoe ex(prostituees) zich zelf redden — Een onderzoek (de afwezigheid van) hulpvragen" (Ine Vanwesenbeeck, Sietske Altink en Martine Groen, 1989) is gebaseerd op dezelfde geïnterviewde vrouwen als in het boekje Sekswerk (1991) van Sietske Altink. Er werden 60 vooral Nederlandse vrouwen (54=88%) geïnterviewd. 14 (23%) van hen werkten voornamelijk in een club, 12 (20%) voornamelijk in een privéhuis, 16 (27%) voornamelijk achter een raam, 4 (7%) voornamelijk op straat, 3 (5%) voornamelijk in de escort, 3 (5%) voornamelijk thuis, 2 (3%) voornamelijk in een SM-huis, en 6 (10%) in een combinatie van sectoren. Van deze 60 werden er 24 gedwongen. Het rapport licht een tipje van de sluier op als het gaat over in welke sector de meeste dwang voorkomt. Er is de vrouwen gevraagd hoeveel ze te maken hadden met victimisatie. Er wordt gezegd dat raamprostituees "significant" vaker te maken hebben met geweld door derden op latere leeftijd, alleen staat er niet bij of ze gedwongen als prostituee werkten, het is dus heel algemeen. Het noemt ook nummers, F=7,04 en p=0,01. Met die p=0,01 willen ze de statistische significantie aangeven (ze bedoelen dan 1% kans dat het verschil op toeval berust). Met F bedoelen ze de F-verdeling. Eigenlijk zeggen de getallen niet zo veel meer dat met 99% zekerheid gesteld kan worden dat er tegen raamprostituees meer geweld gebruikt wordt, alleen niet hoeveel meer geweld. Ik zal gewoon de hele paragraaf maar citeren:
pagina 75-76:
Vergelijken we de totaalscores op de verschillende schalen met het voornamelijk werken in clubs dan wel privehuizen, dan wel achter het raam, op straat, in de escort, thuis, in SM of een combinatie van verschillende vormen, dan vinden we significante verschillen op twee schalen. Om te beginnen zijn er verschillen in druggebruik (F=2.2, p=.05): het druggebruik is lager dan gemiddeld in de escort en bij thuiswerksters en hoger dan gemiddeld op straat en bij de vrouwen die op een combinatie van plekken gewerkt hebben.
Ten tweede scoren vrouwen die achter het raam, op straat en thuis werken of SM-werk doen significant hoger dan het gemiddelde op criminele en seksuele victimisatie op latere leeftijd door bekenden (F=2.6, p=.02).
Vergelijken we de club- en privehuiswerksters met de andere groepen, dan vinden we eveneens een verschil op die scores (F=10.9, p=.00): vrouwen die voornamelijk in clubs en privehuizen werken of gewerkt hebben rapporteren significant minder victimisatie op latere leeftijd door bekenden dan gemiddeld is op die schaal. Bovendien blijken deze vrouwen een lagere totaalscore dan de gemiddelde te hebben op victimisatie (F=5.6, p=.02) en op psychosomatische klachten (F=4.2, p=.05).
Vergelijken we de raamwerksters met de andere groepen, dan vinden we over het algemeen juist hogere scores voor de raamvrouwen: deze vrouwen rapporteren significant meer victimisatie door bekenden op latere leeftijd (F=7.04, p=.01) dan gemiddeld, rapporteren meer lichamelijke klachten (F=6.98, p=.01) en meer psychosomatische klachten (F=7.6, p= .01). Bij de emotionele en psychosociale problematiek en victimisatie in het algemeen doet zich dezelfde tendens voor, maar deze verbanden zijn niet significant.
Algemeen gesteld lijken vrouwen in clubs beter af te zijn dan vrouwen achter het raam. Uiteraard hoeft de oorzakelijkheid hiervan niet bij de werkplek zelf te liggen.
Update: Bij toeval ontdekte ik de boeken van de Amerikaan David Farer, jarenlang heb ik hem over het hoofd gezien. In 1995 schreef hij het boek Bordeellevens. Hij heeft een tijd gewoond in de bordelen van Jan Bik en heeft veel prostituees geïnterviewd. Ook heeft hij een tijdje als manager opgetreden. Wat hij over de prostituees vertelt klinkt niet positief. Veel zijn seksueel misbruikt en hebben foute mannen die hun mishandelen. Zijn boek spreekt het beeld tegen dat Nederlandse prostituees in clubs minder mishandeld worden dan in de raamprostitutie. Zo legt de Latijns Amerikaanse prostituee Catalina uit (pagina 98):
Volgens mij zijn Nederlandse prostituées heel eigenaardig. Ze zijn niet gezond. Velen van hen zijn aan drugs verslaafd. Ik denk dat ze uit slechte gezinnen komen. Ze verdienen zoveel geld, maar ze verspillen het aan drugs en aan vrienden die hen slaan. Ik zie ze binnenkomen, vol blauwe plekken.
David Farer schreef ook een Engelse versie van dit boek (2008) die een wat andere inhoud heeft, Catalina komt er bijvoorbeeld niet in voor, en het heeft wat extra hoofdstukken met commentaar. Op pagina 392-393 vertelt hij:
Most prostitutes in permanent relationships have men who dominate, beat, belittle, insult, and attack them. Even women who dominate clients, other prostitutes, and managers at the brothel go home to men like Valerie’s boyfriend or worse. Valerie's man eventually hospitalized her, but she defended the creature even after the hospital released her.
These boyfriends are men whom the women choose for emotional reasons of their own.
Although perfectly dependent on the women, these men were cruel to them. They played no role in the women's professional lives. Many people call such men pimps, although they were not pimps in the sense of men who found their women customers and "managed" their careers as prostitutes. They had not pushed the women into prostitution. The men had no control over the women whatever, apart from that which the women gave them. Examples abound, but that which comes to mind first was when I spent hours and days explaining to a prostitute that she could and should get rid of her abusive boyfriend and find a nicer one who did not beat her up every night. She then very simply went home, packed his suitcase, drove him to a hotel, and gave him some money.
The next day she told me to pack my books and throwaway my clothes, Because she would drive by my home to pick me up. As my jaw bounced off the floor, the others took her aside and explained to her that David had not intended to apply for a position as her new pimp. She then drove to the hotel where she had deposited her old pimp and took him home. He celebrated their reunion by beating her unconscious that night.
Here is yet another example of my naiveté in intervening in situations that were over my head, and in which I went into battle armed with good intentions, but little sense.
Wat ook naar voren komt in Farer's boek is dat ook oudere prostituees (30+) geweldadige mannen blijken te hebben. Dus ook de truc om uitsluitend oudere Nederlandse prostituees te bezoeken om gedwongen prostituees te mijden zal dus niet werken.
 
***
 
Het lijkt erop dat ook in het verleden souteneurs een voorkeur hebben gehad voor raamprostitutie, maar ook de straatprostitutie, al kwam de raamprostitutie minder sterk naar voren dan nu.
J.F. Hartsuiker laat statistieken zien in het boekje "De Souteneur in het Nederlands recht" (1964) in tabel 20 op pagina 123. De gegevens heeft hij van dossiers over de periode 1951-1961. Hij verdeelt de souteneurs onder in de uitbuiters, de 'genommenen' (de pooiers die door prostituees zelf zijn aangetrokken) en de overigen (de pooiers die niet onder zijn te brengen onder de twee eerder genoemde groepen):
 
Type prostituee
uitbuiter
'genommene'
overigen
totaal
onbekend + niet onder te brengen
1
1
1
3
raam
34
19
27
80
straat en tippelen
35
9
11
55
café
15
6
9
30
auto
2
-
1
3
hotel of privé huis
3
2
8
13
totaal
90
37
57
184
 
Nu is alleen wel het probleem dat ik deze gegevens nog niet echt kan vergelijken met prostitutie in het algemeen zoals die toen was. De informatie van toen is heel vaag en erg onbetrouwbaar. Wat opmerkelijk is is dat de niet-'uitbuiters' zich in verhouding meer concentreren in de raamprostitutie dan de 'uitbuiters'.
 
***
 
'Escort in Amsterdam' (Eysink, Smeets en Etman, 2000)
 
Pagina 6:
De escortwereld is een cokewereld, waarin veel klanten èn escorts gebruikers zijn. Bekend is dat cocaïne via clubs en escort tegen aangedikte prijzen te verkrijgen is, samen met de escort: 'de package-deal'.
Pagina 28:
De meisjes die de prostitutie inrollen of instappen of ze nu hoog of laag zijn opgeleid - zijn 'het spoor bijster', aldus een exploitant van één topescortbedrijf. Ze stappen er met een verleden in en stappen er geschonden weer uit.
Pagina 29:
De inkomsten in clubs zijn deels afkomstig uit de seksuele dienstverlening, deels uit de verkoop van de drank. Een informant meldt: "Ik weet niet waar meer aan verdiend wordt". Meerdere informanten wijzen daarnaast op excessief cocaïnegebruik in clubs en escort door zowel klanten als prostitué(e)s zelf. "Je kunt niet ontkennen dat er in deze business veel mensen met hun neus in de poeiers zitten, ook onze meisjes", is een uitspraak van een exploitant die door escorts bevestigd wordt. "In dit werk raak je verslaafd aan geld en coke", aldus een meisje. Cocaïnegebruik vergemakkelijkt het hebben van urenlange seks, wat voor de exploitant en escort inkomsten betekent. Volgens insiders is het mogelijk om zowel escort als coke te bestellen - een 'package-deal' - waarbij de prijs van cocaïne uiteraard boven de straatwaarde ligt.
Pagina 34:
De meeste escortmeisjes kunnen getypeerd worden als 'gewone' jonge vrouwen met banen of uitkeringen die erbij willen verdienen. Geen 'echte hoeren' - aldus een ervaren prostituée – geen vrouwen die ervoor uit willen komen als prostituée haar geld te verdienen en zichtbaar willen zijn achter het raam. Hoog in de markt gaat het om Nederlandse en legaal, verblijvende buitenlandse jonge vrouwen met een afgeronde opleiding of studenten die een gesprek weten te voeren. In het hogere middensegment gaat het om Nederlandse jonge vrouwen - zowel alleenstaande moeders als jonge vrouwen met of zonder een partner – en jongens, voor wie de inkomsten vaak een aanvulling zijn op de uitkering'. Daarnaast zijn er legaal en illegaal verblijvende buitenlandse meisjes en jongens met variërende opleidingsachtergronden. Hoe meer naar de lagere middenklasse en onderkant van de markt, hoe meer illegaal verblijvende meisjes en jongens er werkzaam zijn.
 
Stap in de escort
 
De meisjes die als escort werken, hebben meestal een 'geschiedenis', aldus meerdere typen informanten, waaronder de meisjes zelf. Dat alle meisjes een incestverleden hebben, zoals vaak verondersteld wordt, is grote onzin, zo stellen enkele informanten'. Sommigen doen het gewoon voor de kick, het avontuur, maar vooral voor het geld. Wel is het zo dat veel vrouwen jeugdervaringen hebben waardoor ze in staat zijn om grenzen en normen te overschrijden, aldus een exploitant. Er is sprake van persoonlijke problemen, er is praktisch altijd sprake van financiële problemen, van schulden die gesaneerd moeten worden en waartoe escort een snelle methode is.
 
Er zijn verschillende manieren waarop de vrouwen in het werk verzeild raken. Een voor de hand liggende manier is meegaan met een vriendin, zoals meerdere vrouwen melden. Anderen zijn afgegaan op artikelen in 'glossy' tijdschriften waarin escorts of eigenaren aan het woord komen. Weer anderen nemen de beslissing snel geld te willen verdienen en bellen enkele advertenties van de Gouden Gids af, lezen advertenties in tijdschriften. Enkele gerenommeerde bureaus houden 'selectie-avonden' waarbij meisjes met belangstelling voor de escort zich kunnen presenteren. Essentieel voor de escort is dat de drempel om erin te stappen minder hoog is dan bij andere - openlijker - vormen van prostitutie. Escort voelt minder aan als prostitutie, escorts zijn minder betrokken bij 'het milieu' dat andere vormen van prostitutie omgeeft. 'Escortseks is discreter voor klanten èn werkers, waarbij het voor de laatsten mogelijk is om ongezien af en toe 'een escortje te draaien'.
zie vervolg:
 
 
Lees meer...   (6 reacties)
 
 
Uitspraken van prostituees
 
Metje Blaak (ex-prostituee in haar boek 'de Trukendoos' uit 1998, werkt nu bij de Rode Draad, in het volgende fragment zit zij te vertellen over prostitutie voor een klas met middelbare scholieren)
Uit de mond van een mooi meisje met een ernstig denkrimpeltje boven haar onschuldige blauwe ogen: 'Is het waar dat de meeste vrouwen die in het leven zitten, zijn misbruikt?' Ik maakte racend snel een optelsommetje en antwoordde: 'Helaas is dat waar. 60% is misbruikt, 30% wordt aangezet door een vriendje en 10% heeft er echt voor gekozen.'
Over pooiers door Metje Blaak in hetzelfde boek:
Souteneurs zijn al zo oud als de wereld en ze opereren zeer fantasieloos. Ze hebben al eeuwen dezelfde tactiek. Pooiers bestaan nog wel degelijk maar ze werken helemaal legaal en doen niets strafbaars. Zelfs vandaag de dag doen ze nog zeer goede zaken. Tot voor kort is er nog tijdelijk een zeer agressieve soort van pooiers geweest. Deze lieden haalden meisjes uit Polen, Portugal of de Oostbloklanden zoals voorheen Joegoslavië. Deze meisjes werkten vaak onder bedreigingen en raakten, doordat ze meestal constant in bordelen en seksclubs opgesloten zaten, compleet aan de drank. Maar dat gaat nu niet meer. Er worden nu regelmatig razzia's gehouden door de plaatselijke politiekorpsen die deze illegale meisjes zonder pardon de grens overzetten. Deze tak van pooiers is nu werkeloos geworden. Deze heren zonder charisma kunnen alleen met hun ijzeren wapen iets bewerkstelligen en hoeven de stoomcursus die ik hieronder even aantip niet te volgen. Daar hebben ze geen aanleg voor.
 
STOOMCURSUS POOIER!
 
Je bent jong, mooi, donker en knap. Je hebt geen werk en daar heb je ook niet veel zin in. Je zoekt een jong meisje, liefst eentje uit een opvanghuis, zo'n kind wat weinig liefde heeft gekend. Geef haar de liefde waar ze haar hele leven al naar verlangt. Vertroetel haar een tijdje zodat ze binnen een paar weken tot over haar oren verliefd op je is. Zet haar achter het raam. Prijs haar als ze goed verdiend en tuig haar af als ze er met de pet naar gooit. Wedt niet op een paard. Laat haar vooral niet het monopolie krijgen, neem meerdere meisjes en je kostje is voor jaren gekocht. Daarbij is er niemand die je wat kan maken. Ze houden van je. Ze werken voor je. Ze doen hun best. Ieder wil de liefste zijn.
 
Vandaar dat de werkeloze pooiers terug moesten naar de eeuwenoude manier van werken. Helaas voor de heren zonder charisma die met lede ogen moeten toezien hoe de nieuwe generatie pooiers, vaak van Marokkaanse afkomst, zeer goede zaken doet. Natuurlijk hoor ik sommige lezers nu zeggen: 'Die meiden zijn hartstikke stom, ze willen het toch zelf!' Zeker nooit in een opvanghuis gezeten en geen vader gehad die alcoholist was of een moeder die nooit thuis was. Of zo eentje die met Jan en alleman de koffer in dook?!
 
Vele meisjes van plezier zijn op deze manier in het vak terecht gekomen. Door toedoen van een vriendje die op deze manier snel geld wilde verdienen. De meesten hebben toch naar enkele jaren deze parasieten weten af te schudden en werken nu zelfstandig achter het raam of in een luxe bordeel. Ze zoeken nog steeds naar warmte en genegenheid en er zijn helaas nog altijd zogenaamde vrienden die daar misbruik van maken.
 
Elène Vis (uit Het Nieuwsblad, 7/3/2005, "Prostituee word je niet voor het geld" ex-escortkoningin, okay eigenlijk off-topic, maar een opmerkelijke uitspraak.)
U noemt mensen die in de prostitutie stappen beschadigde personen.
,,Toen ik er zelf mee begon, wist ik dat natuurlijk niet. Nu weet ik wel beter. Als je je leven echt in balans hebt, als je echt genoeg eigenwaarde hebt, dan stap je toch dit vak niet in? Alleen voor het geld doe je dit volgens mij niet. Er zijn andere manieren om veel geld te verdienen''
,,Eerlijk waar: als ik toen wist wat ik nu weet, dan was ik nooit met een escortbureau begonnen.''
Xaviera Hollander (in haar boek "de Happy Hooker", ze zit in het volgende citaat overigens te kletsen met andere prostituees, had bordelen in de VS in de jaren zeventig)
Het leek me niet van goede smaak getuigen om hier over geld, de klandizie of het vak te praten. Maar aangezien ik nieuwsgierig was, besloot ik een kleine opiniepeiling te houden.
'Wat doet een meisje zoals jij in een oord als dit?'
Carmen, de vurige Braziliaanse, zei: 'Ik haat dit vak. Maar mijn pooier slaat me kreupel als ik niet met geld thuiskom. Hij is de enige met wie ik graag neuk!'
Christa, het Duitse meisje met de lange benen en het hooggeblondeerde haar, lachte: 'Ik ben getrouwd en mijn man weet wat ik uitspook. We kunnen een extraatje goed gebruiken.'
Sunny, een Amerikaanse, snauwde:'Ik heb de pest aan kerels, ik ben lesbisch. Ik doe het alleen voor de verdiensten.'
Ook was er nog een mooi, jong meisje die zei dat ze het niet vervelend vond. Ze bekostigde op deze manier haar universitaire studie. Verder was er niet een die toegaf dat ze van haar beroep hield, laat staan van sex, behalve ikzelf en een beeldschone negerin die Laura heette........
ergens anders in haar boek zegt Xaviera:
De meeste hoeren die niet bij een madam werken houden er een pooier op na.
Ajjjj, zelfs Xaviera zegt het. De waarheid komt soms hard aan. (maar ik twijfel er nog steeds aan. Ik hoop ècht dat Xaviera hier ongelijk heeft. Maar ja, het ging hier natuurlijk om de USA.)
 
Een slachtoffer van vrouwenhandel (hoofdstuk vijf uit het boek "Levende Lading" van Craig McGill, 2003, over een Oost Europees meisje dat werd gedwongen in een bordeel in Brussel te werken.)
Zo nu en dan probeerde een van de meisjes te ontsnappen, of er was sprake van pogingen om hulp te krijgen van de honderden politici die in de stad verbleven, maar de "dames" vertelden de meisjes dat hoewel de politici die bij de Europese organisaties hoorden belangrijk waren, ze dat niet waren op de manier waarop de meisjes dat verwachtten.
"Annie heeft ons eens verteld: 'Ja, ze zijn erg belangrijk. Velen van hen behoren tot onze beste klanten, want ze zijn vaak bij hun vrouw weg en wonen op hotelkamers,' en sommige van de meisjes kwamen tot de ontdekking dat dat waar was. Ze verschilden niet van de anderen, als ze klaar waren behandelden ze ons als vodden. Het kon ze niets schelen en sommigen die beweerden dat dat wel zo was, zeiden dat alleen maar om gratis te krijgen wat je te bieden had."
Een slachtoffer van vrouwenhandel (uit een nieuwsbrief van de SRTV, Sept. 2004, lees het verhaal van Tatjana, meer over Tatjana:De zaak Tatjana V.)
Niet lang na mijn introductie op straat werd ik ook ingezet in de escortservice en zocht ik klanten op in hotels. Deze mannen waren doorgaans minder smerig en bruut dan de klanten op straat, maar in de kern waren ze niet minder walgelijk. ‘Waarom doe je dit?’ was zonder uitzondering de eerste vraag die ze stelden. Ik vertelde altijd precies hoe het zat. Ze vonden het rot voor me, maar uiteindelijk maakte het ze niks uit en gingen ze gewoon met me naar bed, op een enkeling na die me in plaats daarvan mee uit eten nam.
Een (ex-)exploitant
 
http://www.l1.nl/l1/nl/html/algemeen...X574006G42T2PV (ja, eerst stond het hier, maar het is nu weg, zie verder de bron: www.l1.nl)
De campagne 'Meld gedwongen prostitutie' slaat de plank volledig mis. Dat zegt Leo de Klein. Hij is voorzitter van een landelijke belangenvereniging voor bordeelhouders en had in het verleden een club in Linne. Justitie, politie en de Stichting Mensenhandel willen gedwongen prostitutie aanpakken. Bezoekers van prostituees moeten leren herkennen wanneer een vrouw onder dwang in de branche werkt. Dat kunnen ze dan via een anoniem nummer doorgeven. Volgens oud-bordeelhouder De Klein zijn bezoekers van prostituees daar niet in geïnteresseerd. De meesten zijn alleen op zoek naar zo goedkoop mogelijke seks.
Prostitutie in clubs en privé-huizen
 
De weblog van Jeanette (zij heeft in 2 privé-huizen gewerkt midden jaren 90, PS: Jeanette is later weer als prostituee gaan werken en merkt nu op dat dwang sterk is verminderd)
Ik heb veel meiden ontmoet die gedwongen werden om in deze wereld te werken. Het gros werd gedwongen. Óf door hun partner, vriend, of hun verslaving. Het rare is dat degene die gewoon voor een pooier werkten altijd deden of hij hun vriend was. Nu geloof ik ook wel dat sommige dat werkelijk dachten en niet door hadden in welke ongezonde relatie ze terecht waren gekomen maar ik stond er verbaast van dat meiden zich zelf zoveel wijsmaken. Ik realiseer me dat veel vrouwen die in die wereld terecht komen hier in zullen moeten blijven omdat ze niemand in vertrouwen durven nemen en dus ook niemand hun kan helpen om hier uit te stappen.
Een ex-prostituee van bijna 50 die vroeger acht jaar in de prostitutie heeft gewerkt verteld op pagina 54-56:
Mijn man ging heel onvolwassen om met mijn werk in de prostitutie. Soms pushte hij mij om te gaan werken omdat er geen geld was en andere keren kreeg ik naar mijn hoofd dat ik de hoer speelde.
 
(...)
 
Ik heb in clubs gewerkt, daar werden meisjes door pooiers gedwongen en geslagen en ik zag de verschrikkelijkste dingen. Meisjes die werden vastgehouden en die mochten alleen gaan om te gaan werken. Dat heeft me heel erg aangegrepen en af en toe kan ik me daar ook nog heel erg rot onder voelen. En heel machteloos. Ja, dat heeft mijn wereldbeeld heel erg aangetast. Ik had nooit kunnen denken dat mensen zo slecht konden zijn en elkaar zo'n pijn konden doen. Dat heb ik daar pas gezien. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik nu begripvoller ben naar mensen die het moeilijk hebben en dat ik niet meer oordeel over mensen. Dat deed ik vroeger nog wel eens, hoor. Dan had ik overal een mening over. Maar nu niet meer. Ik wil mensen eerst leren kennen. En vaak komt er dan heel iets anders uit dan dat je verwacht.
Anna Ziverte (in de Viva 2005, bekendste slachtoffer van vrouwenhandel, werkte in clubs en ook in de escort. Als je haar boek 'Valse Belofte' leest dan valt op dat de pooiers binnen werden gelaten in de clubs. Dat is zeer ongebruikelijk. Sexclub de Ritz was in 1997 in handen van de bende van de miljardair bekend uit het boek van Chris de Stoop.)
We werden naar een sexclub gebracht in hartje Rotterdam. Achteraf weet ik dat de Ritz een legále club was, maar niet één vrouw zat er vrijwillig.
Hoewel de pooiers in clubs en privé-huizen minder zichtbaar zijn, werken ook daar prostituees die voor hen werken: “In elke club waar je komt zitten wel een paar meisjes die voor hun vriendjes moeten werken.”
Ja, die laatste citaat was van een prostituee.
 
Alle politiemensen waarmee we spreken, zeggen dat de overgrote meerderheid van de prostituees op de Wallen een of andere vorm van pooier-vriend hebben. Dames uit de Dominicaanse Republiek en Colombia zijn eigenlijk de enigen die helemaal onafhankelijk werken (althans onafhankelijk van mannen in Nederland). Maar wat is nu het verschil tussen een loverboy en een pooier? Projectleider van Gelder vertelt: ‘Als een vrouw wil werken in de prostitutie dan regelt ze een kamer, condooms, glijmiddel en dan regelt ze ook een pooier. Dus het gaat hier om een zakelijke overeenkomst. En loverboys, die keren dat om. Die gaan een relatie aan met een meisje, die dwingen haar in de prostitutie, die bedreigen en mishandelen haar. Dus dat is het verschil.’ (.......)
Het is voor alle vrouwen vrijwel onmogelijk om alleen en zelfstandig te werken. Er zijn altijd mannen op de achtergrond en alleen hun rol varieert. De belangrijkste variabele blijkt de etnische groep waartoe de prostituees behoren. Rond ieder etnisch segment cirkelen (netwerken van) mannen die van de prostitutieopbrengst profiteren. De dames zelf verzekeren ons dat werkelijk geen enkele prostituee helemaal zonder man werkt. Wie dat probeert zal geen stand houden tegen de mannen die zich opdringen. De prostitutie is deze vorm van afpersing eigen (.........)
Bij Oost Europese vrouwen zijn mannen op de achtergrond aanwezig die eerder als mensenhandelaar of controleur in dienst van de mensenhandelorganisatie functioneren. Toen een van ons samen met hulpverleenster Toos Heemskerk bij Oost-Europese meisjes aanklopten en binnenstapten (zie hoofdstuk 3), viel op dat de meisjes steeds binnen de twee minuten werden opgebeld. De bellers zaten waarschijnlijk aan de overkant in het café en hielden het raam in de gaten (.........)
We kunnen niet uitsluiten dat ondernemers in de prostitutiebranche soms inderdaad niet weten dat zij voor een pooier werkt. En inderdaad: er zijn er enkelen die hun poot stijf houden. Maar de meisjes die wij spreken, moeten er om gniffelen. De portier van dezelfde club als waarvan wij hierboven de eigenaar aan het woord lieten, weet heel goed wie er buiten staat te wachten. Zij verzekeren ons dat ze bij alle sectoren van de prostitutie zo aan de gang kunnen en dat de ondernemers bliksems goed weten dat ze voor een souteneur werken(.........)
Weliswaar zijn in alle sectoren van de prostitutie wel meisjes aan te treffen die voor souteneurs werken, ook al vinden onderzoekers in de escortbranche of in andere sectoren ze nauwelijks (vergelijk de teleurstellende opbrengst van zulke pogingen over de escortbranche in Amsterdam van Eijsink-Smeets en Etman, 2000 en Goderie, Spierings en ter Woerds, 2002, over de prostitutie van minderjarigen na opheffing van het bordeelverbod), maar zowel de zogenaamde souteneurs zelf die we spraken als de meisjes verwijzen in de eerste plaats naar de ramen. Voor onderzoek heeft deze sector het voordeel dat ze gemakkelijk toegankelijk is (........)
De beheerders doen hun best om zo veel mogelijk van hun ramen te verhuren. Door de week is het rustig, in het weekend druk. Hij heeft er alle belang bij zijn raam (vergelijk het verhuren van een hotelkamer) voor een bepaald dagdeel over een volle week te verhuren. In de praktijk blijkt het gemakkelijker zo’n deal voor een hele week te maken met een souteneur die meer meisjes controleert. De prostituee vervoegt zich in het kantoor (haalt de sleutel enzovoort), maar de huurafspraak wordt telefonisch met hem gemaakt. Dit blijkt uit telefoongesprekken die door de politie zijn afgeluisterd (........)
Nu dan de lastige vraag of dit allemaal loverboys zijn volgens onze definitie. Hiervan is sprak wanneer zulke mannen jonge vrouwen via romantische manipulatie in de prostitutie brengen We zien in de loop van ons onderzoek kans dit aan tenminste twintig meisjes voor te leggen. Ja, ze zijn oorspronkelijk wel vaak via een verliefdheidsrelatie in de prostitutie terecht gekomen. De manier waarop dit gebeurt is, maakt een buitengewoon doortrapte indruk. De hoofdpersonen in hun verhaaltjes komen inderdaad erg dicht in de buurt van het loverboystereotype. Ze vertellen ons ook dat Marokkaanse jonge mannen (en trouwens ook wel Turken) daar magische technieken bij gebruiken. De meisjes noemen dit voodoo (........)
Een anonieme (waarschijnlijk Nederlandse) ex-prostituee (zelf slachtoffer van vrouwenhandel) die in verschillende clubs werkte (op hookers.nl in 2005)
Ik heb veel meisjes leren kennen en zeker meer dan de helft zaten daar gedwongen, allen op een eigen manier maar nog altijd tegen hun wil in.
Ga maar eens aan de politie vragen hoeveel pooiers zij weten die meisjes dwingen, ben er eenmaal geweest. Werd bijna uitgelachen door die beambte, hij wist zelfs over wie ik het had "een bekende" zei hij zelfs bijna lachend!!
'Het is ongelofelijk hoe ze met mij hebben gesold' - Opheffing bordeelverbod nadelig voor slachtoffers vrouwenhandel (verschenen in Opzij januari 2000, Femke van Zeijl)
Over een Tsjechische slachtoffer van vrouwenhandel. Zij werkte in een sexclub in Rotterdam.
'Op een gegeven moment vind je het niet eens erg meer dat ze je slaan. Dat ze je geestelijk kapotmaken, dat is veel erger. Ik probeerde altijd een lichtpuntje te blijven zien, maar soms was dat moeilijk. De hele tijd dat ik in de club zat, heb ik min of meer geloofd dat ik het zelf allemaal schuld was. Die mannen hebben mij wijsgemaakt dat ik er zelf voor gekozen had. Het is ongelofelijk hoe ze met mijn geest hebben gesold.'
Ik heb nu allemaal negatieve voorbeelden gegeven over clubs. Over raamprostitutie hoor je veel negatieve verhalen. Over clubs en privé-huizen niet. Daar hoor je wisselende verhalen over. Een prostituee die in clubs en privé-huizen werkt vertelde:
Ik werk al heel wat jaartjes in deze seksindustrie en alle meiden die ík ken doen het geheel vrijwillig.
Ik snap daar helemaal niets van. Maar als ik het goed heb, dan zijn mensenhandelaren en loverboys veel minder actief in clubs en privé-huizen, bij Nederlandse prostituees althans. Niet bij buitenlandse vrouwen. (ik hou mijn vingers gekruist)
De bordeeleigenares van de Chaplin Club in Den Bosch (www.chaplinclub.nl) die aan het woord komt in "Ga je mee, schat?" van Bert Voskuil en Henk Ruigrok uit 1998
En als ik de indruk krijg dat meisjes worden gedwongen door hun vriendjes of vrouwenhandelaren om in de prostitutie te gaan, dan komen ze bij mij niet aan het werk. Er worden me soms wel buitenlandse vrouwen aangeboden door wat ik de maffia noem. Of ik meisjes wil kopen, echt zo wordt het je dan gezegd. Zulke aanbiedingen sla ik altijd af. En meisjes waarvan ik er later achter kwam dat ze door die vrouwenhandelaars werden gedwongen te werken, heb ik wel geholpen om onder te duiken. Daar heb ik trouwens nog genoeg problemen mee gehad. Ik heb zelfs wel eens een pistool tegen mijn hoofd gehad, omdat ze me wilden laten zeggen waar zo'n meisjes zat. Maar dat weigerde ik.
Uit het weekblad 'Mijn Geheim' (NR 8/19 (2008)), 'Dossier - In de klauwen van loverboys - Vlinder wil weer vliegen...' : De (Nederlandse?) 18-jarige Vlinder ontmoet Wessel en wordt gedwongen/gemanipuleerd om in een club te werken. Opmerkelijk is dat Wessel een goede baan heeft, getrouwd is en kinderen heeft.
(...)
 
De volgende dag [na haar eerst ervaring in de club] ging ik terug en toen werd ik een beetje opgevangen door een vrouw die er al behoorlijk lang werkte. Zij kwam uit het swingerswereldje, met veel wisselende sekscontacten, en ze had van haar hobby haar werk gemaakt. Ze vond het lekker en kon er nog veel geld mee verdienen ook. Zij was een van de weinige vrouwen die ik in die jaren ontmoet heb die er vrijwillig inzat. De anderen waren allemaal gedwongen. Ik ook, besef ik achteraf. Ik zat er omdat ik geen andere manier kon verzinnen om aan geld te komen en omdat Wessel me in die richting had gemanipuleerd.
 
(...)
 
"Ik raakte gehard door mijn werk. Prostitutie is een heel vieze bedrijfstak, waar iedereen aan onderdoor gaat. Wat er gebeurt is soms mensonterend. Je houdt er littekens aan over die nooit meer weggaan. Je wordt er ook kei- en keihard van. Ik heb verschrikkelijke dingen meegemaakt. Ik heb jongens gezien, heterojongens, die tot homoprostitutie gedwongen werden. Soms wisten zij geen andere oplossing voor hun schaamte dan maar een eind aan hun leven te maken. Ik heb kerels van bijna negentig gehad die drie keer in de week langskwamen om het met mij te doen. Dan praten we over een leeftijdsverschil van bijna zeventig jaar. Hoerenlopers zijn schoften, schoften, allemaal. De wereld van de prostitutie is een van de plaatsen waar de onderwereld en de bovenwereld elkaar ontmoeten. Er zijn mannen met mij in zo'n vies, stinkend, schemerig verlicht kamertje geweest die ik later op tv zag in de Tweede Kamer. BN'ers die langskwamen. Leuk, even een hoerenbezoekje, even een meisje pakken. Walgelijk. Huurmoordenaars, waarvan je soms de tronies in de krant ziet, heb ik daar over mij heen gehad. Een klant die me vlug, vlug zonder condoom verkrachtte. 'Over zes maanden weet je wat voor cadeautje je van me gekregen hebt!' riep hij toen hij wegrende. Het was duidelijk wat hij bedoelde: na zes maanden kan pas onderzocht worden of je hiv hebt.
Je moet ook absoluut geen romantisch idee hebben over de relatie tussen de meiden onderling. Die zijn keihard voor elkaar, iedere zwakheid wordt genadeloos afgestraft. Allemaal proberen ze om zo veel mogelijk geld te verdienen met zo weinig mogelijk moeite. Je probeert zelf de beste klanten te krijgen en je stuurt de beesten met de andere meiden naar boven. Wat hun overkomt, blijft jou in ieder geval bespaard. Je bent alleen, je moet alles alleen doen. Je hebt geen besef meer van tijd, je leeft 's nachts. Bij iedere klant brokkelt je ziel verder af, maar op den duur zakt je verdriet weg. Alles draait om geld.
 
(...)
 
Dat ging niet zonder slag of stoot [om te ontsnappen uit de prostitutie], want dan moet je die andere meiden eens meemaken als je dreigt om aan het wereldje te ontsnappen. ledereen zit daar gedwongen, door een pooier of door hun eigen financiele omstandigheden. Ze kunnen niet anders dan zichzelf wijsmaken dat ze er uit vrije wil zitten. Dat heb ik mezelf ook jarenlang voorgehouden. Als iemand dan lijkt te gaan ontsnappen, vinden ze dat ze zelf gefaald hebben omdat het hen al meerdere malen niet is gelukt. Dan komt de jaloezie. Dit alle macht proberen ze te voorkomen dat je ontsnapt, ze maken je het leven zuur. Pesterijen, stalken, doodsbedreiging, mishandeling, noem maar op. Voornamelijk dankzij die gastvrouw ben ik uit dat wereldje gekomen. Zij stimuleerde mij in eerste instantie om te werken aan een terugkeer in de 'normale' maatschappij. En verder was er niks, niemand, zoek het maar uit. Geen hulpverlening, geen instanties waar je terecht kunt."
Straatprostitutie
 
Ik was koningin van de nacht - Rianne 33 werkte jarenlang als prostituée (artikel door Lydia van der Weide, verschenen in de 'vriendin')
De ex-prostituee die in dit artikel wordt beschreven werkte in seksclubs. Daar merkte ze niets van gedwongen prostitutie, totdat ze op straat ging werken
Daar is het heel anders dan in een club. Er veel meer een competitieve sfeer. Er werken ook een ander soort vrouwen. Er zijn veel meisjes die aan de drugs zijn en die zich prostitueren om hun verslaving te kunnen betalen. Ook komt er veel gedwongen prostitutie voor, door loverboys. Dat is afschuwelijk.
Straatprostitutie in Den Haag (Uit ‘The more empowered women, the less violence against women’, Verslag van de 47 ste zitting van de VN Commission on the Status of Women, New York 3-14 Maart 2003
Anje Wiersinga: ‘Ik verzet me ertegen dat prostitutie een normaal beroep is, maar ik wil het wel gedogen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geschrokken ben toen ik onlangs in Den Haag een rondleiding kreeg met leden van de parlementaire commissie Gender Equality van de Raad van Europa. ’s Avonds met de bus naar de tippelzone. Rechts van de weg staan de meisjes, links de pooiers die turven hoeveel klanten er komen. Aan het einde van de straat is een douche, door de gemeente aangelegd, en kunnen de vrouwen koffie drinken. De prijzen staan vast. Toen ik vroeg hoe lang de meisjes hier moesten werken kreeg ik te horen dat ze zeven dagen per week, acht uur per dag moeten werken. Hun inkomsten dragen ze af aan de pooiers en ze houden zelf alleen zakgeld over. En dan denk ik: hoezo arbeidswet, 56 uur per week werken voor zakgeld. Dat was toch niet de bedoeling?’
Onderzoeksrapport van Goderie e.a. ('Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod' uit 2002, in een paragraaf over de tippelzone in Rotterdam)
Veel van de vrouwen vertellen verhalen over de omstandigheid dat ze zijn begonnen met werken via een vriendje. Dit zijn met name de Nederlandse vrouwen. Geen van de geïnterviewden zegt nu voor iemand te werken. Ze werken ‘voor zichzelf’. Het is zeker ‘not done’ om een pooier te hebben. Daar wordt op neergekeken. “En degenen die voor een vriend werken, doen dat meestal uit vrije wil”, aldus een Duitse vrouw.
De Theemsweg (artikel uit 2004 uit de Telegraaf)
Heleen Driessen, ja alweer een Heleen, is vanaf het prille begin medewerkster geweest van het HVO/Querido-project ´De Huiskamer´. Hier konden de vrouwen op adem komen en kregen zij zonodig hulp en medische verzorging. Driessen schreef het onlangs verschenen rapport ´Van Oost naar West, thuis best´ en concludeerde daarin dat ruim tien procent van de hoeren werd gedwongen tot prostitutie.
´Vanwege hun illegale status en de dreiging met gewelddadige wraakacties naar hun kinderen en familieleden in Oost-Europa, is de positie van de prostituee zeer zwak.´ Van de resterende tachtig procent ´vrijwilligen´ gaf twintig procent echter aan vóór de komst naar Nederland niet geweten te hebben dat ze in de prostitutie terecht zouden komen!
De Wallen in de jaren 40 en 50 (citaat uit het boek:Liefde te koop van Annemarie de Wildt en Paul Arnoldussen, 2002)
Aal werkte samen met Greetje in de Enge Kerksteeg. Aal: 'We droegen geld af aan Greetjes man.' In de jaren veertig en vijftig had bijna iedere prostituee een pooier. 'We zeiden altijd dat we minder verdiend hadden en wat we overhielden verstopten we in een oude leren jas die daar in een kast hing. Op een dag ging die man van Greetje vissen en laat hij nou die jas aan doen: "Greetje moet je zien wat ik in mijn zakken heb." Honderden guldens was het en we konden natuurlijk niets zeggen, dan zouden we ons voor eeuwig verraden.' Aal verdiende geld als water. '5 gulden, 10 gulden naakt was het vaste tarief. En dan deed je je rokje omhoog. Als ze je borsten wilden zien, ja dat kan, dat kost nog 10 gulden. En zo kwam je dan op zo'n 20 à 25 gulden per klant. Maar je betaalde niet meer dan 15 gulden huur per dag. Dat was niet zoals nu, per dagdeel, je huurde een kamer en je begon en hield op wanneer je wilde' Het geld verdween net zo makkelijk weer, aan bontjassen, reisjes, uitgaan en sieraden.
Prostitutie in de jaren 60 (citaten uit "De sexhandelaars" door Stephen Barlay, 1968)
 
op pagina 47-48:
Mijn tweede informatie dank ik aan majoor Alida Bosshardt, de organisatrice van het Nederlandse Leger des Heils, die al dertig jaar in de oude stad van Amsterdam heeft doorgebracht, in de haven- en stationsbuurt met als hoofdstraat de Zeedijk te midden van de schilderachtige grachten, kaden en talloze smalle straatjes en stegen. Binnen dit betrekkelijk kleine gebied bevinden zich ongeveer vijftig kroegen, in de omgeving waarvan de ongeveer 3000 prostituées van Amsterdam voor honderden ramen te kijk zitten.
Volgens majoor Bosshardt (die niet lang geleden prinses Beatrix door deze wijk heeft rondgeleid) gebruiken de Nederlandse bewoonsters van deze klassiek-beruchte hoerenbuurt geen verdovende middelen en houden ze zich ook de meisjeshandelaren van het lijf, 'omdat ze niet op avonturen uit zijn'.
'Nederlandse meisjes, prostituées of niet, blijven graag in hun eigen land,' zei hij. 'Een prostituée hier weet wat ze wil. Ze wil graag bij haar familie op bezoek kunnen gaan en een leven naar haar eigen smaak leiden. Haar "minnaar" is meer een huisbewaarder dan een souteneur. Hij doet boodschappen voor haar, houdt het huis netjes en krijgt de bons zodra ze ontevreden over hem is. Meestal beheert zij de kas.
Ze heeft hier dus een zekere mate van geborgenheid. De prostitutie is officieel geoorloofd, het meisje heeft dus niets te verbergen en breekt geen enkele wet, zolang ze rustig voor het raam zit en niemand uitnodigt om binnen te komen.
Het is gebruikelijk dat drie meisjes een raam (en de bijbehorende kamer) delen, waarbij ze precies weten wat dit "zitten" kost. (Ze betalen de huiseigenaar in doorsnee 20 gulden voor een zittijd van 10 tot 16 uur; van 16 tot 22 uur wordt het tarief verhoogd tot 30 gulden en 's nachts van 22 tot 4 uur kost 40 gulden. Bij de prijs inbegrepen zijn de hoofdmaaltijden en koffie en thee naar behoefte). Ze kennen de omvang van hun inkomsten die hier tegenover staan. Waarom zouden ze iets riskeren?
Met de vreemde meisjes - uit Engeland, Duitsland, Azië of Afrika - is het niet zo eenvoudig. Gewoonlijk is hun door een huwelijk verkregen Nederlandse nationaliteit een voorwaarde voor de prostitutie in Nederland. Zij zijn dus in veel grotere mate aan de meisjeshandelaren uitgeleverd.
De houding van de Nederlandse autoriteiten is een verdere reden voor de moeilijkheden van de handelaren in meisjes met betrekking tot de Nederlandse waar. Een klein land als Nederland mag zijn naam in het buitenland niet door kwade elementen in gevaar laten brengen, heet het. Prostituées, die bij de politie bekend staan, krijgen daarom geen paspoort. Wanneer een Amerikaanse GI, die met verlof uit Duitsland overkomt, een Nederlandse prostituée huwt - en er zijn er heel wat die dat doen - dan moet ze eerst nog twee jaar lang een eerzaam leven leiden, voor ze - vaak op grond van onze aanbeveling - een paspoort krijgt.'
Prostitutie eind jaren zeventig/begin jaren tachtig (citaat uit een interview uit 1994 met Margot Alvarez in het boek "Live Sex Acts" door Wendy Chapkis, 1997. Margot Alvarez is één van de oprichtsters van de Rode Draad en werkte eind jaren zeventig en begin jaren tachtig meer dan 5 jaar gedwongen achter de ramen door haar vriend)
 
op pagina 202:
I had seen a lot of bruises, saw women using a lot of speed or coke to be able to work the whole night through because if they came home with less than fl. 500 they'd be beaten. Nowadays, a lot more women work independently. But back then, it was kind of unusual for a woman to work without a pimp. I think it was part of the whole idea that a woman needed a man, whores included. The women's liberation movement has really changed that perception, so now you see a lot more women living and working independently—again, whores included.
Prostitutie in de jaren 80
 
citaten uit "Wiens lijf eigenlijk?" (1986), door Ine Vanwesenbeeck
op pagina 18:
Het aantal prostituées dat zonder een mannelijke partner door het leven gaat is klein. Ook al is er een klein aantal vrouwen dat zegt "niks van mannen te hoeven weten", is het grootste gedeelte op de een of andere manier betrokken in een persoonlijke 'intieme' relatie met een man. Uiteraard nemen die relaties zeer uiteenlopende vormen aan, ook met betrekking tot de plaats van dwang en geweld daarin.
Er zijn pooiers en mannen. Pooiers (in de meest extreme gevallen 'bloedpooiers' genaamd) verleiden of dwingen een vrouw doelbewust tot prostitutie, waarin zij de vruchten plukken van haar verdiensten, terwijl 'mannen' vrienden of echtgenoten van een als prostituée werkende vrouw zijn, die in de loop van zo'n relatie meer of minder pooierachtige posities in kunnen nemen. Mijn bevindingen van de afgelopen maanden wijzen er op dat het aantal vrouwen dat voor een pooier werkt nog steeds aanzienlijk is en dat geestelijk en/of fysiek geweld vaak een onderdeel vormt van deze relaties. Om met een van mijn respondenten te spreken: "Het ouderwetse pooierdom is nog steeds aanwezig en ik begrijp niet waar die geruchten vandaan komen dat dat niet zo zou zijn".
pagina 19:
Vaak zal het geweld 'beheerster' gepleegd worden dan in dit geval, er zal goed gelet worden op waar er geslagen wordt, als er een meisje met twee blauwe ogen zit dan verdient ze ook niks. Hoeveel prostituées er aan dergelijk geweld blootstaan blijft vooralsnog duister. Veldwerksters geven allemaal aan, dat percentages moeilijk te geven zijn. De schattingen die gedaan worden naar het percentage prostituées dat in hun relatie zeer regelmatig met mishandeling te maken heeft, lopen uiteen van tien tot dertig procent en nog eens dertig procent 'af en toe'. De schattingen ten aanzien van de vrouwen die een pooier hebben van veertig tot negentig procent!, verschillend per groep of per stad. Er wordt steeds nadrukkelijk aangegeven dat het om niet meer dan een schatting gaat, omdat de prostituées zelf vaak zo weinig ruchtbaarheid geven aan het geweld dat hen aangedaan wordt, met name als het om hun pooier gaat.
De raam-exploitant "O.J. Timmer" (gefingeerd) in "Beroep: exploitant" door Liesbeth Koenen in het boek "Beroep: prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987). O.J. Timmer heeft/had(?) een bordeel met 4 ramen in de Geleenstraat in Den Haag.
 
pagina 37:
Timmer vindt het ronduit kinderachtig van de belasting om die meisjes lastig te vallen: "Er worden bedragen genoemd... idioot. Het is onzin. Er zijn dagen dat ze niets verdienen. Bovendien gaat het allemaal naar de souteneur. Want waarom zou een meisje dat geen man heeft de hoer gaan spelen? Het is een soort hersenspoeling. Die vriend vertelt ze wat je wel niet allemaal met geld kan doen. En ze hebben allemaal een doel, een streven, maar na vijf jaar hebben ze niks. ja, een dure auto, of een mooie vakantie gehad. Dat is het dan. Ik ken er geen een die iets bereikt heeft".
"Nee, je moet ze gewoon allemaal laten inschrijven bij de zedenpolitie en dan moet je ze een bedrag per week laten betalen. Een normaal bedrag dat iedereen kan betalen. Laten we zeggen honderd gulden per week. Een vast bedrag dus. Ziekengeld en vakantiegeld hoeven ze dan niet, maar dat kunnen ze wel missen. Want als je aan het eind van het jaar komt is er toch niks meer over. Dat is dan allemaal naar die mannen gegaan."
De meeste meisjes bij Timmer werken full-time. Ook hij verhuurt per dag en per avond, inclusief "dagelijks de werkster, schoon goed en dergelijke". In de Geleenstraat in Den Haag en in de straten eromheen, gaat 'het leven' 24 uur per dag door. Het is het gebied dat de gemeente tot wandel promenade en raamprostitutiezone gemaakt heeft. Hier staat Timmers dubbelhuis (vier ramen). Het is er altijd druk, en niemand heeft er een contract. Wat Timmer betreft moet dat ook maar zo blijven.
Even naar het buitenland
 
De Hoerenhandel (HP/De Tijd - 11 Februari 2000, door Matt Dings, over Schipperskwartier in Antwerpen België)
In Payoke, een opvanghuis voor prostituees in het hart van de wijk, verklaart oprichtster en groen Europarlementariër Patsy Sorensen met grote stelligheid dat tachtig procent van de hoeren slachtoffer is van de mensenhandel.
(het volgende hoort hier eigenlijk niet, maar dit is om te benadrukken dat de dingen niet zo eenvoudig liggen)
 
Ik ben Natasja en zit al zo'n 7 jaar in de ramenbranche als prostituee en elke keer valt mijn mond open van verbazing als ik alles lees over vrouwenhandel en loverboys! Natuurlijk moeten uitwassen in de branche worden bestreden en die zullen er best wel zijn maar waarom kom ik nooit een collega tegen die daar het slachtoffer van is?
Al die meiden die ik ken lopen allemaal met de mooiste gsm telefoons rond en dan is een belletje naar een instantie als ze onderdrukt zou zijn toch snel gemaakt? Er zal best wel eens wat mis zijn maar de mate die in de media en politiek (o.a. Karina Schaapman) wordt aangegeven is volgens mij nogal overdreven. Er wordt trouwens ons nooit iets gevraagd,terwijl we toch politie genoeg zien
Overige artikelen
 
Eén op vijf hoerenlopers is verkrachter (artikel van Hester Jansen)
 
Moeten een hoerenloper gestraft? (artikel van Anke Manschot met daaronder een link naar een gezamelijk reactie van o.a. Mariska Majoor en Marjan Wijers [ex-stichting tegen Vrouwenhandel])
 
 
 
Lees meer...
 
 
In het rapport "Gezondheid in de raamprostitutie" (1992) door Dr Licia Brussa worden (vijf) Afrikaanse prostituees op de Achterdam in Alkmaar geïnterviewd. De respons was bijna honderd procent, dus het kan niet gezegd worden dat alleen de geëmancipeerde vrouwen geïnterviewd zijn. Ook hier is het resultaat totaal tegendraads aan eerdere berichten over Afrikaanse prostituees.
De Afrikaanse vrouwen zijn tevreden over hun werkplaats en in het algemeen ook over hun werk. Ze ervaren de sfeer als goed, ontspannen en rustig. Ze vinden de kamers groot en schoon. (...)
De geslotenheid van de groep is ook groot, ze regelen alles met hun landgenoten. De rest van de omgeving (exploitanten, collega's, arts) moet op een afstand blijven. Anderen worden dan wel niet als vijanden ervaren, maar wel als anders. De vrouwen vinden het bovendien een teken van afhankelijkheid als je om hulp vraagt. (...)
De Afrikaanse vrouwen hebben zelf de werkplek gekozen. Informatie over werken in Alkmaar kregen zij van vriendinnen die hen hier introduceerden. Vóór hun vertrek hadden ze al informatie gekregen dat ze hier in de prostitutie zouden gaan werken; ze waren dus op de hoogte van het doel van hun reis.
De werktijden in deze groep zijn redelijk: gemiddeld zes uur per dag. De vrouwen werken dus veel minder dan de Latijns-Amerikaanse vrouwen. Ze zeggen dat ze veel uitrusten en ze bepalen zelf hun werktijden. Ze zijn bovendien tevreden over hun inkomsten: zij hebben geen schulden die nog betaald moeten worden, en zij voelen minder dan de Latijns-Amerikaanse vrouwen de druk van de plicht om hun familie te onderhouden. (...)
De reden om hun land te verlaten, met de kennis dat ze in Nederland als prostituées zouden gaan werken, is ook anders dan die van Latijns-Amerikaanse vrouwen. Voor Latijns-Amerikaanse vrouwen gelden economische motieven: schulden of de zorg voor hun kinderen. Afrikaanse vrouwen zeggen: Ik wilde reizen en kijken hoe het in andere landen is, dat is goed voor je opvoeding, of: Je kan ook leren van andere landen. Het gaat dus om een keuze die ze maken voor zichzelf: om ervaring op te doen of zich persoonlijk te ontwikkelen.
Er wordt in dat rapport niet duidelijk genoemd uit welk land deze prostituees komen, maar ze laat doorschemeren dat dit Ghana moet zijn. Het zou kunnen dat bij Ghanese vrouwen de mensenhandel dus toch minder voorkomt, en het moet gezegd dat die eigenlijk relatief weinig worden geregistreerd bij de STV. (laten we zeggen, de verhouding is in 1997-2003, 70 Nigerianen tegen 14 Ghanezen. Let op, er zijn waarschijnlijk meer Ghanese prostituees in Nederland dan Nigeriaanse.)
 
Een mogelijkheid is dat de Ghanese prostituees in werkelijkheid Nigeriaans zijn. In een artikel in de Nieuwe Revu (nr. 1, 4-10 Januari 2006, "Illegaal in Nederland, van sexslavin tot paria") wordt de Nigeriaanse Patience beschreven:

Al die jaren in Nederland voelt Patience zich een opgejaagd dier; bang voor arrestatie en deportatie terug naar Nigeria. Onbekenden vertelt ze dat ze uit Ghana komt. Ghanezen hebben een betere reputatie dan Nigerianen. Ze leent identiteitspapieren waar ze 300 euro per maand voor betaalt.

Maar eerlijk gezegd lijkt het me toch dat de Ghanese prostituees toch sterk vertegenwoordigd moeten zijn onder de Afrikaanse prostituees in Nederland. In de vroegere bronnen worden Nigeriaanse prostituees namelijk veel minder vaak genoemd. Het zou kunnen dat de grote stroom Nigeriaanse prostituees van latere datum is. Er is een rapport uit 1995 "Tutu, Ghanese prostituées in Nederland" door Babbe de Thouars en Marc van Osch. Volgens dit rapport bevonden zich in 1992 al 15.000 Ghanezen in Nederland waarvan 10.000 in Amsterdam. Veel van deze vrouwen zouden in de prostitutie werken. Het lijkt erop dat bij Ghanese prostituees er geen sprake is van madams en voodoo. Citaten uit dat rapport:
 
pagina 20:
Bij aankomst in Nederland wordt de etnische afkomst niet geregistreerd of vastgelegd in de identiteitspapieren. Om die reden zijn er geen exacte gegevens beschikbaar over de etnische herkomst van de Ghanese migranten. Het is echter aannemelijk dat het merendeel van de in Nederland verblijvende Ghanezen behoort tot de Akan-groepering, waarvan de Ashanti-groep een meerderheid vormt (Van /t Hoff 1992). In Ghana behoort 44 procent van de bevolking hiertoe. (...)
pagina 23:
Uit een exploratief onderzoek onder Ghanese prostituées in Amsterdam uit 1992 komt naar voren dat een naar verhouding groot aantal van de vrouwen prostitueert. Het aandeel prostituées werd relatief hoog genoemd en behelsde een kwart van de ingeschreven vrouwen. Gegeven het feit dat het aantal illegale Ghanezen het aantal legalen ruimschoots overtreft zegt deze verhouding weinig over de daadwerkelijke omvang van het aandeel prostituées. Desalniettemin wordt de stelling dat een verhoudingsgewijs groot deel van de Ghanese vrouwen in de prostitutie werkzaam is onderschreven door veel Ghanezen. (...)
pagina 24:
De Ghanese onderzoeker Akosua Adomako deed in 1991 een onderzoek naar de oorzaken die Ghanese vrouwen in Europa en in Nederland in de prostitutie deed belanden. Zij maakt een onderscheid in drie groepen. Als eerste noemt zij de vrouwen die slachtoffer worden van vrouwenhandel. Handelaren brengen de vrouwen middels misleiding en valse voorwendselen naar Europa met als doel hen te laten prostitueren. De tweede categorie omvat vrouwen die door hun illegale verblijfsstatus, financiële nood en het ontbreken van alternatieven gedwongen zijn tot prostitutie. Een deel van deze vrouwen heeft geldelijke verplichtingen naar hun familie of personen die hun komst naar Europa hebben bekostigd. Moeilijkheden met de schuldaflossing is een probleem waarvoor prostitutie een oplossing lijkt te bieden. De laatste groep behelst de professionele prostituées die naar Europa zijn gekomen omdat zij de Europese prostitutiemarkt als één met meer mogelijkheden beschouwden.
Mathilde Papoe concludeert in haar onderzoek dat van de prostituées in Europa een derde deel reeds in de prostitutie werkzaam was alvorens ze naar Europa migreerden, een derde had een vaag idee wat voor werk hen daar te wachten stond en de overigen verwachtten in Europa een goede baan te vinden of een serieuze huwelijkspartner (De Stoop 1992). (...)
pagina 26:
Uit ons onderzoek blijkt dat bij een groot aantal vrouwen uit Ghana geen sprake is van keuzevrijheid wanneer zij in de prostitutie terechtkomen. De situatie waarin zij zich bevinden laat hen echter geen andere mogelijkheid. Duidelijk is dat de illegale verblijfsstatus van de Ghanese vrouwen hierin een belangrijke rol speelt: zij verzwakt hun positie en beperkt zodoende hun keuzevrijheid en mogelijkheden. Prostitutie wordt dan een middel om te overleven. Daarbij komt dat vrouwen die hier illegaal verblijven een grotere kans lopen het slachtoffer te worden van handelaren en pooiers.
Bijna alle respondenten waren bekend met het gegeven dat Ghanese vrouwen naar Europa worden gehaald met als doel ze in de prostitutie te doen belanden. In veel gevallen worden de vrouwen in Ghana geronseld en uiteindelijk door misleiding, chantage, intimidatie en geweld gedwongen zich in Nederland te prostitueren. (...)
pagina 29:
Alle respondenten bevestigden dat Ghanese prostituées werkzaam zijn in de raamprostitutie en in clubs. Over het prostitutiecircuit dat mogelijkerwijs in Amsterdam Zuidoost zou bestaan zijn veel onduidelijkheden. De meerderheid van de respondenten bleek niet bekend met een grootschalig circuit, doch anderen spraken met stelligheid over een omvangrijk gebeuren waar met name de illegale vrouwen zich prostitueren. Er zouden in de Bijlmer plaatsen zijn waar vrouwen zich aanbieden of aangeboden worden door hun pooiers. (...)

pagina 35:

Voor veel Ghanezen geldt dat men een man of vrouw moet hebben om een gerespecteerd lid van de samenleving te kunnen zijn. Voor de prostituées is het hebben van een man dan ook een manier om hun werkpraktijken te verbloemen. (...)
 
Omdat bijna niemand een prostituée als vrouw wil, wordt gezegd dat de vrouw een man moet kopen. She is dying because nobody loves her, so she has to buy it, aldus een respondente. Andersom geldt ook voor de mannen: ... the men come in to get something. Not love, they only want their money. (...)
 
De boyfriends van deze vrouwen zijn voor een deel de mannen die de vrouwen uit Ghana onder valse beloftes naar Nederland lokken en hen daarna tot prostitutie dwingen. Een andere groep zijn mannen die op deze vrouwen afkomen vanwege het geld wat zij verdienen. Verschillende respondenten noemen hen lazy and cheap. De boyfriends brengen de vrouwen naar hun werk en halen ze op. Ze beschermen de vrouwen niet tijdens hun werk, maar zitten de hele dag thuis voor de tv te drinken en te roken, van het geld dat de vrouwen verdienen.
Bijna alle respondenten maakten melding van het feit dat boyfriends ook verblijfspapieren via de vrouwen proberen te bemachtigen. Wanneer dit gelukt is zouden ze er vaak met een andere vrouw vandoor gaan. Het geld zou vaak gebruikt worden voor de behoeften van de man.
Uit 'De buitenlandse prostituée' door Licia Brussa in "Beroep:Prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987):
pagina 102-103:
In de laatste vier jaar werd de aanwezigheid van Ghanese vrouwen waarneembaar in de Nederlandse prostitutiewereld. Een klein deel van de Afrikaanse prostituées heeft een andere nationaliteit: Somalië, Mozambique, Senegal, Ethiopië. De grootste groep vormen de Ghanese vrouwen. Het aantal illegalen onder de Ghanese prostituées wordt zeer hoog geschat: meer dan zestig procent.
Ook deze groep is moeilijk bereikbaar. Zowel door hun werkplek: voor het merendeel clubs, bars, gesloten huizen, peep-shows en slechts in geringe mate op de Wallen achter de ramen, als door het gesloten karakter van hun gemeenschap en de illegaliteit van hun verblijf in Nederland.
Er zijn weinig gegevens over de handel in Afrikaanse vrouwen. Wel noemden sommige respondenten verschillende connecties tussen Ghana en Europa. De meest voorkomende manier om de vrouwen naar Europa te krijgen is via een 'schijnhuwelijk' in Engeland, Frankrijk, Gibraltar of de Bondsrepubliek. Er zijn ook Ghanese vrouwen die in het bezit zijn van een Nederlands paspoort door een huwelijk met een Nederlander. Evenals bij de Thaise vrouwen
lijkt het hier echter te gaan om een vooral Europees verschijnsel, waarbij
Nederland slechts zijdelings betrokken is. Er zijn wel organisaties die vanuit Nederland opereren met Nederlandse agenten en Nederlandse huwelijkskandidaten. Onderzocht zal moeten worden of het hier om kleine of grote organisaties gaat. Vermoedelijk zitten ook achter deze handel in Afrikaanse vrouwen grootschalige internationale organisaties. Belangrijke connecties schijnen te bestaan met Franse misdaadorganisaties en de onderwereld. Tevens bestaan er enkele gevallen van samenwerking tussen Europese agenten en Afrikaanse onderwereldfiguren in Europa.
 
Kettingmigratie
Dat er onder de illegale migranten veel Ghanezen zijn heeft te maken met hun handelstraditie en hun belang om onderlinge contacten overal ter wereld te onderhouden. Amsterdam en Rotterdam blijken goede (straat)handelsmogelijkheden te bieden, hoe moeilijk hun situatie als illegalen ook is. De contacten met andere kleine Ghanese handelaren in Europa houden het handelsnetwerk in stand.
De migratie van Ghanezen naar Nederland heeft het karakter van een kettingreactie. Volgens dit patroon vertrekt eerst een man, daarna volgen zijn vrouw,de andere familieleden en dorpsgenoten. In deze situatie van illegale gezinshereniging kent men perioden van grote armoede. De man die met kleine, onregelmatige handel vaak maar net in zijn eigen onderhoud kan voorzien, heeft niet steeds genoeg inkomen om voor zijn vrouwen andere familieleden te zorgen.
 
Het prostitutie-circuit waarin met name de Ghanese vrouwen verkeren is voor een deel hetzelfde als dat van de Zuidoost-aziatische vrouwen. Een aantal vrouwen werkt achter de ramen of is tippelaarster.
De vrouwen die via vrouwenhandel naar Nederland komen, bevinden zich meer in het onzichtbare circuit van clubs en bars. De vrouwen uit het meer openlijke circuit hebben soms contact met veldwerkers. Wegens de illegaliteit van hun verblijf in Nederland gaan zij echter niet naar hulpverleningsinstanties. Ze geven er de voorkeur aan naar particuliere artsen en gynaecologen te gaan. In het algemeen heerst onder de Ghanese vrouwen sterk de neiging om hulp en oplossingen voor problemen via informele contacten binnen de eigen gemeenschap te zoeken. Bij het zoeken naar woon- of werkruimte, geneeskundige hulp en bij gevallen van mishandeling of bedreiging wordt uitsluitend de hulp van landgenoten gezocht.
Overigens zijn Ghanese vrouwen door hun achtergrond en sociaal-culturele positie in eigen land, in het algemeen ondernemend en zakelijk ingesteld. Tenopzichte van mannen tonen ze een sterk onafhankelijk gedrag. Ze streven er dan ook na zoveel mogelijk eigen baas te blijven.
Uit 'TAMPEP - final report' (1994, redactie door Licia Brussa):
pagina 47-49:
Sex workers from Ghana and Benin.

The women
The target group of TAMPEP in Holland consists of women from Ghana and Benin. They are mostly Ghanaians who speak English or at least Pidgin English, but they do not speak Dutch.
These women originate predominantly from the town of Kumasi in the Ashanti region while a minority comes from Accra.
We approached these women at the windows in Alkmaar, Arnhem and Nijmegen.
Their reasons for travelling to Europe are always economic, because their backgrounds are usually poor, they come to find work in order to care for their relatives back home and also to be able to live better lives. They find work and earn money they would never be able to get in their own country.
The women try to improve the economic situations of their families by buying them some machinery or cars so they can use it in their countries.
African culture demands that you look after your family, otherwise you are useless. This is especially so when travelling abroad because those who have not been abroad think it is paradise in Europe, and they assume there will be plenty of opportunity to help their families in Africa.
Most of the women have children in Ghana who are being taken care of by the family.
The population of Ghana can be divided into three social groups. The top one consists of the self-employed who are generally rich, the middle one is made up of the civil servants, and on the bottom are the unemployed and poor people. The civil servants, although they have permanent work, do not earn much money.
The social role of Ghanaian women is based on the fact that they have to be able to bear children, otherwise they are worthless. When a woman is infertile, her relationship with her husband is not very stable because the man can always find another woman who can have children for him.
Ghanaians believe - and live - in the extended family, so everyone in a family has to behave well in order to preserve the good name of his/her family.
The women consider Europe to be a paradise where one becomes rich quickly. Many of them become disappointed when they realize that life is not so easy in Europe and feel pity that they left behind their better jobs. They regret coming but cannot go back because they either have debts to settle or have sold all their properties. They cannot go back with bare hands, so they accept any work.
Since prostitution is taboo in Ghana, the women do not consider themselves as prostitutes. Prostitution is for them a way to get big money quickly. None of their relatives back in Africa will ever know what kind of profession they exercised during their stay in Europe.
Some of them wish to bring over their children to Europe, so they are in a hurry to earn sufficient capital to allow them to finish with the profession as soon as their children arrive and show them that their mothers are normal, respectable women who have nothing to do with prostitution.
Many of them have given birth to children in Africa before they set off for Europe. Normally they break up with the father of their children before travelling and find themselves a new boyfriend in Europe. They are afraid that their profession might lead to infertility, so if they do not have children yet, they try to have a child before they get really deeply into the job.

How they arrive in the West
The ways they come here are varied. In most cases they are brought over by their families in order to live with people who have already settled themselves in Europe.
In other cases, they are brought by husbands, relatives, or by someone else on an agreement to take something back like money or a car. The women do not explicitly come to work in prostitution - they would take any job that is available. But as they have no permission to stay, or a work permit, many of them will be compelled to work in prostitution, especially if their transfer is being arranged by a sister who is a prostitute herself, or by a stranger who wishes something in return.
If such a go-between is a stranger who demands a considerable amount of money for her or his services, prostitution is the only way to earn enough to cover debts plus saving some money to return to Ghana.
Their routes to the Netherlands are varied; in most cases they acquire the visa of any European country, and then they travel from one country to another. African women are popularly known to work in windows, so we chose to work in windows and not in clubs, where very few are found.

Ghanaian prostitutes in Holland
The Ghanaian female community can be divided socially into three groups. The top group is formed by women who are not prostitutes, the middle consists of the ex-prostitutes and the bottom group is formed by women who currently work in prostitution.
There is much rivalry and jealousy between these groups. The women working currently as prostitutes feel ashamed and guilty, but at the same time they despise the other women because they have no money. The women of the first group feel themselves superior to the rest. The former prostitutes are despised by all the others.
At the beginning, even if the prostitutes come from different regions and tribes of Ghana, they are friendly to each other provided they have no conflict based on jealousy or rivalry, which happens quite often. In such a situation the women quarrel, accuse each other of using juju (black magic), or even beat each other up.
They like to work with white men, specially with Dutch and some tourists (Germans, Italians etc) because they are generous. On the other hand, other tourists (British) are not very much liked as customers because they are difficult in terms of money.
They find that the white clients have more respect for white prostitutes than for the black ones.
They never work with blacks, unless in very bad times, but then they make sure they are not from Africa or they are not a friend of their husband's.
The Turks and Moroccans who live in Holland are considered as wicked, and the women do not like working with them.

The mobility of the women
African prostitutes are very mobile. They have many contacts in Europe through their relatives and friends. Most of the women we approached circulate continuously between different countries and towns in Europe. Their mobility is due to the fact that they work without pimps so they are free to move. They also want to work far away from their community in order not to be recognised by someone they know.
Some women with a husband living in Amsterdam or elsewhere, go home every couple of weeks and stay there for some time. At the same time they want to keep their workroom and window, so the women have developed something of a network, exchanging the rooms with a girlfriend and keeping their belongings there. So the woman never lets the room go. When she plans to move to another town, she arranges that her colleague takes over the room during her absence.
If the woman works far away from her home, she does not come home often because the distance is so large. She stays away for about three months and then goes home for three or four weeks.

The women from Benin
The Benin women who claim themselves as Nigerians are in many aspects different from the Ghanaians. They are not very numerous in the Netherlands.
They maintain close relations with each other and there are no conflicts between them.
They can read and write well.
They have a great deal of respect for their bodies and they always want to know more facts about safe practices. They are much more open and participate fully and ask questions about anything they do not know. This is probably due to the fact that they feel free in the Netherlands because they are not under the control of their own communities or husbands as would be the case in Belgium or Italy.
They accept themselves as prostitutes (but only in Europe) so they are eager to learn more about their profession. They are willing to learn all sorts of new things from TAMPEP provided they sound reasonable to them. They pass this knowledge quickly to their fellow Nigerians, whichever country they may be in. They are also mobile but only between Belgium and Italy.
Volgens het rapport "Een schijn van voodoo" (2000) door het Afrika Studie Centrum wordt het belang van voodoo sterk overdreven. Er wordt in het Westen vaak gedacht dat "voodoo" een hele angstaanjagende invloed heeft op de Afrikaanse prostituees. Ten eerste is de "voodoo" wat de mensen in Afrika kennen heel anders dan de "voodoo" die wij kennen. Wij denken eerder aan de voodoo in het Caribisch gebied. Wat ze in Afrika kennen heet eigenlijk "Vodun" en is net iets anders. Ten tweede zijn deze rituelen in die landen heel normaal en hoeven geen intimiderende effect te hebben op de prostituees (maar dat kan wel). Vaak worden overeenkomsten tussen personen bekrachtigd door een ritueel in een tempel, en verzamelen de priesters lichaams-eigen materialen die zij verzamelen in een pakketje. Dat veel Afrikaanse prostituees die in Nederland werken een "voodoo"-ritueel hebben ondergaan is dus helemaal niet zo vreemd en hoeft door veel Afrikaanse prostituees helemaal geen nare ervaring te zijn geweest. Wat volgens deze studie ook zo is is dat veel Afrikaanse prostituees helemaal niet zo preuts staan tegenover seks, de seksuele vrijheid in bijvoorbeeld het Edo-gebied in Nigeria is er groot voor vrouwen en meisjes. Veel vrouwen hadden waarschijnlijk al seksuele relaties tegen betaling, maar ze verwachtten misschien niet dat ze onder zulke omstandigheden moeten werken in Nederland.
 
Uit Grenzeloos ziek-ethische wonden in de gezondheidszorg door Nizaar Makdoembaks (2006?), geciteerd uit ‘Als ik geen verdachte in de pot heb zitten, ben ik alleen maar met Westafrikanen bezig’ door Andrea Bosman, De Echo (editie Amsterdam Zuidoost), 15 december 1993:
Politieagent Jacques Schultz, sinds 1978 werkzaam in Amsterdam Zuidoost, gaf een beter beeld: ‘Het zijn over het algemeen goed opgeleide mensen, die taalkundig goed onderlegd zijn en echte wereldreizigers zijn. Nederlanders maakten misbruik van goedgelovige Ghanezen. Schijnhuwelijken werden aangegaan, waarna Ghanese meisjes in de prostitutie terecht kwamen, er werd grof geld aan Ghanezen verdiend door ze valse officiële papieren te verkopen. Ook werden ze uitgebuit door werkgevers.’
Meer in "Inzake opsporing" (1995), "Bijlage VIII.1 Enkele achtergrondgegevens" van die van Traa commisie. Staat wat in over Nigeriaanse vrouwenhandelaren.
In de voorbije jaren zijn vooral de Nigeriaanse criminele netwerken bij herhaling in het nieuws geweest. Zowel naar aanleiding van concrete voorvallen als in algemene reportages werd keer op keer bericht over hun betrokkenheid bij de internationale drugshandel, over hun vrij geraffineerde oplichtingspraktijken en over hun rol in wereldwijde vrouwenhandel. En vooral in verband met deze laatste activiteit werd hun naam nogal eens in één adem genoemd met die van Ghanese criminele netwerken. In het bijzonder gedurende het onderzoek dat een onderzoekscommissie van de Belgische Kamer in de jaren 1992-1994 heeft ingesteld «naar een structureel beleid met het oog op de bestraffing en de uitvoering van de mensenhandel», is deze connectie tussen de Nigeriaanse en Ghanese vrouwenhandel meer dan eens aan het licht getreden (Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, 1994).

Toch is de wetenschappelijke literatuur over deze netwerken, juist ook over de Nigeriaanse, buitengewoon schaars. De reden hiervan moet hoogstwaarschijnlijk worden gezocht in het feit dat in de betrokken landen zelf niet of nauwelijks criminologisch onderzoek wordt gedaan, terwijl geschoolde onderzoekers uit het Westen (of Oosten) traditioneel nogal sterk gebonden zijn aan het doen van onderzoek naar criminaliteit in hun eigen land. Grensoverschrijdend criminologisch onderzoek van enige allure in de Derde Wereld is er zo goed als niet. Hoe dan ook, in internationale politiekringen wordt ervan uitgegaan dat een beperkt aantal «baronnen» met de hulp van «luitenanten» en «bemiddelaars» ettelijke honderden criminele groepen en groepjes aansturen die wereldwijd opereren. De harde kern van deze «cellen» bestaat gewoonlijk uit leden van de met elkaar samenwerkende grote stammen van Nigeria, de Ibo, Hausa en Yoruba. Voor de uitvoering van hun illegale activiteiten maken zij evenwel ook gebruik van andere West-Afrikanen: Ghanezen, Singalezen, Gambianen, Zaïrezen, en anderen. Dezen worden met name ingezet voor de smokkel van verdovende middelen. De smokkel hiervan vormt waarschijnlijk de meest omvangrijke en lucratieve criminele activiteit van de onderhavige netwerken. Niet alleen kopen zij overal in Zuid-Oost-Azië heroïne op om die in het gehele Westen weer op de markt te brengen - veelal met de hulp van groepen die ter plaatse de weg kennen -, zij zijn ook volop betrokken bij de handel in cocaïne vanuit Zuid-Amerika en West-Europa. Hiertoe maken zij zowel gebruik van koeriers die op de meest uiteenlopende manieren de drugs zelf moeten vervoeren (in koffers, vastgetaped op het lichaam, verstopt in condooms in hun maag) als van koeriersdiensten, op het eerste oog gewoon goederenvervoer per schip of per vliegtuig of met import- en exportfirma's. Een andere belangrijke bron van inkomsten vormt nog steeds de vrouwenhandel, gericht op de prostitutie in West-Europa. De al gememoreerde onderzoekscommissie van de Belgische Kamer heeft kunnen vaststellen dat deze handel goed-georganiseerd verloopt via contactpersonen in Nigeria en in België, Frankrijk, Nederland en andere Westeuropese landen. Een van de bekende werkwijzen is, dat de vrouwen in kwestie door toedoen van bemiddelaars in Nigeria naar een van deze landen worden overgebracht, daar onmiddellijk politiek asiel aanvragen en dan door de contactpersonen hier zo snel als mogelijk in de prostitutie worden gestopt. Waarbij het heel vaak zo is dat de contactpersonen hier per vrouw enkele duizenden dollars betalen aan de verkopers in het land van herkomst en haar vervolgens met enkele duizenden dollars winst doorverkopen aan een Nigeriaanse vrouw die ook in het kader van vrouwenhandel naar hier is gekomen, maar die zich inmiddels heeft opgewerkt tot bordeelhoudster. Deze biedt de betrokken vrouw dan de mogelijkheid om zich via prostitutie vrij te kopen, somtijds voor een bedrag van 20.000 dollar of meer.
 
Verder staan de Nigeriaanse criminele organisaties bekend om hun frauduleuze praktijken. Zij zijn bedreven in het plegen van fraude met credit cards, van verzekeringsfraude en van bankfraude, hetzij via het aangaan van leningen, hetzij via het openen van rekeningen. Heel bekend zijn ondertussen ook de manieren waarop zij firma's oplichten die ingaan op hun valselijke voorstellen om tegen veel geld bepaalde schijn-transacties uit te voeren. De firma's die op deze voorstellen ingaan, wordt vervolgens gevraagd om een klein percentage van het totale bedrag van de desbetreffende transacties te storten op een bepaalde rekening (natuurlijk in Nigeriaanse handen). Wanneer deze «aanbetaling» metterdaad gebeurt, wordt het geld bliksemsnel van de rekening gehaald en verneemt de firma nooit meer iets van zijn zakenrelaties in Nigeria. Het ligt voor de hand dat deze wereldwijde illegale activiteiten maar succesvol kunnen worden afgewikkeld wanneer de uitvoerders in kwestie aan alle mogelijke valse documenten kunnen geraken: valse paspoorten, onechte briefhoofden van Nigeriaanse (overheids)bedrijven, valselijk opgemaakte geboorte-aktes, valse verklaringen van advocaten over de politieke vervolging van mensen. De betrokken criminele organisaties zijn dan ook berucht om hun vermogen om al dit soort van documenten te (laten) vervaardigen, zowel in eigen land als in de landen waar ze feitelijk opereren.
zie vervolg op:
 
Lees meer...
 
 
Uit het archief van www.nrc.nl:
Groter aantal prostituees Oost-Europa
Door een onzer redacteuren 
Dinsdag 06-03-2001
AMSTERDAM, 6 MAART., Het aantal prostituees op de tippelzone aan de Amsterdamse Theemsweg is het afgelopen jaar sterk gestegen. Uit cijfers blijkt dat vooral het aantal Oost-Europese vrouwen is toegenomen.
 
Recent stelde burgemeester Cohen dat de tippelzone ,,bomvol'' is. Cijfers van Begeleidingscommissie Tippelzone bevestigen dit. De cijfers zijn gebaseerd op de bezoekersaantallen in de Huiskamer, het opvangcentrum voor de prostituees. Dit steeg van gemiddeld 65 naar 78. Het aantal Oost-Europese vrouwen per avond steeg van 6 in 1997 naar 32 in het jaar 2000.
 
Oost-Europese vrouwen werken meestal met een pooier en het vermoeden is dat veel van hen het slachtoffer zijn van vrouwenhandel. ,,Wij weten eigenlijk wel zeker dat er vaak sprake is van sterke druk op deze vrouwen. Wij vermoeden ook dat zij door heel Europa tewerk worden gesteld'', aldus Jaap Fransman, directeur van HVO-Querido, de instelling die de Huiskamer runt.
 
Zuid-Amerikaanse vrouwen, tot nog toe in de meerderheid op de tippelzone, werken meestal zelfstandig. Zij worden nu `verdrongen' door Oost-Europese en, in mindere mate, Afrikaanse vrouwen.
 
(...)
Uit het archief van de Volkskrant :
Hoerenbeleid Amsterdam bevordert vrouwenhandel
ONBEKEND, WEERT SCHENK
Gepubliceerd op 21 februari 1998 00:00, bijgewerkt op 16 januari 2009 11:24
(...)
 
De rechter heeft de 'kastenbazen' een handje geholpen. In juli vorig jaar bepaalde de rechtbank in Den Haag dat raamprostituees uit landen waarmee de Europese Unie een associatieverdrag heeft, zoals Polen, Tsjechië en Slowakije, hier mogen werken. Zij krijgen een verblijfsvergunning als ze kunnen aantonen zelfstandig ondernemer te zijn.
 
Sindsdien zijn de Wallen overspoeld door Oost-Europese vrouwen met een al dan niet vals paspoort. Voor ingewijden is het duidelijk dat ze niet zelfstandig werken. Ze zien dat aan de auto's die elk drie of vier vrouwen op het werkadres afzetten. Voor de huizen staan vrijwel onafbroken buitenlandse mannen (Turken, Joegoslaven en Albanezen) op wacht.
 
Veldwerkers veronderstellen dat de bewakers van de vrouwen 'loopjongens' zijn van een crimineel netwerk. De vrouwen zijn, zeggen ze, niet op eigen gelegenheid naar Amsterdam gekomen, maar worden tewerkgesteld. Volgens de stichting De Rode Draad, die de belangen van prostituees behartigt, werken de Oost-Europese prostituees tegen het 'mensonwaardig lage' tarief van 35 gulden. Dit dwingt Nederlandse vrouwen tot goedkoper werken.
 
Het vermoeden dat de vrouwen worden geëxploiteerd, sluit nauw aan bij de resultaten van een recent politieonderzoek. Oost-Europese criminelen brengen jaarlijks ongeveer tweeduizend prostituees naar Nederland. De vrouwen worden verhandeld voor bedragen tussen de vijfhonderd en tienduizend gulden.
 
Achter de vele Nigeriaanse en Ghanese vrouwen wordt eveneens een criminele organisatie vermoed. Ze bezitten goede Italiaanse of Griekse papieren, dan wel valse die amper van echt te onderscheiden zijn. Bijkomend probleem is dat deze vrouwen met behulp van pruiken vrijwel dagelijks hun uiterlijk veranderen. De politie kan soms slechts met grote moeite de geldigheid van de paspoorten bepalen.
 
(...)
Als popje in etalage (in het blad 'De Pers', door Merel van Leeuwen, 6 Mei 2009)
(...)
 
Het lukt Maria om zich staande te houden tussen de meisjes in Amsterdam. Ze huurt een kamer in de Gordijnensteeg en krijgt als een van de laatste vrouwen uit Oost-Europa zonder problemen een voorlopige verblijfsstatus. Jarenlang werkt ze als zelfstandig ondernemer en zogenoemd witte illegaal, tot ze in 2005 een verblijfsvergunning krijgt. Als een van de weinigen in Amsterdam heeft Maria geen pooier.
 
‘Ik heb altijd een grote mond gehad dat ze mij niet zouden krijgen, maar het is toch gebeurd, zo stom. Op een avond was er een meisje overvallen, waarna een jongen van de security aanbood mijn spullen te bewaren. Dus ik gaf hem mijn tas, met de papieren van mijn auto, mijn sleutels, paspoort. Aan het einde van de dag vroeg ik mijn spullen terug. Dat kost je duizend gulden, zei hij toen. Bekijk het maar, dacht ik en ben weggegaan zonder spullen. Maar ja, ik moest ze terug. Een dag later zei ik dat ik toch zou betalen. Maar toen was het inmiddels opgelopen tot duizend gulden per voorwerp, en ik ging betalen. Een andere jongen van de bewaking hoorde het verhaal en wilde het voor me oplossen, maar dan moest ik vijfduizend gulden betalen aan die eerste jongen. Die had ik niet, maar dat wilde hij mij wel lenen. Hij zei: ik help je wel. Voel je hem aankomen?’ Maria lacht.
 
De jongen die haar ‘helpt’, haalt haar over om bij hem in te trekken in Hoofddorp en ze krijgen een relatie. Vijf jaar later komt ze erachter dat ze verschrikkelijk belazerd is. Al het geld dat ze verdiende, gaf ze aan hem. Voor hun toekomst, zo had hij haar wijsgemaakt. Het stel kocht van haar geld twee privéhuizen, in Leiden en Schiedam. Maria’s redding is dat haar vriend, een Nederlandse kamper, ‘vergeet’ belasting te betalen, waarna de politie in 2000 een inval doet en hem arresteert.
 
‘Maar ik bleef loyaal aan hem. Ik heb mijn mond gehouden tegen de politie, omdat hij mij ook geholpen heeft. Heel stom, heel krom, want hij was een klootzak. Maar toen ik alle verschrikkelijke verhalen hoorde van andere meisjes, vond ik dat ik het niet zo erg had gehad. Hij sloeg me niet, ik had een eigen auto, ik kon doen wat ik wilde. Het eerste jaar in de bak heb ik hem zelfs nog wekelijks vijftig euro gestuurd.’ Maria lacht weer.
 
(...)
 
‘Die meisjes van het platteland in Oost-Europa weten dat ze hier niet komen om in de horeca te werken of als au-pair. Maar prostituee hier is nog altijd een beter leven dan op het platteland daar. Hun pooier zien ze als hun vriendje. Hij zorgt voor een huis en doet leuke dingen met haar, maar zo’n meid betaalt er verschrikkelijk veel geld voor. Ze voelen zich bijzonder, uitgekozen door zo’n jongen en hebben een grote loyaliteit naar hem toe. Maar ze beseffen niet dat ze het veel beter kunnen hebben zonder hem.’
 
(...)
"Achter het cliché — hulp en dienstverlening aan prostituees in Den Haag — werkmethodiek in ontwikkeling" (1999, Ellie Teunissen [red.], SPP [Stichting Prostitutie Projecten Den Haag])
pagina 31-32:
Voor de vrouwen uit onder meer Rusland, Polen, Litouwen, Oezbekistan en Albanie ligt het anders. De politieke situatie in deze landen heeft de vrouwen in sterke mate beïnvloed in hun houding t.o.v. politie, overheid en hulpverlening. De hulpverlening is daar een door de staat gecontroleerd instituut. Doordat een van de SPP-medewerksters verschillende Oosteuropese talen spreekt, is toch toegang mogelijk. De problematiek van illegaliteit is net als bij de Latijns Amerikaanse prostituees groot. Een aantal van deze prostituees spreekt Engels en is redelijk toegankelijk als het contact eenmaal gelegd is. Veel vrouwen zijn echter geïnstrueerd om met niemand te praten en zij worden bewaakt door pooiers of 'vrienden'. De meeste vrouwen blijken zich echter na verloop van tijd los te kunnen maken en onafhankelijk voor zichzelf of eigen familie te kunnen werken. Informatie over de gezondheidszorg en de verschillende instanties die voor hen van belang is, knopen ze goed in hun oren. Zij weten in toenemende mate de weg te vinden naar de SPP.
TAMPEP - final report (1994, redactie: Licia Brussa)
pagina 43-46:
Since the beginning of the TAMPEP project in September 1993, a few hundred prostitutes from Central and Eastern Europe have been contacted by a member of TAMPEP. The majority come from Poland and the former Soviet Union (most of them from Ukraine, Russia and Lithuania) but also from the Czech Republic, Slovakia, former Yugoslavia, and Bulgaria.
The women are approached on the street where they work, that is to say in the shop windows (one street in Alkmaar), in sex clubs (mostly in Limburg region), or in private apartments (in Hamburg, Germany). From the beginning the women are very open and are willing to talk to the TAMPEP worker who quickly gains their confidence.
Most of them are young women between 20 and 25. They are well educated: more than half of them have had a higher education and used to work in their country in their profession before they set off to the West. Some of them are students or women with a university degree. Some of them are divorced; many have children who are being brought up by grandparents during the absence of their mothers.
The women come from all levels of society. Their socio-economic background is rather varied: we can find representatives of the higher classes as well as of the lower classes. In many cases the level of their education is higher than that of their parents. Most of the women do not speak any foreign language. If they do speak one, it is usually some Russian which they have learnt at school or some German if they happened to work at some time in Germany.
The Polish, Czech, Slovak and Yugoslavian citizens are not obliged to have a visa for the Netherlands or Germany. The women have a right to a three months stay, but they are not allowed to work. The citizens of the former Soviet Union are obliged to have a visa for all western countries.
To be able to understand why specifically the women (and not the men) leave their country in such great numbers in order to find work in the West, one has to know their social backgrounds. First of all they are brought up in a traditional patriarchal society where the man is the dominant factor. At the same time, however, communism has given them opportunity and access to a higher education.
In fact, in Poland there are more women with higher education than men. Their relatively high level of education gives these women an equal opportunity in the labour market in Eastern Europe. So, if the financial need arises, they often take the initiative to look for new opportunities. But due to the poor economic state of their home countries, many of the more ambitious women leave for the West and consequently may end up in the sex business because prostitutes are always in high demand everywhere.
At the same time, the women stay psychologically dependent upon men, because their emancipation is not a result of a long process of gaining independence and becoming self-assertive but actually restricts itself only to the professional field. This is why Polish women are almost always in the power of pimps (in most cases their own countrymen). It is also why they so often depend upon others to the effect that they become victims of trafficking or other exploitation by men.
 
How they arrive in the West
Their means of arrival in the West are rather varied. Generally it can be said that their degree of freedom does not depend on the way they arrived in Holland. Many Polish women had fallen victim to the typical form of trafficking. The women have been recruited in Poland by a go-between to work in a hotel or a restaurant and only upon arrival at the location were they informed that they had to work as prostitutes. Some women immediately refused to cooperate. If they were lucky they were given time to think it over, if not, they were beaten, blackmailed and forced to work anyway.
Some were promised that they would be freed if they could earn enough money. Some women had been working for many months without seeing a single penny. Obviously, it is not known how many women left the Netherlands as soon as they saw the opportunity, but there is a considerable number of women who, after they had freed themselves from their pimps, continued to work in prostitution.
Others knew before their departure that they would work in the sex business. They did not know however, that they were to work for a pimp who would confiscate all their earnings. Sometimes they managed to free themselves from the power of the pimp, but in most cases they were compelled to work for many months for various pimps, often being sold from one man to another for thousands of florins.
The women from the former Soviet Union are in the most precarious situation. All western countries require a visa. To be able to apply for a visa, one needs an invitation from the destination country, which is very difficult to arrange. In this situation the women sell themselves in Russia to an international gang which arranges everything for them. They travel under supervision, are taken over at the borders by other members of the gang and upon their arrival they are welcomed by Dutch, German or Yugoslavian gang members. They are likely never to be able to free themselves from their "bosses," as they call them.
Some of them start their professional career in Poland or in the former Yugoslavia which are much easier countries for them to enter. There they are approached by a member of a criminal gang who in the first instance arranges a false passport for them with the promise that soon they will be transferred to a western country. From this moment they are at the mercy of pimps who can do what they want with them: they beat them, take all their earnings, sell them to other pimps.
Then there are women who come on their own to the West to work in prostitution. Usually a girlfriend has recommended a good place to work. They try to stay independent, but it often happens that, when facing deportation for example, they have to call in the help of a pimp, and this way they tie themselves for a long time or for ever to the man.
The Czech women work in most cases for themselves. Some of them go to their homeland every few months and return to the Netherlands after some time in order to continue their work in prostitution. Many of them started their professional life in Germany and afterwards came to the Netherlands. Others, on the contrary, first worked in the Netherlands and later on left for Germany.
As one can conclude from the above, there are many ways for Eastern European women to arrive in the West. There are direct and indirect channels, the women either coming on their own initiative, being trafficked, or coming as a link in a chain migration.
Control is being exercised over the women in different ways. They may be under the direct control of a pimp who stays in the location and confiscates the money from them and moves them to a different place when he thinks there is need for it. It sometimes happens also that pimps cooperate closely with club owners. In such a situation the girl again never sees any money - the club owner hands it to the pimp behind her back.
Generally speaking it can be said that, in contrast to Germany, in the Netherlands, the sex industry is still in Dutch hands. The owners of sex clubs or shop windows are usually Dutch, and this way they act as some sort of intermediary between the women and their pimps (who are also usually non-Dutch men). In such a situation, the pimp might well be the boss of the woman but he has no influence on her work situation.
 
The goals of the women
The women's motives to look for new opportunities outside their own countries are almost always economic. In most cases they do not come specifically to work in prostitution. But in most cases the work in prostitution is the only solution to their financial problems. There are hardly any women who worked also as prostitutes in their home countries. For most of them this was the only way to improve their standard of living and be able to taste life in the West. At the same time they are very ambitious and courageous: not everyone would dare to do what they have done.
In their conversations with the TAMPEP team member they strongly objected to being identified as a "whore". Prostitution is for them just an activity, a temporary job and not an identity. Therefore none of their relatives back home know the nature of their work. This kind of split identity helps them to proteet themselves - at least at home they are respectable women and mothers.
In Catholic Poland prostitutes are at the very bottom of the social ladder and if the women want to lead a normal life later on in Poland, they should never admit that they ever worked as a prostitute.
The goal of the women is to earn a lot of money, stop working and go home. Some of them have very precise goals: they want to buy a flat in order to free themselves from their parents, or to start a business.
Unfortunately, as may be concluded from the conversations with the women, those plans very rarely succeed, and at best only after a long period of time. This is mainly due to the fact that they spend a lot of money on supporting their families and on their own basic necessities. In most cases they are illegally resident, so they cannot rely on national health care or any part of the social welfare provision.
On the other hand there are many women who admit that they don't really know if and when they will stop the work. They realize that if they were to start working for a normal wage, it would be very difficult to adapt their lifestyle to a more modest level. They admit that they've got spoiled by the money and feel very frustrated about this because they cannot set deadlines for themselves to finish with prostitution.
The women from the former Soviet Union have many problems sending money earned to their home country. It is impossible to transfer the money from the Netherlands by post or by bank, so they are obliged to rely on services of go-betweens who ask a large amount of money for performing the task.
 
Mobility of the women
The women are very mobile. They move constantly from one place to another, from one town to another, from one country to another. There are several reasons for this mobility. One is the fact that the women work for a network of pimps who substitute women and transfer them from one place to another. In such a case the woman is not free to decide about her movements.
Another reason is that the women are afraid of the police and consequently try hard to avoid being caught by them. They are constantly on the move, in search of a safe place to stay.
In some cases the women who have managed to free themselves from the power of the pimp, have to find a new place of work far away from him.
Some women move constantly to find a better place of work where the earnings might be better.
TAMPEP - final report - June 95/June 96
pagina 40-41:
A comparison of the target groups of TAMPEP 1 and 2
If you compare the make-up of the present target group with the one of two years ago, you notice some major changes.
The first change concerns the nationalities of the women. At the time of TAMPEP 1 (1993/1994) Polish women constituted the largest group, while during TAMPEP 2 (1995/1996), the women originating from republics of the former Soviet Union, specially from Ukraine, started dominating the target group.
This phenomenon might be due to a growing poverty in the former SU, where more and more women seek an opportunity to work abroad. These women are recruited by members of international gangs which specialise in trafficking in women. These criminal groups, which are well-organized, form a powerful network covering many countries. They cooperate closely between countries, and the members of the gang have different tasks such as recruiting of the women, organising the passage to Holland and taking care of the women at their destination country.
This expansion of multinational gangs has led to the gradual dissappearance of individually operating traffickers, usually Polish men.
The Polish women normally used to work for single pimps, who operated independentely or in small groups. They are now being pushed aside by powerful gangs from the former SU.
Another change in the make-up of the group concerns the level of professionalism of the women. The target group of TAMPEP 1 consisted of women who were novices in prostitution, while most of the clients of TAMPEP 2 have already worked elsewhere in prostitution (but usually not in their home country) before they came in touch with the streetworkers of TAMPEP.
 
Why are East European women so often victims of trafficking in women

Most of them still believe in the myth of the rich West. Everybody knows somebody who made "lots of money" in the West. However, the chances of legal migration to a wealthy area such as one of the countries of the EU are very small. So if the woman wants to work in the West, she has to find an illegal way to get there. This illegal immigration makes people very vulnerable to exploitation by a go-between.
So it is not only the poverty in their home country, but also the policy of countries of the EU that makes this kind of trafficking possible.
The women are brought up in a traditional patriarchal society where the man is the dominant factor. At the same time, communism has given women the opportunity and access to a higher education. In fact, in Poland for example, there are more women with a tertiary education than men. So, if the financial need arises, they often take the initiative to look for new chances, but due to the poor economic state of their home countries, many of the more ambitious women leave for the West and consequently end up in the sex-business because prostitutes are always in high demand everywhere. At the same time, the women stay psychologically dependent upon men, because their emancipation is not a result of a long process of gaining independence and becoming self-assertive but actually restricts itself only to the professional field. This is why Polish, Ukrainian and Russian women are almost always in the power of pimps (in most cases their own countrymen) and why they so often depend upon others to the extent that they become victims of trafficking or other forms of exploitation by these men.
Another reason why the East European women are so often victims of trafficking is their total naïvetée and blindness. It seems that these persons did not have much opportunity to develop any self-defence mechanism. The housing shortage forces many youngsters to stay with their parents, thus blocking the way to independence. This way they lead overprotected lives and may not be able to experience the harsh facts of their culture.
For many women coming from the republics ofthe former Soviet Union, the fact that they have to share their earnings with the traffickers is completely acceptable. In the conversations with the TAMPEP worker, they emphasize their happiness about having a job in the West. The fact that they have to pay so much money to the traffickers is considered as completely normal. Very often they cannot even imagine that their situation could be different. Prostitution is for them inseparably involved with the pimps.
Het algemene beeld dat geschetst wordt over Oost-Europese prostituees is dus samengevat dat het overgrote deel wel weet wat hun werk ze hier gaan doen, maar in een fuik lopen van pooiers die een sterke grip op hen houden en een groot deel van hun inkomsten innemen. Een deel van de vrouwen lijkt dit zelfs heel bewust te doen en tevreden te zijn met de situatie. Toch kan ik dit niet echt vrijwillig noemen, zelfs als je bedenkt dat veel van deze vrouwen een situatie gewend zijn in hun thuisland die niet echt rooskleurig is. Ik vind dat een prostituee volledige seksuele zelfbeschikking moet hebben over haar eigen lichaam. Dat hebben deze vrouwen niet.
 
Ik wil één bron noemen over Oost-Europese prostituees die lijnrecht ingaat tegen het zwartgallige beeld dat ik hierboven geef. Dina Siegel heeft in 2002 25 Russisch sprekende prostituees geïnterviewd in het kader van een onderzoek naar de positie van illegale prostituees in Nederland die eerst werden gedoogd maar na de legalisering in Oktober 2000 plots de legale seksbedrijven moesten verlaten ("Transnational Crime" [2005], edited by Jay Albanese, zie het hoofdstuk: "women trafficking and voluntary prostitution: Russian-speaking sex-workers in the Netherlands" door Dina Siegel). Hoe vergaat het deze vrouwen? Haar conclusie na aanleiding van deze gesprekken is verassend:
My findings are based on intensive contacts with ten informants: young Russian, Ukrainian, Armenian, Georgian, and Byelorussian women between 16 to 31 years old. Six of them had finished secondary and professional education and four were university graduates. Back in Russia, they were employed as a teacher, a translator, a doctor, an economist, a bank clerk, a model, etc. Most of them were unmarried, one was divorced and two were married to Russian men living in Russia with their children and parents. All of them came to work as prostitutes in the Netherlands voluntarily. In addition, I talked to fifteen other women. These conversations varied from several hours with the same informant on different occasions to short conversations at birthday parties or during mutual activities such as the celebration of the Russian New Year. All conversations were conducted in Russian, my own, native language. The information I gathered was extremely useful: the women told me their life-stories, with an emphasis on their problems in the former Soviet Union and in the Netherlands. They talked about their past, their families, their plans for the future and, of course, about their life and work in the Netherlands. They shared with me their ideas on Dutch prostitution policies and Dutch culture in general, on their clients and contacts with other Russian-speaking sex-workers and other people connected to their trade. They saw me as a compatriot who was far more familiar with the Netherlands than they were, and they often asked me for advice or information on Dutch habits and culture. Sometimes they asked me to translate letters or make telephone calls in Dutch for them, which I usually did.

(...)

Early on during my fieldwork, I realized that the image of trafficked women who are forced to work as prostitutes under the threat of violence, did not fit the women I dealt with. Similar to my previous research on Russian-speaking women and Turkish men [Siegel, D. and Y. Yesilgoz. 2003. "Natashas and Turkish Men: New Trends in Women Trafficking and Prostitution." In Global Organized Crime. Trends and Developments, edited by D. Siegel, H. van de Bunt, and D. Zaitch eds. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.], I found that all my informants presented themselves as businesswomen, namely independent sex-workers. In the group of illegal sex-workers I distinguish two sub-groups:(1) women who had lived in the Netherlands for more than 5 years, were previously employed in brothels, but had to seek employment elsewhere as a result of the new regulations; and (2) newcomers who arrived after October 2000 to work as prostitutes.

(...)

The most popular way for women to travel from Russia is through travel agencies often legitimate-and with the use of (usually) authentic documents. The women travel as tourists, but do not return from Europe. My informants usually travelled alone, or in small groups of three women at most, but never as part of organized tourist trips, in order to "move freely and not be controlled by others." They carried the address of a contact person in the Netherlands (usually Russian or Dutch), provided by the travel agency where they booked their tickets. Later, upon their arrival in the Netherlands, the contact persons turned out to be brothel owners or private persons who either operated an illegal brothel, or mediated between different sex clubs. This was, however, no surprise to them and they hoped to find work in an expensive sex club, where they could earn more money. In some cases they realized that these contacts were unlike regular employers and that their demands were higher and the economic commitments much harder to fulfil than they had expected. Women who travelled privately, without the assistance of travel agencies, described the same pattern. They were given addresses of contacts in the Netherlands (often brothel owners) by friends who already worked there.

All my informants travelled by plane. All of them booked their tickets in one or another travel agency. The role of these agencies goes far beyond selling tickets. Traditionally, Russian criminals operate behind the facade of an employment agency, a travel agency, or modelling or match making agencies. The last two, for example, are used to identify women looking for an opportunity to go abroad. Information is sometimes exchanged with criminal organisations (Hughes and Denisova 2001 ,[http://www.uri.edu/artsci/wms/hughes/tpcnexus "The Transnational Political Criminal Nexus of Trafficking in Women from Ukraine" in "Trends in Organized Crime"]). My informants, however, did not consider the people in the travel agencies to be "traffickers," but rather "agents" or organizatori ("organizers" or "managers"). According to my informants organizatori are "businesspeople," who do not necessarily belong to criminal organisations, but it is true that they rely on krysha, protection, which allows them to run their business. Without krysha no business can survive, according to the women, and they consider this phenomenon an inevitability in the unstable post-reform socioeconomic situation in the former Soviet Union.
Most of the women that I met paid for their own airline ticket and arranged their own visa and hotel reservation or private place to stay. Many were assisted by friends or acquaintances in the destination country beforehand. In a few cases they gave gifts to the organizers in the travel agency (gold chains, French perfume, and/or money) on top of the regular costs of their ticket and visa. One gave a bribe to a travel agent for "arranging" a place on an airplane, when no places were available for that particular flight. According to some informants, the organizers were people you could trust, at least as far as logistic support. They had more problems with the people who met them in the Netherlands.
 
On arrival in the Netherlands
 
As soon as the women arrived, they found themselves connected to a whole network of pimps, brothel owners and even their old friends, who now wanted payment for their assistance and contacts. In addition, they were sometimes asked to do things they were not ready for, such as group sex, extra long hours, etc.
Irina (age 21), who arrived in 2001:
 
I don't mind working extra hours, but I don't want to give my money to these parasites around me. One can earn a lot of money in three illegal sectors: weapon, drugs and women. In all three you earn almost the same, but the first two are full of risks. Let these 'tough guys' deal with the risky things, and leave me alone.
The first few months Irina worked for a brothel owner who "in spite of the new law and controls" was willing to employ her, but then she left the brothel and started work as a call girl, mostly "with the same regular clients," as she put it.
There are a few common features to all my informants: all women were aware of what their future job in the Netherlands entailed (or at least guessed what kind of work they were going to do). Secondly, when they were still in the former Soviet Union, they realized that they had the choice either to travel or not; in the Netherlands they found themselves tied to various dubious figures and under financial obligations. Thirdly, although they were willing to work as prostitutes, there were not always ready for the working conditions and the financial demands made on them.

(...)

During my fieldwork I did not find any evidence of highly organized criminal networks of either Russian or other criminals who were involved in the trafficking of my informants to the West. Neither did I come across information on physical violence against these women or indications that they were forced to work as prostitutes. The highest level of violence I was told about were the threats that were uttered when the cost of a rented apartment were not paid on time.

(...)

In some cases there were attempts by Dutch or other pimps to take advantage of the situation of the prostitutes, especially after they left the brothels. But it seems that the women were able to protect themselves and stay independent.

(...)

It appears from my research that the sometimes overly dramatic presentation of the phenomena of prostitution an trafficking is in many cases groundless and exaggerated.

Ik vind dit vreemd. Aan de andere kant; zij interviewde prostituees die in het illegale circuit werkten, de prostituees die TAMPEP tegenkomt zijn bijvoorbeeld weer raamprostituees. Misschien dat er een verschil is tussen deze twee groepen prostituees. Maar aan de andere kant, geeft ze weer wel aan dat in het begin de vrouwen werden uitgebuit, dus misschien is wat zij zegt weer helemaal niet zo tegenstrijdig met wat anderen zien bij Oost Europese prostituees. Dina Siegel zegt trouwens nog iets opmerkelijks:

Russian-speaking prostitutes who work for themselves, often have to use various strategies to remain independent. It often happens that they present themselves to their clients as working for certain pimps or in specific brothels, implying that they are not working on their own. This kind of lying and "identity manipulation" is typical for Russian-speaking prostitutes in the Netherlands. Siegel and Bovenkerk (2001) described Russian call girls in the Netherlands who used an imaginary Russian Mafia threay to chase away local pimps who bullied them (2000:435-437). These are "survival strategies" used by many prostitutes.
Dan ga ik me afvragen, is dit misschien de reden waarom zoveel hulpverleners denken dat zoveel prostituees in de macht zijn van pooiers terwijl dit misschien helemaal niet waar is? Is dit wat prostituees hulpverleners vertellen?
 
Aan de andere kant. Zij gebruikt informatie uit dit rapport (mede geschreven door haarzelf, zie pagina 435-437):
Crime and manipulation of identity among Russian-speaking immigrants in the Netherlands (2000, Frank Bovenkerk en Dina Siegel)
Zij interviewden 2 Russische prostituees die meerdere malen werden lastiggevallen. Zij vertelden de pooiers dat ze al bescherming hadden van de Russische maffia, toen werden ze met rust gelaten. Dit zegt toch wel dat veel prostituees kennelijk toch wel onder druk moeten staan van pooiers.
 
Wat ook zou kunnen is het om een "sample-bias" kan gaan. Zelfstandig werkende escorts zijn veel gemakkelijker te interviewen dan die die gedwongen worden.
 
In het rapport "Verboden bordelen - evaluatie opheffing bordeelverbod: niet legale prostitutie"(2006) wordt gezegd over Poolse prostituees (pagina 81):
Om vast te stellen dat er geen sprake van uitbuiting of mensenhandel is, kunnen ook enkele aspecten worden geformuleerd. Zo is tijdens het veldwerk een aantal bevindingen gedaan waaruit een redelijke mate van zelfstandigheid, of beter gezegd zelfbeschikking, kan worden afgeleid. Het is bijvoorbeeld een aantal keer voorgekomen dat prostituees, met name afkomstig uit Polen overigens, aangeven dat zij enkele weken in Nederland werken om vervolgens enkele weken naar huis te gaan. Zij bepalen zelf wanneer ze komen en gaan en regelen hiervoor zelf het vervoer.
Aan de andere kant, wordt in het Rode Draad-rapport " Rechten van prostituees..... " beschreven dat (op pagina 61 en 62):
Sinds enige tijd heeft deze zaak een nieuwe naam en een nieuwe eigenaar. Aan de deur hangt de lijst met huisregels. Dit alles moet de lezer doen geloven dat je hier te maken hebt met vrouwen die als zelfstandig ondernemer werken. Een man gaat het pand in om te vragen of de vrouwen ons willen zien.
Wij komen terecht in een piepklein keukentje met een minitafeltje en twee stoeltjes. We zitten er met ons vijven en je kunt je er amper bewegen. De vrouwen zeggen dat zij hier de hele dag bivakkeren. We spreken met een Poolse vrouw. Ze vertelt dat ze hier af en toe een paar weken werkt en dan weer een hele tijd weg blijft. Wij vinden het verhaal vreemd, omdat we haar eerder hebben gezien, hoewel ze zegt er bijna nooit te zijn. Een andere opmerking die vraagtekens oproept is dat ze hier al jaren welkom is om te komen werken. We kunnen dit niet rijmen met het feit dat er net een nieuwe eigenaar is.
Tijdens on gesprek gaat de telefoon en wij zien klanten op de mobieltjes van de vrouwen bellen. De vrouwen adverten ook op internet.
De nieuwe eigenaar vertelt ons dat hij het moeilijk vindt de mentaliteit van de vrouwen te veranderen. Ze waren er aan gewend dat alles voor ze werd geregeld. Dit gezegd hebbend vertekt hij naar een hok waar hij aan het strijken is. Inmiddels is er nog een man de keuken binnengekomen. Hij komt op visite en pakt een hamburger en een biertje.
In het rapport van M.D.E. Averdijk Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit? (2002) wordt geschreven:
pagina 83-84:
Naast bovenstaande verklaringen van slachtoffers is nog een getuigenverklaring afgelegd door een persoon die nauw bij de Twentse prostitutiewereld betrokken was. In deze getuigenverklaring wordt gewezen op een verschuiving wat betreft mensenhandel bij (Centraal- en Oost-Europese) prostituees. Deze verschuiving houdt in dat, waar exploitanten prostituees voorheen via ‘aanvoerlijnen’ van henzelf of via contacten wierven, er sinds 2000 een toename is van het aantal pooiers dat, met name, Centraal- en Oost-Europese prostituees aanbiedt. Uit deze en bovenstaande verklaringen blijkt dat groepen van oorsprong Turkse mannen, soms in samenwerking met Centraal- en Oost-Europese handelaren, een grote rol spelen in de ‘aanvoer’ van vrouwen sinds 2000. Sommige vrouwen worden rechtstreeks uit het thuisland gehaald, anderen worden in Duitsland gekocht en naar Nederland gebracht. In Nederland verblijven de vrouwen soms in het huis van hun pooier (zoals ook uit de casussen blijkt), maar ook worden verblijfplaatsen geregeld via kennissen. De vrouwen worden in verschillende bedrijven tewerkgesteld. Ze moeten de reis terugbetalen en ook voor het verblijf worden hoge kosten in rekening gebracht. Uiteindelijk houden de vrouwen zelf nauwelijks tot niets over van hun verdiensten.
Uit de getuigenverklaring blijkt verder dat veel exploitanten in principe een afkeer hebben van dit soort praktijken. Maar hoewel zij voornamelijk afnemers zijn van de vrouwen, blijken zij ook een rol te spelen in de uitbuiting. Zowel uit verklaringen van vrouwen als uit de getuigenverklaring blijkt dat er vaak afspraken bestaan tussen de pooier en de exploitant aangaande de uitbetaling van de verdiensten.
pagina 89:
De opkomst van deze pooiers houdt verband met de opheffing van het gedoogbeleid aangaande prostituees zonder arbeidsvergunning. Hierdoor droogden de eigen ‘aanvoerlijnen’ en bronnen van exploitanten op, en werden zij afhankelijk van pooiers en handelaren voor de ‘aanvoer’ van prostituees.
Escort in Amsterdam Revisited: De Amsterdamse Escortbranche Anno 2007 (2007, Marnix W.B. Eysink Smeets, Leon van Lier, Renée Römkens, Margreth Egelkamp, Jenneke van Ditzhuijzen, m.m.v. Peter Klerks, Pauline Naber en Annet Speelberg):
pagina 25:
(...) Veruit de meeste ondernemers in de middenklasse en lager waarmee wij spraken, bleken wel degelijk in de gaten te hebben dat nogal wat werkers aan een ‘pimp’ vastzitten, waarbij zij ook regelmatig signalen van drang en dwang krijgen.

“Ik werk vrijwel alleen met Roemeense meisjes, die domineren op dit moment immers de markt. Maar echt hoogte van ze krijg je niet, ze laten nauwelijks iets los. Maar als zo’n meisje opeens blauwe plekken heeft, of niet naar beneden komt als je bij haar voor komt rijden, dan snap je natuurlijk wel dat het niet helemaal koosjer zit.”
“Als zo’n meisje elke keer voor of na een klus meteen begint te sms’en, dan weet je dat er een vent achter zit.”
“Tot voor kort zat 80% van die meisjes aan een pimp, nu schat ik dat het iets beter is, pakweg 60%. En ik zie ook wel dat er een aantal huizen zijn waar die meisjes vaak onder begeleiding zitten. Ook dat is de laatste tijd wel minder geworden, maar ze zijn er nog steeds.”
 
Enkele betrokkenen, waaronder escorts zelf, maken er overigens melding van dat de intake nog wel eens verder gaat dan het louter administratieve: van het soms geheel moeten ontkleden tot, in een enkel geval, het ‘eerst door de ondernemer uitproberen van de aangeboden waar’.
pagina 26:
Via de bureaus worden nog maar op zeer beperkte schaal Nederlandse vrouwen in de escort bemiddeld. Een uitzondering vormt de bovenkant van de markt, waar Nederlandse vrouwen nog wel degelijk werkzaam zijn. Ook onder zelfstandige escorts troffen wij relatief veel Nederlandsen aan.
Aan de midden- en onderkant van de bureaumarkt zijn het echter al enige tijd vrouwen uit de Balkanlanden die de markt domineren, waarbij met name de Roemeense vrouwen in het oog springen. Dat wordt bevestigd door diverse typen bronnen: betrokkenen uit de markt zelf, scans van de websites van bureaus, ervaringen van klanten en ervaringen van opsporingsinstanties.
Het landelijk prostitutiebeeld zoals recent beschreven door Daalder, dat aangeeft dat mede als gevolg van verscherpte controle en handhaving het aantal vrouwen uit landen als Roemenië zou zijn gedaald, lijkt in de Amsterdamse escort dus niet zichtbaar (Daalder, 2007, p. 14), eerder is van het omgekeerde sprake.
Binnen de twee onderscheiden clusters springt een verschil in het oog in leeftijd. Bij de escorts in de midden- en onderkant van de bureaumarkt heeft de grootste groep een leeftijd van rond de 20. Bij de zelfstandigen en de topbureaus ligt dit hoger en is de spreiding ook groter.
Volgens insiders zou zich, met de toename van de vrouwen uit de Balkan, ook een trendbreuk hebben voorgedaan waar het gaat om het opleidingsniveau. Zij merken op dat de eerste lichting vrouwen uit Oost-Europa die in de escort actief was relatief hoogopgeleid was; op dit moment zou echter vooral sprake zijn van laag-opgeleide vrouwen. Bij de zelfstandigen en vrouwen in het hoger segment zien wij een gevarieerd opleidingsniveau, waaronder ook hoogopgeleiden.
pagina 28:
“Ik ben naar Nederland gekomen omdat ik van een vriend hoorde dat ik hier in de sex-business veel geld kon verdienen. Ik heb twee maanden met vijf andere Roemeense meisjes in een huis gezeten. Ik mocht daar niet naar buiten, behalve om te werken, mijn paspoort was afgenomen, van mijn verdiensten moest ik veel afdragen. Op een gegeven moment vond ik mijn paspoort toch. Ik ben toen ogenblikkelijk weggegaan. Eerst terug naar Roemenië, daarna op eigen kracht weer naar Nederland. Want ik wil wel geld verdienen, maar niet onder druk. Jullie hebben geen idee hoe groot, corrupt en wijdverbreid het systeem is dat hierachter zit.”
Een ander: “Geen enkel Roemeens meisje zal zeggen dat ze een pimp heeft of dat ze gedwongen wordt. Ik ook niet. Ik wil dus ook niets zeggen wat zich hiervoor heeft afgespeeld. Maar dat Roemeense meiden op grote schaal onder druk worden gezet is wel duidelijk. Ook door de familie thuis te bedreigen of nog erger. Het is dat ik geld moet verdienen voor mijn kind en dat ik het op een andere manier niet kan. Maar ik vind dit werk verschrikkelijk en stop er liever vandaag dan morgen mee.”

Pagina 30:
De bij de internationale opsporing van mensenhandel betrokken Nederlandse opsporingsexperts wijzen op een toegenomen en hoge mate van activiteiten door Roemeense mensenhandelaren. De in Boekarest gevestigde Nederlandse liason officer schat in dit licht dat 70 – 80% van alle Roemeense en Bulgaarse prostituees het slachtoffer is van mensenhandel. De werving zou vooral door materiële verleiding gebeuren (als duidelijk is dat het om sexwerk gaat worden heel hoge verdiensten voorgespiegeld, of er wordt ander soort werk in het vooruitzicht gesteld). In Nederland worden deze schattingen nog eens bevestigd door de experts bij het Nationale Expertisecentrum Mensenhandel. De mate van verwevenheid met de escortbranche blijft daarbij onduidelijk, maar deze is wel aanwezig.
pagina 31:
Het zal geen verbazing wekken dat ondernemers aan de bovenkant van de markt inschatten dat het type escorts waar zij mee werken, vooral vrijwillig aan de slag is. Zodra iets lager in de markt wordt gesproken veranderd het beeld echter drastisch. De ondernemers daar werken, zoals eerder aangegeven, met name met Roemeense vrouwen. En “met die Roemeense vrouwen zit het helemaal fout”, zoals één ondernemer het verwoordde.
 
(...)
 
Het beeld dat daaruit ontstaat is er een van een meerderheid van Roemeense vrouwen die nog aan een pimp vasthangt of anderszins onder supervisie staat. Daarbij zou soms sprake zijn van een ‘businessdeal’: de pimp of de betrokken organisatie heeft geld voorgefinancierd dat met een stevige rente moet worden terugbetaald. Daarbij wordt ook melding gemaakt van absurde prijzen die de betreffende dames voor bepaalde zaken moeten vergoeden.
Bij een ander deel is, zo wordt door meerdere bronnen aangegeven, geen sprake van een businessdeal, maar van daadwerkelijke dwang, via meerdere methoden, waaronder geweld of bedreiging van familie thuis. Daarbij wordt ook gesignaleerd dat er in en rond Amsterdam sprake is van een aantal huizen waarin de Roemeense vrouwen in kleine groepjes wonen, nogal eens onder toezicht van een mannelijke (of vrouwelijke) pimp. Dit wordt consistent gemeld door betrokkenen in en om de branche (ondernemers, ex-ondernemers, escorts zelf), maar ook plausibel gemaakt door incidentele waarnemingen van opsporingsinstanties.
pagina 32:
Veel wordt benadrukt dat de vrouwen nauwelijks bereid zijn over hun omstandigheden te praten. De twee Roemeense vrouwen die wij toch spraken bevestigden echter zowel in hoofdlijnen als in diverse vervelende details de hierboven aangegeven hoofdlijnen.
In toenemende mate zouden vrouwen zich overigens inmiddels aan de druk weten te ontworstelen en dan in kleine groepjes samenwonen. De wijziging van de regelgeving op 1 januari jl., waardoor Roemeense vrouwen vanaf die datum gerechtigd zijn om als zelfstandig ondernemer in de prostitutie actief te zijn, zou deze tendens versterken, zo signaleren betrokkenen in het veld.

Meer in "Inzake opsporing" Bijlage VIII - IX. 4. "Enkele concrete voorbeelden van de Nederlands-Russische criminele betrekkingen" door die van Traa commisie.
 
Zie deel 6 over de Afrikaanse prostituees.
 
zie vervolg:
 
Lees meer...   (2 reacties)
Ik zet hem maar op mijn website, maar ik weet echt niet meer wat de bron is van dit artikel (maar hij bestaat wel, oorspronkelijk geplukt van vrouwenhandel.punt.nl, website bestaat niet meer):
 
Loverboy draait door na coke
      
Ongeveer 250 euro aan cocaïne ging er bij Zwollenaar S.S. (23) per dag door de neus naar binnen. En daardoor ‘draaide hij een beetje door’. Hij ramde zijn vriendin stelselmatig in elkaar en dwong haar als prostituee te werken.
Eind januari wilde het stel eigenlijk naar de kerk. Maar dat liep helemaal anders want de twee gingen de hele dag aan de coke. Daardoor kreeg S. zin in seks met de 21-jarige vrouw, tevens moeder van hun kinderen. Hij zou haar op de bank in de woonkamer hebben verkracht en toen ze tegenstribbelde probeerde hij haar volgens justitie te wurgen.
In doodsangst en totaal overstuur sprong de jonge vrouw van één hoog van het balkon om vervolgens naar het politiebureau te gaan. Ze vertelde over haar jarenlange relatie met S. en ook dat ze stelselmatig door de Zwollenaar werd mishandeld. Bovendien is ze naar eigen zeggen meermalen gedwongen om in de prostitutie te werken.
De jonge Zwolse was smoorverliefd op de 23-jarige man. Als ze 500 euro zou verdienen als prostituee, dan zou S. met haar gaan trouwen. Zo rolde de vrouw in het vak en moest ze in haar eigen woning, maar ook in kamers in Amsterdam aan het werk. S. regelde voor de jonge vrouw condooms, glijmiddel, massageolie én cocaïne tegen de pijn.
De verdiensten – een slordige 10.000 euro per maand – gingen allemaal linea recta naar de Zwolse loverboy. En al dat geld ging op aan drugs. ‘Het verdween in een bodemloze put’, zoals de officier van justitie het uitdrukte. De aanklaagster meldde er treurig van te zijn geworden toen zij het verhaal van de jonge Zwolse vrouw hoorde.  
      
‘Niemand moet dan gewoon aan mijn hoofd zeuren’, vertelde S. over de periodes dat hij drugs gebruikte.
Zo verklaarde hij ook de reeks mishandelingen. Hij ontkende ter stelligste haar te hebben verkracht of in de prostitutie aan het werk te hebben gezet. Maar in een brief die hij aan de vrouw stuurde, bekende hij wel weer alles. De Zwollenaar zou de vrouw vanuit het huis van bewaring ook nog hebben bedreigd voor een vorige rechtszitting. Tijdens die rechtszaak in juni van dit jaar trok de Zwolse haar aangifte in.
Gisteren bekende ze echter dat ze toen tegen de rechters had gelogen, uit angst voor haar voormalige vriend: ‘Want ik wil niet dood.’
Tegen S. werd een gevangenisstraf van drie jaar geëist, waarvan een half jaar voorwaardelijk en reclasseringstoezicht.
De aanklaagster wil dat de Zwollenaar na zijn detentie naar een afkickkliniek gaat om van de coke af te komen. Volgens deskundigen heeft S. een psychopathische instelling en is hij verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank wijst vonnis op 29 september.



Lees meer...
 
 
 
Mensenhandel lijkt (relatief) weinig voor te komen onder Latijns Amerikaanse prostituees. Er werken veel Latijns Amerikaanse prostituees in Nederland terwijl ze zelden opduiken in statistieken van de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Latijns Amerikaanse prostituees zijn vaak ook wat oudere vrouwen (gemiddeld ouder dan 30). Aan de andere kant lijkt dit vroeger anders te zijn geweest. Braziliaanse prostituees lijken heden ten dage nog steeds onder controle te staan van pooiers.
 
Zie een bevestiging in het rapport "Tippelen na de zone — straatprostitutie en verborgen prostitutie in Amsterdam" (2005, Dirk J. Korf, Erika van Vliet, Jaap Knotter en Marije Wouters):
Latina’s komen zelfstandig en sluiten zich vrijwillig aan bij een, doorgaans niet-hiërarchisch georganiseerd, informeel netwerk van vriendinnen.
En een bevestiging in "Illegaliteit, onvrijwilligheid en minderjarigheid in de prostitutie een jaar na de opheffing van het bordeelverbod" (Marjolein Goderie, Frans Spierings en Sandra ter Woerds, 2002) in het gedeelte over raamprostitutie in Groningen:
Naast de groep Oost-Europese vrouwen zijn er vrouwen uit de EU, bijvoorbeeld Duitsland, en ook uit Zuid-Amerika en Afrika werkzaam. Het is de indruk van informanten dat vrouwen uit de twee laatstgenoemde werelddelen over een verblijfsvergunning beschikken via partners, al dan niet via schijnhuwelijken of schijnrelaties. Een Kroatische vrouw zei dienaangaande: “Die relatiesituatie is natuurlijk een fake-situatie. Dat weet natuurlijk iedereen.” De Zuid-Amerikaanse vrouwen hebben een hecht netwerk en zijn al langer aanwezig in Nederland. Zij helpen elkaar, vangen elkaar op en het lijkt erop dat bij hen illegaliteit niet of nauwelijks voorkomt.
Toch twijfel ik lichtelijk aan al deze informatie........ zie bijvoorbeeld:
De derde rapportage van de nationaal rapporteur:
Braziliaanse ngo’s melden BNRM dat een groot deel van de daarheen teruggekeerde slachtoffers van uitbuiting in de seksindustrie in Nederland tewerk zou zijn gesteld. Een deel van hen zou via Suriname naar Nederland komen, aldus de samenvatting van een door de ngo IBISS verricht onderzoek naar handel in vrouwen en minderjarigen voor seksuele doeleinden. Ook in het onderzoek van Leal en De Fátima Leal (2003) komt Nederland als belangrijk bestemmingsland naar voren (op de eerste plaats komt Spanje). In de registraties tot en met 2002 van de STV, de IND, de politie en het Openbaar Ministerie (OM) staan echter zelden Braziliaanse slachtoffers vermeld. Geopperd wordt wel dat zij wellicht niet als slachtoffers zijn herkend vanwege de geschetste (schijn)huwelijksconstructie. In dit verband is interessant dat er volgens Leal en De Fátima Leal (2003) in een bepaalde regio in Brazilië enige tijd een brochure circuleerde met de tekst ‘BRAZIL/NETHERLANDS Do you want to meet a kind man? …’ Ook de STV vermoedt dat het feit dat er nauwelijks Zuid-Amerikaanse slachtoffers worden gemeld niet betekent dat zij er niet zijn, maar dat “een eigen ondersteuningsnetwerk of systeem” maakt dat er weinig beroep op de reguliere hulpverlening wordt gedaan (STV Jaarverslag 2002, p.21).
Dat Braziliaanse rapport kun je trouwens hier vinden:
"Study on trafficking in women, children and adolescents for commercial sexual exploitation in Brazil" (CECRIA, Save the Children Sweden, 2003)
 
In de scriptie van M.D.E. Averdijk ("Prostitutie naar een illegaal en onzichtbaar circuit?", 2002) worden trouwens ook Braziliaans prostituees beschreven die in de regio Twente werkten. (zie pagina 79 tot 81) Veel Braziliaanse prostituees werden tot 2000 geïsoleerd en mochten hun werkplekken en slaapplekken niet verlaten. Vaak moesten ze hoge schulden terugbetalen. Na 2000 werkten veel Braziliaanse prostituees in de regio Twente gewoon zelfstandig. Meer over die Braziliaanse prostituees en de grootste uitbater van Enschede (die begin 1995 overleed, in Inzake opsporing "Bijlage XI -3.3. Verschijninsvormen", van die van Traa commisie).
 
Ook TAMPEP zegt dat Latijns Amerikaanse prostituees wel degelijk gebukt kunnen gaan onder schulden (debt bondage) om hier in Nederland in de prostitutie te kunnen werken (en feitelijk dus slachtoffer zijn van mensenhandel). Zie hun rapport over Nederland op pagina 242-284. Er staat veel in over Latijns Amerikaanse prostituees. Zie vooral pagina: 273, 274, 281, 282
 
Verder zegt Liesbeth Venicz in haar rapport "Achter de ramen, veldwerk onder raamprostituees in Groningen" (1998) over Latijns Amerikaanse vrouwen (ze had contact met 42 Latijns Amerikaanse prostituees: 29 Dominicaanse, 9 Colombiaanse, 1 Venezolaanse, 1 Argentijnse, 1 Braziliaanse en 1 Jamaicaanse):
Meestal afkomstig uit de Dominicaanse Republiek en Colombia. De meeste vrouwen zijn boven de dertig jaar en een deel zelfs boven de veertig. Een deel is al langere tijd in Nederland. De pas aangekomen en de illegale vrouwen leiden veelal een zwervend bestaan. Zij werken overal maar kort om uitwijzing te voorkomen. Gedurende hun verblijf in Europa werken ze in zeer veel verschillende steden en landen. De meeste vrouwen hebben kinderen en of andere familieleden, zoals jongere broers en zussen of bejaarde ouders in het land van herkomst, voor wie zij de kost verdienen. Daarnaast wordt er vaak gespaard voor een eigen huis. Als dat bereikt is spaart men doorgaans voor een taxi, een winkel of iets anders waarmee ze, eenmaal terug in het thuisland, in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. De meeste Latina's die hier werken zijn niet hoog opgeleid en spreken zelden iets anders dan Spaans. Ze hebben hierdoor weinig contacten met andere nationaliteiten, maar wel veel met elkaar. Met name Dominicaanse vrouwen hebben in de afgelopen 15 jaar dat ze in Nederland werken, een aardig eigen netwerk opgebouwd. Via dit netwerk wordt bijvoorbeeld de kinderopvang geregeld, maar wordt ook informatie over rechten en regelingen, advocaten en hulpverlening uitgewisseld.
Citaat uit het rapport "Gezondheid in de raamprostitutie" (1992) door Dr Licia Brussa over Latijns Amerikaanse prostituees op de Achterdam in de raamprostitutie. Ook zij heeft het over schulden bij deze groep prostituees:
Van de tien Latijns-Amerikaanse vrouwen die wij hebben geïnterviewd, werkten er drie een jaar of langer op de Achterdam; de andere zijn net begonnen: ze zijn een maand of korter actief. Deze vrouwen zijn ook kort in Nederland (een half jaar of minder).
Alle respondenten hadden geen verleden als prostituée. Zij zijn voor het eerst begonnen met het werken in de prostitutie in Nederland, direct na hun aankomst. Ze wisten al vóór hun vertrek dat ze in de prostitutie zouden gaan werken, en zij wisten ook in welke vorm (achter het raam). Alleen een van hen heeft ook in een club gewerkt. Sommigen hadden ervaring in raamprostitutie in andere steden. Ze wisten ook iets over de werkomstandigheden, het mogelijke inkomen en de situatie van de prostitutie in Nederland.
Voor hen allemaal berusten de motieven om naar Nederland te komen en te werken in de prostitutie op economische noodzaak. Ze hadden grote financiële problemen en schulden.
Behalve één vrouw hebben allen kinderen in hun moederland en zijn zij de kostwinner. Hun naaste familie is afhankelijk van hun inkomen. Bijna allemaal hadden ze een baan voor hun vertrek, als fabrieksarbeiders of in de dienstensector. Ook voor de vrouwen die goed gekwalificeerd werk hadden - de meerderheid van de respondenten heeft een diploma van de middelbare school - was hun salaris niet meer voldoende om van te kunnen leven. De schulden maakten hun economische situatie uitzichtloos. (...)
De Latijns-Amerikaanse vrouwen overleggen veel met elkaar, praten veel over hun zorgen en problemen. Dat zij zo'n sterke band hebben, komt waarschijnlijk ook doordat zij de meerderheid onder de prostituées vormen en duidelijk aanwezig zijn als groep. Vooral tussen Dominicaanse vrouwen is er veel solidariteit. De werktijden zijn zeer lang; de vrouwen werken veel meer dan de andere groepen: 12 tot 15 uur per dag. Zij beslissen zelf over de hoeveelheid uren die zij werken. Dat zij zulke lange dagen moeten maken, heeft een economische oorzaak: de schulden die zij moeten terugbetalen en de zorg voor de onderhoud van hun familie. De indruk bestaat dat de vrouwen vrij zijn; er is geen derde partij die hen uitbuiten of verplichten om te werken, in ieder geval niet op de werkplek. De houding en antwoorden van de vrouwen bevestigen deze indruk. Wel moeten zij derden geld terugbetalen die hun geld voor de reiskosten hebben geleend. Deze bedragen zijn vaak zeer hoog. De vrouwen ervaren de plicht om dit terug te betalen als een morele plicht, omdat deze mensen voor hen risico's hebben genomen. Geen van de vrouwen onttrekt zich dan ook aan deze plicht: het is een principekwestie. (...)
De Latijns-Amerikaanse vrouwen zijn niet tevreden over hun inkomen; zij vinden dat zij te weinig verdienen. Slechts één vrouw is tevreden. Deze ontevredenheid over de inkomsten wordt in sterke mate bepaald doordat ze alleen maar hier in de prostitutie werken om een economisch doel te bereiken, en dat zij het werk dus als tijdelijk opvatten. Hoe langer het duurt om hun doel te bereiken, om terug te kunnen naar huis, hoe moeilijker het voor hen wordt. Deze vrouwen hebben immers ook de grote en zware taak om regelmatig geld te sturen naar hun familie. Dat is niet eenvoudig met werk waarvan de inkomsten zeer onregelmatig zijn. En nog zwaarder is dat ze pas over een (voor hen) vrij inkomen beschikken en kunnen sparen, nadat de schulden voor hun reiskosten zijn terugbetaald.
Suzanne van de Steen interviewde 3 Latijns Amerikaanse raamprostituees (Bijeen, jaargang 35: nr 1, 2002, "Achter het wereldvenster van drie raamprostituees"). Eén geïnterviewde (Colombiaanse) vrouw (van rond de 40) reageerde afwijzend op de vraag wat haar status was en hoe en via wie ze hier gekomen. Ze vertelde:
"Dit is gewoon werk voor mij. Ik word er niet warm of koud van. De ene week werk ik in deze stad, dan weer in een andere. Dat wordt allemaal geregeld door een Hollandse vrouw uit Enschede, die een soort rooster maakt en ramen voor ons reserveert. We betalen haar en aan de eigenaar van het pand de huur voor het raam en moeten dan maar zien of we genoeg mannen binnenkrijgen om nog iets voor onszelf over te houden."
VOOR DE DRAAD ERMEE Een opsomming van wantoestanden in de prostitutiesector in de noordelijke provincies (Rode Draad, zomer 2005)
(...) Zo zien we dat veel vrouwen door allerlei financiële afdrachten die ze aan derden moeten doen, veel langer in Nederland moeten blijven dan ze van plan zijn. Wij weten dat hun families de vruchten van hun werk niet altijd in dank aanvaarden wat zelfs tot uitsluiting kan leiden. Een van ons is zelf poolshoogte gaan nemen in Brazilië, sinds een paar jaar een belangrijk herkomstland van slachtoffers van mensenhandel in Nederland, en heeft daar met uit Nederland teruggekeerde vrouwen gesproken. Hoewel deze vrouwen wisten dat ze de prostitutie ingingen, beschreven zij hun situatie in Nederland als een van uitbuiting en mensenhandel. Wellicht ten overvloede wijzen wij u erop dat er ook van mensenhandel sprake kan zijn wanneer er geen misleiding heeft plaatsgevonden over de aard van het werk.
Dit bezoek aan Brazilië leverde een treurig beeld op van vrouwen die geestelijk en lichamelijk uitgeput waren en hadden moeten toezien dat hun kinderen in plaats van naar school te gaan in de criminaliteit waren terechtgekomen. Illegale vrouwen kunnen niet bewijzen dat ze in Nederland belasting en huur hebben betaald en kunnen zodoende in het land van herkomst ernstig in de problemen komen. Maar ook de legale migranten die nog in Nederland verblijven, die in de jaren tachtig getolereerd werden, een partner hebben gevonden om hun verblijfsstatus te stabiliseren en veelal weer van hem zijn gescheiden, zitten in de knel. Deze oudere migranten hebben hun schulden aan ‘intermediairen’ voor de reis en ‘papieren’ afbetaald, maar verdienen nu te weinig om zelfstandige woonruimte te kunnen betalen. Ze spreken amper Nederlands en hebben nooit de tijd gekregen of genomen om in te burgeren. Onder hen bevinden zich veel Thaise en Zuid-Amerikaanse vrouwen die op de werkplek wonen en geen enkel toekomstperspectief hebben.
"Achter het cliché — hulp en dienstverlening aan prostituees in Den Haag — werkmethodiek in ontwikkeling" (1999, Ellie Teunissen [red.], SPP [Stichting Prostitutie Projecten Den Haag])
Pagina 31:
De Latijns-Amerikaanse vrouwen ervaren de Spaans sprekende hulpverleenster als een autoriteit. De vrouwen geven snel aan elkaar door wie zij is en zij wordt voor alles en nog wat ingeschakeld. Voor het regelen van een begrafenis, het verzamelen van geld bij terugkeer, bij onderhandelingen met de exploitanten, voor ziekenhuisopname, voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Hierbij wordt veel samengewerkt met Spaanssprekende huisartsen in het gezondheidscentrum. De Latijns-Amerikaanse prostituees worden soms groepsgewijs benaderd voor informatie over juridische regelingen of over het beleid van de gemeentelijke overheid. Ze vormen een solidaire groep en ondersteunen elkaar, hoewel er ook concurrentie en interne conflicten zijn die soms hardhandig worden uitgevochten. Ook hierbij wordt bemiddeld. Illegaal verblijf is een groot probleem en maakt de vrouwen kwetsbaar.
Thérèsa van der Helm wordt geïnterviewed in het book 'I never thought this would happen to me - Prostitution and traffic in Latin American women in the Netherlands' door Fanny Polanía Molina en Marie-Louise Janssen (1998). Thérèsa van der Helm werkt(e) voor de GG&GD, ze werkt met migranten prostituees, ze informeert hen over gezondheidszaken:
In the case of the South American women, there's an extensive traffic, organised by groups, this is contrary to the women from Eastern Europe. The Dominicans and Colombians know that when they come to Europe they won't be alone. The fact that there is a large Hispanic community in the Netherlands makes it easier for them to make their way to this country. The only obstacle many women face is that they do not know what types of documents are required. Somebody will therefore take charge of that, and this obviously costs money.

The police consider this to be a case of women trafficking. And of course it is! Then there is this friend or neighbour who knows about this business where you can make some money. In most cases the women aren't brought by force, neither are they forced to prostitute themselves. Though it also happens that their air tickets or passports are taken away and they are compelled to earn them back, that is also coercion.

As far as the Latin American women are concerned, the people involved in these matters are often people they are acquainted with. This considerably reduces the willingness of the victims to press charges of trafficking. The women ask themselves what they can do after having made accusations, because after that they will find themselves without any job prospects, which obviously doesn't make things any easier.

(…)

It's a shame that so many foreign prostitutes, although they have been in this country for up to five years, do not speak more than a few words of Dutch. I do understand, however, that they can only dedicate themselves to earning money during their stay. Moreover, due to the existence of a Hispanic subculture in Amsterdam, they have never been urged to learn another language, and given the fact that a policy of tolerance has always prevailed in the Netherlands, there's never been the need for them to acquire a residence permit. These women remain a very isolated group. They have earned some money for their homes; they have looked after their families and for years they have been able to pay their children's school fees. Then they return, and have a small house built, as same kind of security for old age. But apart from that they haven't achieved anything in their lives.

This can be attributed to a number of factors, of course. But, despite the fact that the women are being pressured by the club owner, it still remains a shame that they should have spent so many years in this country with their only achievement being a small sum of money. And in many cases when they return to their countries they find themselves in a situation without any perspective, without any future. That's why often the desire to return isn't very strong. It's true, they say that they will go back as soon as they have saved sufficient money, that they want to learn English or take a literacy course, but quite often these plans will not be realised. The women themselves won't benefit from their efforts, for many of them these years are wasted years.
Uit 'De buitenlandse prostituée' door Licia Brussa in "Beroep:Prostituee" door Frank Belderbos en Jan Visser (red.) (1987):
pagina 95-98:
Zuidamerikaanse vrouwen zijn de grootste groep onder de buitenlandse prostituées. Deze vrouwen zijn - letterlijk - zichtbaar tijdens hun werk: de meeste van hen werken achter de ramen. Daarnaast bevindt zich een grote concentratie van Zuidamerikaanse vrouwen op de hoofdstedelijke Wallen. Ze hebben een sterk groepsgevoel en bewegen zich vaak als groep, bijvoorbeeld als ze naar de medische controle gaan.
Vijftig tot zeventig procent van hen zijn in het bezit van een Nederlands paspoort. Dit betekent dat zij naar Nederland kwamen via een schijnhuwelijk met een Nederlander. Dit huwelijk werd meestal in Aruba gesloten met een Antilliaanse man. Waarschijnlijk onderhoudt een grote organisatie met veel agenten en contactpersonen de lijn tussen Aruba en Nederland.
 
De werving van de vrouwen vindt plaats in verschillende Zuidamerikaanse landen, met name in de Dominicaanse Republiek. Maar ook Columbiaanse en Chileense vrouwen worden naar de Antillen gebracht. Soms worden de huwelijken gesloten via de Nederlandse ambassades in de landen van herkomst zelf, of in Europa. Volgens sommige informanten hebben deze grote organisaties niet alleen een lijn uitgezet naar Nederland, maar opereren zij ook in de Verenigde Staten en in de andere Europese landen. Het vermoeden bestaat dat dit soort grotere internationale criminele organisaties zich niet alleen bezig houdt met vrouwenhandel, maar ook met drughandel.
De prostituées die aan het onderzoek meewerkten vertelden verhalen over gevallen waarin een schuldbekentenis ondertekenend moest worden voor reis- en huwelijkskosten. De bedragen varieerden tussen de 10.000 en 50.000 gulden. Geen antwoord kwam op de vraag aan wie die bedragen worden afgelost. Vaak is dat niet de 'pooier' of de vriend hier. Onduidelijk is ook in welk netwerk de vrouwen verkeren vanaf het moment van vertrek uit hun eigen land tot het moment van aankomst in Nederland. Eveneens is onbekend wie hier te lande de vrouwen exploiteren.
Er zijn overigens ook vrouwen naar Nederland gelokt via kleinschalige organisaties, waarbij het om dezelfde contactpersoon in en buiten Nederland gaat. Tevens werden gevallen van vrouwen genoemd, met name van Argentijnse en Columbiaanse, die in Nederland kwamen via een landgenoot die hier illegaal was of deel uitmaakte van een misdadige organisatie. Ook in deze gevallen kan men spreken van vrouwenhandel.
Niet alle Zuidamerikaanse vrouwen kwamen naar Nederland via een schijnhuwelijk. Er zijn ook vrouwen illegaal naar Nederland gebracht via andere Europese landen of hier binnengehaald als toerist. Een aantal Zuidamerikaanse vrouwen kwam op eigen gelegenheid naar Nederland. Ze zijn in feite illegale immigranten. Ze kozen voor Nederland omdat zij hier connecties hadden, bijvoorbeeld familie, vriendinnen of dorpsgenoten.
Soms haalden vrienden of familieleden die zelf in de prostitutie werkten de vrouwen naar Nederland als kinderoppas of huishoudster. Later kwamen zij dan in de prostitutie terecht, wat bepaald geen vrije keus was. Evenmin haalde de familie of vriendinnen hen naar Nederland om hen in de prostitutie te introduceren. Er bestaat eerder de indruk dat hun illegaal verblijf, de onmogelijkheid om werk te vinden en de connecties met de prostitutiewereld de overgang naar prostitutie gemakkelijker maakt. Daarbij lijken ze vaak als zelfstandige in de prostitutie te werken.
Zuidamerikaanse vrouwen die politiek vluchteling zijn, maar niet de juridische vluchtelingenstatus hebben, zijn een groep apart. Vaak ontkwamen ze aan levensbedreigende omstandigheden onder een dictatoriaal regime door uit hun land te vluchten. Soms zijn zij uit de gevangenis ontsnapt of na marteling en bedreiging van henzelf of familieleden hals over kop gevlucht, vaak zonder in het bezit te zijn van de vereiste papieren.
Eenmaal in Europa - het land van aankomst was meestal Frankrijk - was het niet meer mogelijk de vluchtelingenstatus te verkrijgen. Bovendien waren de vrouwen na hun ervaringen psychisch en lichamelijk niet meer in staat om de goede kanalen te vinden voor juridische bijstand.
Hiermee begon dan voor hen een zwerftocht door Europa, waarbij ze in de prostitutie terecht kwamen om in hun onderhoud te voorzien. Deze omzwerving duurt inmiddels vaak al langer dan tien jaar, waarbij zij in een uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen: illegaal, soms zonder geldig paspoort, niet meer in aanmerking komend voor de status van politiek vluchteling en zonder de mogelijkheid naar hun eigen land terug te keren.
 
Een waarneembaar gegeven is, dat het grootste deel van de Zuidamerikaanse vrouwen op de Amsterdamse Wallen achter de ramen werkt. Dit gebeurde zo snel, dat in 1983 meer dan vijftig procent van de ramen op de Wallen verhuurd was aan Zuidamerikaanse vrouwen. De sluiting van de wijk Katendrecht in Rotterdam, waar veel Zuidamerikaanse prostituées werkten, versnelde deze toename. In de eerste helft van 1984 liep hun aantal op de Wallen weer terug. Ze gebruikten toen eenderde van het aantal ramen. Aanleiding hiertoe was het versterkte politie-optreden in de buurt als gevolg van de drugsbestrijding van de gemeente Amsterdam, het zogenaamde 'ontmoedigingsbeleid'.
Volgens sommige respondenten in het onderzoek werd een aantal vrouwen in die periode overgebracht naar gesloten sekshuizen in de randstad en andere steden in Nederland. Ook ging een aantal vrouwen in de escort-service werken.
Een kleine groep Zuidamerikaanse vrouwen werkt als tippelaarster. Dit zijn voornamelijk vrouwen die hier illegaal zijn en bij het zien van politie snel willen kunnen vluchten. Onder hen bevindt zich een klein aantal druggebruiksters. De roulatie van vrouwen die door handelaren gecontroleerd worden, is het laatste jaar groot geweest, met name van en naar Groningen. Desalniettemin geeft het onderzoek de indruk, dat een grote groep Zuidamerikaanse vrouwen zich in Amsterdam heeft gevestigd. Amsterdam lijkt voorlopig de stad waar de Zuidamerikaanse vrouwen werken.
Nog steeds komen Zuidamerikaanse vrouwen, met name uit de Dominicaanse Republiek, maar Nederland. Volgens een van de respondenten (een ex-prostituée) is deze (illegale) stroom van vrouwen uit de Dominicaanse Republiek de laatste maanden toegenomen.
 
Werkomstandigheden
Binnen de prostitutie zijn er, net als in alle andere werkverhoudingen, verschillende werkomstandigheden. Er is sprake van een zekere hiërarchie. Het maakt uit of je op straat werkt of in een exclusieve of juist goedkope club, of dat je in een bepaalde straat op de Wallen werkt of in een ander, goedkoop (verpauperd) deel van de stad.
Binnen deze hiërarchie die bepaald wordt door werkomstandigheden, prijzen en het soort klanten, valt het merendeel van de Zuidamerikaanse prostituées in de laagste rang. Zij werken op het goedkoopste deel van de Wallen, meestal in kleine kamertjes met slechte hygiënische voorzieningen. Vaak gebruiken verschillende vrouwen één kamer.
Sommige informatiebronnen zeggen dat de vrouwen meestal niet direct door de bordeelhouders worden geëxploiteerd en ook wel dat deze niet direct bij de handel in vrouwen betrokken zijn. Zij verhuren alleen de kamers voor een vastgestelde prijs. Een andere respondent echter vertelt dat bordeelhouders wel degelijk vormen van dwang en uitbuiting uitoefenen, bijvoorbeeld door een extra percentage te vragen of door de vrouwen te verplichten zonder condoom te werken waardoor er meer en beter betalende klanten komen.
 
In het algemeen werken de Zuidamerikaanse vrouwen voor het laagste tarief (ongeveer 50 gulden). Omdat ze de taal niet spreken, kunnen ze niet over klachten communiceren en onderhandelen. Vaak zijn ze het slachtoffer van racistische uitingen van een klant. In geval van mishandeling en bedreiging door klanten durven zij geen aangifte te doen bij de politie, waarvoor een grote angst heerst. Die valt enerzijds te verklaren uit de situatie van bedreiging en dwang, waarin een groot deel van de vrouwen leeft, anderzijds uit de ervaringen met de corrupte politie in het land van herkomst.
Ook onder de vrouwen die hier legaal zijn is de angst voor controle door de zeden- en vreemdelingenpolitie groot. Wanneer zij al de Nederlandse nationaliteit hebben, zijn zij vaak niet in het bezit van hun paspoort. Hun 'beschermer' confisceert dit doorgaans. De angst voor iedereen die een uniform draagt, is nog groter bij de vrouwen die politiek vluchteling zijn.
Er zijn ook vrouwen die zonder pooier als zelfstandige werken. Ze zijn er in
geslaagd zich in zekere mate te bevrijden van de organisatie die hen naar Nederland bracht. Deze vrouwen hebben bijvoorbeeld vrijheid om hun werkplek te kiezen en van raam te veranderen. Hoe groot hun aantal is, is onduidelijk.
 
De leeftijd van de vrouwen ligt meestal tussen de 25 en 35 jaar. Vaak hebben ze kinderen in het land van herkomst. Sommigen hebben ook hier nog kinderen gekregen. De vrouwen weten weinig over anti-conceptiemiddelen. Er zijn bijvoorbeeld vrouwen die penicilline gebruiken als anti-conceptiemiddel. Over hun situatie voor het vertrek uit het land van herkomst is slechts een algemeen beeld te geven. De veronderstelling is dat vaak die vrouwen geronseld worden, die als 'drop-out' al een stigma hadden in de door mannen overheerste, katholieke Zuidamerikaanse maatschappij. Zeker is, dat de voornaamste drijfveer om te vertrekken de armoede in het eigen land was en de hoop een betere toekomst voor hun kinderen te kunnen opbouwen. Deze zorg voor de achtergebleven kinderen en familie blijft ook hier in Nederland de motivatie en tegelijk de dwang om door te gaan met prostitutie.
De vrouwen zijn afkomstig uit de armste lagen van de stedelijke bevolking. Vanuit Nederland sturen ze niet alleen geld voor de kinderen die door familie verzorgd worden, maar onderhouden ze vaak de hele familie. Niemand van de familie mag echter iets weten over hun situatie hier. De schande is te groot en terugkeer naar het eigen land zou voorgoed onmogelijk worden. Daarom houden zij het beeld op van een goede baan hier in Nederland en sturen geld en cadeaus.
De eenheid tussen de vrouwen onderling is groot. Ze opereren bijna altijd in groepen. Het is de enige kracht en bescherming, die zij tot nu toe hebben. Hierdoor zijn ze, samen met de motivatie om geld te sparen voor de familie en de terugkeer, beschermd tegen druggebruik.
Uit 'TAMPEP - final report' (1994, redactie door Licia Brussa)
Pagina 40-42:
Latin America
This section covers sex workers from the Dominican Republic, Colombia, Venezuela and Brazil.
The Latin American sex workers are found in the areas of shop window prostitution, especially women from the Dominican Republic and Colombia.
In the clubs near the border with Germany we found Brazilian and Colombian women. TAMPEP has come across other clubs in the centre of the country where Colombian women predominated.
TAMPEP has contacted about 500 sex workers from Latin America in the course of the project.
 
How the women arrive
Through the testimonies of the sex workers TAMPEP has been able to establish how the women become involved in the networks of prostitution.
According to the Foundation Against Trafficking (S.T.V., Information and Services in Support of Third World Women to Stop Sexual Exploitation), 20 women from Latin America were found to be victims of trafficking between January and June 1994.
International networks exist which recruit women from Latin America, lending them the money for their air flight tickets, facilitating their stay in different European countries and introducing them to the world of prostitution.
The women who arrive in this way have to pay the money back more than they owe. They know what kind of work awaits them before they come to Europe, but they do not know what it will be like in practice.
The women who come of their own account and take their own risks have prior contacts, either friends or family members, who in one way or another are linked to the world of prostitution.
Women who marry a European, whether Dutch or resident in Holland, are often obliged to work in prostitution or to act as an agent to bring others.
The reasons they come
The various mechanisms by which the women enter the circuit of prostitution reflect to a greater or lesser extent the pressure of their precarious economic situation, and the lack of opportunity to find work in their country of origin and the country they migrate to.
The possibilities for profit from the sex business lead to the existence of organised international mafias which traffic with women, recruiting them and facilitating their dispersal across Europe.
The demand from European citizens who frequent the prostitution zones ensures that the business continues.
 
Who they are
Based on the interviews carried out by TAMPEP at the start of the project, we have been able to establish the following:
. Sex workers whose ages range between 19 and 46 have been encountered, with the largest group aged between 19 and 25.
. The largest number of sex workers has completed only primary education while a very small group have completed secondary sc
. Most of the sex workers come from lower class backgrounds with an extremely small group of middle class origin.
. Most come from villages and intermediate sized towns.
. The workers have between 1 and 5 children.
. About 10 family members depend on the earnings that they send home.
 
Mobility
The mobility of the workers varies according to their dependency on others, their experience in prostitution, and the amount of time they have been in Europe, as well as their legal status.
The sex workers who have arrived as a result of trafficking networks stay in Holland between 3 and 6 months.
There is a cycle of mobility in the zones where the shop windows operate which means that each worker stays some three months at a time. They may also spend a week or so in cities in the interior or in frontier areas, according to the season.
The illegal workers experience pressure to leave their work due to the fear of police sweeps.
The sex workers who are working legally stay in one place, which they have chosen, for periods of between 1 and 8 years, interspersed with short periods of absence in their home countries.
 
The characteristics of migration
The Latin American sex workers start in prostitution as soon as they arrive in Europe. In some cases they are trained in the various places in their native continent where they were first recruited.
The migration of women from the Dominican Republic, because of its scale and its history which dates back to the 1970s, has converted into a movement of chain migration.
The majority of the Dominican women who migrated to Europe and Holland at that time were victims of trafficking. According to their various circumstances a group of these women became the contact point to bring other women over.
Another group sold an image in their country of Europe as a society where it was possible to earn a fortune in a short time. This dream encouraged other women to migrate to Europe. In some cases they had no idea of the nature of the work, but in others they knew they were going to work in prostitution even though they did not know what form it would take.
At present there is a group of women from this first group which is still working; these women are aged between 40 and 60.
During its investigation TAMPEP has found that this long migratory process has evolved to create a second generation of sex workers.
The contradiction between the real position of the sex worker in Europe and the impression they must give as a woman within their own society -not least taking into account the religious element- leads to psychological problems.
The Latin American women, especially those from the Dominican Republic and Colombia, refuse to have contact with the sex workers from their own countries. They are afraid that the work they do in Europe will become known in their home countries, because many of them fear rejection by their families, especially as they project a triumphal image based on the money they send back to their families.
This situation is illustrated by a phrase taken from an interview: "Over here I'm a whore, over there I'm a lady".
TAMPEP - final report 1995-1996
pagina 19-20:
ARNHEM
 
Situation
Shop window prostitution in Arnhem is concentrated in one neighbourhood. At this moment there are about 220 windows (2 establishments have been closed this year), which are never fully occupied and the occupation largely depends on the time of the year.
The majority of women are Latin American (sometimes over 50%), Dutch women also form a large group (about 40%), a minority is made up of African women (about 10%).
Police checks on legality of residence are still extremely tough, one does not stand a chance without valid documents. Police action against criminality in which for example, the dealing of drugs plays an important part has increased under pressure from neighbourhood residents. Even though the situation is relatively quiet, safety leaves much to be desired. An attempt to kill a German in April '96 led to the installation of an alarm system in only one establishment, all others work without an alarm system.
Hygienic conditions of the houses are bad, the presence of vermin is common. (...)

Analysis

The majority of the Latin American women consists of Dominicans, followed by Columbians. As for other Latin American countries only a few individuals are found (Brazil, Uruguay).
The median age of the women is high (about 35-40) with ages ranging from 20 to 60.
Most of them have been in the Netherlands for over 2 years, some even for over 10 years. Their residence permit is mostly based on a (broken) marriage. (...)
The legality of residence enables the women to decide when they do not want to work, for instance, when there are fewer customers or when they are ill; after all these women do not sleep at their workplace in contrast to many illegal women. We also observe that the women can refuse customers, which enhances safety.
Because all the women in Arnhem are legal, they are confronted less with the tensions concerning their residence status and related matters. Only now can the women work independently, often after many years of dependence. The struggle against their imperious partners together with the threat of losing their permit of residence, is behind them.
pagina 24-25:
DEN HAAG

Situation

Of the three streets in which shop window prostitution in Den Haag is concentrated, two are occupied mainly by Latin American women, while in the third street there are none or only a few Latin American (L.A.) women. Of these three streets which are not situated far from each other, the Poeldijkstraat with about 500 working places, has the largest number of windows. About 80% of the women in this street are of LA origin,+/- 15% African and +/- 5% Dutch, East European and others.
The Doubletstraat has about 200 windows. The ratio between the nationalities is about the same as in the Poeldijk.
In both streets the occupation is rather stable, varying between 80% (January) till sometimes 100% (April).
The vast majority of the women do not have a residence pennit. Den Haag has a policy of tolerance: these women will not be persecuted unless there is a criminal cause. However, the women can never be certain of this policy, thus they work under permanent tension. An increase in criminality could mean a possible change in the police tolerance, even though the women are not to blame. (...)

Sex-club

Near the Doubletstraat a club is located, in which 30 Columbian women in the age group of 20 and 30 years work. They all come from the Valle de Cauca, a province of Colombia which is well known to the Dutch clubowner. One contact there arranges the selection, the woman receive a considerable amount of money ($ 4000) to arrange the journey.
According to the club owner the women are fully aware of their future working conditions in Holland. The women stay in the club for 3 months. Their earnings are shared.
The women hardly leave the club, a fear of the police is imposed by the clubowner, and they also do not know their way around outside the club.
The club has only Turkish and Moroccan customers. The women are not allowed to use a condom. The owner is of the opinion that the use of condoms does not contribute to the prevention of AIDS because AIDS is not transmissible by vaginal contact. To prevent Sexual Transmitted Diseases, STD, the women are told to rinse the vagina with vinegar and betadine.
Weekly, a club doctor who supports this STD prevention method, but is widely known for several other unofficial (medical) practices, check-up the women for STD.

Shop window prostitution
In the Poeldijk the majority of the Latin American are Columbians followed by Dominicans. Brazilian women, together with a few other nationalities, form a minority. In the Doubletstraat the reverse is seen, Dominican women dominate in number, followed by the Columbians. The principal reason why the women work here is to eam money to maintain their children and their relatives in their home countries.
Many come to Holland on their free will, often they have a relative who has already lived in Holland for some time. Others first arrive at a club, and then work in a shop window because of disappointing economic results.
Particularly Dominican women are lured to Holland with false expectations. They pay a great amount of money to those who let them come here under false pretences. Once confronted with the real situation, they are forced to continue the work, because of their debts to relatives. Although they do not work for a pimp, they find themselves in a very dependent situation. Especially at first they depend on others for every step they make. Because they are new, they do not know their way around, and to get information and help, they depend on people in the street who can easily abuse them.
The degree of dependency is thus determined by the way in which the women have come to Den Haag and the time of residence.
 
 
Lees meer...
Categorieën
Onestat
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl